Wat was het leuk gisteren! Het eerste Nederlandse LibCamp is achter de rug en ik vond het zeer geslaagd, al ben ik natuurlijk bevooroordeeld. Ook het Cakecamp verliep grandioos. Deze foto geeft je daar een idee van: dit is ongeveer een derde van het enorme hoeveelheid zoetigheid die werd aangevoerd door de deelnemers.

Ik ga geen inhoudelijk verslag schrijven. Dat is denk ik ook niet mogelijk omdat de dag ging over het delen van informatie en ervaringen dus er zijn geen presentaties die kunnen worden samengevat of prezi’s die kunnen worden gedeeld. Maar ik kan wel kort beschrijven hoe de dag verliep. Het centrale gedeelte van LibCamp vond plaats in de grote zaal van het Kohnstammhuis op de 9e etage. Omdat ik me op de begane grond met de registratie van de deelnemers bezig hield weet ik niet precies wat boven gebeurde tussen 9 en 10 uur maar ik vermoed dat het uitpakken van de verschillende soorten gebak voldoende stof voor conversatie opleverde. Toen we om 10 uur begonnen was de sfeer in elk geval heel ontspannen en vrolijk.

Het LibCamp begon met een voorstelrondje: door het organisatiecomité maar vooral ook door de deelnemers. Alle aanwezigen (ongeveer 80) kregen de microfoon en stelden zichzelf voor. Naam, werkplek en vooral: wat kom je hier doen, waar wil je over praten vandaag.  Het werd een heel lang voorstelrondje maar dat was absoluut noodzakelijk omdat daar de basis voor de dag werd gelegd. Janneke Staaks en Eric-Jan Dol maakten tijdens het voorstellen aantekeningen en in de koffiepauze stelden zij op basis daarvan binnen 20 minuten een programma voor de dag samen (respect!).  We hadden 5 zalen tot onze beschikking en 4 verschillende timeslots, dus in totaal werden er 20 sessies gepland. Zodra het programma bekend gemaakt werd verdween iedereen in de sessies en de rest verliep daarna vanzelf. Ik heb twee sessies bijgewoond: Hoe krijg ik actieve klanten binnen de bibliotheek en De rol van de bibliotheek in het maatschappelijk debat. Van beide sessies had ik een heel andere verwachting dan wat het uiteindelijk werd maar ze waren allebei interessant. Er was geen voorzitter en toch liep het allemaal vanzelf. In de sessie over actieve klanten binnenkrijgen merkte de bibliothecaris van de mode-academie bijvoorbeeld op dat het wel erg veel over openbare bibliotheken ging en dat hij niet eens begreep wat wij met de term retail bedoelden maar  dat hij graag zijn eigen vraag op tafel wilde leggen. En zo nam het gesprek soepel een andere wending.

Want dat was ook zo bijzonder aan LibCamp: de uitwisseling met collega’s van andere disciplines. Op bibliotheekcongressen vindt er in het algemeen niet zo heel veel uitwisseling plaats tussen openbare bibliothecarissen en informatiespecialisten van bijvoorbeeld universiteiten maar nu ging dat geruisloos. Er werd veel gepraat en veel gelachen. Onder andere vanwege de hilariteit die ontstond door de spacecake die werd ingebracht onder de noemer: welk bibliothecaris durft hier een stukje van te eten?

Wat heeft het nu concreet opgeleverd? Veel nieuwe contacten en inspiratie voor de meeste deelnemers. Maar er is ook een initiatief ontstaan om weer een team te vormen als opvolger van Al@din en er is een actiegroepje gevormd dat zich buigt over de vraag hoe het bibliotheek-standpunt inzake ACTA binnen het politieke debat gebracht kan worden.

Op Twitter zag ik gisteren van verschillende niet-aanwezigen allerlei vragen voorbij komen (“zeg LibCampNL wat vinden jullie van…”) maar omdat we het veel te druk met elkaar hadden is daar volgens mij door niemand op gereageerd. Dit was nou echt een gevalletje van “had je er maar bij moeten zijn”. Een echt verslag komt er niet, de hashtag is inderdaad het verslag. Bert  heeft een impressie geschreven en ook Jeroen doet verslag van zijn ervaringen en ik verwacht nog wel een aantal blogpostjes. Jaap en Eric hebben voor This week in libraries verslag gedaan met o.a. interviews met Donna en mij. Verder zijn er foto’s te vinden bij CakecampNL, op Pinterest en op Flickr.

