Boze bibliothecaris
4 juni 2011
Het begon met Edwin, die twitterde vorige week: “I’m the fucking librarian, motherfucker. I am not any corporation’s bitch. And if I want books in the library, we’re having books. And DVDs. And econtent. And graphic novels. And pie.”
Een geweldig statement vond ik, afkomstig van een blogpost van de Censored Genius, met als titel The fight goes on. Biboef wees me op die blogpost, en op het feit dat er al een t-shirt met die slogan bestond. De posting is geschreven naar aanleiding van een stukje van Seth Godin over The future of the library waarin hij oproept om bibliotheken om te bouwen tot digitale kenniscafe’s waar bibliothecarissen een soort supertechneuten worden en alles digitaal is. Best een leuk gedachtenexperiment en niet zo ontzettend vreemd verzonnen vond ik, maar alle bijval die hij (ook hier) kreeg vond ik wel een beetje overdreven.
De Censored Genius maakt zich ontzettend boos over dat verhaal, niet omdat hij tegen digitale kenniscafe’s is maar omdat hij vindt dat teveel mensen en bedrijven zich bemoeien met wat de bibliotheek (en dus de bibliothecaris) zou moeten doen. Niet uitgaande van wat de behoeftes van de bezoekers zijn maar vanuit het product dat ze willen verkopen of vanuit hun eigen elitaire wereldje. As if these people don’t deserve access to what they want, even if what they want is crap. And that’s my job to decide. Not Amazon’s job or Netflix’s or Godin’s.
Wat mij betreft heel herkenbaar, hier niet zozeer vanwege Netflix maar vanwege wethouders en adviesbureaus die geen flauw benul hebben van de dagelijkse bibliotheekpraktijk maar wel een uitgesproken mening hebben over wat de bibliotheek doet of zou moeten doen.
Daar word ik wel eens verdrietig van. Maar ik ben blij dat ik nu een kameraad in de strijd heb gevonden. I see the war on the horizon. I see the battle here at our door. And the fight has been going on for years, as this is now 14 AG (Anno Google), and librarians have had to convince others of our relevance since the birth.
Inmiddels weet ik dat de Censored Genius niemand minder is dan The effing librarian (voor wie het niet door heeft: het is een Amerikaan en met effing bedoelt hij een heel vies woord dat met een f begint…). Hij is vorig jaar gestopt met bloggen maar kon het toch niet laten om af en toe nog eens van zich te laten horen dus hij is weer een nieuw klein blogje begonnen. Fijn. Heb ik weer iets om naar uit te kijken. Dank je wel Edwin, voor de tip.
En dankzij Biboef wil ik nu een T-shirt met: Wie is hier nou de bibliotheek, gij of ik?
Iedereen altijd prijs
8 mei 2011
Dit bord zag ik vorige week op de kermis op het Lange Voorhout in Den Haag. Ik vond het een prachtig bord, niet alleen omdat het visueel zo sterk is maar het is ook zo ontzettend duidelijk.
Ik weet niet waarom dit bord me te binnen schoot toen ik het stuk van Wim Keizer in Bibliotheekblad las over de toekomstplannen die de VOB en het SIOB afzonderlijk van elkaar aan het maken zijn. Misschien omdat ik weer alleen maar las over procedures en niet over inhoud? Zoals ik bij Bibliotheek.nl ook alleen maar over processen lees en ze daar bij inhoud alleen aan “content” lijken te denken en niet aan de inhoud van het vak. (overigens hoera voor Jan Klerk, want dankzij zijn blog horen we überhaupt iets over de achtergronden van BNL)
Procedures en processen die wéér niet tot die aansprekende, inhoudelijke visie op nut en noodzaak van het werk van de openbare bibliotheek zullen leiden, zoals de Raad voor Cultuur die zo node mist. Processen en procedures waarin iedereen weer zijn zegje gaat doen maar waar de meningen verdeeld zullen blijven en die ons dus niet echt verder zullen brengen.
