De nieuwe bibliothecaris?

6 november, 2009

Een bibliothecaris die een ode brengt aan Michael Jackson. Klinkt een beetje suf maar het is een geweldig filmpje. Ik word er in elk geval heel vrolijk van.

Ik weet niet of het om een echte bibliothecaris gaat (hij is wel hééél jong..) en ik weet ook niet of het in scene is gezet, maar het heeft in elk geval effect. Ik weet zeker dat iedereen die op dat moment in de bibliotheek van Limoges  was de hele dag een goed humeur heeft gehad.

Bedankt Caro..

sprauve library 

Was gisteren op een klanten-bijeenkomst van Randstad ProBiblio met als thema: Google-generatie nog behoefte aan informatie-bemidde-ling? Een intrigerende vraag waarop je het antwoord ”nee, natuurlijk niet” verwacht. Maar het antwoord was veel verrassender dan dat.

Sprekers waren Henk Blanken,  journalist en Han Belt, hoofd van de Walaeus Bibliotheek, de centrale medische bibliotheek van het Leids Universitair Medisch Centrum. Blanken, schrijver van het boek Mediamores,  voorspelde dat de media minder massa zullen worden. Kranten werden vroeger alleen door een elite gelezen, pas in de 20e eeuw werden ze een massamedium.  Maar de laatste jaren daalt het aantal lezers van traditionele kranten heel snel, vanwege de opkomst van de gratis dagbladen maar ook door de grote rol die het internet is gaan spelen in de nieuws- en informatievoorziening. Het was een interessant betoog en Blanken is een vlotte spreker maar ik zag het bruggetje naar informatiebemiddeling niet zo heel goed. De stap van “Hebben jongeren nog wel behoefte aan nieuws?” naar “Internet maakt de informatiebemiddelaar overbodig” was me iets te groot, iets te zeer gebaseerd op veronderstellingen en gevoel.

Han Belt was het in het geheel niet met die laatste stelling eens en dat maakte hij zeer gepassioneerd duidelijk. Hij is er van overtuigd dat de informatiebemiddelaar niet zal verdwijnen omdat “wij” professionals zijn, net als artsen, die worden ook niet zo snel verdrongen. En ik denk dat hij gelijk heeft. Als het gaat om zijn eigen bibliotheek tenminste. Want de bibliotheek is een verplicht onderdeel binnen de opleiding aan het LUMC en literatuurstudie is een belangrijk element in de medische wetenschap. Het is een heel gespecialiseerd vakgebied waar een professional een hele belangrijke (wellicht onmisbare) bijdrage kan leveren. En het bestuur van het LUMC erkent nadrukkelijk het belang van de bibliotheek voor zowel artsen als studenten (” in het bestuur zitten godzijdank geen managers” vond ik wel de quote van de dag).

Niet elke bibliotheek zit in een omgeving als die van Han Belt en de informatievragen in een openbare bibliotheek zijn onvergelijkbaar met die in een wetenschappelijke omgeving zoals Edwin al betoogde. Dus volgens mij is het antwoord op de vraag op de Google-generatie nog behoefte heeft aan informatiebemiddeling: “ja, wel als de informatiebemiddelaar iets kan leveren dat de vrager niet zelf kan vinden”. Maar dan moet die vrager zich wel eerst realiseren welke mogelijkheden er zijn en dat de eerste drie treffers op Google niet perse het juiste antwoord bevatten. En daar komt Henk Blanken weer om de hoek kijken: want hij betoogde dat bibliotheken een rol moeten spelen in het mediawijs maken van het grote publiek.

Blanken had nog een andere interessante uitspraak: Internet schaalt op, maar de gemeenschap schaalt niet. En dat sluit weer aan bij mijn idee van de bibliotheek als Community, van de bibliotheek als plek. Omdat via internet de hele wereld bereikbaar wordt krijgen mensen ook weer behoefte aan ”real life” mensen, aan gesprekken waarbij je je partner rechtstreeks in de ogen kunt kijken en niet via een beeldscherm. Daar zouden openbare bibliotheken veel meer aan moeten doen.