Waren er ook verbeterpunten? Ja: er was geen wifi, waardoor onze Vlaamse collega’s niet makkelijk het internet op konden en er niet live geblogd werd (al is het de vraag of voor dat laatste überhaupt tijd was) en een volgende keer is het verstandig om ook een plenaire afsluiting te organiseren. Maar verder was het een groot succes in mijn ogen. Niet in het minst door de fantastische medewerking van de Hogeschool van Amsterdam, nogmaals enorm bedankt daarvoor.

Voor herhaling vatbaar wat mij betreft, zo’n LibCamp.

Leren van de Linda

10 februari 2012

Jildou van der Bijl, de meerdere malen bekroonde hoofdredactrice van het blad Linda was deze week te gast op een congres voor mensen in de commerciële communicatie . Ze werd daar geïnterviewd over het succes van haar blad. Dat succes zat hem volgens haar in een aantal dingen: scherp zijn, open en eerlijk communiceren en met plezier je werk doen. Niet echt wereldschokkend maar wel weer eens nuttig om te lezen.

Wat voor mij wel een eyeopener was is de volgende opmerkingJildou van der Bijl doet niet aan lezersonderzoek: “Dat vind ik zonde van het geld. Het is mijn vak om te weten wat lezers willen. En of ik het wel of niet goed heb gedaan, krijg ik via de verkoopcijfers weer terug. Je doet alleen onderzoek als je niks weet, of als je weet dat het anders moet, maar dat niet zelf durft te beslissen.”

Halleluja! Kunnen wij als branche dat ook eens een keertje doen? Zo’n zelfbewuste houding aannemen? In plaats van ons murw te laten slaan door externe deskundigen die ons maar blijven vertellen dat we het niet goed begrijpen? En ophouden met collectioneurs arrogantie te verwijten als die zeggen dat ze echt wel weten wat de klanten willen? Kunnen we ophouden met schemaatjes maken en puur op basis van cijfers de aanschaf te doen maar weer overstappen op onze kennis van het vak? Of is intussen alle vakkennis weggereorganiseerd?

In ieder geval: we mogen weer zeggen dat we er verstand van hebben, van wat de lezers willen. Want de Linda zegt het ook!

PS Van der Bijl heeft het over lezers in plaats van over klanten. En ze zou het ook niet in haar hoofd halen om haar lezers klanten te noemen. Waarom doen wij daar dan wel zo raar over?

Library Camp NL

4 februari 2012

Eindelijk eens iemand tegenkomen met hetzelfde stokpaardje als jij. Met bibliotheekmensen die je tot voor kort niet kende een boom opzetten over de problemen in het vak. Samen fantaseren over hoe  je de branche kunt veranderen. Of heel praktisch: ervaringen uitwisselen of advies vragen aan collega’s.

Dat is de bedoeling van een Library Camp. Ik hoorde er vorig jaar voor het eerst over: in november werd in Birmingham een Library Camp UK georganiseerd en van wat ik daarvan meekreeg via twitter werd ik zo enthousiast dat toen Lukas Koster (die ik verder niet kende) meldde dat hij zoiets in Nederland wilde gaan organiseren ik me meteen heb aangemeld om mee te doen. Inmiddels zijn we met zijn zessen en is het eerste Nederlandse Library Camp een feit.

Het Library Camp NL vindt plaats op zaterdag 31 maart aanstaande in Amsterdam. De Hogeschool van Amsterdam is zo vriendelijk geweest om ons het Kohnstammhuis gratis ter beschikking te stellen en Bibliotheek.nl sponsort de lunch dus de hele dag is gratis.

Een Library Camp is een Unconference, oftewel een Onconferentie. Er is geen vooropgezet programma, geen agenda, geen sprekers en er zijn geen workshops. Er is een locatie en er zijn enthousiaste mensen en het enige wat wij als organisatie doen is een poging om ter plekke enige structuur in het verloop van de dag te brengen. En we hebben de locatie en de inschrijving natuurlijk geregeld. Tijdens een onconferentie gelden de principes van Open Space, dat zijn 4 principes en 1 wet en die wet vind ik zelf het belangrijkste. Het is de wet van de twee voeten: als je in een situatie bent die je niet interessant vindt, waar je niet geïnspireerd wordt  en waar je geen verandering in kunt brengen ben je verplicht om je twee voeten te gebruiken en weg te gaan.

