Boeken die verboden worden
26 augustus, 2009
De laatste week van september is in de Verenigde Staten weer Banned Books Week. Als je het zo opschrijft klinkt het bijna gezellig maar het natuurlijk dramatisch dat zoiets nodig is. In het hele land besteden boekhandels en bibliotheken aandacht aan verboden boeken.
Het verbieden van boeken is in de Verenigde Staten veel “gewoner” dan bij ons. Dan gaat het niet om officiële staatscensuur waarbij een boek van overheidswege verboden wordt maar om scholen of bibliotheken die door ouders of de plaatselijke politiek gedwongen worden om boeken uit de collectie te verwijderen. Het vervreemdende aan de situatie is dat mensen die proberen boeken te verbannen vinden dat ze goede bedoelingen hebben omdat het vaak gaat om kinderboeken die te moeilijk of te zwaar gevonden worden en waartegen kinderen beschermd moeten worden. Maar een boek verbieden kan nooit de oplossing zijn, ik schreef er al eerder over.
In mijn tijd bij de bibliobussen heb ik menig discussie met christelijke schooldirecteuren gevoerd over onze collectie en meestal kon ik ze wel overtuigen. In de openbare bibliotheek weren wij geen boeken vanwege de inhoud maar het staat elke ouder of leerkracht vrij om dat op individueel niveau wel te doen.
Het blijft bizar om te zien dat er in Amerika vorig jaar 513 pogingen zijn gedaan om boeken te weren. Van de Most Chalenged Books uit 2008 ken ik alleen De vliegeraar (ja inderdaad, die staat ook op de lijst), op nummer een staat een prentenboek over pinguïns.
De website van de ALA biedt erg veel informatie, ze zijn duidelijk erg betrokken bij de actie. Met lekker veel verschillende titellijsten (we blijven bibliothecarissen..), gerangschikt op jaar (diverse jaren) of op auteur en zelfs aparte lijsten voor “authors of color”. Er is ook een lijst van klassiekers die verboden zijn en daar heb ik vol verbijstering naar zitten kijken. Want dat sommige boeken in een ver verleden misschien minder lekker lagen en dus geweerd werden snap ik nog wel maar dat Slaughterhouse Five van Vonnegut in 1996 van een leeslijst wordt gehaald omdat het te gewelddadig zou zijn is toch wel bizar (voor degenen die het niet gelezen hebben: het gaat over het bombardement op Dresden tijdens WO 2). En dat Lord of the Rings in 2001 bij een kerk verbrand (!!) wordt omdat het satanisch zou zijn is helemaal verbijsterend.
Voor het geval je denkt dat zoiets alleen voorkomt in achtergebleven gebieden in het wilde westen is er een mooie googlemap gemaakt die het tegendeel bewijst. Land of the free, yeah right.
Collectiewijzer voor musea
5 oktober, 2008
Vorige week schreef ik een nogal meewarig stukje over collectievorming bij musea waarin ik constateerde dat de openbare bibliotheken toch echt een stuk verder waren op het gebied van collectievorming. Maar nu worden we rechts ingehaald door de musea want zij hebben vorige week de Collectiewijzer gepresenteerd: daarmee kun je rechtstreeks zoeken in 116 gedigitaliseerde collecties van niet alleen musea maar ook van instellingen en van de Collectie Nederland.
Deze collectiewijzer is een initiatief van het Instituut Collectie Nederland en het merendeel van het materiaal is ook afkomstig uit hun collectie zo te zien. Maar je komt ook stukken tegen van andere musea, zowel van de grote als van bijvoorbeeld het Nationaal Vlechtmuseum, het Nederlands Leder en Schoenenmuseum of het Natuurmuseum Dokkum.
Volgens een woordvoerder is pas 8 tot 10 procent van alle collecties gedigitaliseerd dus er komt nog heel wat bij. Dat zouden wij als bibliotheekbranche toch heel anders doen: bij ons zou je pas mee mogen doen als je collectie voor minstens 90% gedigitaliseerd was en over dat cijfer zouden we eerst ook nog heel erg lang discussiëren.
1-1 voor de musea…
Collectievorming bij musea
28 september, 2008
Musea in Nederland houden bij de aankoop van kunst alleen rekening met de identiteit van het museum en niet met het publiek, noch met de collectie van andere musea. Dat is de uitkomst van een onderzoek dat verricht is door Motivaction.
Altijd leuk zo’n onderzoek dat nog eens bevestigd wat iedereen al weet. Het staat nou zwart op wit, dat is wel weer handig. Uit het onderzoek blijkt ook dat de directeur vrijwel de enige is die beslist wat wordt aangekocht, curatoren of adviescommissies hebben nauwelijks invloed en er is ook nauwelijks overleg met collega-instellingen.
Deze informatie haal ik uit het Parool van vorige week, over het onderzoek zelf (getiteld Voor de eeuwigheid?) is niks te vinden op de sites van de Mondriaan Stichting of van Erfgoed Nederland, de opdrachtgevers van het onderzoek. Daar is wel te lezen dat er volgende maand een discussie plaats vindt naar aanleiding van het rapport want er schijnt behoefte te zijn aan een nieuwe praktijk. Kopstukken uit de museumwereld gaan bij elkaar zitten en gaan waarschijnlijk de uitspraken die in het rapport gedaan zijn nog eens dunnetjes overdoen want alle sprekers van die dag hebben ook meegedaan aan het onderzoek. Aan het programma te zien hebben ze niet de moeite genomen om buitenstaanders (andere instanties die zich bezig houden met collectioneren, bijvoorbeeld bibliotheken) te vragen om hun licht te laten schijnen over het onderwerp. De musea schijnen hun probleem nogal exclusief te vinden.
