Opening strandbibliotheek Hoek van Holland

Het nieuwste nummer van het OCLC magazine Next Space is een themanummer over Outreach. Over hoe bibliotheken op een nieuwe manier hun klanten opzoeken. Als voorbeelden wordt naast de bibliotheek van de Universiteit van Santa Barbara en de openbare bibliotheek van Johnson County, Kansas (van die mooie literaire vrachtwagens) de strandbibliotheek genoemd.

Wat zeg ik: genoemd? Beschreven! Enigszins verbaasd zelfs. Deze zomer heb ik een vrolijke mailwisseling gehad met de hoofdredacteur van het blad en dit is dus het resultaat. Ik vind het erg leuk, zit te glimmen van trots achter mijn pc…

Het artikel staat overigens in zijn geheel online, met zelfs meer foto’s dan in de papieren versie.

opening nvb09Net terug uit Ede, van het NVB-congres. Het was een interessante dag: heel veel mensen kunnen kijken, nieuwe toepassingen gezien en vooral een aantal interessante lezingen bezocht. Ik ga er geen gestructureerd verslag maken, dat wordt vast nog wel door anderen gedaan (Dymphie heeft al live verslag gedaan zag ik) maar ik wil graag een aantal observaties met jullie delen.

- Bas Haring liet als keynotespeaker zien dat een spreker geen powerpoint presentatie nodig heeft, een boeiend en humoristisch verhaal is genoeg. De zaal werd volgens mij collectief verliefd op hem..

- Jaap Peters raffelde een verhaal af over beweging en stilstand en de goudklompjes. Vraag me af of mensen die niet uit de openbare bibliotheekwereld komen er veel van begrepen hebben. Het merendeel van de zaal kwam niet uit een ob.

- Wilfried Hoffman kan nog steeds meeslepend vertellen en Bibliotheek.nl wordt geweldig.

- De interessantste lezing (want nieuw voor mij) was van Lykle de Vries. Waarom was de zaal daar zo leeg? Hij begon met vragen wie de 23 dingen nog niet had afgemaakt (was volgens mij het grootste deel van de aanwezigen) om hen vervolgens toe te voegen dat ze nu naar huis moesten om dat alsnog te doen want dat ze hier hun tijd zaten te verdoen. “Wat voegt waarde toe aan de relatie tussen bibliotheek en gebruikers?” Zijn antwoord was: U. Wij dus. De medewerkers van de bibliotheek. Altijd lekker om te horen maar hij had er een mooi verhaal bij. Even afwachten tot zijn slides op slideshare staan, dan kun je het zelf teruglezen.

-Lilia Efimova liet zien dat bloggen een persoonlijk nut heeft (bloggen is eigenlijk praten tegen jezelf) maar dat je niet te hoge verwachtingen moet hebben van interactie met je lezers (reading is a choice).

- Informatieprofessionals hebben niet altijd oog voor hun omgeving. Ze staan bij voorkeur stil in een deuropening of anderszins in de weg en zwiepen met hun rugzakken en enorme conferentietassen van alles om. En waarom moet er zoveel geflitst worden bij het maken van die honderden foto’s van de sprekers vanuit alle standen?

- De openingsact was een verhalenvertelster die een russisch sprookje vertelde. Omdat we in onzekere tijden leven en we wel wat ondersteuning konden gebruiken. Maar aan de reacties op twitter te zien was het paarlen voor de zwijnen.

- Kwam er achter dat ik geen 0 kan sms-en. En omdat ik twitter via sms kwamen die paar tweets die ik heb gedaan niet in de twitterfontein omdat de hashtag nvb09 was. Heel suf, toch maar een hippere telefoon kopen dan.

- De Reehorst is een doolhof van zalen, gangen en foyers, een soort ondergronds grottenstelsel. Pas aan het einde van de dag ging ik de logica er van zien, was dus voortdurend de weg kwijt.

- Er is veel gefilmd en er zijn erg veel foto’s gemaakt maar ik vind de kwaliteit van de Flickr foto’s erg tegen vallen. Deze is van WoW!ter, mag wel hoop ik?

