The Soup Library

26 mei 2012

Nieuwste aanwinst in mijn verzameling “bijzondere bibliotheken”, The Soup Library, a unique sit-down festival food experience.

Getipt door @librarylingo, die het een Festival eettent in biebstijl noemde. Dat is een beetje oneerbiedig want het lijkt me geweldig. Ja, het is inderdaad een cateringtent, het draait om de soep, maar het bibliotheekdeel is meer dan alleen een marketingtrucje. The Soup Library gives revellers a chance to escape from the melee and enjoy wholesome soup in a library setting, complete with books and friendly librarians.

De Soup Library is het initatief van een studente sociologie, die er in het najaar van 2010 mee begonnen is. Met haar tent bezoekt ze festivals en culturele evenementen. De mensen zitten er aan twee lange tafels en het eten wordt geserveerd door bibliothecarissen. Er worden kwissen  georganiseerd en er wordt voorgelezen, even bedtime stories before people stagger back to their tents. Ze hebben een prikbord, waar mensen berichten voor elkaar kunnen achterlaten. En soms organiseren de bibliothe-carissen andere activiteiten.

Leesbevordering in optima forma lijkt me, en ze vullen de verblijfsfunctie van de bibliotheek prima in.

Het doet me een beetje denken aan onze bibliotheek op Karavaan, het Noord-Hollands theaterfestival. Daar hebben we een paar jaar geëxperimenteerd met een festivalbibliotheek. Leuke dingen doen op locatie, in een ontspannen sfeer. Ik krijg er weer helemaal zin in als ik dat zo lees. Zou zoiets hier ook werken? Lijkt me enig om eens te proberen. Ik kan best goed soep maken, heeft er nog iemand een tent?

Die vraag wordt me regelmatig gesteld. Niet zo’n rare vraag want de boeken zijn niet beveiligd, er is geen toezicht in de bibliotheek en hij is 24 uur per dag bereikbaar.

Wordt er veel gestolen? Dat valt wel mee. Er verdwijnen wel eens boeken, maar die komen af en toe ook weer terug. Dat is niet de bedoeling, dat mensen boeken meenemen, maar het gebeurt soms toch. En boeken komen soms ook niet terug. Dus ja, er wordt wel gestolen maar dan hebben we het over kleine aantallen. En als je nagaat dat er per jaar 18,4 miljoen mensen in het gebied van de Airport Library rondlopen valt dat heel erg mee.

 Toen we begonnen met de Airport Library wilden we alles anders doen en daarom worden de boeken niet echt ingewerkt. Er komen een paar stempels in het boek en we plakken er een sticker op, dat is het wel zo’n beetje. Die stempels en die stickers zijn bedoeld om duidelijk te maken dat het om een bibliotheekboek gaat, meer niet. De kleine stickertjes die je hierboven ziet zijn iets groter dan een 2 euro munt. De grote maken ook meteen duidelijk dat het boek om te lezen is, niet om mee te nemen.

Het doel van de bibliotheek is om Nederlandse kunst en cultuur te promoten en blijkbaar worden sommige mensen zo gegrepen door wat ze zien dat ze het willen meenemen. Eigenlijk wel een goed teken, toch? Maar het is niet de bedoeling uiteraard….. Overigens worden de boeken over Amsterdam het meest meegenomen.

Een kerstboom in de uitlening, een kerstkaart naar relaties en eventueel een widget op de website? De New York Public Library pakt dat anders aan.

Onder de titel Finding Jesus at NYPL: a research guide wordt op de website uitgelegd welke bronnen er over Jezus te vinden zijn in de bibliotheek. Verwijzingen naar de bijbel en de koran uiteraard, maar ook naar achtergrondliteratuur over het Romeinse rijk, over de taal die Jezus sprak, over zijn moeder Maria en over zijn wederopstanding. Mét verwijzingen naar de catalogus. De lezer wordt gewezen op de Digital Gallery van de NYPL waar afbeeldingen te vinden zijn waar Jezus op voorkomt en op de speciale collectie Judaica. Maar er wordt ook gewezen op de boeken over de geschiedenis van het christendom, een verzameling gospelmuziek en op romans waarin de persoon van Jezus voorkomt.