Nou weet ik wel dat de collectie bij musea een heel andere rol inneemt dan bij bibliotheken. Bij musea is de collectie het uitgangspunt, het wezen, en bij openbare bibliotheken is de collectie een middel maar toch. Wij hebben er hard genoeg voor gewerkt, voor die collectieplannen, het zou toch leuk zijn om daar credits uit een andere branche voor te krijgen. En wij zijn nog niet klaar, er ís nog geen landelijk afgestemd collectiebeleid maar we komen toch een eind in de goede richting. Bij ons zijn het in elk geval de professionals die de beslissingen nemen en niet de directeur. Puntje voor ons.
De dictator als curator
10 augustus, 2008
In het NRC van vrijdag las ik dat het Duits Historisch Museum een databank heeft gemaakt met daarin bijna 5000 kunstwerken die Adolf Hitler verzameld heeft om na de oorlog in een nieuw te bouwen Hitlermuseum onder te brengen.
Fascinerend om te zien: hij begon met zijn eigen collectie van voornamelijk 19e eeuwse kunstenaars die mierzoete en/of oerlellijke poezieplaatjes schilderden (zie voor een voorbeeld de illustratie bij het NRC artikel). Maar vanaf 1939 liet hij het verzamelen over aan een professional en daarmee nam de kwaliteit van de collectie flink toe: op de website staan o.a. 17 Rembrandts, 5 Dürers en 2 Vermeers. Er hielden zich vier hooggeplaatste nazi’s bezig met het adminstratieve beheer van de verzameling waaronder Heinrich Himmler. Zouden die andere drie documentalisten zijn geweest?
Het fascinerendst vond ik eigenlijk nog wat ik tegenkwam toen ik wat verder rondklikte. Het schilderij de schilderkunst van Vermeer (zie bovenstaand plaatje) zat ook in de collectie van Hitler en hangt nu in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. En als je daar in de databank kijkt vindt je onder het kopje Provenienz keurig de herkomst vermeldt: 1813 Gräflich Czerninsche Galerie, Wien; 1940 A. Hitler; 1945 Collecting Point Munich.
Ik weet niet waarom ik dat zo opvallend vindt want het is natuurlijk helemaal correct en wetenschappelijk verantwoord, maar op de een of andere manier verwacht je daar toch een soort van waarschuwing bij: Let op, dit schilderij is in verkeerde handen geweest. Of zoiets. Of een grote rood met zwarte banner. Maar zo werken die dingen niet en dat schilderij kan er niks aan doen dat Hitler’s verzamelaar het mooi vond.
Bibliotheken en uitgevers
20 april, 2008
In het Parool van woensdag jl. staat een interview met uitgever Wouter van Oorschot. Jammer dat het interview zelf niet op het net staat want het is een interessant stuk. Naar aanleiding van het verschijnen van het vierde deel van een nieuwe vertaling van het verzameld werk van Tsjechov legt hij uit waarom het nodig is dat er af en toe nieuwe vertalingen gemaakt worden van al eerder vertaalde klassiekers.
Hij legt ook uit hoe de prijs van een boek tot stand komt en dat bestsellers nodig zijn om minder courant werk te kunnen uitgeven; werk waarvan hij (als gedreven uitgever) het belangrijk vindt dat het uitgegeven wordt. Dat verhaal van interne subsidiëring is een bekend verhaal maar wat me opeens te binnen schoot was: “en wat doen bibliotheken hiermee?”. Ik ben bang dat als dit deel van Tsjechov wordt aangeboden, door de NBD, de meeste collectioneurs alleen kijken of deel 1 t/m 3 aanwezig zijn. Of hoe vaak de oude versie van het verzameld werk is uitgeleend, of tellen hoeveel titels van Tsjechov er totaal in bezit zijn en dan concluderen dat het wel genoeg is. Of onderschat ik de collectioneurs nu? Of de schrijvers van collectieplannen?
Terwijl je ook zou kunnen zeggen dat bibliotheken een bijdrage moeten leveren aan het instand houden van het aanbod van de uitgevers en daarom hun subsidiegeld zouden moeten gebruiken om dit soort boeken aan te schaffen. Ook een soort van interne subsidiëring. En ik weet dat het lokaal geld is dat bibliotheken krijgen en dat de WSF bibliotheken zo’n soort brede functie hebben, maar daarmee organiseren we het als branche weer lekker weg en hoeven we onze verantwoordelijkheid weer niet te nemen. En hoeven we er niet meer over na te denken want we hebben er een procedure van gemaakt. En als er dan straks weer een artikel verschijnt in een landelijke krant over het gebrek aan diepgang in de collecties kunnen de bibliotheekdirecteuren weer hele verontwaardigde brieven schrijven over dat het wel degelijk goed geregeld is en hoeveel titels er allemaal wél in die collecties zitten.
Let wel: ik neem het de collectioneurs niet kwalijk want ik weet hoe dat gaat met budgetten per week en je moet nou eenmaal keuzes maken. Maar ik zou het zo fijn vinden als daar eens op een hoger niveau principiële uitspraken over gedaan zouden worden. Misschien zijn de Provinciale Collectieplannen daar een aanzet toe maar ik ben zo bang dat dat vrij praktisch is en niet gaat over de hogere verantwoordelijkheid die wij als branche hebben. Of hebben we die niet en zijn we gewoon een ordinair doorgeefluik?