Geen winkel

10 november, 2009

For All Your Grocery and Hardware Needs: Maison Laurent! (1905)  Originally uploaded by postaletrice

De Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk is een uitgave van acht PSO’s en het Netwerk van Directeuren. In de wandelgangen staat hij bekend als de Nieuwsbrief van Wim want Wim Keizer schrijft die Nieuwsbrief zo’n beetje in zijn eentje vol.

De Nieuwsbrieven zijn meestal erg interessant: Wim doet verslag van bijeenkomsten variërend van de ledenvergaderingen van de VOB tot de Projectgroep Bibliotheekinnovatie. Allemaal bijeenkomsten waar ik zelf nooit naar toe ga maar dank zij zijn verslagen blijf ik toch enigszins op de hoogte van wat er beleidsmatig gebeurd in het land. En als er niets gebeurd gaat Wim op zoek naar het nieuws, zoals het een goede journalist betaamd. Wim heeft duidelijke opvattingen over wat een bibliotheek zou moeten zijn en hij is kritisch, dat maakt zijn Nieuwsbrieven zeer leesbaar.

In het laatste nummer van de Nieuwsbrief (oktober 2009) doet Wim in zijn afsluitende opiniestuk een hartstochtelijke oproep om het maatschappelijke doel van de openbare bibliotheken weer meer op de voorgrond te zetten. Ik heb mij daar ook al vaker druk over gemaakt, dus ik herhaal Wims oproep graag.

Beste collega’s, we zijn geen winkel, we hebben niet als hoogste doel het aantal uitleningen op te krikken of zo veel mogelijk bezoekers het bibliotheekcafé binnen te lokken. We hebben maatschappelijke doelen, waar we subsidie voor vragen. Daar moet de gebruiker helemaal niet centraal in staan, maar het te bereiken maatschappelijke doel. Daar zijn inderdaad ook gebruikers bij betrokken, maar dat is iets anders dan “de gebruiker centraal”. Zoals in het onderwijs niet het kind maar de lesstof centraal moet staan, moet in het openbare bibliotheekwerk niet de gebruiker maar het aan het maatschappelijke doel gekoppelde product of de aan het maatschappelijke doel gekoppelde dienst centraal staan. Levenslang leren was en is een belangrijk doel, niet levenslang amuseren. Marketing moet ten dienste staan van het doel, niet omgekeerd, heb ik ooit geleerd in een cursus “marketing voor non-profit-organisaties”. Wie goed geïnformeerd wil zijn, zal daar zelf heel veel moeite voor moeten doen en levenslang onbevangen moeten blijven vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe? En niet te gauw tevreden moeten zijn met de antwoorden. Het eist veel aandacht, rust en concentratie. Dat kan er niet vroeg genoeg worden ingehamerd. Met name over abstracte zaken blijft lezen essentieel.

Bart Drenth van Berenschot pleitte er onlangs voor als doel van mediawijsheid vast te stellen dat de Nederlandse kinderen en de Nederlandse volwassenen de best geïnformeerde mensen ter wereld worden. Ik vind dat een heel mooi doel en nodig iedereen uit er fundamenteel over na te denken hoe we dat doel het beste kunnen bereiken en welke rol de openbare bibliotheek er naast andere instellingen wel of niet in zou kunnen spelen.

Bijdragen zijn, zoals altijd, van harte welkom.

Ik ben het niet helemaal eens met Wim en ik vind Barts voorstel nogal ambitieus, maar waarom ook niet. Laten we eens ambitieus zijn en ons weer druk maken over de inhoud. Laat de bibliotheek zich omvormen tot een centrum waar mensen naar toe gaan om zich te ontwikkelen, laten we onze band met het onderwijs verstevigen, laten we actief op zoek gaan naar waar we mensen écht mee kunnen helpen en versterken. Dan zijn we pas echt maatschappelijk relevant. Daar ga ik wel voor…

Klanten van je vervreemden

6 november, 2009

Bonneterie

Ik was waarschijnlijk de 30 al gepasseerd toen ik voor het eerst iets bij Maison de Bonnete-rie kocht. Toen pas liet ik me niet meer intimideren door de chique uitstraling van de winkel en toen had ik ook pas genoeg geld om er iets te kunnen kopen. Het was het begin van een genoeglijke relatie.