 Onderwerpen die in Birmingham o.a. ter sprake kwamen zijn: libraries without buildings, reading groups, Open Source, social media, catalogiseren, retail,  speciale collecties, schoolbibliotheken en de relatie met politici. Om je een idee te geven van de mogelijkheden. In Engeland hielden ze ook een Cakecamp: een groot deel van de deelnemers bracht (zelfgebakken) taart mee. Zag er geweldig uit en het lijkt me geweldig om ook daar een Nederlandse versie van te maken.

Er kunnen maximaal 120 mensen meedoen, dus mocht je belangstelling hebben: schrijf je hier dan snel in.

Fietsen voor bibliotheken

29 januari 2012

Documentaire over 100 bibliothecarissen die vorig jaar onder de naam Cycling for Libraries in 10 dagen van Kopenhagen naar Berlijn fietsten. In Berlijn vond de 100e Deutsche Bibliothekartag plaats, maar dat was meer een excuus dan een doel: het draaide om het onderlinge contact en het uitwisselen van kennis en ervaring tijdens en na het fietsen. Eigenlijk was het een mobiele Onconferentie: een bijeenkomst zonder specifiek programma en met een vrije structuur, al waren er hier wel thema’s vastgesteld per dag. Topidee! En het ziet er geweldig uit allemaal, je krijgt er zin van om mee te doen.

Binnenkort wordt er in Amsterdam ook een Onconferentie georganiseerd. Niet op de fiets, en geen 10 dagen, maar wel een echte Unconference. Nog een paar dagen en dan zijn we er klaar voor: dan zoeken we de publiciteit en dan opent de inschrijving. Als je de sociale media een beetje volgt kom je het vanzelf tegen, maar ik zal er ook zeker over bloggen als het zover is.

De initiatiefnemers van Cycling for Libraries zwaren overigens ook te zien bij This Week in Libraries.

 Richard Watson maakte in 2007 voor zijn blog over trends een overzicht van zaken die tussen 1950 en 2050 zijn verdwenen of nog zullen verdwijnen. Volgens dat overzicht zouden bibliotheken in 2019 uitgestorven zijn.  Die voorspelling is in het verleden vaak aangehaald, tot mijn verbazing werd  hij ook gretig geciteerd door vakgenoten.

Inmiddels heeft Watson zich bedacht: zijn laatste blogpost is juist een pleidooi voor bibliotheken en vooral voor bibliothecarissen. Hij  begint met een Mea-culpa voor zijn eerdere voorspelling:  it is a big mistake, in my view, to confuse the future of books or publishing with the future of public libraries. They are not the same thing.

Hij ziet in dat bibliotheken meer zijn dan alleen boeken en informatie:  A good local library is not just about borrowing books or storing physical artefacts. It is where individuals become card-carrying members of a local community. They are places where people give as well as receive. Public libraries are keystones delivering the building blocks of social cohesion, especially for the very young and the very old. They are where individuals come to sit quietly and think, free from the distractions of our digital age. They are where people come to ask for help in finding things, especially themselves. And the fact that they largely do this for nothing is nothing short of a miracle.

Wel ziet hij de rol van de bibliothecaris veranderen: minder faciliteren, minder uitlenen en meer curator, meer wegwijzen.  In a world cluttered with too much instant opinion we need good librarians more than ever. Not just to find a popular book, but to recommend an obscure or original one. Not only to find events but to invent them. The internet can do this too, of course, but it can’t look you in the eye and smile gently whilst it does it. And in a world that’s becoming faster, noisier, more virtual and more connected, I think we need the slowness, quietness, physical presence and disconnection that libraries provide, even if all we end up doing in one is using a free computer. Het gebouw is dus zeker belangrijk in zijn ogen. Wat mij betreft een effectief antwoord op al die mensen die roepen dat het om de functie gaat en niet om het gebouw en dat dat gebouw dus wel weg kan.

Het belangrijkste in een bibliotheek zijn niet de boeken maar de mensen: we should accept that a library without books would still be a library because it would continue to be an important community resource – a neutral public space – where serendipitous encounters with people and ideas take place.

Ik kan me hier wel in vinden, in dit beeld. Ik ga het stuk nog een paar keer lezen en er dan eens goed over nadenken. En kunnen we dit idee dan net zo fanatiek verspreiden als dat schemaatje waarin de bibliotheek tot uitsterven gedoemd was?

