Toys for boys

6 december 2009

Originally uploaded by zero g

Vorige week maakte minister Plasterk bekend welke 17 projecten aanspraak mogen maken op de 7,5 miljoen euro die hij beschikbaar heeft gesteld voor het bevorderen van de digitale bibliotheek. Fijn voor de bibliotheken die “gewonnen” hebben en ik gun ze het geld allemaal van harte. Dit zijn zware tijden voor de bibliotheken en je moet elke cent pakken die je krijgen kunt. Maar ik werd eerlijk gezegd niet erg vrolijk van het lijstje.

Er zitten mooie projecten bij hoor, maar toch. Het zijn allemaal losse projecten, die waarschijnlijk allemaal al lang ergens in een bureaula lagen, in afwachting van betere tijden en nu snel opgepoetst zijn omdat er geld beschikbaar was. Of het zijn bestaande plannen waar snel een digitale draai aan is gegeven om in de subsidiemal te passen. Prima, zo werken dingen nou eenmaal, dat weet ik. Maar ik vind het zo jammer. Nou ís er op bestuurlijk niveau belangstelling voor de openbare bibliotheek, nou hééft de minister veel geld beschikbaar gesteld, is er ‘n hele organisatie opgetuigd en dan eindigen we met opgepimpte, lokale plannen. Het was zo mooi geweest als al dat geld nou eens in één spraakmakend landelijk project werd gestoken. Waar het hele werkveld beter van zou worden en waar na 2012 (als het geld op is) iedereen ook nog steeds blij mee is. En ik weet wel dat het om puur praktische redenen anders is gegaan: de minister had haast (wilde waarschijnlijk daadkracht tonen) dus hij beloofde de kamer vóór het einde van het jaar resultaat. Toen moest er eerst een organisatie worden opgetuigd, dat gebeurde heel voortvarend, maar daarna was er te weinig tijd voor visionaire plannen Zo gaan die dingen, dat weet ik. Maar dat neemt niet weg dat ik het een gemiste kans vind. Met één landelijk plan was die landelijke bibliotheek ook meteen een stuk dichter bij gekomen. Deze lokale plannen gaan elkaar in de toekomst vast nog tegenwerken, de branche kennende.

Los daarvan blijf ik het jammer vinden dat de minister al dat geld persé alleen maar in digitale projecten wilde stoppen. Waarom geen ruimte gelaten voor inhoud? Voor visie-ontwikkeling? Het argument is ongetwijfeld dat de digitale bibliotheek ook inhoud en visie heeft, maar dat is voor de mannen van de digitale bibliotheek niet het belangrijkste. Voor hen geldt toch vooral de lol van alle mogelijkheden die de techniek biedt en wat ze daar allemaal mee kunnen doen. Toys for boys.

Geen winkel

10 november 2009

For All Your Grocery and Hardware Needs: Maison Laurent! (1905)  Originally uploaded by postaletrice

De Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk is een uitgave van acht PSO’s en het Netwerk van Directeuren. In de wandelgangen staat hij bekend als de Nieuwsbrief van Wim want Wim Keizer schrijft die Nieuwsbrief zo’n beetje in zijn eentje vol.

De Nieuwsbrieven zijn meestal erg interessant: Wim doet verslag van bijeenkomsten variërend van de ledenvergaderingen van de VOB tot de Projectgroep Bibliotheekinnovatie. Allemaal bijeenkomsten waar ik zelf nooit naar toe ga maar dank zij zijn verslagen blijf ik toch enigszins op de hoogte van wat er beleidsmatig gebeurd in het land. En als er niets gebeurd gaat Wim op zoek naar het nieuws, zoals het een goede journalist betaamd. Wim heeft duidelijke opvattingen over wat een bibliotheek zou moeten zijn en hij is kritisch, dat maakt zijn Nieuwsbrieven zeer leesbaar.

In het laatste nummer van de Nieuwsbrief (oktober 2009) doet Wim in zijn afsluitende opiniestuk een hartstochtelijke oproep om het maatschappelijke doel van de openbare bibliotheken weer meer op de voorgrond te zetten. Ik heb mij daar ook al vaker druk over gemaakt, dus ik herhaal Wims oproep graag.