Terwijl we het volgens mij over hele andere dingen moeten hebben, zoals Pieter Offermans zegt: waartoe zijn de bibliotheken op aard? Welke meerwaarde voegen zij, ook in de 21e eeuw, aan het leven van mensen toe? Maar ik ben bang dat die vraag vermalen zal worden in al die procedures en stappenplannen. Dat het weer meer van hetzelfde zal worden en dat er uiteindelijk een slap compromis bereikt zal worden: iedereen altijd prijs. Maar wel een prijs waar je niks aan hebt, zoals dat gaat met spullen van de kermis.
Maatwerk of confectie?
9 februari 2011
Vorige week schreef Jan Klerk op zijn blog een uitvoerig stuk over hoe bibliotheken de afgelopen tijd bezig zijn geweest om tot meer eenheid en een eenduidigere uitstraling te komen. Het is een helder verhaal waarbij me al lezend langzaam duidelijk werd waarom dat hele proces me af en toe irriteert.
Jan gebruikt de vergelijking One size fits all. Dat is een mooie metafoor, van die kleding: het bibliotheekwerk was in het verleden maatwerk. Individueel handwerk waar heel veel energie in ging zitten maar dat overal anders uitpakte: de ene bibliotheek was een haute couture galajurk met sleep en glitters en veren en de andere bibliotheek was een zelfgebreide borstrok die kriebelde en te strak zat. Maar allebei handwerk. Goede afstemming en een kwaliteitsboost waren hoognodig. Het lijkt me dat je het dan eerst over een paar basiszaken eens moet worden. Maken we een feestjurk of ondergoed, gaan we breien of borduren? Wat je volgens mij juist niet moet doen is One size fits all. Dat zit namelijk nooit goed. Het lijkt leuk, is niet duur en lijkt op het eerste gezicht heel handig maar in de praktijk valt het altijd tegen. De sokken passen nooit: de hiel zit altijd ergens halverwege je enkel en gaat dan vervelend schuren in je schoenen. Bij panty’s hangt het kruis te laag en bij rokken is het elastiek in de band meestal veel te los. Ik heb er achteraf altijd spijt van als ik weer eens in zo’n mooie aanbieding ben getrapt. One size fits all resulteert meestal in onflatteuze hobbezakken die niemand echt goed passen.
Als je een einde wil maken aan al dat individuele handwerk zou het logischer zijn om over te gaan op een nette confectie. Maak duidelijke keuzes en afspraken: vandaag allemaal een kort zwart jurkje en morgen allemaal een witte onderbroek, model heupslip. En dan mag iedereen zelf weten of het een Björn Borg onderbroek is of een modelletje van de Hema, zolang die maar wit is en ’t een heupslip is.
Da’s misschien niet slim en sexy, maar wel praktisch. Je hebt minder ontwikkelkosten en je vergroot het draagvlak voor je plan. Want we zijn het in de branche over een heleboel algemene zaken wel eens maar zodra het op uitvoering aan komt vinden we toch vooral ons eigen idee het beste en hebben we erg veel moeite om iemand anders idee over te nemen. Veel projecten stranden niet omdat het uitgangspunt niet goed is maar omdat er onvoldoende draagvlak is voor de vorm en wegens onenigheid over uiterlijkheden. En dat is niet goed. Want ik ben het met Jan eens: Een lege bibliotheek zonder mensen is geen bibliotheek. Dus we moeten ontzettend ons best doen om de mensen binnen te halen en binnen te houden. Maar ik betwijfel of dat gaat lukken met laffe One size fits all outfitjes.
Verkeerd soort innovatie
16 november 2010
Ja hoor, vanochtend gebeurde het weer. Een heel bevlogen bibliothecaris die vertelt dat ze nou zoiets geweldigs bedacht hadden! Dat ze bezig waren met het ontwikkelen van een heel nieuw concept om boeken uit te lenen. Dat ze al in gesprek zijn met een leverancier die hun idee vorm zou kunnen geven en dat ze ook al om tafel zitten met de automatiseerder. Zo leuk!
Interessant. Waar gaan jullie dat apparaat neerzetten? Dat weten we nog niet precies. Misschien hier of daar, of zus of zo.
Goh, voor wie is dat geweldige nieuwe concept dan bedoeld? Nou ja, we denken dat jonge mensen dit leuk gaan vinden. Of misschien ook wel de iets oudere mensen. Of mensen in een winkelstraat of in het openbaar vervoer of zo. Het wordt waarschijnlijk ook heel betaalbaar. En het is zo leuk! En zo nieuw!