Eenvoudig en effectief wordt zo weer eens duidelijk gemaakt waar de bibliotheek ook alweer goed in is. Mooi vind ik dat.

Bovenstaande afbeelding is overigens van de website van de KB.

Bibliotheekgroenten

17 augustus 2011

Kijk, hier word ik nou vrolijk van. Niet persé van deze foto maar vooral van het bericht dat er bij hoort. De City Island Library in New York (een filiaal van de New York Public Library) heeft een groentetuin aangelegd op zijn binnenterrein. Het is maar een klein tuintje (a bit larger dan a parking space) maar ze verbouwen er van alles: sla, tomaten, bloemkolen en aardbeien o.a. Voor eigen gebruik: zowel door het personeel maar ook door het publiek.

Not only does this library feed the mind, but it also feeds the body volgens een van de vrijwilligsters van de City Island Garden Club, ooit opgericht om het tuinieren in de wijk te bevorderen. En waarom heeft de bibliotheek dat tuintje? We’re a community library and we thought it was a good idea, aldus de branch manager. Ik krijg niet de indruk dat hier lang over vergaderd is, of dat er is gediscussieerd over de vraag of dit wel bij de core business van de bibliotheek hoort, laat staan of dit binnen een formule past. Goed idee, ja leuk, gaan we doen. En iedereen die wil mag meedoen, personeel zowel als bibliotheekgebruikers.

Dat zijn dingen om vrolijk van te worden vind ik. Kleine initiatieven die passen bij het lokale karakter van een bibliotheek en waar medewerkers enthousiast voor zijn. En dan geen gekruidenier over dat die groenten verkocht worden, maar ze worden worden gewoon uitgedeeld. Het is immers een community library?

Overigens: ze organiseren hier nogal wat activiteiten: vandaag alleen al een workshop Schrijf je cv , voorlezen voor baby’s en een Yu-gi-oh toernooi voor kinderen. Indrukwekkend voor een van de kleinste filialen van de stad.

 Street Lab is een organisatie in Boston die programma’s bedenkt voor openbare ruimtes. In 2009 maakten ze in een leegstaande winkel in Chinatown (Boston) een tijdelijke bibliotheek.

Daarmee sloegen ze meerdere vliegen in één klap: er was na meer dan 50 jaar eindelijk weer een bibliotheek in de wijk, de straat knapte er van op want er stond weer één winkel minder leeg en de buurt knapte er van op want er werd van alles georganiseerd in de bibliotheek. Ze schakelden studenten van Harvard in om meubels te ontwerpen dus het had een dubbel educatief doel. De collectie (ongeveer 4000 banden) bestond uit giften en de bibliotheek werd voornamelijk gerund door vrijwilligers en stagiaires. Er was gratis internet, er werd voorgelezen, er waren conversatiecursussen en veel activiteiten. Heel veel activiteiten, zeker als je bedenkt dat de bibliotheek maar drie maanden open was. De activiteiten varieerden van schrijfcursussen en tekenlessen tot workshops over de Opera. De Chinese Opera uiteraard.

De bibliotheek richtte zich op aan de wijk gebonden mensen: ouderen en volwassenen met jonge kinderen. (zoals ook in Nederland de kleine kernen bibliotheken doen)  Het mooie van dit project is dat de bibliotheek hier niet het doel is, maar een middel. Een manier om iets toe te voegen aan de maatschappij, een middel om de omgeving te verbeteren. Ze hebben niet zomaar even wat boeken in een lege winkel gezet maar hebben veel energie gestoken in het creëren van draagvlak en ze proberen aan te sluiten bij de behoefte van de buurt. De Boston Public Library was wel betrokken bij dit project, maar in een adviesrol, de leiding lag bij de mensen van Street Lab. Niks ingewikkelde catalogus maar gewoon alles in LibraryThing. En toen de bezoekers in de eerste week vroegen of ze de boeken ook mee naar huis konden nemen werd er snel een uitleensysteem in elkaar gefietst.