 Het NVB congres  is weer achter de rug, voor de live-verslagen verwijs ik graag naar Dymphie en Jan (respect!). Over het ochtend gedeelte kan ik kort zijn: dat heb ik wel eens beter meegemaakt.  De inleidingen van de sprekers waren in het algemeen best interessant maar de paneldiscussie daarna sloeg de plank volledig mis.  Ik weet niet wie zijn huiswerk niet goed gedaan had: de sprekers, de discussieleider of de organisatie maar het leek alsof de deelnemers niet doorhadden wie hun publiek was. Een debat over “een heel nieuw vak” kwam in elk geval totaal niet van de grond.

Het middagprogramma daarentegen was een groot succes. Althans het gedeelte waar ik bij betrokken was: de Happe.Ning.  Ik ben natuurlijk bevooroordeeld (want de dagvoorzitter) en ik heb de andere tracks niet meegemaakt maar toch. Onze zaal zat voortdurend voor minstens driekwart vol (zeker 100 mensen per keer) en de reacties waren enthousiast. Het is interessant om collega’s te zien vertellen over wat ze doen en ervaringen uit de eerste hand te horen. Over het veranderende vak van bibliothecaris, over de universiteitsbibliotheek en Facebook en een app en over hoe je een aantrekkelijk filmpje kunt maken. En we hadden natuurlijk Jeroen de Boer, de winnaar van de Bibliotheekinitiatiefprijs van het Victorine van Schaickfonds die zijn prijswinnende Social Media Caster had meegenomen voor een demonstratie.

Ik kijk tevreden terug, wat mij betreft is dit voor herhaling vatbaar.

Mijn vorige post heeft nogal wat reacties opgeroepen, zowel hier als op twitter. Genuanceerd maar niet al te uitvoerig schrijven is blijkbaar een kunst die ik niet zo beheers.

Daarom nog even voor alle duidelijkheid:

Nee, ik ben niet tegen expertise van buitenaf.

Nee, ik vind niet dat bibliothecarissen altijd gelijk hebben.

Nee, ik vind niet dat je je alleen maar bibliothecaris mag noemen als je een diploma van een bibliotheekschool hebt.

Nee, ik vind niet alle directeuren en leidinggevenden stom (voor alle duidelijkheid: ik hoor zelf tot die categorie).

Nee, ik vind niet dat de bibliotheek net zo moet blijven alstie altijd is geweest.

en

Ja, ik vind dat veel bibliothecarissen zich te passief opstellen en hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen. (duiken en hopen dat de bui wel zal overwaaien)

Ja, ik vind dat veel leidinggevenden op een verkeerde manier met die passiviteit omgaan. (roepen dat “ze” niks willen)

Ja, ik vind dat veel bibliotheken te hard meewaaien met externe ontwikkelingen en daarbij het doel van de bibliotheek te zeer uit het oog verliezen.

Ja, de bibliotheek moet onder ogen zien dat zijn traditionele functie in een neerwaartse spiraal zit en daar als de sodemieter een antwoord op verzinnen.

En ja: als “de bibliotheek” slim is doet ie dat laatste als geheel. Met gebruik van alle expertise die er in de organisatie aanwezig is, van zowel de bibliothecarissen (met/zonder diploma) als de andere deskundigen. Waarbij ieders deskundigheid op waarde wordt geschat en niet wordt weggezet onder de noemer “die heeft ook altijd wat te zeuren” of  ”die weet niet hoe het in de praktijk gaat”. Als het in jouw organisatie al op deze manier gaat: mooi zo, hou dat vol! Maar in een heleboel organisatie gaat het niet zo, en daar wilde ik even de aandacht op vestigen.

 Een tijdje gelegen kreeg ik een mailtje van een bibliothecaris dat maar in mijn achterhoofd blijft rondzingen. De (mij onbekende) lezer reageerde op een ouder stuk over Beroepshouding en ze schreef o.a. het volgende:

Juist op een moment dat ik het, om het modieus te zeggen ‘helemaal gehad heb’ met de openbare bibliotheek-moraal van nu en ik eindelijk besloten heb me af te sluiten voor het vak anno 2011. (…) Ik ben dus precies het tegendeel van iemand die ‘Ten aanval’ roept. Ik heb dat een tijdlang erg oneervol en laf gevonden van mezelf, maar ik ben nu wel opgelucht. Niet meer gedwongen modieus, innovatief en verjongend moeten zijn, met de hete adem van de nieuwe tijd in je nek en zo wezenlijk andersdenkend. En wat kan ik terugverlangen naar mevrouw Zuyderhoudt en juffrouw Flapper en al die anderen. En naar mezelf, toen ik zo trots en blij was dat ik in de bibliotheek werkte.