Ik vond het er geweldig: schitterende 19e eeuwse architectuur, mooie spullen en ontzettend aardig personeel.  Met name bij de schoenen en het woontextiel kon ik me uitleven, in de eerste jaren vooral tijdens de uitverkoop. (voor alle duidelijkheid: Tenaanval is een meisje)

De winkel was af en toe een beetje oubollig maar dat was onderdeel van zijn charme. Ik werd een trouwe klant (met klantenkaart) en ik kwam niet alleen meer op de begane grond maar ook op de bovenste etages bij de damesmode en in het restaurant waar je koffie kon drinken met geweldig uitzicht op het Rokin. Langzamerhand veranderde het assortiment: ik vond het jammer dat een aantal dingen verdwenen (nooit meer zulke mooie dekbedhoezen gevonden als bij De Bonneterie) maar ach ja: stilstand is achteruitgang en ze moeten natuurlijk mee met hun tijd. Dat snap ik wel. Maar een paar maanden geleden heeft de jongste generatie in het familiebedrijf het roer radicaal omgegooid. De winkel is flink verbouwd en de formule is radicaal verandert. Over de verbouwing zul je mij niet horen: allemaal prima en verantwoord, maar die nieuwe formule vind ik niks. De winkel is nu namelijk ingedeeld volgens de Shop-in-shop formule. Dus in plaats van dat de kleding op kleur of op type en uitstraling bij elkaar hangt, is de winkel nu ingedeeld op merk. Dat betekent dat je je niet meer kunt beperken tot een bepaalde hoek van de winkel omdat je weet dat zich daar jouw smaak bevindt maar dat je per merk op zoek moet naar iets van je gading. Een groot aantal merken zijn uit het assortiment gegooid en vervangen door nieuwe merken uit het hogere segment.

Ter gelegenheid van de opening kreeg ik, als vaste klant, een prachtig krantje in de bus dus ik was erg nieuwsgierig naar de vernieuwde winkel. Maar dat viel tegen. De winkel zag er mooier uit dan ooit, maar het assortiment was veel kleiner geworden en ik vond niets van mijn gading. De bekende merken waren vervangen door dure, prestigieuze merken als Versace en  Karl Lagerfeld en het was op alle etages akelig rustig. 

Het afgelopen weekend ben ik nog eens terug gegaan. De Bonneterie hield uitverkoop en daarom was het gelukkig een stuk drukker in de winkel. Vooral met het traditionele Bonneterie publiek dat wanhopig op zoek was naar iets herkenbaars. Tijdens de verbouwing zijn een groot aantal kleedkamers en kassa’s gesneuveld dus bij die ene kassa vormde zich een lange rij. De dame die nu in haar eentje de kassa bemande bleef zich elke keer maar verontschuldigen dat het allemaal zo lang duurde. De shop-in-shop mensen mogen namelijk niet aan de kassa komen en daarom is er te weinig personeel. In elk hoekje staat nu een medewerker die niet mag bijspringen bij de kassa en ook niks weet van de kleding die niet uit zijn shop komt. Dat leggen ze allemaal reuze vriendelijk uit, maar daar heb je als klant niks aan. Allerlei dames werden een beetje wanhopig van het kastje-naar-de-muur gestuur maar bleven keurig staan wachten tot de juiste verkoopster beschikbaar was. Ik vraag me alleen af of ze snel zullen terugkomen. 

Volgens de commercieel directeur is deze wijziging ingegeven door de roep van het publiek maar ik geloof er niks van. Het lijkt er meer op dat de nieuwe directie zijn eigen klanten te oubollig vond en op zoek is naar een nieuw publiek. En naar een flitsendere organisatie. Bij de Bonneterie heten inkopers tegenwoordig namelijk accountmanager. Het resultaat is dat de Bonneterie aan identiteit heeft ingeboet, want men heeft zich overgeleverd aan externe partijen. Het duidelijk gezicht verdwijnt hiermee en er komt geen nieuw eenduidig gezicht voor terug.

