Gratis tip voor de bar van het Andaz Hotel
20 mei 2013
“Helaas mevrouw. Ik heb het even nagevraagd, maar de Lucky Librarian hebben we niet. De barkeeper heeft het nog even opgezocht, maar er bestaat helemaal geen cocktail die zo heet.”
“Nou, doe dan nog maar twee witte wijn”. Daar waren we dus speciaal voor gekomen, voor die Lucky Librarian, mijn collega en ik. Zij kwam eind vorig jaar met een knipseltje uit een huis-aan-huiskrant aanzetten over de opening van het Andaz Hotel op de Prinsengracht. In het oude gebouw van de OBA. “Hier wil ik wat gaan drinken met jou. Vooral die Lucky Librarian lijkt me enig”. Want in de bar van dat hotel zouden ze cocktails serveren die verwijzen naar de vorige functie van het gebouw. Goed verzonnen vonden we dat, oog voor detail. Het duurde een paar maanden voordat we eindelijk een afspraak maakten, maar daar gingen we dan: twee Amsterdamse bibliothecarissen op zoek naar een cocktail.
In het nieuwe gebouw moet je erg je best doen om de oude OBA terug te zien en da’s natuurlijk ook de bedoeling. De inrichting is vooral erg imponerend. Het hotel is verbouwd en ingericht door Marcel Wanders, die houdt van grote gebaren en van overdaad en hij heeft zich helemaal uit kunnen leven op deze inrichting. De bar ligt links naast de ingang, zo’n beetje op de plek waar voorheen ook een koffiecounter was. Waar vroeger zwervers lagen te slapen staan nu dus dure designmeubels. Stoelen en schemerlampen en banken waar met enige goede wil best een chique bibliotheek in te herkennen is. Met een paar plankjes met boeken. De cocktailkaart als boek, ook al passend bij het bibliotheekthema. Maar op die kaart staan alleen maar reguliere cocktails.
Toen we wilden bestellen begreep de Italiaanse ober totaal niet waar we het over hadden met die Lucky Librarian, dus hielden we het maar bij een wijntje. Bij een vriendelijk Nederlands sprekend meisje dat daarna kwam vragen of ze nog iets voor ons kon doen deden we nog maar eens een poging. Met bovenstaand ontkennend antwoord als resultaat.
En dat terwijl ze die cocktail zelf noemen op hun website. De Amsterdamse VVV weet zelfs te melden dat die cocktail verwijst naar de oude OBA. Dus hierbij een gratis tip voor het Andaz Hotel Prinsengracht: verzin een cocktail die je Lucky Librarian noemt. Of haal die vermelding van je website af. Maar ik zou er toch snel een verzinnen. Want heus: daar is een markt voor. En niet alleen onder bibliothecarissen.
Nog een andere gratis tip: voeg een paar cocktails aan je kaart toe met literaire verwijzingen. Zoals bijvoorbeeld The Catcher In The Whiskey Rye, The Gin Fitzey of de Tequila Mockingbird . Hier kan de barkeeper nog meer suggesties vinden bij dat thema. Daar is ook een markt voor.
Serieus. Trust me, I’m a librarian.
Lekker slopen? Nog meer sorteerkunst
17 mei 2013

Kunstenaar Tod McLellan houdt er van om dingen te slopen. Of in elk geval om dingen uit elkaar te halen. En om al die losse dingetje daarna fijn te sorteren en te fotograferen.
Geweldige foto’s levert dat op. Te zien op zijn site en verzameld in het boek Things come apart dat twee weken geleden uit kwam. Op zijn site vindt je ook een aantal filmpjes, zoals dit met een blik achter de schermen, of dit waarop hij een piano in onderdelen laat vallen.
Mooie toevoeging voor mijn verzameling sorteerkunst. Hier deel 1 en hier deel 2 uit die serie.
Holland. The original cool.
15 mei 2013
Het NBTC is een nieuwe promotiecampagne gestart, gericht op reizigers vanuit de Verenigde Staten: Holland. The original cool. Ik vind hem zelf vrij geestig (“what you call cool, we call Holland”) maar da’s natuurlijk een kwestie van smaak.
De campagne is een samenwerkingsverband tussen het NBTC, Amsterdam Marketing, de KLM en Schiphol. Daarom komt Schiphol vrij prominent in het filmpje voor. En als Schiphol in een leuk filmpje zit, kan de Airport Library uiteraard niet ontbreken. Heel kort welliswaar (op 1.36) maar toch.