Nee. Stop. Zo werkt dat dus niet. Je doet aan innovatie omdat je een probleem hebt. Of een vraag. Of omdat je ontevreden bent over de bestaande voorziening, of omdat je klanten daar ontevreden over zijn. NIET alleen omdat je zelf een leuk idee hebt. En zeker NIET omdat het technisch zo’n mooie uitdaging is. Uitgangspunt bij bibliotheekvernieuwing moet toch echt de klant zijn. Wat voor probleem los je met deze nieuwe vinding op? En vindt de klant dat ook een probleem of denk jij dat alleen maar omdat je dat wel goed uitkomt? Je gaat niet eerst iets ontwikkelen en er daarna een doelgroep bij zoeken. Als je het nodig vindt om iets te maken voor jonge mensen dan verdiep je je in hun bezigheden en behoeftes en dan vraag je je af waar je jonge mensen blij mee kunt maken. Heb je een probleem in een winkelstraat dan zoek je uit waar dat probleem vandaan komt en hoe je daar iets aan kunt doen. Je gaat niet eerst een apparaat maken en er daarna pas een publiek voor zoeken.
En toch gebeurt zoiets vaker in bibliotheekland. Hoe kan dat? Waarom laten sommige mensen zich zo meeslepen door hun eigen idee dat ze de realiteit uit het oog verliezen? Dat ze maar door blijven gaan met iets waarvan de haalbaarheid door de buitenwereld al heel snel betwijfeld wordt? Waarom is er zo weinig aandacht voor kritsche vragen? Komt dat omdat bibliothecarissen zo pragmatisch zijn? Zo ontzettend doenerig? Dat we daardoor niet of nauwelijks stil staan en ons afvragen of we wel op de juiste weg zitten? Er is een probleem, we zien een oplossing en hup: aan de slag. Lekker praktisch. Niet te lang nadenken of dit wel de goede oplossing is: het is een oplossing, dus aan de slag. Of willen sommige bibliothecarissen te graag spelen met de nieuwe techniek? Willen ze hun nieuwe speelgoedjes niet opgeven?
Ik weet het niet. Maar ik word er soms wel erg moe van. Al die energie die in die projecten wordt gestopt, al die mooie verhalen, die glanzende brochures en die trotse directeuren. En de doodse stilte na de opening. En de ontwijkende antwoorden op de vraag “hoe het loopt”.
For the record: natuurlijk zijn er veel projecten die wel goed lopen, die een echt succes zijn. Maar naar mijn gevoel zijn er zeker zoveel die een stille dood sterven, die soms al doodgeboren worden, en daar hoor je nooit iets over. Jammer.
Alle antwoorden goed
10 maart 2010
Over de diverse problemen waar openbare bibliotheken dezer dagen mee worstelen is veel geschreven. En al zijn de issues in grote lijnen hetzelfde voor alle bibliotheken, het oplossen ervan doet elke bibliotheek op zijn eigen manier omdat de omstandigheden overal anders zijn.
Voor de meeste bibliotheken is het vinden van de juiste oplossing nogal een worsteling. Ze laten zich daarom graag ondersteunen bij die zoektocht. En precies voor die ondersteuning heb ik samen met mijn collega Len van Twisk een workshop ontwikkeld. Een workshop waarin we, uitgaande van de visie en missie van de bibliotheek met een gemêleerd gezelschap vaststellen welke oplossingen er mogelijk zouden zijn. Het is geen kant-en-klare oplossing, want die bestaat niet, maar het is een hulpmiddel voor de bibliotheek om keuzes te maken. De workshop had als werktitel workshop Kiezen maar hij heet inmiddels Alle antwoorden goed omdat dat beter weergeeft waar de workshop over gaat. Want het is meestal heel gemakkelijk om een vraag te beantwoorden, het stellen van de juiste vraag is veel moeilijker. Op de vraag: We moeten 10% bezuinigen, wat moeten we nu doen? is een heel eenvoudig antwoord te geven. Bijvoorbeeld: je schaft een jaar lang geen nieuwe materialen aan of je sluit de bibliotheek twee dagen per week. Hele eenvoudige antwoorden, maar niet de antwoorden die een bibliotheekdirecteur graag geeft. Hoe kom je dan tot een ander antwoord? Nou, daar gaat die workshop over.