Dat doen wij als branche dan toch beter: niet iedereen was blij met de uitkomsten van De klant is koningin maar we nemen het wel als een gegeven: dít zijn onze klanten, hoe kunnen we hén van dienst zijn. En hoe kunnen we nieuwe leden werven met behoud van de oude. En dat laatste lijken ze bij De Bonneterie een beetje te vergeten.

De nieuwe bibliothecaris?

6 november, 2009

Een bibliothecaris die een ode brengt aan Michael Jackson. Klinkt een beetje suf maar het is een geweldig filmpje. Ik word er in elk geval heel vrolijk van.

Ik weet niet of het om een echte bibliothecaris gaat (hij is wel hééél jong..) en ik weet ook niet of het in scene is gezet, maar het heeft in elk geval effect. Ik weet zeker dat iedereen die op dat moment in de bibliotheek van Limoges  was de hele dag een goed humeur heeft gehad.

Bedankt Caro..

chantaljanzen

Gisteren was het dan zover: de eerste uitzending van Weten zij veel!, de tv-quiz van de Avro waarin groepen mensen de vooroordelen over henzelf  moeten ontkrachten.

De quiz waar in bibliotheekkringen zoveel beroering over was. Ik heb gekeken, alleen al omdat ik in de vooraankondiging zag dat ik een van de bibliothecaressen kende en benieuwd was hoe ze het er vanaf zou brengen. In die vooraankondiging werden overigens al een paar pittige uitspraken gedaan: “zonnebank-medewerksters hebben meer rimpels dan hersens” aldus een bibliothecaresse. Vond ik best geestig.

De quiz zelf is niet zo bijzonder. Er was één kandidaat (een stoere, licht arrogante, niet meer zo heel jonge man) die het moest opnemen tegen 36 andere kandidaten. Die andere kandidaten bestonden uit zes groepen: zonneconsulentes, babes, players, corpsballen, bibliothecaressen en scouts. In deze volgorde stonden die kandidaten wat ongemakkelijk op een trap om naar beneden te komen als ze aan de beurt waren. De kandidaat had vantevoren acht vragen gekregen en hij mocht zelf beslissen welke vraag hij aan welke categorie kandidaten stelde. Voor elke kandidaat die het antwoord niet wist kon hij punten verdienen en het aantal punten steeg per categorie. De bibliothecaressen waren dus het op een na meeste waard (in punten dan….). Na die eerste ronde waarin ruim de helft van de kandidaten afviel was er een soortgelijke tweede ronde en aan het einde won de stoere man.

Hij won niet omdat hij zoveel wist maar omdat hij mensenkennis had. De helft van de zonneconsulentes wist niet wat ZOAB betekende en geen van de corpsballen wist welke kleur “de” jurk van Monica Lewinsky had. En vier van de zes bibliothecaressen wist niet bij welke voetbalclub Wesley Snijder speelde. Dat had hij dus heel goed ingeschat. Hij schatte ook in dat hij ze niet iets over Twitter moest vragen “want ze hebben natuurlijk allemaal internet en de bibliotheek is tegenwoordig ook meer met computers en zo”.

Uiteindelijk werden de bibliothecaressen weggespeeld omdat ze niet wisten welke vorm een Viagra-pil had. Daarin waren ze overigens niet de enige.

Met die vooroordelen viel het dus reuze mee, of tegen zoals je wil. De corpsballen hadden allemaal een jasje en een scheef dasje en de bibliothecaressen zagen eruit als “gezellige moeders” zoals een van de corpsballen ze omschreef. De tegenkandidaat die het het langste volhield was een player, door de redactie ingeschat op 30 punten, dus gemiddeld slim, maar hij bewees dat hij heel erg slim was.

Chantal Janzen was charmant en bijdehand en deed haar best maar een echt kijkcijferkanon zal deze quiz wel niet worden denk ik. Te bedacht en dat stuntelige gedoe met die trap is niks. Misschien in een andere vorm?