En voor wie zich afvraagt wat Pim de Koel daar zit te lezen: dat is De weduwnaar van Kluun, in het Noors.
Internetconsultatie en de bibliotheekwet
12 mei 2013
Weet niet hoe het met jullie zit, maar ik had nog nooit van internetconsultatie gehoord voordat we mochten meepraten over de Bibliotheekwet. Bestaat dat al lang, doen ze dat vaker, waarom doen ze dat eigenlijk, wat gebeurt er met alle reacties en heeft het zin om te reageren?
Gelukkig heeft de consultatiewebsite een keurig blokje Veel gestelde vragen dus een paar antwoorden heb ik nu:
Over het waarom: Het kabinet vindt internetconsultatie een nuttig instrument als aanvulling op de reeds bestaande consultatiepraktijk in het wetgevingsproces. Door internetconsultatie krijgen meer mensen, bedrijven en instellingen informatie over wetgeving die in voorbereiding is en kunnen zij suggesties doen om de kwaliteit en uitvoerbaarheid van deze voorstelen te verbeteren. Internetconsultatie vergroot de transparantie van het proces, de mogelijkheden voor publieke participatie en levert een bijdrage aan de kwaliteit van wetgeving. (blijkbaar hadden ze bij de afdeling communicatie geen spellingscontrole, die van mij geeft aan dat voorstelen niet goed is..)
Over wat er met de reacties gebeurt: Uw reactie wordt met uw naam en woonplaats, indien u daar geen bezwaar tegen heeft, openbaar gemaakt op de website. (…) Na afloop van de consultatieperiode worden alle reacties bekeken en wordt eventueel het wetsvoorstel aangepast. Het resultaat van de consultatie en de verwerking daarvan in het concept-voorstel wordt in een verslag op hoofdlijnen vermeld op de website.
Het wetsvoorstel kan dus eventueel worden aangepast. Dat is waarschijnlijk de reden waarom de VOB iedereen zo enthousiast oproept om te reageren: De reacties op de concept-wet zijn onderdeel van het democratisch proces. Als er heel veel mensen zich laten horen zullen de wetgevers daar aandacht aan moeten geven. Het kan van invloed zijn op de wet. Dat lijkt me tamelijk naïef, of ben ik nou te cynisch? Ik snap dat de VOB aan zijn goede naam verplicht is om er voor te zorgen dat er wat reacties komen, maar al te veel moeten we daar toch niet van verwachten lijkt me. Het is toch een soort van politiek spel, een rituele dans.
Op de Internetconsultatiesite is terug te lezen wat er in vorige consultaties gedaan is met de reacties. Bijvoorbeeld in de consultatie Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Daar is een keurig reactiedocument van gemaakt, waar precies is genoteerd hoeveel reacties er zijn gekomen (13, waarvan 7 van organisaties en de rest van burgers) en worden alle reacties puntsgewijs behandeld. Zo te zien is een van de weinige dingen die in de regeling is veranderd een inzagetermijn, die wordt verlengd van 4 naar 6 weken. En het woord zoogdieren wordt ergens toegevoegd. Op alle andere punten wordt alleen maar uitgelegd wat de regeling inhoudt, een enkele keer wordt met zoveel woorden gezegd dat een reactie niet correct is.
Lijkt me ook wel logisch, dat er niet zoveel gewijzigd wordt. Over zo’n voorstel is lang nagedacht en misschien wel veel onderhandeld, het is niet een of ander kladje dat nog wat bijgeschaafd moet worden. Op dit moment zijn er 44 reacties, op het voorstel voor een bibliotheekwet. Voornamelijk van bibliotheken en bibliotheekorganisaties maar ook van één gemeente, een schrijver en een aantal burgers. Een aantal bibliotheekdirecteuren heeft zonder toelichting het Manifest van de VOB geupload. Die reacties worden door het ministerie voor kennisgeving aangenomen denk ik, het verzoek is namelijk Als u reageert, doet u dat dan zo concreet mogelijk, bij voorkeur voorzien van tekstvoorstellen. Dus niet met een manifest vol algemeenheden.
