Theodor Holman maakt zich in zijn Opheffer column in De Groene kwaad over het rapport van de Raad voor Cultuur. Over het oordeel dat de Raad velt over de orkesten althans.

Holman noemt de Raad laf. Omdat het te moeilijk is om een rechtvaardig oordeel te vellen heeft ze de orkesten alleen maar langs een economische meetlat gelegd en artistieke kwaliteit buiten beschouwing gelaten.  Het zou vermoedelijk veel beter te verkroppen zijn geweest als er was gezegd: ‘Lief orkest, wij – de Raad – vinden jullie niet om aan te horen, en daarom geven wij jullie geen subsidie.’ Dat is ook droevig, dat is ook zuur, maar daar zit iets eerlijks in. Nu voert hypocrisie de boventoon. De leden van de Raad laten zich gebruiken als ‘huurmoordenaars’ van de staatssecretaris. 

Marc Chavannes zet in het NRC het advies van de Raad van Cultuur in een breder perspectief. Hij  beschrijft hoe de overheid zichzelf na de Tweede Wereldoorlog de opdracht gaf om cultuur te spreiden, door het land en naar alle lagen van de samenleving. De laatste tien, twintig jaar is die vanzelfsprekendheid afgekalfd. Als jullie zo nodig naar de opera moeten, wordt Henk en Ingrid in de mond gelegd, dan dokken jullie maar zelf. 

Volgens Chavannes combineert de Raad een nieuwe kloekheid met een zeer forse bezuiniging, hij noemt het onderbuikbeleid. Die kloeke toon vindt houvast in een aantal modieuze begrippen – cultureel ondernemerschap, culture of asking, ketenbenadering, netwerken, ondernemende competenties, maatschappelijke impact – maar een allesomvattende visie ontbreekt.

Dat is een soort algemene trend aan het worden: politici die maar wat roepen, ook als het over bibliotheken gaat. Die modieuze kreten en begrippen uit de managementadvieswereld gebruiken en zonder kennis van zaken veel kapot maken. Die zonder visie, of met een halfbakken visie, onmogelijke eisen stellen. Wethouders die zeggen dat ze de bibliotheek heel belangrijk vinden en je intussen een dolk in je rug steken. Gemeentes die je een derde van je (toch al marginale) budget laten inleveren maar je vervolgens verplichten om toch drie vestigingen open te houden.  Zoals bij ons. En zoals in Eindhoven, waar nu alweer het tweede externe adviesbureau heeft uitgerekend dat het echt onmogelijk is om voor de helft van de subsidie uit te voeren wat de gemeente wil. Weer zo’n geval van grote woorden en brede gebaren. En geen visie en geen idee.

Sta dan ergens voor zou ik willen zeggen tegen die politici. Jíj hebt dat besluit genomen om te bezuinigen op de bibliotheek, leg het dan ook zelf uit. Zeg dan zelf tegen die ouderen dat ze voortaan hun eigen boeken maar moeten kopen, want wat kost dat tegenwoordig nou nog? En zeg dan zelf tegen al die schoolkinderen dat ze maar een iPad aan hun ouders moeten vragen, want alles is toch digitaal tegenwoordig? Dat zeggen ze wel tegen ons. Wees dan ook zo stoer om dat tegen je kiezers te zeggen.

Ik ben benieuwd hoe het in Eindhoven af gaat lopen. Ik neem aan dat de wethouder nu niet opeens de plannen bij zal stellen want dat is toegeven en dat schijnt onmogelijk te zijn voor politici. Voor de meeste politici althans. Voor de lafaards en de hypocrieten.

Hoe voer je actie voor een nieuwe bibliotheek? Door met z’n honderden hardop te gaan voorlezen op straat. Althans zo doen ze dat in Sankt Gallen, Zwitersland.

Weer eens heel iets anders: pleiten voor het bouwen van een bibliotheek in plaats van protesteren tegen de sluiting ervan. Sankt Gallen heeft geen centrale bibliotheek, alleen een aantal kleine, slecht uitgeruste wijkbibliotheekjes (en de wereldberoemde kloosterbiblio- theek natuurlijk). Na jaren onderhandelen lagen er eindelijk concrete plannen voor een nieuwe centrale bibliotheek maar die zijn gesneuveld in de bezuinigingen.