Het was dus een zeer interessante bijeenkomst, ook al omdat er een heel divers publiek in de zaal zat. Het was een mengeling van afdelingshoofden van bedrijfsbibliotheken, bibliotheken uit het hoger onderwijs en openbare bibliotheken. Je merkte dat er meteen een heel ander soort discussie op gang kwam. Moeten we vaker doen zoiets.

De bibliotheek als pompstation

26 september, 2009

tankstation, life

 

Op e-readers.nl woedt op dit moment een kleine discussie over de vraag of de bibliotheek nog wel bestaansrecht heeft. Het merendeel van de aanwezigen vindt het vanzelfsprekend dat de bibliotheek zal verdwijnen of dat er hoogstens nog een paar zullen overblijven om te fungeren als museum.

Aandoenlijk vind ik dat. Naïef ook. Wel verklaarbaar voor een site die volgens eigen zeggen probeert het digitale lezen te stimuleren. Als je ergens heel erg van overtuigd bent heb je nogal eens de neiging om oogkleppen op te hebben en dat geeft niet. Maar erg realistisch is het niet. Openbare bibliotheken hebben als taak om informatie toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek en om het lezen te bevorderen. Op welke manier en met welke informatiedrager maakt niet uit: papieren boeken, luisterboeken, elektronische of digitale boeken. Zolang de taak van de bibliotheek blijft bestaan, zal de bibliotheek blijven bestaan.

Als we tenminste meegaan met de nieuwe techniek, want het is net zo naïef om te denken dat bibliotheken niks te vrezen hebben van alle technische en digitale ontwikkelingen. Toen de mensheid overstapte van het kleitablet naar de papyrusrol betekende dat ook niet het einde van de bibliotheek, het vroeg alleen om een andere manier van opslaan (en ben ik even blij dat ik daar niet bij was, zie de discussies al voor me….).

De maatschappij verandert en de bibliotheek verandert mee. Soms gaan de ontwikkelingen langzaam, nu gaan ze snel. En het zijn veel veranderingen die tegelijkertijd op ons afkomen, terwijl we ook nog zo onze eigen (personeels-) problemen hebben. Maar zolang we in onszelf blijven geloven en meebewegen met de tijd zullen we het redden. De openbare bibliotheek zal een andere vorm aannemen en een ander uiterlijk krijgen maar gaat niet kopje onder. 

En al helemaal als je met gemotiveerde medewerkers te maken hebt. Hier een artikeltje over een bibliobusmedewerkster uit Beverly (Massachusetts, VS) die met haar eigen auto boeken ging rondbrengen toen de bibliobus stuk was. Professioneel of juist niet, het toont wel betrokkenheid en de behoefte van de leners aan persoonlijk contact. Ook een van de sterke punten van de bibliotheek.

Overigens zie ik de functie van pompstation wel zitten. Voor erbij dan…

Museum MinneapolisHet artikel van Willem Huberts in het bibliotheekblad heeft de branche niet echt op zijn grondvesten doen schudden. Er is hier en daar wat over geschreven en dat is het wel, ook in de wandelgangen blijft het stil, op wat meewarig hoofdschudden na. Zijn we zo zelfverzekerd dat we ons van deze collectieve belediging niks aantrekken of komen we inderdaad moeilijk in beweging?

Eén troost: in de museumwereld is het volgens mij niet veel beter gesteld. In het NRC van vorige week stond al een beetje een knorrig artikel waarin vier museumdirecteuren roepen dat het allemaal anders moet maar ze wekken niet de indruk zelf precies te weten hoe dan. Ik vond het eigenlijk wel geruststellend om te lezen want op de een of andere manier dacht ik dat ze daar veel verder waren.  Maar ook in de museumwereld zijn ze op zoek naar wie hun doelgroep is (citaat Wim Pijbes: “ik heb maar één doelgroep, dat zijn mensen van alle leeftijden”), naar hoe ze hun collectie beter toegankelijk kunnen maken en naar hoe ze invulling moeten geven aan hun cultureel ondernemerschap.