Ik vraag me steeds af waarom deze nieuwe wet er moet komen. Welk probleem lost deze wet op? Volgens de toelichting is de bestaande bibliotheekwetgeving meer dan 25 jaar oud en moet het wettelijk kader worden geactualiseerd in verband met de komst van de digitale bibliotheek. “Worden geactualiseerd”, dat klinkt niet erg ambitieus. Dat klinkt een beetje van “een likje verf en nieuwe gordijnen en dan kunnen we weer een paar jaar vooruit. Terwijl de branche hoopte op een verbetering, op een wet waar we iets mee opschieten, een wet die onze wettelijke positie zou verstevigen. Met deze wet schieten individuele bibliotheken niks op volgens mij. De enige die hier iets mee opschieten zijn gemeentes en de KB. Gemeentes krijgen nog meer vrijheid om naar willekeur hun eigen gang te gaan en de positie van de KB binnen de openbare bibliotheekbranche wordt flink verstevigd. Dat eerste vind ik een heel slecht idee, dat tweede lijkt me helemaal geen gek idee.
Worden de openbare bibliotheken een soort vooruitgeschoven posten van de KB dan? We gaan tenslotte een deel van hun ledenadministratie doen maar daar krijgen we geen extra geld voor. En gemeentes gaan op ons bezuinigen onder het mom van dat “toch steeds meer digitaal gaat, via de KB”. Dat betekent meer werk en minder geld voor de meeste bibliotheken. Die vaak al op het randje van het onmogelijke balanceren. Dat moet dus wel mis gaan.
Het lijkt me best een goed idee om van de ob’s een soort filialen van de KB te maken: wel zo overzichtelijk en het scheelt een hoop bestuurlijke drukte. Maar dan heb je een hele andere wet nodig lijkt me. En een hele andere structuur en zeker een andere financiering. Dat gaat voorlopig nog niet gebeuren. Daarom kan ik het alleen maar eens zijn met Wim Keizer als hij zegt beter geen wet dan deze halfslachtige wet. Maar ja, geen wet is geen optie bij deze consultatie. Want die wet gaat er komen, daarom ligt hij nu voor. Dus waarschijnlijk is zo concreet mogelijk reageren de enige mogelijkheid om er nog iets van te maken. Maar ik heb er een hard hoofd in.
De architect van de Boekenberg verbaast zich
7 mei 2013
In het onlangs verschenen jaarboek Architectuur in Nederland 2012/2013 is de Boekenberg in Spijkenisse niet opgenomen. Het boek ziet zichzelf als internationaal visitekaartje voor de Nederlandse bouwkunst en de Boekenberg heeft internationaal veel aandacht getrokken, dus het is op zijn minst vreemd te noemen dat die ontbreekt in deze uitgave.
Dat vond de architect, Winny Maas van MVRDV, ook. En in plaats van zich daar bij neer te leggen schreef hij een brief aan de redactie van het jaarboek. Die redactie had hem blijkbaar al laten weten dat het gebouw niet zou worden opgenomen, maar weigerde uit te leggen waarom. Maas noemt dat “schokkend”. Wij kunnen dit uiteraard grootmoedig naast ons neerleggen, ware het niet dat we zien dat Nederland cultureel en economisch afglijdt en dat deze keuze dat op een of andere manier lijkt te onderschrijven. Wij proberen ons steentje bij te dragen aan de weerlegging van dit verval en blijken internationaal veel uit te moeten leggen.
En vervolgens legt Maas nog eens uit waarom zijn bibliotheek wel in het jaarboek had moeten staan. Hij is echt boos en dat is mooi om te lezen. De mooiste reden die hij noemt vind ik natuurlijk: Zeker nu een voormalige groeikern als Spijkenisse met veel idealisme aan een publiek gebouw werkt om de bevolking te verheffen en leefomstandigheden in de stad te verbeteren.
De redactie van het jaarboek heeft vandaag laten weten dat ze het debat niet aan zal gaan. Of niet aan durft te gaan, zoals vakblad De Architect suggereert. Straks moeten we alle 500 inzenders persoonlijk gaan uitleggen waarom hun projecten niet zijn geselecteerd. Dat is een nogal laffe reactie, want niet alle 500 inzenders zijn zo internationaal bekend als MVRDV. En daarbij: waarom zouden ze dat niet uitleggen? Ik neem toch aan dat er van alle inzendingen een beoordeling is gemaakt. Waarom zou je die dan niet delen vraag ik me af. Maar dat is waarschijnlijk te confronterend. Het is makkelijker om je te verschuilen achter een heleboel vage kreten, daar zijn architecten sowieso altijd erg goed in..
Dit jaarboek heeft een nieuwe redactie. Die wilde duidelijk een statement maken, een nieuw jaarboek een nieuwe geluid. Jammer. En goed dat Winny Maas het er niet bij laat zitten, al heeft het dan (nog) niks opgeleverd. Behalve dit stukje dan
Hoera, een mok!
