De lamellen van het weinig tot de verbeelding sprekende kantoor waren dicht. Tegen de felle zon, maar ook omdat ze even geen zin had in de buitenwereld. “tsjeezus, wat een zeikerds zeg, die bibliotheeklui.” Paula keek nog eens naar de krattenkast aan de andere kant van haar kamer.

Prachtige kast was het. Heel innovatief en modern en toch niet te schreeuwerig. Dat had De Baas Van Het Tekstbureau goed gezien toen hij zei dat zo’n kast prima zou staan in haar kamer. Die man had echt wel oog voor kwaliteit. Jammer dat al die bibliotheekmensen zo conservatief waren, zo klein van geest. Dat ze een goed idee niet herkenden als ze het op een presenteerblaadje kregen aangereikt. Alles maar meteen weer kapot redeneren, meteen weer afkraken. Meteen weer aan komen zetten met hun “wetten en praktische bezwaren”. Van wie was dat ook alweer? Van Kloos? Zoiets ja. Zo’n oude dichter, allang dood en vergeten. Precies wat er met de bibliotheken zou gebeuren als ze niet eens wat meer “out of the box” gingen denken.

We moesten toch iets met ebooks? Het komt toch niet van de grond vanwege al die stomme regeltjes? Nou, dan is dit toch een prima oplossing? Gewoon voor ons zelf beginnen, cultureel ondernemer zijn. De business-case ligt al klaar. Althans, een opzetje daarvoor. Als ze tenminste nog wist waar dat servetje gebleven was waarop De Baas het even voor haar had uitgetekend.

Bekrompen waren ze. Allemaal. En ook zo slap van Karel dat ie nou opeens begon te sputteren datie er niet zo blij mee was. Dat het idee nooit zo’n prominente plek in dat stuk had moeten krijgen. Wat nou prominente plek? Het stond gewoon bij de Sleutelprojecten zoals ze het besproken hadden. Een slappeling was het. Kon zij het helpen dat hij er niet bij kon zijn toen zij de proefdruk ging bespreken met De Baas?

Goed gevonden, om die sleutelprojecten in zo’n kadertje te zetten. Het zag het er toch hartstikke leuk uit zo? En het WAS toch een veel leesbaarder stuk geworden? Veel logischer opgebouwd en sneller geschreven? Al die rare, lompe, onleesbare zinnen er uit en gewoon een heldere tekst hadden ze er van gemaakt. Echt, heel goed.

Dat niemand het daar nou eens over had. Ze WILDEN toch een stuk waar ze een warm gevoel van zouden krijgen? Waar ze enthousiast van zouden worden en dat niet zo saai was? Nou dan! En dat ze dat verdomde lokale niveau er in hadden geschreven, daar hoorde ze ook niemand over. Nee iedereen liep te zeuren over die b-reader.  Zes regeltjes, in zo’n heel stuk. Zeikerds!

Gelukkig duurde het nog vijf weken voor de volgende vergadering. Dan was de storm vast wel weer gezakt.

Ze zou De Baas eens bellen, kijken of die zin had in een terrasje. Had ze wel verdiend na al dit gezeur.

Het probleem van de vrouwen

21 februari 2010

Toen ik deze kaart (van de onovertroffen Kartoenfabriek) tegen kwam moest ik meteen weer denken aan het thema dat ik al eerder aansneed: hoe kan het dat in een vrouwenbranche als de onze alle invloedrijke functies vervuld worden door mannen?

De directeuren van de vier grote bibliotheken zijn mannen en onze branche wordt opnieuw ingericht door louter mannen.  Ik weet niet hoe de verdeling man/vrouw is als je alle directeuren uit het land op een rijtje zet? Ik ken alleen de situatie in Noord- en Zuid-Holland uit eigen ervaring en zo uit mijn hoofd is de verdeling daar ongeveer fiftyfifty, met misschien een lichte voorsprong voor de vrouwen.

Hoe kan zoiets in een branche die zo vol zit met vrouwen?

Waarschijnlijk omdat mannen zich meer roeren of omdat ze plat gezegd “een grotere bek hebben”? Als je de verslagen van de ledenvergaderingen van de VOB leest zie je dat de mannen daar het hoogste woord hebben. Ik ben er zelf helaas nooit geweest, dus ik moet het met de verslagen doen, en met wat je zo in de wandelgangen hoort. Daar wordt soms een beetje meewarig gedaan over al die druktemakers. Zit daar dan het probleem? Slaan de vrouwen in de zaal die mannen geamuseerd gade en laten ze de jongens hun gang maar gaan? Want ik kan me niet voorstellen dat de discussies zo hoogstaand zijn dat de vrouwen te geïmponeerd zijn om mee te durven doen. Maar dat heeft wel tot gevolg dat de vrouwen zichzelf buitenspel laten zetten.

Of zou het een complot zijn? Dat alle mannen samenspannen om de vrouwen buiten hun clubjes te houden? Zoals vroeger op het schoolplein: toen de jongens hun stomme spelletjes gingen doen waarbij de meisjes werden buitengesloten?

‘t Zal toch niet? Maar belangrijker is: hoe komen we daar van af? Want de situatie is te bizar voor woorden. Of zijn de vrouwen in de branche zo overgeëmancipeerd dat ze daar geen oog meer voor hebben?