Het blad American Libraries (vakblad van de American Library Association) publiceerde deze week 12 redenen waarom bibliotheken goed zijn voor het land. 

1. Libraries sustain democracy

2. Libraries break down boundaries.

3. Libraries level the playing field.

4. Libraries value the individual.

5. Libraries nourish creativity.

6. Libraries open young minds.

7. Libraries return high dividends.

8. Libraries build communities.

9. Libraries support families. 

10. Libraries build technology skills.

11. Libraries offer sanctuary.

12. Libraries preserve the past. 

Grote woorden? Ja. Open deuren? Wel een paar. Pathetisch? Misschien, maar ‘t is wel een helder signaal. Geen valse bescheidenheid of kneuterig gedoe, maar duidelijk maken waar je voor staat. Iemand moet ‘t doen en dan kunnen we het maar beter zelf doen.

Tip voor de VOB om hier een Nederlandse versie van te maken? Een manifest dat bibliotheken vervolgens aan al hun wethouders kunnen sturen. Op levensgrote posters  kunnen zetten en daar de stad mee vol hangen. Op handgeschept papier kunnen afdrukken en aan al hun  leden geven. Om maar vooral aan iedereen duidelijk te maken dat een bibliotheek meer is dan een uitleenfabriek.

In het artikel worden de 12 redenen uitgebreid toegelicht.  It will take all of us, in a spirit of pride and freedom, to maintain libraries as a living reality in a free nation through the 21st century.  Mooie kerstgedachte.

Tenaanval wordt melancholiek

31 augustus 2010

Sex Pistols – No Future UK ( Sleeve Front )  Originally uploaded by yenyangyang

Vanmiddag hebben we afscheid genomen van onze collega’s Ria (aka LibraryLingo) en Tony Smith. Het was een gezellig feestje: vrolijk, met veel humor en veel mooie woorden. Maar ook met melancholie want dat hoort bij terugblikken. Er werd terug gekeken op vierendertig jaar bibliotheekwerk, met name op de beginperiode. Het waren optimistische tijden toen, vol idealen en mogelijkheden en positivisme.

Van al dat terugblikken werd ik zelf ook melancholiek (of door de rosé, dat kan ook) want ik realiseerde me hoe anders het was toen ik in het vak begon. Ik haalde in 1984 mijn diploma op de Bibliotheek en Documentatie Academie (mijn JB-diploma, voor de kenners) en de tijden waren toen echt heel erg anders. Niks optimisme en zeker geen idealen maar afbraak en stilstand. De bibliotheekwet was opgeheven, de docenten waren teleurgesteld (realiseerde ik me pas veel later) en in de laatste weken voor het afstuderen kregen we les over hoe we een uitkering moesten aanvragen. Uitzicht op werk was er nauwelijks; het was de tijd van de grote jeugdwerkeloosheid en de hele bibliotheekbranche zat muurvast op slot. De mobiliteit onder bibliotheekmedewerkers was toen ook al bijna nihil dus er viel weinig te solliciteren en als er al eens een vacature was werd die intern opgevuld. Ik had het geluk dat ik vrij snel een baantje vond bij de PBC Noord-Brabant, op de afdeling Automatisering. Wat het werk precies inhield is stof voor een andere blogpost maar het kwam neer op het controleren en maken van titelbeschrijvingen in het kader van de eerste schreden van de Brabantse bibliotheken op het automatiseringspad. Een baantje van niks maar als 20-jarige was ik maar wat blij dat ik in elk geval betaald werk had, in tegenstelling tot allerlei klasgenootjes die niet verder kwamen dan een baantje als vrijwilliger.

Als ik al idealen had gingen die over het afschaffen van kernwapens, niet over mijn werk. Met idealen waren we niet zo bezig. Waarom zouden we? We hadden toch geen toekomst, dus daar hoefden we ons ook niet druk over te maken. Onze mening werd niet gevraagd. Niet aan onze generatie in het algemeen en al helemaal niet binnen het bibliotheekwerk. Want daar waren de babyboomers net lekker bezig met hun eigen ding en die zaten helemaal niet te wachten op nieuwe mensen. Het merendeel van mijn klasgenoten is in de loop der tijd in een andere branche terecht gekomen, ergens waar wel nog werk was. Daar plukken we nu de wrange vruchten van, maar dat terzijde.