3 mei 2013
Bijna twee jaar geleden schreef ik hier over een stuk van The Censored Genius. Daarin maakte hij zich kwaad over al die buitenstaanders die zich maar bemoeien met de bibliotheek. Die van alles roepen en die het allemaal beter denken te weten en die bibliotheken proberen voor te schrijven wat ze moeten doen. Niet vanuit het belang van onze gebruikers maar alleen vanuit hun eigen ervaring, hun eigen filosofie of vanuit het product dat ze willen verkopen.
De kernzin in zijn stuk was “I’m the fucking librarian, motherfucker. I am not any corporation’s bitch. And if I want books in the library, we’re having books. And DVDs. And econtent. And graphic novels. And pie.” Past helemaal bij mijn idee dat bibliothecarissen veel meer voor zichzelf en hun vak moeten opkomen en zich niet zo moeten laten manipuleren door Jan en alleman.
In Amerika was er al een t-shirt met die kreet er op, en daarop doordenkend kwam ik in dat stuk op “Wie is hier nou de bibliotheek, gij of ik?” Een verwijzing naar de snackbarhouder uit New Kids.
Voor wie dit niks zegt: New Kids was een populaire televisieserie waar in 2011 (toen ik dat stuk schreef) ook een bioscoopfilm van was gemaakt. Dit zegt Wikipedia er over: De serie gaat over de vijf hangjongeren ( …) in het Noord-Brabantse dorpje Maaskantje. (…) Daarnaast is de groep asociaal, wordt er veel gevloekt en wordt geweld niet geschuwd. Terugkerend in de serie zijn vandalisme en plotselinge aanrijdingen. Een belangrijk deel van de serie speelt zich af in de plaatselijke snackbar. De snackbarhouder kapt elke discussie over het assortiment af met Ja, wie is hier nou de snackbar? Gij of ik?
Dat vind ik nog steeds een prima houding voor een bibliothecaris: wie heeft hier nou verstand van leesbevordering? En van mediawijsheid en laaggeletterdheid? En jahaha, ik weet dat lang niet iedere bibliothecaris voldoet aan onze eigen hoge standaard, maar wij relativeren onze beroepsgroep bijna weg. Als wij onszelf en ons eigen vakmanschap al niet serieus nemen, hoe kunnen we dan verwachten dat anderen dat wel doen?
Ik was dan ook blij verrast toen Huub van Dommelen mij benaderde met de vraag of hij die kreet mocht gebruiken. Huub is eigenaar van het bedrijf WebbiebNL, een bedrijf dat bibliotheken wil ondersteunen bij het inrichten van hun online bibliotheek. Het bedrijf bestaat 1 jaar en ter gelegenheid daarvan heeft Huub een mok laten maken met mijn slogan erop. Hij geeft ze weg, dus ga even naar zijn site als je zo’n mok wil hebben. Of volg een cursus bij hem, dan krijg je er blijkbaar ook een. Over die cursussen heb ik alleen nog maar positieve verhalen gehoord, volgens mij zijn die wel een aanrader. Ik krijg er ook een (hoera!) dus mijn collega’s zijn gewaarschuwd: ik ga die kreet de komende weken maar weer eens te pas en te onpas gebruiken.
Voor de gezelligheid hierbij nog het clipje van Broodje Bakpao, de soundtrack van de serie, waar ze een grote hit mee hadden. Op 3.10 zie je trouwens de snackbarhouder.
Waarom ik voor een monarchie ben
30 april 2013
In haar afscheidstoespraak heeft Koningin Beatrix wat mij betreft weer eens duidelijk gemaakt waarom ik vóór een monarchie ben. Voor een monarchie in het algemeen dus. Ze zei:
In het dagelijks leven kan de Koning bijdragen tot respect voor de democratie, tot stimulering van saamhorigheid in de samenleving en tot integratie en zelfontplooiing van alle bevolkingsgroepen. Dit vraagt een ongebonden en volledige inzet voor wat zich – vroeg of laat, groot of klein – aandient als algemeen belang van onze samenleving. Niet macht, persoonlijke wil of aanspraak op erfelijk gezag, maar slechts de wil de gemeenschap te dienen kan inhoud geven aan het hedendaags Koningschap.