Beste collega’s, we zijn geen winkel, we hebben niet als hoogste doel het aantal uitleningen op te krikken of zo veel mogelijk bezoekers het bibliotheekcafé binnen te lokken. We hebben maatschappelijke doelen, waar we subsidie voor vragen. Daar moet de gebruiker helemaal niet centraal in staan, maar het te bereiken maatschappelijke doel. Daar zijn inderdaad ook gebruikers bij betrokken, maar dat is iets anders dan “de gebruiker centraal”. Zoals in het onderwijs niet het kind maar de lesstof centraal moet staan, moet in het openbare bibliotheekwerk niet de gebruiker maar het aan het maatschappelijke doel gekoppelde product of de aan het maatschappelijke doel gekoppelde dienst centraal staan. Levenslang leren was en is een belangrijk doel, niet levenslang amuseren. Marketing moet ten dienste staan van het doel, niet omgekeerd, heb ik ooit geleerd in een cursus “marketing voor non-profit-organisaties”. Wie goed geïnformeerd wil zijn, zal daar zelf heel veel moeite voor moeten doen en levenslang onbevangen moeten blijven vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe? En niet te gauw tevreden moeten zijn met de antwoorden. Het eist veel aandacht, rust en concentratie. Dat kan er niet vroeg genoeg worden ingehamerd. Met name over abstracte zaken blijft lezen essentieel.

Bart Drenth van Berenschot pleitte er onlangs voor als doel van mediawijsheid vast te stellen dat de Nederlandse kinderen en de Nederlandse volwassenen de best geïnformeerde mensen ter wereld worden. Ik vind dat een heel mooi doel en nodig iedereen uit er fundamenteel over na te denken hoe we dat doel het beste kunnen bereiken en welke rol de openbare bibliotheek er naast andere instellingen wel of niet in zou kunnen spelen.

Bijdragen zijn, zoals altijd, van harte welkom.

Ik ben het niet helemaal eens met Wim en ik vind Barts voorstel nogal ambitieus, maar waarom ook niet. Laten we eens ambitieus zijn en ons weer druk maken over de inhoud. Laat de bibliotheek zich omvormen tot een centrum waar mensen naar toe gaan om zich te ontwikkelen, laten we onze band met het onderwijs verstevigen, laten we actief op zoek gaan naar waar we mensen écht mee kunnen helpen en versterken. Dan zijn we pas echt maatschappelijk relevant. Daar ga ik wel voor…

ANP-888876

In het zomernummer van Bibliotheekblad (nr. 16/17) staat een opiniestuk van Willem Huberts over bibliotheek-vernieuwing en personeel. Zo op het eerste gezicht een aardig artikeltje over de personeelsproblemen waar onze sector mee kampt, maar hoe langer ik het stuk op me laat inwerken hoe geïrriteerder ik raak.

Om te beginnen ziet voor Huberts de bibliotheekwereld er wel erg eenvoudig uit: je hebt bibliotheekvernieuwing aan de ene kant, dat is abstract en theoretisch en goed en je hebt medewerkers aan de andere kant en dat is praktisch en moeilijk en daarom slecht. Eerst beschrijft hij een aantal reële problemen waar de sector mee kampt: vergrijzing, gebrek aan allochtonen en een overschot aan vrouwen (dat laatste vind ik overigens een vreemd probleem maar dat laat ik nu buiten beschouwing). Huberts voegt daar nog twee problemen aan toe: hij vindt dat medewerkers niet mobiel genoeg zijn en dat ze niet veranderingsgezind genoeg zijn. Dat lijkt mij twee keer hetzelfde probleem want als medewerkers mobiel zijn (dwz regelmatig van baan veranderen) zijn ze automatisch ook veranderingsgezind.

Over het vermeende gebrek aan veranderingszin heb ik al vaker geblogd, dat hangt ook samen met de bestaande (gedeeltelijk correcte) stereotypen die er over bibliotheekmensen bestaan. Maar ik vind het echt te simpel om alle schuld bij medewerkers te leggen: Huberts geeft hiermee een brevet van onvermogen af, hij profileert zich als een een falende leider: “ze doen niet wat ik wil en dat ligt aan hen”. Dit type manager komt in onze branche erg veel voor: een directeur (over het algemeen) laat zich meeslepen door een aantal mooie vergezichten en gaat ver voor de troepen uithollen. En door hard te roepen dat iedereen mee moet denkt hij (of zij) dat mensen vanzelf wel zullen volgen. Maar zo werkt dat nou eenmaal niet. Een goede leider weet zijn mensen te motiveren en aan zich te binden, de kern van succesvol leiderschap is (vlgs. Schouten & Nelissen) het inzicht dat je als leidinggevende afhankelijk bent van je mensen. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je wat voor doen als manager, dat kost tijd en moeite en veel energie. Hardop roepen dat “ze” niet willen lijkt me niet de meest motiverende manier om mensen in beweging te krijgen.