Deze flashmob is een onderdeel van een grote actie, het belangrijkste onderdeel daarvan is een handtekeningenactie die het Kanton oproept om de kwaliteit van het bibliotheekwerk in de regio te verbeteren, bestaande bibliotheken te fuseren en tot de bouw van een nieuwe Public Library te komen. De Zwitsers gebruiken die Engelse term om aan te geven dat het een voor hun nieuw concept is: eine Form von öffentlichen Bibliotheken, die sich durch ein umfassendes Angebot vom Krimi bis zur Studienliteratur und einen freien Zugang für die ganze Bevölkerung auszeichnet. Die Initiative begreift Bibliotheken im modernen Sinne nicht mehr als blosse Bücherausleihen, sondern als multimediale Informations-, Bildungs- und Begegnungszentren. 

Grappig om te horen dat ze onder andere de OBA als voorbeeld zien (als ik dat Zwitsers tenminste goed versta).

Mooie actie. Fijn ook, zo’n pleidooi vóór de bibliotheek en tegen bezuinigingen. Moderne Bibliotheken sind kein Luxus, sondern eine Notwendigkeit für unsere Gesellschaft und unsere Zukunft. Investitionen ins Bibliotheksnetz sind Investitionen in die Bildungsinfrastruktur und daher gut angelegt. 

Met dank aan @LibrarySchool voor de tip.

 Libraries cater for the middle classes, not the deprived, schreef een Brits parlementslid op zijn blog en die constatering is voor hem reden om te pleiten voor een herschikking van het aantal openbare bibliotheken in het land.

Op het eerste gezicht heeft John Redwood daar best een punt: in de gemiddelde openbare bibliotheek is de collectie gericht op een dwarsdoorsnee van de plaatselijke leners en dat zijn in de praktijk meestal “middenklassers”. (*ik zet het woord tussen haakjes omdat het zo’n lelijk woord is en omdat dat in het Nederlands toch heel anders klinkt dan in het Engels maar dat moet maar even). De collectie van de bibliotheek is gericht op een gemiddelde inwoner van een gemeente, want het gaat om gemeenschapsgeld dat je aan een zo groot mogelijk publiek ten goede wil laten komen. Dat wil niet zeggen dat je er niet óók bent voor “de achtergestelden”  (zie *), beter gezegd: dat je er júist bent voor die achtergestelden.

Het ingewikkelde aan dat verhaal is dat de definitie van wie achtergesteld is en wie niet, niet zo helder is vast te stellen. Laaggeletterden, allochtonen, inwoners van een achterstandwijk? Niet iedereen die in een achterstandswijk woont is laaggeletterd.  Als je opgroeit in een villawijk met een taalachterstand omdat je Filippijnse au-pair slecht Nederlands spreekt, ben je dan achtergesteld of niet? Om het nog ingewikkelder te maken zijn “de” achtergestelden ook nog eens niet zo eenduidig te bereiken. Wat zou het handig zijn als je ergens een gebouwtje kon neerzetten met een bordje: “achtergestelden hier melden” en dat ze dan allemaal in grote getale uit zichzelf zouden komen toestromen. Maar zo werkt het nou eenmaal niet.

Daarom probeert de bibliotheek aan de ene kant een zo groot mogelijk publiek te bereiken en aan de andere kant in te spelen op de lokale problematiek en een specifieke doelgroep te bereiken. Die doelgroep kan overal anders zijn: in de ene gemeente zijn dat inburgeraars, in de andere gemeente taalzwakke autochtonen. Dat is een nogal genuanceerd verhaal dat bibliotheken niet altijd even helder vertellen, maar waar politici de laatste tijd ook niet erg gevoelig voor zijn. Want politici houden van eenduidigheid, van doen wat je zegt en zeggen wat je doet en van een rechte rug en vooral geen nuances want dat lijkt te veel op draaien, en dat is blijkbaar het foutste wat je als politicus kunt doen.