We hebben deze workshop inmiddels drie keer gegeven, elke keer naar aanleiding van een hele andere vraag en het is tot nu toe steeds gelukt om tot een bevredigend resultaat te komen. Daar ben ik best trots op, vandaar dat ik hierbij nog maar eens reclame maak voor onszelf.
Sla dit stukje maar over
5 februari 2010
…. want dit wordt een zeurstukje ben ik bang.
Maar ik ben vandaag in zo’n bui dat ik het ook allemaal niet meer weet. Ik doe toch echt mijn best om positief te blijven maar het lijkt alsof mijn vertrouwen in een juiste afloop een beetje begint op te raken. Een juiste afloop van wat? Van alles.
De vernieuwing van de branche is in volle gang, Bart Drenth en Hans Veen werken volgens mij keihard maar toch. De branchevereniging heeft al een nieuwe directeur en is volop bezig met het invullen van de laatste open plekken in de organisatie, net zoals het sectorinstituut. Hoe gaat die invulling er uit zien? Toen ik onlangs eens informeerde naar het een en ander kreeg ik te horen dat ze zo blij waren dat ze zoveel reacties van buiten de branche hadden gekregen…. Dat voorspelt niet veel goeds. Als de branche instellingen hun eigen beroepsgroep al niet meer serieus nemen, wie neemt ons dan nog wel serieus?
En bespaar me de reacties over vers bloed dat altijd goed is en bibliothecarissen die teveel oogkleppen op hebben, daar ben ik nu even niet voor in de stemming, voor zo’n heilloze discussie. Wel HRM “hoog op de agenda” zetten, maar werven buiten de branche…
En die foto in het nieuwste bibliotheekblad (nr. 1) van de kwartiermakers die de “lege huls met bezieling gaan vullen” maakte me ook niet echt vrolijk. Leuke foto, dat wel. Aardige mannen ook denk ik (ik ken er maar een van en die is heel aardig) maar het zijn wel allemaal MANNEN. Hoe kan dat nou weer? Hoe hebben we dat nou weer laten gebeuren? Waarom konden daar nou niet twee vrouwen bij zitten? Dat in deze vrouwenbranche altijd weer mannen in de leidinggevende en richtinggevende posities zitten heb ik al lang geleden geaccepteerd, maar deze foto is wel heel erg “montuur 1973″.
Van dat soort dingen word ik dus een beetje cynisch en achterdochtig. Ik wil er graag van uit gaan dat het uiteindelijk wel goed komt, maar dat kost me vandaag gewoon een beetje moeite. Dit en gedoe op het werk, op diverse fronten, zorgen voor een sombere bui vandaag. En die grijze, natte luchten buiten helpen daar niet echt bij, eerlijk gezegd. Het wordt tijd voor het voorjaar….
Toys for boys
6 december 2009
Originally uploaded by zero g
Vorige week maakte minister Plasterk bekend welke 17 projecten aanspraak mogen maken op de 7,5 miljoen euro die hij beschikbaar heeft gesteld voor het bevorderen van de digitale bibliotheek. Fijn voor de bibliotheken die “gewonnen” hebben en ik gun ze het geld allemaal van harte. Dit zijn zware tijden voor de bibliotheken en je moet elke cent pakken die je krijgen kunt. Maar ik werd eerlijk gezegd niet erg vrolijk van het lijstje.
Er zitten mooie projecten bij hoor, maar toch. Het zijn allemaal losse projecten, die waarschijnlijk allemaal al lang ergens in een bureaula lagen, in afwachting van betere tijden en nu snel opgepoetst zijn omdat er geld beschikbaar was. Of het zijn bestaande plannen waar snel een digitale draai aan is gegeven om in de subsidiemal te passen. Prima, zo werken dingen nou eenmaal, dat weet ik. Maar ik vind het zo jammer. Nou ís er op bestuurlijk niveau belangstelling voor de openbare bibliotheek, nou hééft de minister veel geld beschikbaar gesteld, is er ‘n hele organisatie opgetuigd en dan eindigen we met opgepimpte, lokale plannen. Het was zo mooi geweest als al dat geld nou eens in één spraakmakend landelijk project werd gestoken. Waar het hele werkveld beter van zou worden en waar na 2012 (als het geld op is) iedereen ook nog steeds blij mee is. En ik weet wel dat het om puur praktische redenen anders is gegaan: de minister had haast (wilde waarschijnlijk daadkracht tonen) dus hij beloofde de kamer vóór het einde van het jaar resultaat. Toen moest er eerst een organisatie worden opgetuigd, dat gebeurde heel voortvarend, maar daarna was er te weinig tijd voor visionaire plannen Zo gaan die dingen, dat weet ik. Maar dat neemt niet weg dat ik het een gemiste kans vind. Met één landelijk plan was die landelijke bibliotheek ook meteen een stuk dichter bij gekomen. Deze lokale plannen gaan elkaar in de toekomst vast nog tegenwerken, de branche kennende.