Het project was van begin af aan bedoeld als een tijdelijk iets dus na drie maanden werd de hele boel weer opgeheven. De hier opgedane ervaring wordt nu ingezet in andere projecten voor de verbetering van de openbare ruimte. Een van die projecten is het Uni project: een flexibele, draagbare plek. It brings books to public space. It adapts lectures, classes, workshops, after-school programs, and films for street level and puts them in public space. The Uni gives us a place to gather in public and contribute to our neighborhood and city. Dat klinkt mooi. Lijkt me alleen minder praktisch dan die lege winkel.

Je hebt enthousiasme nodig en zelfvertrouwen en een flinke dosis soepelheid, maar dan heb je ook wat. De bibliotheek van Muiderberg is maar klein, maar wel een voorbeeld van innovatief bibliotheekwerk en kansen grijpen die zich voordoen.

Gisteren was de Kenniscirkel Kleine Kernen van ProBiblio te gast in het Servicepunt van Muiderberg, onderdeel van De Bibliotheek (o.a. Weesp en Muiden). Muiderberg is een kern van ruim 3000 inwoners waar tot ieders tevredenheid wekelijks een bibliobus kwam. Toen duidelijk werd dat de bibliobussen van ProBiblio zouden worden opgeheven is de bibliotheek in samenwerking met de gemeente serieus op zoek gegaan naar een alternatief. Dat werd gevonden in het nieuw te bouwen Multifunctionele gebouw in het dorp. In dit gebouw werd naast de bar door de architect een plekje vrijgemaakt voor een servicepunt van de bibliotheek. De bar wordt beheerd door cliënten van de Stichting Philadelphia. Behalve het beheren van de bar verrichten de (zwakbegaafde) medewerkers van Philadelphia klusjes voor de gebruikers van het pand en ze houden een oogje in het zeil bij de bibliotheek.

Eén keer per week is er een bibliotheekmedewerker aanwezig, op alle andere dagen ruimen de medewerkers van Philadelphia de boeken op. ‘s Avonds wordt de bar gebruikt door de diverse verenigingen die het gebouw gebruiken. Die verenigingen runnen zelf de bar en houden dan ook een oogje in het zeil bij de bibliotheek. Dit heeft tot gevolg dat de bibliotheek in theorie bijna 50 uur per week geopend is, in de praktijk is dat nog veel vaker. Het servicepunt wordt zeer goed gebruikt en bij de nieuwe leden zitten opvallend veel mannen. Die zoeken, voordat ze ’s avonds gaan sporten in de sporthal nog snel even een boek uit in de bibliotheek.

Net zoals de ouders die hun kind afzetten bij de Buiten- schoolse opvang in het gebouw, of die moeten wachten totdat hun kind klaar is met kinder- gymnastiek. Iedereen blij: de bibliotheek heeft Muiderberg wat te bieden, de inwoners hebben een mooie voorziening en de cliënten van Philadelphia doen nuttig werk.

Om zoiets voor elkaar te krijgen moet je dus niet te bang zijn: de kans bestaat namelijk dat het een rommeltje wordt in de bibliotheek als er geen permanent toezicht is. Dat is overigens nog niet gebeurd. Je moet ook enthousiast zijn, zodat je alle betrokken partijen van het nut en de noodzaak van de bibliotheek kunt overtuigen. En je moet soepel zijn: een keer per jaar moet de bibliotheek plaats maken voor de Vogelshow van de plaatselijke vogelvereniging. Al het meubilair van de bibliotheek wordt dan in de sporthal geschoven zodat de bibliotheek toch gewoon open kan blijven. En als een van de cliënten van Philadelphia persé boeken wil opruimen, maar eigenlijk het alfabet niet goed genoeg kent dan moet je soepel genoeg zijn om daar ook een mouw aan te kunnen passen.