Ik schrijf dit niet omdat ik wil mopperen of zielig wil doen, maar ik realiseer me dat ik al bijna 26 jaar in de branche werk. Geen jubileum, want ik begon met allerlei vage, tijdelijke constructies en ik ben er ook nog even tussenuit geweest en daar houden administraties en pensioenfondsen niet zo van. Maar in al die 26 jaar is er maar zelden sprake geweest van idealen of grote woorden. Pas de laatste jaren ben ik me daar actief mee bezig gaan houden, en daar wordt vaak een beetje meewarig op gereageerd. Eigenlijk vind ik het wel weer tijd om terug te gaan naar een aantal idealen, de t-shirts van toen zijn ook weer terug, dus waarom de idealen van vóór die tijd dan niet?

Ria en Tony zijn weg, maar Ria heeft beloofd om in de buurt te blijven voor advies dus misschien kan ik nog eens bij haar aankloppen. Ik moet sowieso nog eens contact met hen opnemen, want ik geloof dat ik bij het afscheid nemen niet veel verder kwam dan een hand en “nou dag” en dat is wel erg karig voor mensen die met zoveel overgave hun werk gedaan hebben.

Gisteren was ik bij UGame ULearn, het inmiddels beruchte symposium van DOK en TUDelft. Jan heeft al uitvoerig (en praktisch live) verslag gedaan van alle presentaties.

Ik ben iets minder lyrisch dan hij over het geheel, al heb ik zeker een interessante dag gehad. Eén lezing sprong er wat mij betreft uit. Namelijk die van Gary Vaynerchuk. Via een Skype-verbinding met zijn appartement in New York vertelde hij uit de losse pols een energiek en inspirerend verhaal over hoe hij zo’n succesvolle zakenman was geworden. Zijn verhaal ga ik niet herhalen, neem aan dat dat binnenkort wel ergens beschikbaar komt. We kregen zijn boekje Crush it mee naar huis zodat we alles nog eens konden nalezen en zijn tips konden gebruiken om allemaal net zo succesvol te worden als hij.  Zijn verhaal is erg Amerikaans (je kunt alles bereiken wat je wil als je maar hard werkt en goed voor je familie zorgt) en ook zijn presentatie is erg “over the top” maar ik mag dat wel. Misschien omdat ik net terug ben uit New York…

Wat ik zo leuk vond aan zijn lezing was dat hij steeds benadrukte dat het ontzettend belangrijk was to care about customers. To really care. Grote bedrijven kunnen dat volgens hem niet want daar heb je persoonlijk contact voor nodig en dat is niet mogelijk bij een groot bedrijf. Op de vraag uit het publiek hoe hij dacht over de toekomst van de bibliotheek antwoordde hij dat de bibliothecarissen het belangrijkst waren. Niet de boeken of ander materiaal. In de bibliothecaris zit het persoonlijke contact en die moet de bibliotheek een gezicht geven (they have to brand the library). Hij vond dat bibliothecarissen in het algemeen veel te defensief zijn, zich altijd maar verontschuldigen en excuses zoeken voor waarom zaken niet goed gaan en daar moeten ze eens mee ophouden. Ze moeten veel meer zelfvertrouwen hebben en duidelijk maken waar ze voor staan.

Hallelujah! Dat roep ik nou ook al zo lang. Ben blij dat een erkend specialist dat nu ook eens zegt.

En dat kunnen we best, als we tenminste niet weer gaan sippen zoals mijn buurvrouw van gistermiddag: Nou, vind maar eens een bibliothecaris die net zo gepassioneerd kan praten als hij, die zijn er niet. Die zijn er wel, ze zijn alleen een beetje in hun schulp gekropen omdat de laatste jaren zoveel geroepen wordt dat ze het niet goed doen. Dat ze niet mee willen bewegen, dat ze eigenlijk de verkeerde opleiding hebben en trouwens ook niet het juiste niveau en misschien wel helemaal niet nodig zijn.

Maar, hier komt het uur van de wraak voor alle bibliothecarissen: Gary Vaynerchuck vindt jullie het belangrijkste! Yeah!!

PS. Op zijn site staan filmpjes waardoor je een idee krijgt van zijn manier van praten, vooral de filmpjes op zijn Wine Library TV zijn interessant. Alleen al interessant om even te bekijken om te zien hoe consequent hij steeds hetzelfde verhaal vertelt.