Los daarvan blijf ik het jammer vinden dat de minister al dat geld persé alleen maar in digitale projecten wilde stoppen. Waarom geen ruimte gelaten voor inhoud? Voor visie-ontwikkeling? Het argument is ongetwijfeld dat de digitale bibliotheek ook inhoud en visie heeft, maar dat is voor de mannen van de digitale bibliotheek niet het belangrijkste. Voor hen geldt toch vooral de lol van alle mogelijkheden die de techniek biedt en wat ze daar allemaal mee kunnen doen. Toys for boys.
Geen winkel
10 november 2009
For All Your Grocery and Hardware Needs: Maison Laurent! (1905) Originally uploaded by postaletrice
De Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk is een uitgave van acht PSO’s en het Netwerk van Directeuren. In de wandelgangen staat hij bekend als de Nieuwsbrief van Wim want Wim Keizer schrijft die Nieuwsbrief zo’n beetje in zijn eentje vol.
De Nieuwsbrieven zijn meestal erg interessant: Wim doet verslag van bijeenkomsten variërend van de ledenvergaderingen van de VOB tot de Projectgroep Bibliotheekinnovatie. Allemaal bijeenkomsten waar ik zelf nooit naar toe ga maar dank zij zijn verslagen blijf ik toch enigszins op de hoogte van wat er beleidsmatig gebeurd in het land. En als er niets gebeurd gaat Wim op zoek naar het nieuws, zoals het een goede journalist betaamd. Wim heeft duidelijke opvattingen over wat een bibliotheek zou moeten zijn en hij is kritisch, dat maakt zijn Nieuwsbrieven zeer leesbaar.
In het laatste nummer van de Nieuwsbrief (oktober 2009) doet Wim in zijn afsluitende opiniestuk een hartstochtelijke oproep om het maatschappelijke doel van de openbare bibliotheken weer meer op de voorgrond te zetten. Ik heb mij daar ook al vaker druk over gemaakt, dus ik herhaal Wims oproep graag.
Beste collega’s, we zijn geen winkel, we hebben niet als hoogste doel het aantal uitleningen op te krikken of zo veel mogelijk bezoekers het bibliotheekcafé binnen te lokken. We hebben maatschappelijke doelen, waar we subsidie voor vragen. Daar moet de gebruiker helemaal niet centraal in staan, maar het te bereiken maatschappelijke doel. Daar zijn inderdaad ook gebruikers bij betrokken, maar dat is iets anders dan “de gebruiker centraal”. Zoals in het onderwijs niet het kind maar de lesstof centraal moet staan, moet in het openbare bibliotheekwerk niet de gebruiker maar het aan het maatschappelijke doel gekoppelde product of de aan het maatschappelijke doel gekoppelde dienst centraal staan. Levenslang leren was en is een belangrijk doel, niet levenslang amuseren. Marketing moet ten dienste staan van het doel, niet omgekeerd, heb ik ooit geleerd in een cursus “marketing voor non-profit-organisaties”. Wie goed geïnformeerd wil zijn, zal daar zelf heel veel moeite voor moeten doen en levenslang onbevangen moeten blijven vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe? En niet te gauw tevreden moeten zijn met de antwoorden. Het eist veel aandacht, rust en concentratie. Dat kan er niet vroeg genoeg worden ingehamerd. Met name over abstracte zaken blijft lezen essentieel.