Waarschijnlijk ben ik op het verkeerde been gezet omdat veel musea van die geweldige websites hebben. Maar het web 2.0 maakt nog niet echt deel uit van het collectieve bewustzijn van museummedewerkers. Daarom is de branche nu bezig met een eigen 23-dingen  project, ontwikkeld door o.a. Marie-José Klaver. Het lijkt erg op “onze” dingen, maar dan net even anders.  En vorige week vond in de Hermitage het Symposium Kom je ook? plaats, een Bijeenkomst over innovatie en participatie in kunst, cultuur en erfgoed, georganiseerd door Mediamatic. Als je naar het verslag kijkt ziet het er allemaal erg gelikt en hip uit, maar als je de verslagen van de sprekers leest worstelt de branche met de bekende vragen en lopen de medewerkers tegen dezelfde dingen aan als wij. ”Ik wil wel, maar mijn collega’s niet”, “ik wil wel maar ik heb geen tijd om al die dingen bij te houden”,”verkwanselen we onszelf niet op deze manier?” en “daar zijn wij toch niet voor?”. 

Kortom: ook daar zijn ze er nog lang niet en die worsteling klinkt veel zwaarder dan die van ons. Ook wel eens lekker om te zien dat we niet de enige zijn. Met dank overigens aan Babette voor de attendering.

Spelen in de bibliotheek?

15 september, 2009

Grappig filmpje van een stelletje bibliothecarissen die zich vervelen?

Nee, het is van een student en de toelichting bij het filmpje vond ik tamelijk shockerend:

I did this fairly spontaneously at the University of Illinois at Urbana-Champaign’s ACES Library. As a conceptual art project, it pokes fun at and criticizes the monotony and strictness of institutions and libraries.
It’s all real – no tricks here! It was set up in one dominoe line, but filmed in four takes. After I finished the last take, 4 hours into the project, the librarian finally came up to investigate the ruckus. She waved her finger and kicked me out and wouldn’t let me help pick up the books. Lucky for her I had kept all the books in their shelved order – easy cleanup!
 
Het shockerende zit hem wat mij betreft vooral in dat zwaaiende vingertje en het boos wegsturen. Hoezo stereotypen? Ik zou hem op zijn minst de troep laten opruimen en waarschijnlijk zou ik ook nog wel het filmpje willen zien. Vind het zelf wel geestig, vooral vanwege die mooie kleurtjes die zo verschuiven. Om het Conceptual Art te noemen vind ik wel weer wat overdreven… 

ANP-888876

In het zomernummer van Bibliotheekblad (nr. 16/17) staat een opiniestuk van Willem Huberts over bibliotheek-vernieuwing en personeel. Zo op het eerste gezicht een aardig artikeltje over de personeelsproblemen waar onze sector mee kampt, maar hoe langer ik het stuk op me laat inwerken hoe geïrriteerder ik raak.

Om te beginnen ziet voor Huberts de bibliotheekwereld er wel erg eenvoudig uit: je hebt bibliotheekvernieuwing aan de ene kant, dat is abstract en theoretisch en goed en je hebt medewerkers aan de andere kant en dat is praktisch en moeilijk en daarom slecht. Eerst beschrijft hij een aantal reële problemen waar de sector mee kampt: vergrijzing, gebrek aan allochtonen en een overschot aan vrouwen (dat laatste vind ik overigens een vreemd probleem maar dat laat ik nu buiten beschouwing). Huberts voegt daar nog twee problemen aan toe: hij vindt dat medewerkers niet mobiel genoeg zijn en dat ze niet veranderingsgezind genoeg zijn. Dat lijkt mij twee keer hetzelfde probleem want als medewerkers mobiel zijn (dwz regelmatig van baan veranderen) zijn ze automatisch ook veranderingsgezind.