Naschrift: David Lee King (de eerste spreker van de dag) geeft op zijn blog een aardige indruk van Vaynerchuk’s praatje. Ook van de andere sprekers overigens.

Geen winkel

10 november 2009

For All Your Grocery and Hardware Needs: Maison Laurent! (1905)  Originally uploaded by postaletrice

De Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk is een uitgave van acht PSO’s en het Netwerk van Directeuren. In de wandelgangen staat hij bekend als de Nieuwsbrief van Wim want Wim Keizer schrijft die Nieuwsbrief zo’n beetje in zijn eentje vol.

De Nieuwsbrieven zijn meestal erg interessant: Wim doet verslag van bijeenkomsten variërend van de ledenvergaderingen van de VOB tot de Projectgroep Bibliotheekinnovatie. Allemaal bijeenkomsten waar ik zelf nooit naar toe ga maar dank zij zijn verslagen blijf ik toch enigszins op de hoogte van wat er beleidsmatig gebeurd in het land. En als er niets gebeurd gaat Wim op zoek naar het nieuws, zoals het een goede journalist betaamd. Wim heeft duidelijke opvattingen over wat een bibliotheek zou moeten zijn en hij is kritisch, dat maakt zijn Nieuwsbrieven zeer leesbaar.

In het laatste nummer van de Nieuwsbrief (oktober 2009) doet Wim in zijn afsluitende opiniestuk een hartstochtelijke oproep om het maatschappelijke doel van de openbare bibliotheken weer meer op de voorgrond te zetten. Ik heb mij daar ook al vaker druk over gemaakt, dus ik herhaal Wims oproep graag.

Beste collega’s, we zijn geen winkel, we hebben niet als hoogste doel het aantal uitleningen op te krikken of zo veel mogelijk bezoekers het bibliotheekcafé binnen te lokken. We hebben maatschappelijke doelen, waar we subsidie voor vragen. Daar moet de gebruiker helemaal niet centraal in staan, maar het te bereiken maatschappelijke doel. Daar zijn inderdaad ook gebruikers bij betrokken, maar dat is iets anders dan “de gebruiker centraal”. Zoals in het onderwijs niet het kind maar de lesstof centraal moet staan, moet in het openbare bibliotheekwerk niet de gebruiker maar het aan het maatschappelijke doel gekoppelde product of de aan het maatschappelijke doel gekoppelde dienst centraal staan. Levenslang leren was en is een belangrijk doel, niet levenslang amuseren. Marketing moet ten dienste staan van het doel, niet omgekeerd, heb ik ooit geleerd in een cursus “marketing voor non-profit-organisaties”. Wie goed geïnformeerd wil zijn, zal daar zelf heel veel moeite voor moeten doen en levenslang onbevangen moeten blijven vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe? En niet te gauw tevreden moeten zijn met de antwoorden. Het eist veel aandacht, rust en concentratie. Dat kan er niet vroeg genoeg worden ingehamerd. Met name over abstracte zaken blijft lezen essentieel.

Bart Drenth van Berenschot pleitte er onlangs voor als doel van mediawijsheid vast te stellen dat de Nederlandse kinderen en de Nederlandse volwassenen de best geïnformeerde mensen ter wereld worden. Ik vind dat een heel mooi doel en nodig iedereen uit er fundamenteel over na te denken hoe we dat doel het beste kunnen bereiken en welke rol de openbare bibliotheek er naast andere instellingen wel of niet in zou kunnen spelen.

Bijdragen zijn, zoals altijd, van harte welkom.

Ik ben het niet helemaal eens met Wim en ik vind Barts voorstel nogal ambitieus, maar waarom ook niet. Laten we eens ambitieus zijn en ons weer druk maken over de inhoud. Laat de bibliotheek zich omvormen tot een centrum waar mensen naar toe gaan om zich te ontwikkelen, laten we onze band met het onderwijs verstevigen, laten we actief op zoek gaan naar waar we mensen écht mee kunnen helpen en versterken. Dan zijn we pas echt maatschappelijk relevant. Daar ga ik wel voor…

Meer lessen uit Kopenhagen

19 oktober 2008

 

 

Vorige week heb ik mijn eerste indrukken van het Smart Cities congres in Kopenhagen gegeven. Inmiddels heb ik me wat verder verdiept in wat ik daar gehoord heb, dus hier een vervolg.