Bart Drenth van Berenschot pleitte er onlangs voor als doel van mediawijsheid vast te stellen dat de Nederlandse kinderen en de Nederlandse volwassenen de best geïnformeerde mensen ter wereld worden. Ik vind dat een heel mooi doel en nodig iedereen uit er fundamenteel over na te denken hoe we dat doel het beste kunnen bereiken en welke rol de openbare bibliotheek er naast andere instellingen wel of niet in zou kunnen spelen.
Bijdragen zijn, zoals altijd, van harte welkom.
Ik ben het niet helemaal eens met Wim en ik vind Barts voorstel nogal ambitieus, maar waarom ook niet. Laten we eens ambitieus zijn en ons weer druk maken over de inhoud. Laat de bibliotheek zich omvormen tot een centrum waar mensen naar toe gaan om zich te ontwikkelen, laten we onze band met het onderwijs verstevigen, laten we actief op zoek gaan naar waar we mensen écht mee kunnen helpen en versterken. Dan zijn we pas echt maatschappelijk relevant. Daar ga ik wel voor…
Personeel een remmende factor?
9 september 2009
In het zomernummer van Bibliotheekblad (nr. 16/17) staat een opiniestuk van Willem Huberts over bibliotheek-vernieuwing en personeel. Zo op het eerste gezicht een aardig artikeltje over de personeelsproblemen waar onze sector mee kampt, maar hoe langer ik het stuk op me laat inwerken hoe geïrriteerder ik raak.
Om te beginnen ziet voor Huberts de bibliotheekwereld er wel erg eenvoudig uit: je hebt bibliotheekvernieuwing aan de ene kant, dat is abstract en theoretisch en goed en je hebt medewerkers aan de andere kant en dat is praktisch en moeilijk en daarom slecht. Eerst beschrijft hij een aantal reële problemen waar de sector mee kampt: vergrijzing, gebrek aan allochtonen en een overschot aan vrouwen (dat laatste vind ik overigens een vreemd probleem maar dat laat ik nu buiten beschouwing). Huberts voegt daar nog twee problemen aan toe: hij vindt dat medewerkers niet mobiel genoeg zijn en dat ze niet veranderingsgezind genoeg zijn. Dat lijkt mij twee keer hetzelfde probleem want als medewerkers mobiel zijn (dwz regelmatig van baan veranderen) zijn ze automatisch ook veranderingsgezind.
Over het vermeende gebrek aan veranderingszin heb ik al vaker geblogd, dat hangt ook samen met de bestaande (gedeeltelijk correcte) stereotypen die er over bibliotheekmensen bestaan. Maar ik vind het echt te simpel om alle schuld bij medewerkers te leggen: Huberts geeft hiermee een brevet van onvermogen af, hij profileert zich als een een falende leider: “ze doen niet wat ik wil en dat ligt aan hen”. Dit type manager komt in onze branche erg veel voor: een directeur (over het algemeen) laat zich meeslepen door een aantal mooie vergezichten en gaat ver voor de troepen uithollen. En door hard te roepen dat iedereen mee moet denkt hij (of zij) dat mensen vanzelf wel zullen volgen. Maar zo werkt dat nou eenmaal niet. Een goede leider weet zijn mensen te motiveren en aan zich te binden, de kern van succesvol leiderschap is (vlgs. Schouten & Nelissen) het inzicht dat je als leidinggevende afhankelijk bent van je mensen. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je wat voor doen als manager, dat kost tijd en moeite en veel energie. Hardop roepen dat “ze” niet willen lijkt me niet de meest motiverende manier om mensen in beweging te krijgen.
Huberts sluit het artikel af door te zeggen dat hij tegenwoordig expres mensen aanneemt die afwijken van het bestaande team om voor variëteit te zorgen. Ik hoop voor hem dat hij dat wel in overleg met het betreffende team doet want anders lijkt me dat erg sneu voor zowel de nieuwe medewerkers als de bestaande teams. Dat raakt een ander punt dat hij niet expliciet noemt maar dat wel in een ander artikel in hetzelfde nummer van Bibliotheekblad wordt genoemd: namelijk het nadrukkelijk werven buiten het vakgebied. Daar is op zich niet zo veel mis mee (leve de diversiteit) maar ik krijg soms de indruk dat mensen juist vanwége hun gebrek aan ervaring worden aangenomen. Want we zijn zo lekker open als branche….. In elke andere branche wordt juist heel nadrukkelijk gekeken naar het netwerk dat een kandidaat heeft waarvan je als werkgever in de toekomst zou willen profiteren. Wij zien dat netwerk juist als ballast. Heel vreemd.