Huberts sluit het artikel af door te zeggen dat hij tegenwoordig expres mensen aanneemt die afwijken van het bestaande team om voor variëteit te zorgen. Ik hoop voor hem dat hij dat wel in overleg met het betreffende team doet want anders lijkt me dat erg sneu voor zowel de nieuwe medewerkers als de bestaande teams. Dat raakt een ander punt dat hij niet expliciet noemt maar dat wel in een ander artikel in hetzelfde nummer van Bibliotheekblad wordt genoemd: namelijk het nadrukkelijk werven buiten het vakgebied. Daar is op zich niet zo veel mis mee (leve de diversiteit) maar ik krijg soms de indruk dat mensen juist vanwége hun gebrek aan ervaring worden aangenomen. Want we zijn zo lekker open als branche….. In elke andere branche wordt juist heel nadrukkelijk gekeken naar het netwerk dat een kandidaat heeft waarvan  je als werkgever in de toekomst zou willen profiteren. Wij zien dat netwerk juist als ballast. Heel vreemd.

Overigens vind ik het een gotspe dat het Bibliotheekblad dit artikel van Huberts plaatst zonder enige verwijzing naar de bestuurlijke crisis waarin de Bibliotheek Gelderland Zuid zich bevindt, juist rondom dit thema, waarin Huberts een belangrijke rol heeft gespeeld. Voor alle duidelijkheid: ik ken Willem Huberts niet persoonlijk, noch iemand in de bibliotheek Gelderland Zuid dus dit is geen persoonlijke afrekening. Dit is alleen mijn visie op leidinggeven aan verandering, met name bij bibliotheekmensen.

Naschrift: het artikel van Huberts is inmiddels online te lezen, met dank aan L.A.R.S. voor de doorverwijzing.

koningsmantel 

Het strand bibliotheek seizoen is in volle gang. Het rare Hollandse zomerweer zorgt voor een wisselende hoeveelheid bezoekers maar de cijfers zijn in elk geval beter dan vorig jaar toen we die hele treurige, natte zomer hadden.

Dit jaar hebben we gefocust op een paar grote activiteiten zodat die alle aandacht krijgen en we er iets spectaculairs van kunnen maken. Uit een brainstormsessie kwamen de volgende drie activiteiten: de Schrijvers aan zee, de Wandelende Verhalenmantels en de Nieuwsgierigmakende kisten.

Bij de schrijvers aan zee krijgt elke strandbibliotheek een schrijver “in residence”, hij komt drie dagen logeren, draait mee in de uitlening en in overleg met de schrijver worden allerlei activiteiten georganiseerd. Vorige week donderdag beten Koos Meinderts en Lydia Rood het spits af en op dit moment zit Ronald Giphart in de strandbibliotheek in Monster en Annejet van der Zijl in Scheveningen. Het weer wilde de afgelopen week niet erg meewerken dus de bezoekersaantallen zijn niet erg spectaculair maar iedereen is enthousiast en over aandacht van de pers hebben we niet te klagen. Ook de schrijvers zijn enthousiast, die houden op ons verzoek een weblog bij. Mijn favoriete verhaal tot nu toe is de brief van Koos Meinderts aan Koningin Wilhelmina.