Want een dergelijk concept staat of valt met een goede samenwerking met de diverse gebruikers van het pand. Als je star blijft vasthouden aan je eigen eisen en je eigen regeltjes is het gedoemd te mislukken. Net zo belangrijk is het bieden van kwaliteit: de collectie in Muiderberg ziet er goed uit en wordt mooi gepresenteerd. Als het alleen een kastje met oude, vieze boeken zou zijn dan zou niemand er gebruik van maken, al was de samenwerking nog zo fijn. Dat doen ze goed daar, in Muiderberg.

 Gisteren vond in de Verkadefabriek in Den Bosch een conferentie plaats over de SchoolBiEBs van de bibliotheek Den Bosch (ook wel BiEB ‘s Hertogenbosch). In Den Bosch hebben ze drastische keuzes gemaakt: ze hebben besloten om nog maar 2 vestigingen open te houden (een centrale bibliotheek in Den Bosch en één filiaal in Rosmalen) zodat er door het sluiten van alle andere vestigingen financiële ruimte kwam om in alle basisscholen van Den Bosch een schoolbibliotheek te maken. Een echte schoolbibliotheek, met nieuwe boeken, een geautomatiseerde uitlening en (het belangrijkste zoals steeds werd benadrukt) een leesconsulent die wekelijks op school is.

De conferentie was informatief, overzichtelijk en gezellig. Iedereen kreeg waar ie voor kwam: achtergronden, ervaringen en praktische informatie. En gelukkig waren er ook Bossche bollen.

De dag begon met een schets van het grote geheel (door Stichting Lezen, VOB en SIOB), ging daarna verder met een presentatie over De aantoonbare meerwaarde van  de schoolbibliotheek en daarna volgde een presentatie van het Bossche model. Die presentatie was ook weer onderverdeeld in een strategisch, een tactisch en een operationeel gedeelte waardoor alle onderdelen aan bod kwamen. Inclusief de enthousiaste leerkracht die het enigszins verontwaardigd voor de SchoolBiEB opnam toen iemand in de zaal opmerkte dat ze de kinderen ook zo graag een “echte bieb” gunde, zonder bemoeienis van meester of juf.

Aan het einde van de middag werden 5 nieuwe brochures van Kunst voor lezen gepresenteerd, die allemaal met het landelijke programma Bibliotheek op school te maken hebben. Uiteraard is er ook een over de schoolBiEBs van Den Bosch. Blijkbaar krijgen alle bibliotheken deze brochures binnenkort toegestuurd, maar ze zijn nu al te downloaden vanaf de site van het SIOB.

Fijn, zo’n studiedag over positieve dingen,  met al die mensen die trots waren op wat ze  bereikt hadden. Inclusief een oprecht enthousiaste dagvoorzitter, die de touwtjes strak in handen hield maar steeds vanuit de inhoud betrokken bleef. Verfrissend ook, in deze treurige tijden. Daar wil ik er wel meer van, van dit soort dagen.

 Libraries cater for the middle classes, not the deprived, schreef een Brits parlementslid op zijn blog en die constatering is voor hem reden om te pleiten voor een herschikking van het aantal openbare bibliotheken in het land.

Op het eerste gezicht heeft John Redwood daar best een punt: in de gemiddelde openbare bibliotheek is de collectie gericht op een dwarsdoorsnee van de plaatselijke leners en dat zijn in de praktijk meestal “middenklassers”. (*ik zet het woord tussen haakjes omdat het zo’n lelijk woord is en omdat dat in het Nederlands toch heel anders klinkt dan in het Engels maar dat moet maar even). De collectie van de bibliotheek is gericht op een gemiddelde inwoner van een gemeente, want het gaat om gemeenschapsgeld dat je aan een zo groot mogelijk publiek ten goede wil laten komen. Dat wil niet zeggen dat je er niet óók bent voor “de achtergestelden”  (zie *), beter gezegd: dat je er júist bent voor die achtergestelden.