Overigens vind ik het een gotspe dat het Bibliotheekblad dit artikel van Huberts plaatst zonder enige verwijzing naar de bestuurlijke crisis waarin de Bibliotheek Gelderland Zuid zich bevindt, juist rondom dit thema, waarin Huberts een belangrijke rol heeft gespeeld. Voor alle duidelijkheid: ik ken Willem Huberts niet persoonlijk, noch iemand in de bibliotheek Gelderland Zuid dus dit is geen persoonlijke afrekening. Dit is alleen mijn visie op leidinggeven aan verandering, met name bij bibliotheekmensen.
Naschrift: het artikel van Huberts is inmiddels online te lezen, met dank aan L.A.R.S. voor de doorverwijzing.
Vernieuwing in de Strandbibliotheek
30 juli 2009
Het strand bibliotheek seizoen is in volle gang. Het rare Hollandse zomerweer zorgt voor een wisselende hoeveelheid bezoekers maar de cijfers zijn in elk geval beter dan vorig jaar toen we die hele treurige, natte zomer hadden.
Dit jaar hebben we gefocust op een paar grote activiteiten zodat die alle aandacht krijgen en we er iets spectaculairs van kunnen maken. Uit een brainstormsessie kwamen de volgende drie activiteiten: de Schrijvers aan zee, de Wandelende Verhalenmantels en de Nieuwsgierigmakende kisten.
Bij de schrijvers aan zee krijgt elke strandbibliotheek een schrijver “in residence”, hij komt drie dagen logeren, draait mee in de uitlening en in overleg met de schrijver worden allerlei activiteiten georganiseerd. Vorige week donderdag beten Koos Meinderts en Lydia Rood het spits af en op dit moment zit Ronald Giphart in de strandbibliotheek in Monster en Annejet van der Zijl in Scheveningen. Het weer wilde de afgelopen week niet erg meewerken dus de bezoekersaantallen zijn niet erg spectaculair maar iedereen is enthousiast en over aandacht van de pers hebben we niet te klagen. Ook de schrijvers zijn enthousiast, die houden op ons verzoek een weblog bij. Mijn favoriete verhaal tot nu toe is de brief van Koos Meinderts aan Koningin Wilhelmina.
De Wandelende verhalenmantels zijn ontstaan omdat we merkten dat het succes van de strandbibliotheek erg afhankelijk is van de locatie: in Katwijk kun je maar op twee plekken vanaf de boulevard het strzand op en bij een van die twee plekken staat de strandbibliotheek. De heilft van alle mensen op het strand heeft de bibliotheek dus gezien, en dajt zie je terug in de bezoekersaantallen. In het verleden hebben we al eens mensen het strand op gestuurd om te werven maar omdat je er niet mag flyeren en we ook wel graags iets creatievers wilden organiseren kwamen we uit op verhalenvertellers die (met boeken) de mensen op het strand opzoeken. We hebben twee kunstenaars, Moniek Spaans en Nienke Jansen, gevraagd om iets te maken waarmee acteurs op pad zouden kunnen en zij bedachten de verhalenmantels. Er zijn vier mantels gemaakt met de titels Mantel der liefde, Koningsmantel, Van viswijven en zeemeerminnen en de Onzichtbaarheidsmantel. Er zijn ook vier acteurs en elke acteur heeft zijn eigen mantel. In die mantel zitten boeken en verhalen (letterlijk en figuurlijk) waarmee hij op het strand vertelt en voorleest en en passent reclame voor de bibliotheek maakt. Ook hier weer veel enthousiast reacties.
De Nieuwsgierigmakende kisten zijn kisten die de aandacht moeten trekken en een verrassende inhoud hebben. Elke bibliotheek heeft er twee: een voor volwassenen en een voor kinderen.
De foto’s zijn overigens afkomstig van de Strandbibliotheek in Brouwersdam, hier vindt je er nog meer. Bedankt Gerdie…