…
Tijdens de ceremoniële inhuldiging in de Nieuwe Kerk in Amsterdam zal Koning Willem-Alexander de opdracht aanvaarden die wezenlijk is aan het ambt: te handelen met voorbijzien van eigen voorkeur en te staan boven partij- en groepsbelangen.
Je kunt er cynisch over doen, maar iemand die boven de partijen staat en wiens enig belang is de gemeenschap te dienen, die moeten we in ere houden vind ik. En dat is niet meer van deze tijd, dat klopt. Niet je eigen belang vooropstellen, maar dat van de maatschappij, dat is niet van deze tijd. Van deze tijd is alles beoordelen in termen van macht en geld. Dienen doen we niet meer en dienstbaar lijkt een vies woord te zijn geworden. Terwijl de maatschappij daar een stuk beter van zou worden, van wat minder egoïsme en wat meer sociaal gevoel.
Daar vliegt de discussie over de monarchie ook steeds uit de bocht. Het is wel heel plat om een historisch gegeven alleen maar te beoordelen naar de maatstaven van nu. Maar dat is dan weer erg van nu: platheid. Nog een reden om voor een monarchie te zijn wat mij betreft, ik hou van gelaagdheid en van meerduidigheid.
Ja, het is een anachronisme. Je kunt het inderdaad niet van iemand vragen, om zijn hele leven in dienst te stellen van de maatschappij. Maar het instituut bestaat nou eenmaal, we hebben een Koningshuis, dus laten we daar gebruik van maken. Vraag niet hoe het kan maar profiteer er van.
En ja, het is willekeurig en het is maar toevallig hoe intelligent en hoe integer die koning is. Maar dat is het mooie van zo’n constitutionele monarchie: als de koning het te bont maakt wordt ie gewoon afgezet. En dan maken we zijn broer koning wat mij betreft.
Leve de Koning!
Poëzie uit de brievenbus
27 april 2013
Poëzie op het scherm is een initiatief van het Nederlands Letterenfonds. In samenwerking met het Mondriaan fonds bieden ze tweejaarlijks een aantal dichters en schrijvers de gelegenheid om in samenwerking met een vormgever een literair werk voor op het scherm te maken. Vanuit dat project heeft het afgelopen jaar het gedicht Welcome Stranger in de bibliotheek gedraaid.
Op zoek naar iets nieuws kwam ik dit tegen: Poëzie uit de brievenbus. Met de app 200tonTNT kun je op een brievenbus opeens gedichten lezen (bekijk het filmpje even, daarin wordt uitgelegd hoe het werkt). Maarten Doorman schreef zeven gedichten: voor elke dag van de week een. In plaats van iets ín de brievenbus te gooien, komt er nou opeens iets uit: een gedicht.
Het gedicht voor de zaterdag heb ik vanmiddag gelezen. Je krijgt wel een beetje rare blikken van voorbijgangers als je opeens met je telefoon voor de brievenbus staat, maar het is toch erg leuk. Doorman zelf noemt dit overigens geen gedicht, maar beeldhouwkunst, omdat het een soort van driedimensionaal werk is dat iets met de ruimte doet.
De 2012 serie van Poëzie op het scherm bestaat geheel uit werken voor mobiele schermen en werken met augmented reality. We zijn er nog niet helemaal uit hoe we dit gaan aanbieden in de Airport Library, maar ik wil er zeker iets mee gaan doen want ik vind het prachtig.
De gedichten zijn ook te vinden op digidicht.nl, waar nieuwe vormen van poëzie ontwikkeld worden. Iedereen kan daar mee doen. Ook mooi
Geweldige campagne
21 april 2013
En? Zag jij meteen wat dit was? Of vroeg je je af waarom er op dit blog opeens een advertentie voor mascara stond?
Ik vind dit een geweldige campagne, van reclamebureau DDB. Het is een hele reeks van posters, allemaal kopieën van bestaande reclameposters. Volgens mij kan ik zelfs de merken noemen waarop ze gebaseerd zijn (in elk geval van die bikini-poster). Het is een Franse campagne die aandacht vraagt voor laaggeletterdheid. De posters zijn in het Engels vertaald omdat het reclamebureau mee wilde dingen naar een internationale reclameprijs. Die ze overigen ook wonnen, en terecht.