Volgende week komt er weer een aflevering, weer met bibliothecaressen maar het is me niet helemaal duidelijk of het dezelfde zijn. Nieuwe kans dus om te kijken als je het nog niet gezien hebt, maar je mist er niks aan. Even zappen langs Uitzending gemist kan ook prima.

Wat voor bibliotheek?

23 oktober, 2009

T-shirt bibliotheek

 

In de Van Baerlestraat in Amsterdam zit (tegenover het Stedelijk Museum) al sinds jaar en dag een kledingzaak. Geen erg opvallende zaak: keurige kleding, erg keurig want dit is Amsterdam Oud-Zuid.

Sinds een klein jaar profileert Linhard zich met zijn T-shirt bibliotheek. Toen ik dat voor het eerst ergens las leek het niet erg serieus: in de winkel verzamelden ze T-shirts en dat was interessant want elk T-shirt vertelde een verhaal. Op hun website las ik er later meer over maar het bleef nog steeds erg vaag: een bibliotheek was natuurlijk ook duurzaam en zo, maar het leek meer een gimmick dan iets anders.

Laatst zag ik vanuit de tram dat ze hun bibliotheek nu echt in de winkel presenteren: tijd voor een fotootje en een blogje. Maar inmiddels is hun site aangepast: de bibliotheek staat er prominent op maar er wordt geen toelichting meer gegeven. Zag wel dat ze hun eigen Hyves hebben, maar die lijkt te zijn gemaakt rondom de heropening van de winkel.

Dus nou weet ik nog steeds niet wat ze nou precies bedoelen met een T-shirt bibliotheek. Ze profileren zich er wel mee want het staat nu op hun etalages maar ze leggen niet uit wat het is. Zouden ze de afdeling waar ze T-shirts verkopen gewoon een andere naam hebben gegeven? Want ik neem aan dat ze de T-shirts niet uitlenen, maar gewoon verkopen. En gebruiken ze de term bibliotheek dan alleen om de winkel een beetje op te leuken?

Of zouden ze daar oude t-shirts verzamelen en bewaren? Gedocumen-teerd en gecatalogiseerd en bewaard voor de eeuwigheid? En welke T-shirts dan? Kan iedereen daar een oud T-shirt naar toe brengen of mag je alleen iets inleveren als je er ook iets koopt? En krijg je korting als je een T-shirt inlevert? Als ze echt de verhalen willen bewaren die bij de T-shirts horen, hoe doen ze dat dan? En worden die verhalen dan ook ergens beschikbaar gesteld?

Of is het toch meer een zaak van duurzaamheid? Maar hoezo dan duurzaam? Worden ze toch uitgeleend? Of worden ze hergebruikt? Maar hoe dan? Gaan ze retour naar de textielindustrie? Of naar de kringloopwinkel? Vast niet, want dan zouden ze zich geen bibliotheek noemen.

Veel vragen maar geen antwoorden. Hoe langer ik erover nadenk hoe intrigerender het wordt. Wat ik nog het interessantst vindt is dat een commercieel bedrijf de term bibliotheek zo interessant vindt dat ze zich eraan verbinden. Dus met ons imago valt het misschien nog wel mee.

 

Naschrift: Schrijverdezes wees me op een artikel in Het Parool waarin wordt uitgelegd dat ze geen T-shirts uitlenen en waar het volgende wordt gezegd: Maar het idee van bibliotheek uit zich meer in de oneindige keuze: die heb je in een bieb ook. Wij hebben oneindig veel kleuren, modellen, materialen. Ze willen ook een stukje geschiedenis in de winkel brengen met boeken en tijdschriften die over geschiedenis gaan. Ja, ja…

Ereader

Dit weekend weer eens een avondje in de kroeg gezeten om bij te praten met mijn goede vriend Marcel. Halverwege de avond zaten we in chinees restaurant Feng op ons eten te wachten toen Marcel  zijn iPhone weer eens wilde demonstreren: heb je deze app. al gezien?