Ik heb het rapport Making cities stronger vandaag gelezen en daar heb ik een aantal aardige wetenswaardigheden aan over gehouden die ik hier graag onder de aandacht breng. Het onderzoek is gedaan in opdracht van de ULC en o.a. betaald door de Bill en Melinda Gates Foundation. Het is een onderzoek naar wat openbare bibliotheken bijdragen aan de economie (ondertitel van het rapport is Public library contributions to local economic development). Het is een Amerikaans onderzoek, sommige constateringen zijn voor ons heel vanzelfsprekend, andere zijn weer volledig nieuw. In elk geval voor mij.

De belangrijkste conclusies zijn dat bibliotheken bijdragen aan het bestrijden en voorkomen van laaggeletterdheid en dat ze belangrijk zijn voor de informatievoorziening van het bedrijfsleven. In Kopenhagen werd het rapport samengevat met de kreet “de beste investering die je als samenleving kunt doen is in de geletterdheid van jonge kinderen”. Want een investering van 4 jaar betaalt zich de rest van een mensenleven terug. De hedendaagse economie is een kenniseconomie en daar heb je goed (of zelfs hoog-) opgeleide mensen voor nodig, de bibliotheek kan daar aan bijdragen. Niet alleen door te voorkomen dat kinderen laaggeletterd worden en door het organiseren van alfabetiseringscursussen maar ook door werknemers te scholen in (digitale) vaardigheden. Bibliotheken organiseren cursussen op diverse terreinen waarmee werknemers zich kunnen bij- of omscholen. Daarmee zorgen ze voor Workforce participation (klinkt het Engels toch net wat interessanter).

Daarnaast hebben veel bibliotheken speciale bedrijfsbalies. Die richten zich op kleine bedrijven, zonder R&D afdeling, en bieden informatie en onderzoek aan bedrijven over o.a. economische en technologische ontwikkelingen.

Een laatste punt waarop bibliotheken bijdragen is op het gebied van stedenbouwkundige ontwikkelingen. Een (nieuwe) openbare bibliotheek kan voor een sociale en economische opleving van een gebied zorgen, bibliotheken brengen een nieuwe “loop” van bezoekers mee. De nieuwe bibliotheek van Seattle heeft 8000 bezoekers per dag en de omgeving van de bibliotheek profiteert daarvan mee.

Gemiddeld levert iedere dollar die in openbare bibliotheken wordt geïnvesteerd de samenleving vier dollar op. Doordat er werkgelegenheid wordt gecreëerd, belastingen worden betaald of extra uitgaven in de toekomst worden bespaard. In Kopenhagen hoorde ik het verhaal van een Gouverneur (van een niet nader genoemde staat) die kan voorspellen hoeveel gevangenissen er over 15 jaar nodig zijn aan de hand van het niveau van geletterdheid van 8-jarigen in zijn staat. 

Nogmaals: het is een erg Amerikaans verhaal. Wij zijn in Nederland al erg goed in het bereiken van kinderen in de VVE leeftijd (in het rapport wordt o.a. aangeraden om ouders te trainen in voorlezen of om contact te zoeken met childrens facilities). Maar dat verhaal over supporting small businesses daarentegen is volstrekt nieuw voor me. In Nederland speelt de Kamer van Koophandel een belangrijke rol dus ik weet niet of onze kansen verkeken zijn maar het lijkt me interessant genoeg voor een stadsbibliotheek om het eens uit te zoeken. In dat verband werd er in Kopenhagen verwezen naar een campagne die betaald is door het OCLC. Die campagne was gericht op beleidsmakers en bestond uit advertenties in bestuurstijdschriften waarin de nadruk werd gelegd op wat bibliotheken de samenleving opleveren. De mooiste is van de firma Gallo (van de wijn), hier kun je de PDF bekijken. Zou toch leuk zijn als we zoiets met Heineken konden doen, of met Grolsch…

In de kenniseconomie draait alles om mensen, technologie en een infrastructuur waarin het draait om ideeën, kennis en ervaring. Bibliotheken verhogen het niveau van kennis en economisch potentieel en maken steden daarmee sterker. Mooie conclusie toch, of niet?