Over het vermeende gebrek aan veranderingszin heb ik al vaker geblogd, dat hangt ook samen met de bestaande (gedeeltelijk correcte) stereotypen die er over bibliotheekmensen bestaan. Maar ik vind het echt te simpel om alle schuld bij medewerkers te leggen: Huberts geeft hiermee een brevet van onvermogen af, hij profileert zich als een een falende leider: “ze doen niet wat ik wil en dat ligt aan hen”. Dit type manager komt in onze branche erg veel voor: een directeur (over het algemeen) laat zich meeslepen door een aantal mooie vergezichten en gaat ver voor de troepen uithollen. En door hard te roepen dat iedereen mee moet denkt hij (of zij) dat mensen vanzelf wel zullen volgen. Maar zo werkt dat nou eenmaal niet. Een goede leider weet zijn mensen te motiveren en aan zich te binden, de kern van succesvol leiderschap is (vlgs. Schouten & Nelissen) het inzicht dat je als leidinggevende afhankelijk bent van je mensen. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je wat voor doen als manager, dat kost tijd en moeite en veel energie. Hardop roepen dat “ze” niet willen lijkt me niet de meest motiverende manier om mensen in beweging te krijgen.

Huberts sluit het artikel af door te zeggen dat hij tegenwoordig expres mensen aanneemt die afwijken van het bestaande team om voor variëteit te zorgen. Ik hoop voor hem dat hij dat wel in overleg met het betreffende team doet want anders lijkt me dat erg sneu voor zowel de nieuwe medewerkers als de bestaande teams. Dat raakt een ander punt dat hij niet expliciet noemt maar dat wel in een ander artikel in hetzelfde nummer van Bibliotheekblad wordt genoemd: namelijk het nadrukkelijk werven buiten het vakgebied. Daar is op zich niet zo veel mis mee (leve de diversiteit) maar ik krijg soms de indruk dat mensen juist vanwége hun gebrek aan ervaring worden aangenomen. Want we zijn zo lekker open als branche….. In elke andere branche wordt juist heel nadrukkelijk gekeken naar het netwerk dat een kandidaat heeft waarvan  je als werkgever in de toekomst zou willen profiteren. Wij zien dat netwerk juist als ballast. Heel vreemd.

Overigens vind ik het een gotspe dat het Bibliotheekblad dit artikel van Huberts plaatst zonder enige verwijzing naar de bestuurlijke crisis waarin de Bibliotheek Gelderland Zuid zich bevindt, juist rondom dit thema, waarin Huberts een belangrijke rol heeft gespeeld. Voor alle duidelijkheid: ik ken Willem Huberts niet persoonlijk, noch iemand in de bibliotheek Gelderland Zuid dus dit is geen persoonlijke afrekening. Dit is alleen mijn visie op leidinggeven aan verandering, met name bij bibliotheekmensen.

Naschrift: het artikel van Huberts is inmiddels online te lezen, met dank aan L.A.R.S. voor de doorverwijzing.

Drs. P en de Biebmiep

24 augustus, 2009

Vandaag wordt Drs. P 90 jaar. Vanwege dat jubileum is er de afgelopen dagen al veel aandacht van de media voor hem geweest maar ik doe graag nog een duit in het zakje.

Ik dacht dat ik wel aardig bekend was met zijn oeuvre maar drie weken geleden heb ik tijdens een weekendje zeilen kennis gemaakt met de “best of” Drs. P en toen bleek mijn kennis toch erg beperkt te zijn. Hierbij zijn geniale demonstratie van hoeveel woorden er op Winschoter Diep rijmen, te beginnen met Miep en bieb. Uit het Avro-pogramma Andermans veren dus even de inleiding (35 sec.) uitzitten.

Wel of geen stereotypes?

16 augustus, 2009

bibliothecaresses geheugen van nederland Naar aanleiding van de oproep van de Avro over bibliothe-caressen voor in een kwisje is al een heleboel verontwaardig getwitterd en geblogd maar omdat over bibliothecarissen wat mij betreft niet genoeg gepraat kan worden doe ik ook nog maar een duit in het zakje.

Wat mij opvalt is dat de verontwaardiging zich richt op twee dingen: het feit dat ze alleen vrouwen (liefst 35+) zoeken en het feit dat ”we” weer in een hokje gestopt worden, en we ZIJN toch helemaal niet stereotiep?  Maar lieve mensen: daar gaat die quiz toch over?  Over stereotypes en over het ontkrachten daar van? Er zijn ook een heleboel jongens die hockeyen en er zitten vast een heleboel meisjes op hockey die geen blond haar, een stevige kont en een veel te harde stem hebben, maar bij het woord hockeymeisjes denk ik daar wel meteen aan. En ik weet zeker dat er bij de Nederlandse Hockeybond niemand is die aanstoot heeft genomen aan de oproep van de Avro. Waarom doen wij dat als beroepsgroep dan wel?