Marcel ziet zichzelf als kleine zelfstandige, hij heeft een klein organisatiebureau en werkt als lobbyist. Hij vindt mijn werk wel aardig maar in die gesubsidieerde sector van mij weten we natuurlijk niet hoe het er in de echte wereld aan toe gaat. Als ik wel eens probeer uit te leggen wat web 2.0 is of wat Twitter inhoudt laat ie me braaf uitpraten maar echt serieus neemt hij dat allemaal niet. Hij vindt mij een digibeet omdat ik geen Ipod heb en ook geen Iphone, want dat is pas vernieuwing.

Toen hij weer eens zo druk bezig was met zijn supertelefoon vroeg ik of hij al eens aan een ereader had gedacht (want hij leest wel..). Hij had nog nooit van een ereader gehoord en toen ik uitlegde wat dat was kon zijn verbazing niet op. “Waarom zou je nóg een apparaat kopen als je al een telefoon hebt en een laptop? Daar kun je toch alles op lezen wat je wil?” Toen ik probeerde uit te leggen dat je op zo’n e-reader veel beter kunt lezen dan op een laptop vanwege de E-inkt en dat je er ook aantekeningen in kunt maken werd zijn verbazing nog groter.  ”Ja maar, dat is uit de oude tijd! Degene die dat bedacht heeft hangt nog veel te veel aan een papieren boek. Waarom zou je iets digitaals maken dat net zo werkt als een gewoon boek? Dat is toch geen voordeel?”

Ik sputterde nog wat tegen maar Marcel liet zich niet overtuigen. Hij vond dat weer zo’n raar bedenksel van mensen die de vooruitgang niet onder ogen willen zien. Ik op mijn beurt vond Marcel weer zo iemand die aan zijn nieuwe speelgoedje hecht en niet wil zien dat de wereld groter is dan zijn eigen speeltuintje.

Maar zijn verbazing zit nu al twee dagen in mijn hoofd en ik weet niet zo goed wat ik er mee aan moet want hij heeft toch wel een punt vind ik. Ik heb geen ereader en ben ook niet plan om er op korte termijn een te gaan kopen. Daar heb ik geen andere reden voor dan mijn gevoel: “een papieren boek voelt lekkerder”. Maar zou daar ook bij meespelen dat ik het onbewust ook iets onnatuurlijks vond hebben, zo’n digitale versie van iets analoogs? En heeft Marcel nou de vinger op een pijnlijke plek gelegd?

Wat daarbij ook meespeelde was het geweldige stuk van Tyler Cowen dat ik las: Three tweets for the web. Ik ben erg onder de indruk van de manier waarop hij (heel beeldend) uitlegt hoe alle mogelijkheden die het internet biedt onze manier van leven veranderd heeft. Ik weet nog niet precies hoe ik Marcel aan Tyler Cowen kan koppelen, maar dat komt misschien nog wel.

sprauve library 

Was gisteren op een klanten-bijeenkomst van Randstad ProBiblio met als thema: Google-generatie nog behoefte aan informatie-bemidde-ling? Een intrigerende vraag waarop je het antwoord ”nee, natuurlijk niet” verwacht. Maar het antwoord was veel verrassender dan dat.

Sprekers waren Henk Blanken,  journalist en Han Belt, hoofd van de Walaeus Bibliotheek, de centrale medische bibliotheek van het Leids Universitair Medisch Centrum. Blanken, schrijver van het boek Mediamores,  voorspelde dat de media minder massa zullen worden. Kranten werden vroeger alleen door een elite gelezen, pas in de 20e eeuw werden ze een massamedium.  Maar de laatste jaren daalt het aantal lezers van traditionele kranten heel snel, vanwege de opkomst van de gratis dagbladen maar ook door de grote rol die het internet is gaan spelen in de nieuws- en informatievoorziening. Het was een interessant betoog en Blanken is een vlotte spreker maar ik zag het bruggetje naar informatiebemiddeling niet zo heel goed. De stap van “Hebben jongeren nog wel behoefte aan nieuws?” naar “Internet maakt de informatiebemiddelaar overbodig” was me iets te groot, iets te zeer gebaseerd op veronderstellingen en gevoel.