Wat me nog het meeste stoort is dat politici zich zo slecht kunnen verplaatsen in een ander. Het Britse parlementslid hierboven vertelt bijvoorbeeld hoe hij als eindexamenscholier naar de bibliotheek ging maar daar (toen al..) niks van zijn gading vond. Gelukkig hielp zijn school hem aan een pasje voor de universiteitsbibliotheek waar hij wel aan zijn trekken kwam. En dus kan de openbare bibliotheek wel weg want het was toen niks en het is nog steeds niks. Maar ik ga er van uit de Britse openbare bibliotheken zich niet richten op uitblinkende studenten, maar juist op die leerlingen die níet naar Oxford gaan en die (daarom) géén parlementslid worden.

Het is dezelfde kortzichtigheid als van die gemeente die opeens besluit dat ze geen gebouw subsidieert maar een functie en dat iedereen de bibliotheeksubsidie mag claimen die die functie kan uitoefenen. Ongetwijfeld geïnspireerd door de notitie die zij samen met adviesbureau BMC en nog negen andere plattelandsgemeentes heeft geproduceerd met als titel: Zomer in Nederland, Open oog voor toekomst-bestendig platteland, appèl aan bestuurlijk lef  Een ronkend boekje vol modellen en kwadranten en beleidscycli waarmee de lokale bestuurders kunnen laten zien dat zij wél bestuurlijk lef hebben. Om zich op die manier tegen hun voorgangers af te zetten.

Dit zijn politici die zich verschuilen achter het feit dat in geen enkele wet staat dat een gemeente verplicht is om een openbare bibliotheek te hebben. En die via de VNG ook flink lobbyen om dat vooral zo te houden. Die maar weinig sociaal gevoel hebben en die de samenleving zien als een project, dat je dus ook als zodanig moet managen. Die denken dat je alles kunt regelen met modellen en afspraken en risicoanalyses. En als het mis gaat gooi je er gewoon nog meer afspraken en modellen tegenaan. Als het dan nog niet goed is verklaar je het project mislukt, sluit je het af en begin je aan een nieuw project. Met een beter model en betere afspraken. Alleen werkt het in de samenleving niet zo, daar heb je te maken met echte mensen, niet met projectmedewerkers. En in de echte wereld heeft het ook echte gevolgen als iets wordt opgeheven. Misschien niet financieel, maar wel op ander gebied. Gevolgen die niet direct zichtbaar zijn maar waar een volgende generatie bestuurders voor mag opdraaien.

Het stoort me mateloos dat wij daar als branche zo weinig weerwoord op hebben. Ik snap heel goed dat je als plaatselijk bibliotheekdirecteur je eigen wethouder niet kortzichtig noemt. Tenminste niet in zijn gezicht. Want je wil de schade zoveel mogelijk beperkt houden en binnenkort moet je toch weer met die man om tafel. Maar op provinciaal en landelijk niveau zie ik ook weinig gebeuren. Misschien wordt er koortsachtig overlegd in achterkamertjes en fors gelobbyd in wandelgangen, maar ik ben bang van niet. Daar zal dat eigenbelang net zo’n rol bij spelen, maar af en toe bekruipt me toch ook wel het gevoel dat de branche zichzelf een beetje opgegeven heeft. Dat bij sommige mensen op het bovenlokale niveau het gevoel van urgentie plaats gemaakt heeft voor pragmatisme. Waarom wordt er nou nooit eens iemand woedend? Waarom zegt er nooit iemand dat ie zijn buik vol heeft van platitudes als “doel en middel niet verwarren? Waarom zijn we afhankelijk van Abdelkader Benali om een charmante actie te organiseren voor het behoud van de bibliotheek?

Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik extra blij was met die ondernemer die zich aanbood bij een van onze gemeentes om mee te denken over mogelijkheden om de sluiting van een bibliotheekvesting te voorkomen. ”Want ik vind het een kwestie van beschaving om als gemeente een bibliotheek te hebben”. Kijk, daar heb je iets aan….

Moe

23 november 2010

Vanmiddag zag ik dat Edwin zich afvroeg of het wel terecht is dat al die kunstinstellingen nu moord en brand schreeuwen over de aangekondigde bezuinigingen. Een terechte vraag want misschien is het wel zo dat er bij sommige instellingen winst te halen valt door bv. efficiënter te werken. Ik weet niet of het zo is, maar je kunt je zoiets natuurlijk altijd afvragen.