Kunst voor het personeel

21 september 2008

 

 

 

 

 

In 1960 nodigde Alexander Orlow, directeur van de Turmac sigarettenfabriek in Zevenaar, dertien kunstenaars uit om een kunstwerk te maken voor de productieruimtes van zijn fabriek. Zijn idee was dat kunst een beroep doet op de verbeeldingskracht en ruimte vrij maakt voor emotie.  ‘Leef terwijl je werkt’ was zijn credo, daarom was het thema van de eerste werken “Levensvreugde”. De medewerkers moesten even wennen maar raakten al snel erg gehecht aan de kunstwerken. Proef geslaagd zou je zeggen, stelling bewezen. Fijn.

Met dit initiatief trok hij wereldwijd de aandacht: hij bouwde een mooie collectie op die internationaal gewaardeerd werd. Behalve de werkomstandigheden van zijn personeel bevorderde hij zo ook het imago van zijn bedrijf, de collectie werd de Peter Stuyvesantcollectie genoemd, naar het bekendste sigarettenmerk dat Turmac produceerde. Slim.

Maar tijden veranderen: de regels rondom sponsoring door de tabaksindustrie zijn verandert waardoor de naam van de collectie niet meer gebruikt mocht worden en Turmac is inmiddels overgenomen door een ander bedrijf. De fabriek in Zevenaar wordt gesloten en de nieuwe eigenaar wil de collectie verkopen. Jammer, maar zo gaan die dingen.

In het NRC van vrijdag stond een artikel over de verkoop: een aantal mensen in de kunstbranche maakt zich boos dat BAT (de nieuwe eigenaar) geen gebaar maakt naar de museumwereld omdat ze bij het samenstellen van de collectie veel hulp hebben gekregen van de branche en tegen museumkorting hebben mogen inkopen. Niet erg chic van BAT inderdaad, maak een gebaar(tje) zou je zeggen. Kunnen ze gemakkelijk doen, er is genoeg.

Maar mijn broek zakt af als ik in hetzelfde artikel lees dat de collectie op kantoor ook zal verdwijnen, want “kunst aan de muur past niet meer bij het bedrijf zoals het nu is. Het leidt volgens het nieuwe management af van waar onze focus moet liggen: sigaretten verkopen.” Terwijl op de website van BATART nog volop gesproken wordt over kunst naar de mensen toe brengen ziet het management kunst dus als afleiding. Hoe stom kun je zijn? Dat ze er niet meer in willen investeren snap ik, dat ze verkopen waar ze geen plek voor hebben en geen rondleidingen meer willen geven snap ik ook, maar dat ze zelfs de kunst op kantoor afstoten snap ik niet. Die collectie hebben ze toch al? Wat gaan ze daarna doen? Alle medewerkers een ingelijste poster geven voor aan de muur? Of mogen er alleen nog maar planborden en productieschema’s hangen?

Bah, wat kortzichtig. De kunstcollectie verkopen (dat verkopen waar de medewerkers trots op zijn) en vervolgens het personeel op cursus sturen om de companypride te verhogen zeker. Jakkes.

Bibliothecaris met idealen?

26 augustus 2008

 

 

 Vorige week schreef ik dat ik vond dat bibliothecarissen in het algemeen niet zelfverzekerd genoeg waren. Dat geldt niet voor iedereen, in elk geval niet voor Australische bibliothecarissen.

Een van mijn beste vriendinnen woont sinds een paar weken in Melbourne en ik had haar aangeraden om het boek The fatal shore van Robert Hughes te lezen. Vanmiddag kreeg ik dit mailtje van haar:  Ik heb je suggestie opgevolgd en ben meteen naar de bieb gegaan om dat boek te lenen. Leuke bibliothecaris die jouw suggestie marxistisch vond en mij een ander boek aan de hand heeft gedaan met een objectievere blik. Hij vroeg goed door. Er wordt trouwens piano gespeeld in de bieb en de City Library heeft de beste koffietent van melbourne.

Hoera voor die bibliothecaris! Uiteraard ben ik het niet met hem eens en dat zal ik mijn vriendin ook vertellen maar ik ben wel onder de indruk van zijn zelfverzekerdheid. Het is inderdaad niet het makkelijkst leesbare boek dat er bestaat en ik heb begrepen dat veel Australiërs zich er in het verleden nogal over hebben opgewonden want Hughes schetst bepaald geen positief beeld van de geschiedenis van Australië. Maar ja, die geschiedenis is niet erg positief en ik ben ervan overtuigd dat mijn vriendin zeker de eerste 400 bladzijdes prima aankan (daarna wordt het een beetje saai). Librarything heeft trouwens ook niks op het boek aan te merken….