De Wandelende verhalenmantels zijn ontstaan omdat we merkten dat het succes  van de strandbibliotheek erg afhankelijk is van de locatie: in Katwijk kun je maar op twee plekken vanaf de boulevard het strzand op en bij een van die twee plekken staat de strandbibliotheek. De heilft van alle mensen op het strand heeft de bibliotheek dus gezien, en dajt zie je terug in de bezoekersaantallen.  In het verleden hebben we al eens mensen het strand op gestuurd om te werven maar omdat je er niet mag flyeren en we ook wel graags iets creatievers wilden organiseren kwamen we uit op verhalenvertellers die (met boeken) de mensen op het strand opzoeken. We hebben twee kunstenaars, Moniek Spaans en Nienke Jansen, gevraagd om iets te maken waarmee acteurs op pad zouden kunnen en zij bedachten de verhalenmantels. Er zijn vier mantels gemaakt met de titels Mantel der liefde, Koningsmantel, Van viswijven en zeemeerminnen en de Onzichtbaarheidsmantel. Er zijn ook vier acteurs en elke acteur heeft zijn eigen mantel. In die mantel zitten boeken en verhalen (letterlijk en figuurlijk) waarmee hij op het strand vertelt en voorleest en en passent reclame voor de bibliotheek maakt. Ook hier weer veel enthousiast reacties.

schatkistDe Nieuwsgierigmakende kisten zijn kisten die de aandacht moeten trekken en een verrassende inhoud hebben. Elke bibliotheek heeft er twee: een voor volwassenen en een voor kinderen.

 

 De foto’s zijn overigens afkomstig van de Strandbibliotheek in Brouwersdam, hier vindt je er nog meer. Bedankt Gerdie…

booktruck library

Dat het niet goed gaat in bibliotheekland is een open deur: minder uitleningen, minder vragen en minder leners. We zijn met zijn allen druk bezig om het tij te keren maar ik vraag me eerlijk gezegd af of we wel op de goede weg zijn.

In zijn Nieuwsbrief Bibliotheekvernieuwing citeert Wim Keizer Hans van Velzen: Sinds de opening van de nieuwe Amsterdamse centrale bibliotheek is het aantal bezoekers verdubbeld, maar is het aantal uitleningen met slechts 30% toegenomen.“Die bezoekers hebben vaak een eigen laptop, maar komen dan toch naar de bibliotheek. Ze vinden het belangrijk om dingen samen te doen.” “De afname van het boekengebruik gaat heel snel.”

In onze vernieuwingsdrang wordt er door bibliotheken steeds meer getwitterd, geblogd en gehyved en de Projectgroep Bibliotheken is druk bezig met het optuigen van “de” digitale bibliotheek. Allemaal reuze belangrijk, dat weet ik wel, maar ik heb toch het gevoel dat we dat doen over de hoofden van onze klanten heen. Hans van Velzen zegt toch duidelijk dat de bezoekers niet komen vanwege de boeken maar omdat ze samen iets willen doen. Moeten we dat dan niet actiever stimuleren? In plaats van weer een retailproject op te starten of een digitale etalage te maken waardoor we de boeken nóg mooier kunnen presenteren en de klanten nóg beter kunnen verleiden.

Moeten we niet veel meer terug naar onze rol als leesbevorderaar en boekenadviseur? Ik las gisteren het requiem voor het boek van Francisco van Jole. Dat klinkt dramatischer dan het is: zijn nogal vage verhaal is terug te brengen tot de constatering dat het papieren boek vervangen zal worden door een digitaal boek maar dat er niet minder gelezen zal worden. En wij als bibliotheek waren toch van het lezen? De vorm van het boek maakt toch niet uit? Natuurlijk wel voor de interne organisatie van de bibliotheek maar het principe blijft hetzelfde. En ik krijg sterk het gevoel dat we dat te veel focussen op de vorm en niet op de inhoud, op het boek en niet op het lezen.

Dit weekend zag in de krant een grote advertentie met als kop Vriendschap in tijden van crisis. Het is een advertentie van een communicatiebureau waarin ze uitleggen dat in deze tijden van economische neergang één ding steeds belangrijker wordt en dat is vertrouwen en vriendschap. Belangrijker dan verleiding. En laat vertrouwen nou net iets zijn waar de bibliotheek goed in is… Waarom richten we ons niet veel directer op onze leners: maken we een bibliotheek waar mensen gestimuleerd worden om over boeken en lezen te praten. Met plekken waar je lekker kunt zitten, waar je mensen kunt ontmoeten die ook van lezen houden en waar mensen werken die verstand van boeken hebben. Dus geen generalisten die overal inzetbaar zijn, maar liefhebbers die met kennis van zaken kunnen adviseren over wat je nog meer kunt lezen als je zo genoten hebt van Tommy Wieringa. Schrijverdezes heeft al regelmatig gedroomd over een plek als deze (hier o.a.) en ik ben er steeds meer van overtuigd dat ze groot gelijk heeft. Ik denk dat we onze toekomst niet moeten beperken tot nog meer digitale toepassingen maar dat we ons ook heel sterk moeten gaan concentreren op het persoonlijke contact met de klant. Gebaseerd op kennis, vertrouwen en persoonlijke aandacht. Ik ga er over nadenken hoe dat er dan uit zou kunnen zien en ik kom er nog eens op terug. Misschien ook een leuk onderwerp voor het curriculum van de nieuwe Library School?  