We vervallen zelf steeds in het stereotype van de brillen en de knotjes, ik denk niet dat er nog veel mensen in het wild rondlopen die dat beeld hebben. Maar ga een gemiddelde openbare bibliotheek binnen en kijk eens hoe het personeel dat daar rondloopt er uit ziet: over het algemeen heeft dat een vrij ingetogen uitstraling. Dat wil nog niet zeggen dat iedereen die in een bibliotheek werkt ingetogen is maar dat is wel wat het publiek ziet. En om eerlijk te zijn: als ik in Hoofddorp het station uitloop pik ik de mensen die op weg zijn naar ProBiblio voor een cursus of een vergadering er moeiteloos uit.

En wat zou dat? Kapsters hebben ook vaak haar dat er in mijn ogen nogal over the top uitziet maar dat is nou eenmaal hun vak. Smaken verschillen en zo. Mensen die in een bibliotheek werken lijken in het algemeen nou eenmaal op elkaar. En dan kunnen wij wel gaan roepen dat  niet iedereen die in een bibliotheek werkt ook bibliothecaris is en dat er ook vlotte en geestige bibliothecarissen bestaan maar daar hebben stereotypes geen boodschap aan.

Wat is dat toch met ons? Schamen we ons voor onszelf, hadden we eigenlijk liever een avontuurlijker vak gekozen? Reageren we daarom zo gepikeerd? Kom op zeg, mag het wat zelfbewuster? We weten zelf toch hoe het zit? En we hebben dit vak toch zelf gekozen? En stereotypes bestaan toch gewoon? Zoek op Flickr maar eens op librarian en je vindt voornamelijk parodieën op de stereotypes. Laten we om onszelf lachen in plaats van overal zo serieus (en daarmee rolbevestigend) te reageren.

Ik heb me voornamelijk verbaasd over de luiheid van de programmamakers. Het concept lijkt nogal bij elkaar gejat (beetje Een tegen 100, beetje Vijf tegen vijf, beetje IQ test) en die stereotypes zijn wel heel makkelijk bij elkaar gezocht. En dan de arrogantie om te denken dat je met één mailtje binnen vijf dagen de kandidaten voor het uitzoeken hebt. Ik weet niet of het programma van de grond komt maar ik vermoed zonder de categorie bibliothecaressen.

Dacht overigens altijd dat het bibliothecaresseS was maar het groene boekje geeft de Avro gelijk. Lees meer over stereotypes bij Edwin (over You don’t look like a librarian) en grinnik met de Librarian’s guide to Etiquette.

Sophia Loren, flickrHet lijkt wel of bibliotheken zich steeds meer ontwikkelen tot een facilitair bedrijf met als doel om zo efficiënt mogelijk zoveel mogelijk boeken uit te lenen en eventueel om zoveel mogelijk internetverbindingen weg te zetten. Alle automatiserings-, digitaliserings- en marketingacties hebben een kwantitatieve insteek: zoveel mogelijk gebruikers erbij, zo min mogelijk leden verliezen etc.

Dat is begrijpelijk want daar zijn we goed in, in logistiek en in praktische dingen. Maar dat is niet waarom de bibliotheken ooit zijn opgericht en waarom we volgens de Unesco zo belangrijk zijn. Het is ook niet waarom de jongens uit Delft internationaal zo bewonderd worden. Onlangs nog op het ALA congres in Chicago. Hun motto is Make Stories, Tell stories, Keep stories en volgens mij is hun boodschap dat het in een bibliotheek niet gaat om boeken maar om verhalen en dat het niet uitmaakt hoe die verhalen gebracht worden: op papier, digitaal of in een game. Een actieve houding is daarbij vereist. Maar bibliotheken zitten nu nog teveel op het passieve Keep-gedeelte van de boodschap.