De eerste reactie onder dat stuk was er een in de beste Geen Stijl traditie: kort door de bocht en met zo’n uitgesproken, ondoordachte mening dat ik het niet kon laten om te reageren. Achteraf gezien was die reactie misschien iets te snel maar hij kwam zó uit mijn hart dat ik hem hier nog maar eens herhaal:

Hoe het in Rotterdam is weet ik niet dus daar kan ik niks over zeggen. En ik weet ook niet hoeveel vet er in de diverse organisaties nog op de botten zit. Wat ik wel weet is dat sommige mensen een schrikbarend gebrek aan inlevingsvermogen hebben, vooral als het gaat over bibliotheekwerk op het platteland. Waarbij er dan van uit gegaan wordt dat iedereen een auto tot zijn beschikking heeft en niet alleen over internet beschikt maar er ook nog eens goed mee kan omgaan. “Ik haal alles binnen via internet dus waarom moet er nog zo’n duur gebouw staan?”, die redenatie. Daarbij wordt volledig voorbij gegaan aan jonge kinderen en minder mobiele ouderen die daarbij (weer) volledig afhankelijk worden gemaakt van anderen als het gaat om lezen en bibliotheekbezoek. En dat vind ik een hele slechte zaak. Dingen veranderen in het leven, dat is waar. Maar niet elke verandering is een verbetering. Ik begin steeds meer genoeg te krijgen van dat kort-door-de-bocht-geblaat, van die nieuwe flinkheid en van dat opportunisme dat elke discussie smoort.
“Dan moet je maar niet op het platteland gaan wonen”, is het fijn genuanceerde argument dat nog wel eens uit de kast wordt gehaald. En daar heb je niks aan.

Ik zet het hier nog een keer neer omdat ik het echt helemaal zat begin te worden. Dat ongenuanceerde, dat harde, dat ondoordachte. Niet specifiek tegen deze ene reaguurder want in tweede instantie bleken we elkaar toch wel te kunnen vinden. Maar het is een tendens in de maatschappij waar ik genoeg van begin te krijgen. “Ik heb een mening en dus heb ik gelijk. Want ik heb een grotere bek dan jij”. Bah. Waar is het mededogen gebleven en de nuance? We leven in een van de rijkste landen van de wereld maar we kunnen alleen nog maar op de korte termijn denken. Als mijn stoepje maar schoon is en ik mijn hypotheekrente maar kan af trekken is het prima, iedereen die dat niet kan is een loser want die heeft z’n zaakjes niet goed voor elkaar.

We maken overal een wedstrijd van en bejubelen de winnaars en verachten de verliezers. Soms krijg ik de indruk dat we daar als branche ook vrolijk aan meedoen. In de laatste Nieuwsbrief van Wim Keizer staat een verslag van een discussiemiddag in het Netwerk van directeuren over de keuze voor het winkel- of het verheffingsmodel als overlevingsstrategie. Die discussie leverde niet echt een winnaar op zo te lezen, maar de tendens is duidelijk.

Het mag duidelijk zijn waar mijn voorkeur naar uitgaat. Ik vind dat de bibliotheek in deze verwarrende en roerige tijden een baken van rust moet zijn. Standvastig moet zijn. Moet vast blijven houden aan zijn eigen boodschap en niet met alle winden mee moet waaien. (hoe de Airport Library daar in past leg ik een andere keer uit) Uiteraard bij de tijd moet zijn maar moet waken voor modieuze flauwekul. Het goede en het ware moet bewaken en koesteren en zeker niet mee moet blèren in al het populistisch rumoer.

Misschien ben ik wel extra moe omdat vandaag duidelijk werd wie er allemaal ontslagen gaan worden bij ProBiblio. Mensen die zich altijd met hart en ziel hebben ingezet voor het bibliotheekwerk maar die hun baan kwijt raken omdat “de bibliotheken” dat werk niet meer nodig vinden. Mensen die vandaag een beetje verdwaasd door de gangen liepen terwijl er elders gepraat wordt over strategie en toekomst maar waarbij het menselijke aspect uit het oog verloren wordt. Bah.