Han Belt was het in het geheel niet met die laatste stelling eens en dat maakte hij zeer gepassioneerd duidelijk. Hij is er van overtuigd dat de informatiebemiddelaar niet zal verdwijnen omdat “wij” professionals zijn, net als artsen, die worden ook niet zo snel verdrongen. En ik denk dat hij gelijk heeft. Als het gaat om zijn eigen bibliotheek tenminste. Want de bibliotheek is een verplicht onderdeel binnen de opleiding aan het LUMC en literatuurstudie is een belangrijk element in de medische wetenschap. Het is een heel gespecialiseerd vakgebied waar een professional een hele belangrijke (wellicht onmisbare) bijdrage kan leveren. En het bestuur van het LUMC erkent nadrukkelijk het belang van de bibliotheek voor zowel artsen als studenten (” in het bestuur zitten godzijdank geen managers” vond ik wel de quote van de dag).

Niet elke bibliotheek zit in een omgeving als die van Han Belt en de informatievragen in een openbare bibliotheek zijn onvergelijkbaar met die in een wetenschappelijke omgeving zoals Edwin al betoogde. Dus volgens mij is het antwoord op de vraag op de Google-generatie nog behoefte heeft aan informatiebemiddeling: “ja, wel als de informatiebemiddelaar iets kan leveren dat de vrager niet zelf kan vinden”. Maar dan moet die vrager zich wel eerst realiseren welke mogelijkheden er zijn en dat de eerste drie treffers op Google niet perse het juiste antwoord bevatten. En daar komt Henk Blanken weer om de hoek kijken: want hij betoogde dat bibliotheken een rol moeten spelen in het mediawijs maken van het grote publiek.

Blanken had nog een andere interessante uitspraak: Internet schaalt op, maar de gemeenschap schaalt niet. En dat sluit weer aan bij mijn idee van de bibliotheek als Community, van de bibliotheek als plek. Omdat via internet de hele wereld bereikbaar wordt krijgen mensen ook weer behoefte aan ”real life” mensen, aan gesprekken waarbij je je partner rechtstreeks in de ogen kunt kijken en niet via een beeldscherm. Daar zouden openbare bibliotheken veel meer aan moeten doen.

Het was dus een zeer interessante bijeenkomst, ook al omdat er een heel divers publiek in de zaal zat. Het was een mengeling van afdelingshoofden van bedrijfsbibliotheken, bibliotheken uit het hoger onderwijs en openbare bibliotheken. Je merkte dat er meteen een heel ander soort discussie op gang kwam. Moeten we vaker doen zoiets.

rapprapp_SMA_maquette

He, he: de gemeente Utrecht heeft een beslissing genomen over de nieuwbouw van de bibliotheek. Het ontwerp van Rapp + Rapp wordt alsnog uitgevoerd.

Het lijkt me de enige juiste beslissing, dat schreef ik al eerder. Niet omdat dit ontwerp nou zoveel beter is dan dat van de andere bureaus, dat kan ik niet zo goed beoordelen maar omdat het procedureel correct is.  Wat voor soort gebouw het wordt weet ik niet: Rapp + Rapp heeft een schattige maquette gemaakt maar verder is hun toelichting op het ontwerp even vaag als dat van de andere architecten.

Er is trouwens nog geen echt ontwerp, dit zijn nog maar eerste schetsen. Want dat is de bedoeling van zo’n wedstrijd: 7 architecten laten zien wat zij in gedachten hebben en de winnaar mag zijn idee uitwerken.

Ben heel benieuwd wat het wordt. Ik ben ook heel benieuwd of de opdrachtgever intussen het programma nog gaat aanpassen, want de opmerking dat de bibliotheek een plek voor informatie, verdieping, ontspanning en ontmoeting is was in 2007 nog heel actueel maar nu alweer wat minder en als de bibliotheek in 2013 opengaat is die vast alweer achterhaald. En als je nou toch zo’n mooie kans krijgt moet je ook actueel  blijven.

Maar goed, de nieuwbouw gaat door en dat is goed nieuws.