Edwin blogde vorige week naar aanleiding van een stuk over het doel van de bibliotheek in de Christian Science Monitor en de reacties daarop bij de ALA en in de krant. De meeste reacties gaan in op de nogal boude uitspraken die de schrijver doet over het gebruik van internet en games in de bibliotheek en over de veranderde rol van de bibliothecaris. Veel interessanter vind ik wat hij schrijft over de koffieochtenden die hij in zijn schoolbibliotheek organiseert. Elke maandag ochtend “lokt” hij leraren en studenten met gratis koffie en probeert hij een gesprek op gang te brengen.  It is through that humane, humorous connection that we are trying to win back hearts and young minds to the library. At the coffee center, I am able to meet and talk with students about, oh, maybe Plato or Japanese Noh theater or the paintings of Jasper Johns. And that is exactly one of the blessings of a library. Before librarians put themselves out of business one printout at a time, libraries must explore similar creative ways to engage the community without dumbing down their mission. There is a way for libraries to uphold their noble purpose. They must carefully balance wants and needs of the community – they must stop being one-stop shopping centers.

Het klinkt een beetje sukkelig (hoeveel scholieren zouden zin hebben in een gesprek over Japans Noh theater) maar het principe lijkt me heel lovenswaardig.  Share stories. Als de bibliotheek echt een One-stop shopping center wordt gaan klanten zó naar een ander winkelcentrum als dat betere service levert. Want als het gaat om efficiency en kwaliteit zullen we de strijd altijd verliezen van Bruna, Bol.com of Google, daarom moeten we ons veel sterker richten op waar onze kracht zit (nog wel) en dat is persoonlijk contact en toegevoegde waarde. Verbindingen leggen (letterlijk en figuurlijk) en balanceren tussen wat het publiek vraagt en wat wij belangrijk vinden. Tussen volksverheffing en entertainment. Tussen het grote verhaal en het kleine leed.

Share stories. Zoek de relevantie voor de gemeenschap. Zo hou je de bibliotheek levendig en relevant. Lijkt me een schitterende uitdaging. Wie gaat hem aan?

boekomslag

 

Net terug van een inspirerende dag op Bibliotheekplaza. Ik ben natuurlijk bevooroordeeld want wij (van ProBiblio) hebben het zelf georganiseerd maar volgens mij ben ik niet de enige die tevreden was, ik hoorde om me heen alleen maar positieve geluiden.

Interessante sprekers waren het. De rode draad die er voor mij in zat was toch wel dat in deze 2.0-wereld het persoonlijk contact weer belangrijk wordt. De bibliothecaris  als gids, als leidsman en als vertrouwenspersoon. Eerlijk was een woord dat in elke presentatie terugkwam.

Andrew Keen drukte het zo uit: the future of the library and the future of librarians are not the same. De 21e eeuw is de eeuw van de individualisten maar er is nu des te meer behoefte aan ontmoeting en autoriteit. Librarians are much to humble. There’s a deep need for informationcurators in the future. En daar komen de (nieuwe) bibliothecarissen in beeld want die moeten die rol oppakken. Die moeten gaan bemiddelen in betrouwbare informatie en dat niet overlaten aan de massa. If the people kwow as much as we do, the library is dead. Gebruikers moeten je vertrouwen, je moet een band met ze opbouwen. Want intimacy has value.

Dat komt erg dicht bij wat meneer Tan van het Singapore Library Innovation Centre zei: na een heel verhaal over technische innovaties kwam als afsluiting het inzicht van de library as a concierge, connecting people and information.

Nicolette Wuring begon zelfs met de kreet: let’s get people involved again. Na een tranentrekkend (in de positieve zin) filmpje over Johnny the bagger legde ze uit hoe de bibliotheek meerwaarde kan creëren door vertrouwen op te bouwen bij de klant. Medewerkers moeten de kans (de tijd) krijgen om aandacht te besteden aan de klant. Dat is in deze tijden van zelfbediening en centralisering vloeken in de bibliotheekkerk maar ik kon haar wel zoenen. Want dat roep ik al jaren. (hier,  hier, en hier)

De andere sprekers in het plenaire gedeelte (Roland van der Vorst en René Repko) hadden het ook over eerlijkheid maar in een ander verband. Kortom, heel interessant. Nou nog kijken wat hiervan blijft hangen maar de inspiratie die ik heb opgedaan is al heel wat waard.