Ik ga naar de Schouwburg. Naar mijn theatercursus. Praten  over toneel en schoonheid. Ongesubsidieerd.

Formuledenken

19 november 2010

“Het formuledenken was toen erg in zwang. Het idee was dat je een formule verzon en die je overal kon uitrollen. Maar dat werkte niet dus daar zijn we mee gestopt.” Aldus Jo Althoff, formulemanager van Rabobank Nederland.

Hij zei dat gisteren, tijdens de bestuurlijke conferentie over bibliotheekvoorzieningen in kleine kernen en wijken, over de Servicewinkels die op initiatief van de Rabobank een aantal jaar geleden overal in het land geopend werden. Volgens Althoff werkten de Servicewinkels niet. “Een heleboel kleintjes bij elkaar blijft een verzameling kleintjes. Het had geen vitaliteit, er werd niets gecreëerd, het had geen toegevoegde waarde.”

De les die de Rabobank hier uit geleerd heeft is: maak geen standaardformule maar kijk per locatie wat de vraag is en welke mogelijkheden er zijn. Welke partijen zijn er op locatie, wat willen de mensen daar, wat leeft er? Ga uit van de lokale situatie.

Deze boodschap dragen wij (als adviseurs kleine kernen) al jaren uit maar ik kan me voorstellen dat het beter overkomt als de Rabobank het zegt. Vandaar dat ik het hier nog maar eens herhaal. In deze tijden van bezuinigingen zijn bibliotheken weer op zoek naar alternatieven voor vaste vestigingen en ik merk weer de behoefte aan één modelletje. Dat dan lekker kan worden uitgerold en dan is het probleem maar weer opgelost. Maar de Rabobank zegt dus dat dat niet slim is. Doe er je voordeel mee zou ik zeggen….

Op de blogs van Ton de Kruyff en Edwin werd vorige week een interessante discussie gevoerd over de dreigende bezuinigingen op de bibliotheek. Die discussie ging via het al dan niet actie voeren tegen bezuinigingen over in een discussie over de toekomst van de branche. In beide discussies is men het erover eens dat de bibliotheek zich moet vernieuwen en dat ”het digitale” daar een belangrijke rol in moet spelen maar tot echte concrete voorstellen komt het niet.

Volgens mij worden er twee dingen door elkaar gehaald: middel en doel. Het digitale is een middel, net zoals de collectie een middel is en het gebouw. Het doel van de bibliotheek is volgens mij nog steeds volksverheffing, al noemen we dat tegenwoordig anders. 

Het uitlenen van boeken en het beantwoorden van (al dan niet digitale) vragen is een manier om dat doel te bereiken, maar educatieve programma’s voor de jeugd of internetcursussen voor senioren zijn dat ook. Zijn dat eigenlijk nog veel meer. Het lijkt wel alsof daar veel minder tijd en energie  in wordt gestopt door bibliotheken. Daar wordt op sommige plekken zelfs op ingekrompen “omdat het niks oplevert”.

Terwijl bibliotheken zich daar juist op zouden moeten profileren, op die activiteiten. Dat is de meest concrete vorm van volksverheffing, daarmee voldoen we het duidelijkst aan het doel waarvoor we ooit zijn opgericht. De bibliotheek moet niet proberen om een slap aftreksel van een boekhandel te worden, daar wil een wethouder (terecht) geen subsidie aan geven. Door de nadruk te leggen op het uitlenen van boeken zet de bibliotheek zich in het lijstje van hobby’s. In dezelfde hoek als de voetbalclub en de zangvereniging. Want lezen is een hobby, net als voetballen en zingen. Lezen is goed voor je, maar dat is bewegen ook. En als we moeten gaan bezuinigen dan beginnen we met de hobby’s. Dat is een hele logische reflex. ”Kan dat lidmaatschap van de bibliotheek niet omhoog? Om lid te worden van de voetbalclub moet je ook betalen, en dat is veel meer dan 30 euro, dus die contributie kan wel wat hoger.” Tegen die redenatie is niks in te brengen. Behalve dan dat het uitgangspunt niet klopt. Want de bibliotheek hoort niet vergeleken te worden met de voetbalclub, maar met het onderwijs. Het belangrijkste doel van de bibliotheek is niet om een hobby te faciliteren, maar om aan alle mogelijke vormen van educatie te doen. Dat mensen de bibliotheek ook gebruiken om aan hun hobby invulling te geven is mooi meegenomen, maar daar gaat het niet om. Daar zou het althans niet om móeten gaan.