De truck op de foto is overigens van de Johnson County Library (Kansas VS). Die hebben hun 4 vrachtautootjes een literair aanzien gegeven, mooie achtergrondinformatie op de website, actie eraan gekoppeld en klaar. Over uitstraling gesproken….

Model of the Statue of Liberty  Originally uploaded by New York Public Library

Heb zondag eindelijk bij kunnen lezen, liep wat achter. Niet alleen krantenbijlagen maar ook het Bibliotheekblad. In nr. 3 staat een interview met Mari Nelissen en Hans van Duijnhoven van de bibliotheek Maasland (Oss) over hun visie op het vak van bibliothecaris. En dat vond ik zo’n opluchting! Heb de laatste tijd vaak het gevoel van een roepende in de woestijn maar ik kan me erg goed vinden in de mening van deze twee heren.

Ze overdrijven wel een beetje uiteraard, maar dat hoort erbij als je een punt wil maken. Ze zijn gedreven, zelfverzekerd en eigenwijs. Kort gezegd komt hun filosofie er op neer dat ze uitgaan van kwaliteit en inhoud en niet in eerste instantie van wat de klant wil. Het woord volksverheffing vinden ze geen scheldwoord en ze durven eisen te stellen aan hun klanten.

Hun personeelsbeleid doet ook weldadig ouderwets aan Bij de bibliotheek Maasland nemen we nog de tijd om gewoon ouderwets met elkaar te praten over een boek of film waardoor je geraakt bent. Heerlijk lijkt me dat.

Brief van de minister

18 februari 2009

 

mien-van-t-sant 

 

 

 

 

 

 Het hele proces van bibliotheekvernieuwing lag de laatste weken stil in afwachting van de reactie van de minister op het rapport van de commissie Calff. Die brief is er sinds vorige week en ik heb hem nu een paar keer gelezen. Op de een of andere manier heb ik het gevoel dat het een hele belangrijke brief is maar hij blijft niet echt hangen, daarom heb ik het een paar keer geprobeerd. Hij begint heel aardig met een citaat van het weblog van Obama over datie bibliotheken van de 21e eeuw wil gaan bouwen. Volgens Plasterk sluit dat erg aan bij zijn visie op bibliotheken en ook op het onderwijs.

Hij benadrukt dat bibliotheken van oudsher een maatschappelijke voorziening van grote sociaal-culturele betekenis op het terrein van lezen, leren en informeren zijn. Daarna gaat hij 8 pagina’s door over de digitale bibliotheek, innovatie en ontvlechting. Belangrijk, dat weet ik wel. En veel mensen in de branche zitten er op te wachten maar ik vind het zo saai!

Het leukste (want het vreemdste) uit de hele brief vind ik nog wel de zin waarin hij zegt dat leden een roman van Arnon Grunberg of Mien van ‘t Sant lenen. Niet alleen een open deur, maar hoe komt ie nou bij Mien van ‘t Sant? Is zij het ultieme tegengestelde van Grunberg? Is ze de triviaalste auteur die de ambtenaren konden verzinnen? Of misschien de enige auteur van streekromans die ze kennen? Lezen ze ze misschien zelf Mien van ‘t Sant? Of hadden ze een oma die Van ‘t Sant las?

Mevrouw Van ‘t Sant is 15 jaar geleden (op hoge leeftijd) overleden maar ze wordt nog steeds gelezen en uitgegeven. Ik weet niet hoe het met de uitleencijfers zit: is ze misschien de meest uitgeleende auteur van de afgelopen 50 jaar? Mijn gevoel zegt van niet. 

Ik geloof overigens dat niemand echt heel erg blij is geworden van de brief van Plasterk. Hij is niet uitgesproken genoeg op sommige punten en juist heel erg sturend op andere. Maar dat is mijn indruk, voorlopig blijf ik me nog even verbazen over Mien van ‘t Sant.