Maar goed, in de City Library in Melbourne zit dus een bibliothecaris die zijn vak heel serieus neemt. Uiteraard zijn die er meer in de wereld, maar ik vond het toch te toevallig om het niet even te melden. Weten we dat ook weer. Marxistisch, pfoeh!

Volksverheffing en idealen

16 augustus 2008

 

 Ik las dat het Vara TV Magazine na een restyling weer ouderwets Varagids gaat heten en dat deed mij denken aan de functie van bibliothecaris. Een rare associatie misschien, maar ik leg het straks uit.

Ik heb al eens eerder geschreven dat ik het zo jammer vindt dat het lijkt of het idealisme is verdwenen uit ons vak. Het lijkt wel alsof bibliotheekdirecteuren alleen nog maar bezig zijn met ondernemertje spelen en dat (als een reactie daarop?) bibliothecarissen zich steeds meer in hun eigen wereldje terugtrekken. Ze zijn overrompeld door wat er allemaal gebeurd in de grote boze buitenwereld en doen heel erg hun best om het aanbod van de bibliotheek nog  beter en nog breder te maken want dan vinden de mensen ons vanzelf wel. En als ze ons niet vanzelf vinden gooien we er gewoon nog een marketingcampagne tegenaan.

 

Maar zo werkt dat niet. Aan ons aanbod ligt het niet. Het ligt aan de manier waarop we er mee omgaan. Bibliothecarissen zijn over het algemeen veel te bescheiden en kennen weinig beroepseer. Daarnaast zijn ze ook nog eens heel erg genuanceerd: “dit is wel een aardig boekje maar volgens mij is er een paar weken geleden ook nog iets anders verschenen maar dat hebben we helaas niet want de NBD heeft het nog niet aangeboden”.  “En ik heb eigenlijk ook niet zoveel verstand van dit onderwerp maar mijn collega die dat wel heeft werkt nooit op dinsdag”. Zoiets. Terwijl je eigenlijk moet zeggen (of in elk geval uitstralen): “ik sta hier omdat ik er verstand van heb en dit is voor u het beste boek dat we hebben over dit onderwerp. We hebben ook nog wel iets beters/leukers maar dat is te moeilijk/makkelijk voor u”. Als jeugdbibliothecarissen dat doen vindt iedereen dat normaal, bij volwassenen heet dat betutteling. 

 

 

Maar volgens mij is dat wel de beroepshouding die we moeten hebben als we een Warenhuis van kennis en informatie willen zijn. Want als we een warenhuis zijn wil ik de Bijenkorf zijn en niet de V&D. Ik wil toonaangevend zijn en geen slap aftreksel. En volgens mij kan toonaangevend best samen gaan met volksverheffing als je dat tenminste goed aanpakt. Want hoe kunnen we er anders voor zorgen dat onze burgers goed geïnformeerd zijn en constructief deelnemen aan het maatschappelijk leven? Want dat moet van het Unesco Manifest.

 

En wat heeft dat nou te maken met de Varagids? De reden voor de naamswijziging is dat “bij het huidige grote media-aanbod mensen behoefte hebben aan een gids die het kaf van het koren scheidt. We willen nog duidelijker en nadrukkelijker een selectie bieden zonder aan diepgang in te boeten” volgens de uitgever. En volgens mij is dat precies wat bibliothecarissen ook moeten doen.

Idealen?

16 juli 2008

 

 

 

Op de Archined site is de film Idealen te zien die architect en filmer Jord den Hollander maakte over architecten en hun idealen. Hij zette een aantal architecten in de “achterwerk-in-de-kast kast” en liet ze praten over hun idealen. Welke idealen hadden ze aan het begin van hun carriere en hoe kijken ze daar nu tegenaan? Hebben ze eigenlijk nog wel idealen?

Het is een leuke film geworden. Niet alle architecten kunnen even boeiend vertellen maar het is toch interessant om de verschillende verhalen te horen. Wat vooral opvalt is dat ze zo gemakkelijk praten over die idealen. Iedereen vindt de vraag naar idealen heel vanzelfsprekend, zelfs als ze ze nu niet meer hebben.

En dan vraag ik me toch af of je zo’n film ook met bibliothecarissen kunt maken. Ben bang van niet. Wij vinden idealen toch al snel eng. Of in elk geval niet passend in het beeld van professionalisme van een aantal branchegenoten.