Het gaat om de functie van de bibliotheek. En dan bedoel ik dat niet zoals in al die servicepunten die overal onder die noemer uit de grond schieten want daarin ligt de nadruk toch gewoon op de collectie. Alleen is die collectie dan zo uitgekleed dat er bijna niks meer van over is waardoor de leners alsnog teleurgesteld afhaken. Daar is de collectie weer het doel, terwijl die het middel is. Een middel om aan leesbevordering bij kinderen of aan het activeren van ouderen te doen. Dat kan misschien ook met ander materiaal, maar wij hebben op dit moment toevallig heel veel boeken. Het gaat om wat je er mee doet. Dáár ligt de functie van de bibliotheek. Niet in het passief ter beschikking stellen van materiaal (fysiek of digitaal) maar in het actief bemiddelen tussen materiaal en gebruiker. Daar moeten we de modernste middelen voor inzetten maar daar hebben we vooral het beste personeel voor nodig.

Hou op met afwachten tot alle landelijke digitale ontwikkelingen afgerond zijn. Denk na over hoe je in jouw werkgebied de functie van de bibliotheek kunt invullen. Want waar zou je je wethouder het meeste plezier doen: met een app voor je catalogus of met leesclub voor eenzame senioren?

Boos op de verkeerde

28 oktober 2010

Jetta Klijnsma legt nog eens uit  waarom het nieuwe kabinet niet mag gaan bezuinigen op de bibliotheek. Da’s heel aardig van d’r, maar het klopt alleen niet helemaal. Wat zeg ik: het klopt helemaal niet. Want in het regeerakkoord staat nou juist: De uitgaven aan behoud en beheer van cultureel erfgoed, bibliotheken en het Nationaal Archief worden zoveel mogelijk ontzien. Dat 93% van de bibliotheken moet gaan bezuinigen komt niet door het kabinet maar omdat gemeentes gaan bezuinigen.

De branche is te lam geslagen door zoveel onrecht om actie te gaan voeren. Dat is wellicht stof voor een volgende blogpost, maar als we verontwaardigd gaan doen moet dat wel vanwege de juiste redenen zijn. 

Hoe leuk ik Jetta Klijnsma ook vind, dit is wel een beetje een goedkoop trucje van de PvdA. Aan de andere kant: alles is geoorloofd in liefde en oorlog, en je weet maar nooit of die kamervragen nog wat gaan opleveren. En zij doet tenminst wat, dat is meer dan we als branche kunnen zeggen.

Waarom kunst belangrijk is #2

27 september 2010

Toen ik ruim twee jaar geleden mijn eerste stukje onder deze titel schreef was dat naar aanleiding van mijn eigen irritatie over mensen die geringschattend deden over kunst. De term linkse hobby bestond nog niet en de economische crisis was “iets van banken”.

Inmiddels is duidelijk dat er financieel zware tijden gaan komen voor de kunsten: gemeentes en provincies zijn al begonnen met bezuinigen en van het nieuwe kabinet wordt het ergste verwacht. We hadden al de actie Zet cultuur op de kaart naar aanleiding van de uitkomst van de verkiezingen en nu hebben we Stop culturele kaalslag, waar deels dezelfde organisaties bij betrokken zijn maar zo te zien ligt de nadruk nu op uitvoerend kunstenaars.

De actie is vrijdag jl. gestart met een kick-off in De Balie; daar werd een manifest gepresenteerd dat de komende dagen voorafgaand aan voorstellingen moet worden voorgelezen en een petitie. Niks mis met een manifest, maar ik had van kunstenaars wel iets originelers verwacht. Ik denk niet dat de kabinetsformateurs hier van zullen schrikken, laat staan dat ze van gedachten zullen veranderen. Dit lijkt wel een reflex: blijf van ons geld af. Het bevestigt het vooroordeel over subsidieverslaafden alleen maar.