Het ingewikkelde aan dat verhaal is dat de definitie van wie achtergesteld is en wie niet, niet zo helder is vast te stellen. Laaggeletterden, allochtonen, inwoners van een achterstandwijk? Niet iedereen die in een achterstandswijk woont is laaggeletterd.  Als je opgroeit in een villawijk met een taalachterstand omdat je Filippijnse au-pair slecht Nederlands spreekt, ben je dan achtergesteld of niet? Om het nog ingewikkelder te maken zijn “de” achtergestelden ook nog eens niet zo eenduidig te bereiken. Wat zou het handig zijn als je ergens een gebouwtje kon neerzetten met een bordje: “achtergestelden hier melden” en dat ze dan allemaal in grote getale uit zichzelf zouden komen toestromen. Maar zo werkt het nou eenmaal niet.

Daarom probeert de bibliotheek aan de ene kant een zo groot mogelijk publiek te bereiken en aan de andere kant in te spelen op de lokale problematiek en een specifieke doelgroep te bereiken. Die doelgroep kan overal anders zijn: in de ene gemeente zijn dat inburgeraars, in de andere gemeente taalzwakke autochtonen. Dat is een nogal genuanceerd verhaal dat bibliotheken niet altijd even helder vertellen, maar waar politici de laatste tijd ook niet erg gevoelig voor zijn. Want politici houden van eenduidigheid, van doen wat je zegt en zeggen wat je doet en van een rechte rug en vooral geen nuances want dat lijkt te veel op draaien, en dat is blijkbaar het foutste wat je als politicus kunt doen.

Wat me nog het meeste stoort is dat politici zich zo slecht kunnen verplaatsen in een ander. Het Britse parlementslid hierboven vertelt bijvoorbeeld hoe hij als eindexamenscholier naar de bibliotheek ging maar daar (toen al..) niks van zijn gading vond. Gelukkig hielp zijn school hem aan een pasje voor de universiteitsbibliotheek waar hij wel aan zijn trekken kwam. En dus kan de openbare bibliotheek wel weg want het was toen niks en het is nog steeds niks. Maar ik ga er van uit de Britse openbare bibliotheken zich niet richten op uitblinkende studenten, maar juist op die leerlingen die níet naar Oxford gaan en die (daarom) géén parlementslid worden.

Het is dezelfde kortzichtigheid als van die gemeente die opeens besluit dat ze geen gebouw subsidieert maar een functie en dat iedereen de bibliotheeksubsidie mag claimen die die functie kan uitoefenen. Ongetwijfeld geïnspireerd door de notitie die zij samen met adviesbureau BMC en nog negen andere plattelandsgemeentes heeft geproduceerd met als titel: Zomer in Nederland, Open oog voor toekomst-bestendig platteland, appèl aan bestuurlijk lef  Een ronkend boekje vol modellen en kwadranten en beleidscycli waarmee de lokale bestuurders kunnen laten zien dat zij wél bestuurlijk lef hebben. Om zich op die manier tegen hun voorgangers af te zetten.

Dit zijn politici die zich verschuilen achter het feit dat in geen enkele wet staat dat een gemeente verplicht is om een openbare bibliotheek te hebben. En die via de VNG ook flink lobbyen om dat vooral zo te houden. Die maar weinig sociaal gevoel hebben en die de samenleving zien als een project, dat je dus ook als zodanig moet managen. Die denken dat je alles kunt regelen met modellen en afspraken en risicoanalyses. En als het mis gaat gooi je er gewoon nog meer afspraken en modellen tegenaan. Als het dan nog niet goed is verklaar je het project mislukt, sluit je het af en begin je aan een nieuw project. Met een beter model en betere afspraken. Alleen werkt het in de samenleving niet zo, daar heb je te maken met echte mensen, niet met projectmedewerkers. En in de echte wereld heeft het ook echte gevolgen als iets wordt opgeheven. Misschien niet financieel, maar wel op ander gebied. Gevolgen die niet direct zichtbaar zijn maar waar een volgende generatie bestuurders voor mag opdraaien.