Vooral die laatste zin trof me: “trots en blij” om in de bibliotheek te werken. Dat is denk ik precies wat er ontbreekt de laatste tijd. Natuurlijk zijn er een heleboel bibliothecarissen die wel trots zijn op hun bieb en gaan de meeste mensen wél blij naar hun werk maar voor mijn gevoel zijn er steeds meer mensen zoals deze bibliothecaris, die het opgegeven hebben, die geen zin meer hebben. En dat is zonde, niet alleen voor die mensen maar ook voor de branche. Die desinteresse is denk ik wel verklaarbaar, want de gemiddelde (openbare) bibliotheekmedewerker heeft nogal wat tegengestelde boodschappen gekregen in zijn carriere.

Op de BDAT werd ik opgeleid tot Jeugdbibliothecaris, we waren specialist, we moesten idealen hebben en we moesten de wereld beter gaan maken. Toen kwam Stef van Breughel ons vertellen dat ons werk eigenlijk helemaal niet specialistisch was en eigenlijk ook geen hbo-niveau en dat we ons dus vooral niks moesten verbeelden. Als gevolg daarvan moesten we allemaal generalisten worden, werd de hele boel omgegooid en werd bijna iedereen ongelukkig want iedereen moest werk doen waar die geen verstand van had. Nog later bleek er wel degelijk behoefte te zijn aan specialisten, maar dan vooral op hele andere gebieden wat tot de intocht van communicatie medewerkers, neerlandici en pabo-studentes leidde. Die in het algemeen niet lang bleven zodat we daarna werden overgenomen door marketeers en retailers.

En ik heb uiteraard niks tegen communicatie medewerkers, neerlandici, pabo-studenten en marketeers maar ik ben het principieel niet eens met het idee dat een branche gered kan worden door buitenstaanders. Wij (bibliothecarissen) zijn de branche, dus we moeten het zelf doen, we moeten ons zelf redden. De reactie die ik zie op al die niet-bibliothecarissen is tweeledig: mensen gaan óf achterover leunen want iemand anders komt nu de oplossing brengen en dus hoeven ze zelf niks meer te doen óf mensen geven het op en kruipen in hun schulp zoals in bovenstaand mailtje. In beide gevallen zetten de bibliothecarissen (de vakmensen) zichzelf buiten spel. En dat vind ik dom. Begrijpelijk, maar dom.

Wat ik nog veel dommer vind is de reactie van een heleboel bibliotheek managers daarop: namelijk ongeduld en irritatie. Want dat helpt namelijk niet. Je kunt niet eerst jarenlang roepen dat mensen niet deugen en vervolgens boos worden dat ze niet staan te trappelen om je blind te volgen. Want dat werkt natuurlijk niet. Begin eens met je mensen serieus te nemen, luister naar ze en geef ze vertrouwen. Sta niet alleen vanaf de de zijkant te roepen dat “ze” het niet goed doen maar doe zelf ook moeite en geef het goede voorbeeld. Zelfs als jij nog niet in deze organisatie werkte ten tijde van Stef van Breughel en ook als jij nooit gezegd hebt dat jouw medewerkers niet deugen. Zeg eens dat ze wél deugen, da’s veel effectiever. En ja, het is heel vervelend dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid niet nemen, maar stampij maken helpt dan niet, daarmee kruipen die mensen alleen nog maar verder in hun schulp. Zorg dat ze daar weer uitkomen, op wat voor manier dan ook.

Zorgen dat die teleurgestelde bibliothecarissen weer enthousiast worden en weer trots zijn op hun vak, dat lijkt me de uitdaging voor de toekomst. Want we hebben trotse bibliothecarissen nodig in deze barre tijden. Broodnodig

Boze bibliothecaris

4 juni 2011

Het begon met Edwin, die twitterde vorige week: I’m the fucking librarian, motherfucker. I am not any corporation’s bitch. And if I want books in the library, we’re having books. And DVDs. And econtent. And graphic novels. And pie.”

Een geweldig statement vond ik, afkomstig van een blogpost van de Censored Genius, met als titel The fight goes on.  Biboef wees me op die blogpost, en op het feit dat er al een t-shirt met die slogan bestond. De posting is geschreven naar aanleiding van een stukje van Seth Godin over The future of the library waarin hij oproept om bibliotheken om te bouwen tot digitale kenniscafe’s waar bibliothecarissen een soort supertechneuten worden en alles digitaal is. Best een leuk gedachtenexperiment en niet zo ontzettend vreemd verzonnen vond ik, maar alle  bijval die hij (ook hier) kreeg vond ik wel een beetje overdreven.