Waarom maken de actievoerders niet duidelijk waaróm ze subsidie nodig hebben, waar kunst goed voor is, waarom kunst belangrijk is? Want als je iemand wil overtuigen heb je argumenten nodig, alleen maar lawaai maken helpt niet.

Kunst is noodzakelijk, het is belangrijk voor het geestelijk welzijn van een land en het brengt mensen samen. Dat zijn de argumenten die ik eerder, uit de losse pols, gebruikte. Maar er zijn natuurlijk veel meer redenen waarom kunst belangrijk is.  Gerard Lemos, directeur van de British Council noemde er een paar in de Groene Amsterdammer: Cultuur is bij uitstek geschikt om verschillen hanteerbaar te maken. Het geeft je iets om serieus over te praten. In het Verenigd Koninkrijk praat je niet over zwarte mensen, dat doe je niet. Maar je praat wel over Steve McQueen of over Chris Ofili. 

Kunst is een soort veiligheidsklep, het biedt een kaart van de verwarring, het geeft je een gevoel en een idee van de wereld. Als je daar cultuur niet voor inzet, zul je toch echt een andere manier moeten vinden om er achter te komen wat er eigenlijk gebeurt op plekken waar je nooit komt.

Joan Nederlof stelt in haar Staat van het theater-rede dat het voor theatermakers belangrijk is dat we met zoveel mogelijk onderscheidingsvermogen naar de wereld kijken en verslag doen van wat we dan waarnemen. Theatermakers zouden waarheidszoekers moeten zijn, nieterkende wetgevers van de wereld.

Haar lezing is een gepassioneerd roep om zingeving en dat mis ik nogal in de Culturele kaalslag actie. In Groot-Brittannië kampen ze ook met bezuinigingen en de Britse kunstenaars voeren op een heel andere manier actie: ze gebruiken hun kunst om hun boodschap over te brengen. Elke week maakt een andere kunstenaar een statement via Save the Arts. David Shrigley trapte af met bovenstaand filmpje waarin meteen een heleboel argumenten de revue passeren.

Daarmee kun je de massa’s mobiliseren lijkt me…..

De branche ontkomt niet aan bezuinigingen, dat heeft het onderzoek van het SIOB wel duidelijk gemaakt. 

Achter de bezuinigen op het bibliotheekwerk zit meestal geen bewuste keuze maar het is puur pragmatisch: als een gemeente minder geld krijgt (uit bv. het gemeentefonds) kan ze ook minder uitgeven. En dat is natuurlijk ook zo. Maar waarom betekent dat in veel gevallen bezuinigingen op cultuur?

Nou wil niet elke gemeente  beleidsarm bezuinigen en juist wel beleid maken, maar het is wel heel eendimensionaal om op bibliotheekwerk te gaan bezuinigen omdat het zo’n relatief grote post op de begroting is. Wat mij vooral dwars zit is dat de connectie hoeveelheid geld gemeente versus geld voor bibliotheken blijkbaar alleen gemaakt wordt als het geld minder wordt. Want we  hebben de afgelopen jaren een economische bloei meegemaakt maar hoeveel bibliotheken hebben toen substantieel meer geld gekregen van hun gemeente? En dan bedoel ik puur geld omdat het er is, niet omdat vanwege fusies of certificering de gemeentelijke bijdrage omhoog moest. En dan bedoel ik ook niet een nieuw gebouw, hoeveel geld daar ook mee gemoeid is, want een nieuwe bibliotheek is in het algemeen geen cadeautje van de gemeente maar een eis van de projectontwikkelaar die nog vierkante meters overheeft waar een openbare bestemming voor dient te komen. Nee, ik heb het over een structurele budgetverhoging omdat een gemeente inziet dat een goed geoutilleerde  bibliotheek een basisvoorziening is die het dienstverleningsniveau binnen de gemeente kan versterken. Als ze echt dicht bij haar burgers wil staan en streeft naar een stabiel bestuur zou het voor de hand liggen om de drukst bezochte voorziening binnen de gemeentegrenzen te omarmen en te stimuleren. Maar ik ken eigenlijk geen enkel voorbeeld waar dat gebeurd. Dat is ongetwijfeld mijn eigen gebrek aan kennis, want ze zijn er vast. Maar ik ken ze niet. Ik hoor graag over de uitzonderingen.