Wat ik er zo goed aan vind is dat het duidelijk maakt hoe vanzelfsprekend het is dat je kunt lezen, en wat er gebeurt als je niet goed leest. In dit geval omdat je op het verkeerde been gezet wordt door de vormgeving. Maar na twee keer kijken (ok, misschien drie keer) zie je dat je je vergist en zie je hoe het echt zit. Als je moeite met lezen hebt, moet je je eerst door al die letters heen worstelen voordat je begrijpt dat de tekst niet overeenkomt met het plaatje. Want die 1,5 miljoen laaggeletterden in Nederland kunnen over het algemeen natuurlijk best wel lezen, als je onder lezen verstaat dat ze letters herkennen en die om kunnen zetten naar woorden. Maar dat is heel iets anders dan in een oogopslag zien wat er staat.
Als dat met een simpele reclameposter al zo gecompliceerd is, hoe ingewikkeld kunnen formulieren dan wel niet zijn? Of een website? En daar ligt een taak voor openbare bibliotheken. Als wij zeggen dat wij toegang bieden tot informatie moeten we die niet alleen passief aanbieden maar ook zorgen dat de gebruiker daar iets mee kan. Dus meer doen dan alleen de informatie catalogiseren en digitaliseren maar ook de gebruiker van die informatie instrueren en desnoods onderwijzen. Want toegang bieden is meer dan aanbieden.
Over ijzeren vooroordelen gesproken
17 april 2013
Paul Schnabel heeft een heel helder beeld van wat een openbare bibliotheek is: een uitleenfabriek voor papieren boeken. En het papieren boek is aan het verdwijnen dus kan de openbare bibliotheek ook wel weg. Niks moeilijks aan.
En als hij een interview geeft aan het Bibliotheekblad dan legt hij dat gewoon nog een keer uit, dat die bibliotheken een aflopende zaak zijn. Dan kan die interviewer wel met allerlei voorbeelden komen die iets anders zeggen maar dat is natuurlijk onzin. Want jij hebt een mening en daar ga je dan natuurlijk niet van afwijken.
Zelden zo’n vooringenomen interview gelezen als dat met Schnabel in het laatste nummer van Bibliotheekblad (nr. 4). Jakkes, wat een nare man is dat zeg. In dat interview althans, ik ken hem niet persoonlijk. Het is misschien een reuze aimabele man met een zeer genuanceerde mening die voor alles open staat, maar dan even niet op het moment dat hij met Bert Ummelen sprak. Die laatste doet zijn best en komt met argumenten die laten zien dat bibliotheken op dit moment een zinvolle rol in de samenleving vervullen maar hij veegt al die argumenten van tafel: die zijn onwaarschijnlijk, niet waar of niet belangrijk.
Hij is niet alleen lomp, maar hij laat ook zien dat hij geen realistisch beeld van de maatschappij heeft: hij vindt het onwaarschijnlijk dat er mensen zijn die geen internet hebben want “wat kost internet helemaal?”. En helemaal mooi is: “Zelf heb ik thuis een grote bibliotheek. Ik betrap mezelf erop dat als ik zit te werken en even iets wil weten ik niet meer naar boeken grijp maar op mijn pc zoek.” Dit is de klassieker ik gebruik het niet meer dus kan het wel weg. Nee stomme zak: niet iedereen is zo hoog opgeleid en kan over zoveel voorzieningen beschikken als jij. En voor de mensen die dat niet kunnen, daar is de bibliotheek voor. En dat zijn er veel meer dan jij denkt in je ivoren toren.
En ja, het is best een legitieme vraag of bibliotheken buurt- en clubhuiswerk moeten gaan doen. Maar het is je blijkbaar ontgaan dat er de laatste tijd flink gesneden is in het buurt- en clubhuiswerk. Dat dat op sommige plekken al is opgeheven, of in elk geval heel erg is geslonken. Bibliotheken vullen het gat op dat daardoor is ontstaan. En ja: “het ontwikkelingsniveau van een gemiddeld iemand is de laatste veertig, vijftig jaar veel hoger geworden”. Maar de maatschappij is de laatste veertig, vijftig jaar ook heel erg veel ingewikkelder geworden, dus dat ontwikkelingsniveau moest ook wel omhoog, alleen al om bij te blijven. Dat zegt dus niks.
Dit interview is het eerste deel uit een serie Buitenstaanders van Bibliotheekblad. Goed idee, zo’n serie. Maar dan ben ik meer geïnteresseerd in de mening van een buitenstaander met een echt idee over bibliotheken. Mag best een slecht idee zijn, als het maar wel doordacht is. Niet zo’n hoop flauwekul uit de losse pols. Want dit soort clichés horen we al genoeg.