De Censored Genius maakt zich ontzettend boos over dat verhaal, niet omdat hij tegen digitale kenniscafe’s is maar omdat hij vindt dat teveel mensen en bedrijven zich bemoeien met wat de bibliotheek (en dus de bibliothecaris) zou moeten doen. Niet uitgaande van wat de behoeftes van de bezoekers zijn maar vanuit het product dat ze willen verkopen of vanuit hun eigen elitaire wereldje. As if these people don’t deserve access to what they want, even if what they want is crap. And that’s my job to decide. Not Amazon’s job or Netflix’s or Godin’s.

Wat mij betreft heel herkenbaar, hier niet zozeer vanwege Netflix maar vanwege wethouders en adviesbureaus die geen flauw benul hebben van de dagelijkse bibliotheekpraktijk maar wel een uitgesproken mening hebben over wat de bibliotheek doet of zou moeten doen.

Daar word ik wel eens verdrietig van. Maar ik ben blij dat ik nu een kameraad in de strijd heb gevonden.  I see the war on the horizon. I see the battle here at our door. And the fight has been going on for years, as this is now 14 AG (Anno Google), and librarians have had to convince others of our relevance since the birth.

Inmiddels weet ik dat de Censored Genius niemand minder is dan The effing librarian (voor wie het niet door heeft: het is een Amerikaan en met effing bedoelt hij een heel vies woord dat met een f begint…). Hij is vorig jaar gestopt met bloggen maar kon het toch niet laten om af en toe nog eens van zich te laten horen dus hij is weer een nieuw klein blogje begonnen. Fijn. Heb ik weer iets om naar uit te kijken. Dank je wel Edwin, voor de tip.

En dankzij Biboef wil ik nu een T-shirt met: Wie is hier nou de bibliotheek, gij of ik?

Afscheid van het vak

26 mei 2011

 Nee, ik neem geen afscheid. Dit keer niet. Vandaag was het de beurt aan vier mensen die vergroeid zijn met het bibliotheekwerk, in Noord- en Zuid-Holland en daarbuiten. Len van Twisk, Rammy Speyer, Theo de Ruiter en Gerard Alders namen vandaag afscheid van ProBiblio. Samen zaten ze 152 jaar in het vak en nu gaan ze weg.

Met alle vier heb ik de afgelopen jaren samengewerkt, in verschillende hoedanigheden en op verschillende manieren. Len, Theo, Gerard en Rammy vertegenwoordigen elk een ander aspect van het bibliotheekwerk: Kwaliteitszorg, Leesbevordering, Cultuur, Financiën, Management en Innovatie. Van alle vier heb ik dingen geleerd, ervaringen afgekeken en ik heb vooral heel veel lol met ze gehad.

Het was een leuk feestje. Wat zeg ik: het was een héél leuk feestje. Vanwege het vrolijke programma (met als hoogtepunt het hilarische verhaal van André Brouwer die in een soort van cirkelredenering de feestvarkens fijntjes typeerde) maar vooral vanwege de aanwezigen. Er was niet bezuinigd op het uitnodigingenbeleid met als gevolg dat het één groot weerzien was. Eén grote reunie, niet alleen van mensen die in het verleden bij ProBiblio gewerkt hebben maar ook van mensen uit bibliotheken en van aanverwante organisaties. Er werd veel gepraat: over wat iedereen zo al deed, waar iedereen zo al zat en vooral ook over het vak. Het was gezellig en inspirerend maar ook wel een beetje pijnlijk. 

Want er was ook een aantal mensen niet aanwezig.  De mensen die binnenkort hun baan gaan verliezen waren bepaald niet in de stemming voor een feestje. Heel begrijpelijk. En wrang. Want terwijl op het feestje werd getreurd over het verlies van 152 jaar bibliotheekervaring verlaat straks nog eens zoveel jaar aan ervaring via de achterdeur het pand. 

Jammer. Jammer voor de organisatie en jammer voor het vak. Zonde dat mensen met een bibliotheekhart het vak verlaten. Het is de pensionado’s natuurlijk van harte gegund en ik hoop dat ze nog een lang en gelukkig leven zullen hebben maar ik vraag me wel af wie die gaten gaat opvullen. Waar vinden we nog mensen met zoveel vakmanschap en zoveel passie? Met zo’n visie op het vak en zo’n duidelijk idee over wat de bibliotheek kan betekenen? Ik heb er een hard hoofd in. Maar ik blijf geloven in een toekomst, ook zonder deze kanjers.