Het beeld dat ik nu heb van de afgelopen jaren is dat van gemeentes die een zuinig mondje trekken als het over méér geld uitgeven gaat, hoe belangrijk ze ook zeggen dat ze het bibliotheekwerk vinden. Ik herinner me de wethouder van een kleine gemeente die me een jaar of vijf geleden uitlegde dat we op dit moment in een economisch goede tijd leven maar dat het altijd even duurt voordat zoiets effect heeft op de financiële situatie van een gemeente. Dus hij kon me nu geen extra geld voor de bibliobussen toezeggen maar hij wist zeker dat dat in de toekomst wel zou gebeuren. Zijn opvolger heeft die uitspraak helaas nooit kunnen waarmaken omdat het besluit om de bussen op te heffen inmiddels genomen was.

Hoe komt het dat bibliotheken nauwelijks hebben geprofiteerd van de economische bloei?En dan heb ik het over het lokale bibliotheekwerk, want op landelijk niveau mogen we de laatste jaren natuurlijk niet klagen met al dat geld voor bibliotheekvernieuwing. Kunnen we zo slecht duidelijk maken wat we voorstellen? Hebben we überhaupt geprobeerd om meer geld te krijgen? Zijn we te bescheiden?  Kennen we het politieke spel niet of hebben we een imagoprobleem? Of hebben alle wethouders in Nederland dezelfde hersenkronkel als die wethouder uit de Achterhoek in het item uit het RTL4 nieuws?

Er is niet goed gegaan met het binnenhalen van de buit, dat is wel duidelijk, maar ik weet  (nog) niet wat. Iemand een idee?

Hoe leden verdwijnen

5 augustus 2010

In Bibliotheekblad nummer 13/14 vertelt Marchien Brons, directeur van de bibliotheek Emmen, over de terugloop van leden na het opheffen van voorzieningen. Ze zegt daarover: Net als in 2005, toen we een bushalte in Emmerschans hebben opgeheven. Op basis van andere financiering hebben we daar de de draad weer weten op te pakken. De dorpsvereniging had geld te besteden en wilde in ruil daarvoor de bus terug. Wat zien we daar? De mensen die niet naar de centrale kwamen melden zich, gewapend met hun pasje uit 2005, net als vanouds bij de bus.

Ik citeer haar maar even, want dit is duidelijke taal. Mensen haken dus gewoon af als je de voorziening weghaalt. Ze gaan niet naar de centrale maar bewaren hun pasje en als de bus terugkomt pakken ze gewoon de draad weer op. Dat kun je raar vinden, of stom van die mensen dat ze geen gebruik maken van die prachtige faciliteit die maar 3 kilometer verderop ligt, maar dat verandert niks aan het feit dat ze het niet doen.

Er staan ons de komende tijd veel bezuinigingen te wachten en het sluiten van filialen zal soms een serieuze optie lijken te zijn. Om maar te zwijgen van de bibliobus die nu ook lijkt te gaan verdwijnen uit Gelderland. De praktijk van de afgelopen jaren heeft geleerd dat bij het sluiten van een voorziening maar een klein deel van de leners de moeite neemt om naar een andere vestiging te gaan, zelfs als die (veel) meer te bieden heeft. Ook in deze tijden van toegenomen mobiliteit. Want het zijn juist de minder mobielen die afhaken: kinderen (tot 13 jaar) en ouderen. En met ouderen bedoel ik niet de fitte vijftigers (die hebben het toch te druk om te lezen) maar juist de zieken en de zwakkeren. En daar doen we het als bibliotheek toch juist voor? Voor die zwakkeren in de samenleving? 

Omdat er geen recent onderzoek beschikbaar is naar waar de leden blijven nadat een vestiging gesloten wordt moeten we het doen met dit soort particuliere opmerkingen. En daarom wilde ik deze toch maar even onder de aandacht brengen.

Overigens komt dit fijne plaatje van de site Bad Postcards, de naam zegt het al.