Het stoort me mateloos dat wij daar als branche zo weinig weerwoord op hebben. Ik snap heel goed dat je als plaatselijk bibliotheekdirecteur je eigen wethouder niet kortzichtig noemt. Tenminste niet in zijn gezicht. Want je wil de schade zoveel mogelijk beperkt houden en binnenkort moet je toch weer met die man om tafel. Maar op provinciaal en landelijk niveau zie ik ook weinig gebeuren. Misschien wordt er koortsachtig overlegd in achterkamertjes en fors gelobbyd in wandelgangen, maar ik ben bang van niet. Daar zal dat eigenbelang net zo’n rol bij spelen, maar af en toe bekruipt me toch ook wel het gevoel dat de branche zichzelf een beetje opgegeven heeft. Dat bij sommige mensen op het bovenlokale niveau het gevoel van urgentie plaats gemaakt heeft voor pragmatisme. Waarom wordt er nou nooit eens iemand woedend? Waarom zegt er nooit iemand dat ie zijn buik vol heeft van platitudes als “doel en middel niet verwarren? Waarom zijn we afhankelijk van Abdelkader Benali om een charmante actie te organiseren voor het behoud van de bibliotheek?

Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik extra blij was met die ondernemer die zich aanbood bij een van onze gemeentes om mee te denken over mogelijkheden om de sluiting van een bibliotheekvesting te voorkomen. ”Want ik vind het een kwestie van beschaving om als gemeente een bibliotheek te hebben”. Kijk, daar heb je iets aan….

Hoe de nieuwe stap bevalt

4 februari 2011

Tulpen en krokusen / Tulips and crocuses Originally uploaded by eszsara

De eerste week in mijn nieuwe positie zit er bijna op. Ik heb nu drie dagen gewerkt als Teamleider Backoffice in de bibliotheek Bollenstreek en vandaag is het mijn eerste dag als kleine zelfstandige.

Eerste indruk: heerlijk!
Het is lekker om weer terug in de bibliotheek te zijn, om weer tussen de boeken rond te lopen en weer klanten te zien. Die klanten heb ik nog niet gesproken, maar dat komt vast nog wel. Het is ook fijn om weer met praktische dingen bezig te zijn en om nieuwe dingen te leren. En om de touwtjes weer (een beetje) in handen te hebben. Maar wat vooral zo leuk is: de mensen in de Bollenstreek zijn allemaal zo ontzettend aardig. Dat schrijf ik niet (alleen) omdat ze hebben laten merken dat ze mijn blog lezen, maar omdat het ook echt zo is. Ik kwam in een warm bad terecht, dank jullie wel allemaal.

Als kleine zelfstandige ben ik nog wat aan het scharrelen: vanochtend had ik voor het eerst van mijn leven een afspraak bij de bank, dus dat onderdeel is nu ook geregeld. Vanmiddag heb ik mijn werk als Airport Librarian weer opgepakt na twee weken vrij. Eens kijken of we een tentoonstellinkje over Toon Tellegen kunnen maken op Schiphol. De Engelse vertaling van Brieven aan niemand anders heeft vorige week de Marsh Award gewonnen: een prestigieuze prijs voor het best vertaalde kinderboek. Dat is toch een Nederlands cultureel wapenfeit om trots op te zijn.

En als mijn mail nou ook weer gewoon gaat werken dan komt het allemaal goed.

Klantvriendelijk?

25 januari 2011

Vorige week zag ik in de Centrale Discotheek in Rotterdam dit beginscherm.

Ben ik nou de enige die dit leest als “wat mot je?”  

Het is duidelijk hoor, wat je op deze pc kunt doen: namelijk naar muziek luisteren en ook nog iets opzoeken in de catalogus. Er had dus eigenlijk zoeken en luisteren moeten staan. Je kunt ook té duidelijk zijn, denk ik wel eens. Maar misschien is dit wel gewoon Rotterdams recht door zee.