Klanten van je vervreemden

6 november, 2009

Bonneterie

Ik was waarschijnlijk de 30 al gepasseerd toen ik voor het eerst iets bij Maison de Bonnete-rie kocht. Toen pas liet ik me niet meer intimideren door de chique uitstraling van de winkel en toen had ik ook pas genoeg geld om er iets te kunnen kopen. Het was het begin van een genoeglijke relatie.

Ik vond het er geweldig: schitterende 19e eeuwse architectuur, mooie spullen en ontzettend aardig personeel.  Met name bij de schoenen en het woontextiel kon ik me uitleven, in de eerste jaren vooral tijdens de uitverkoop. (voor alle duidelijkheid: Tenaanval is een meisje)

De winkel was af en toe een beetje oubollig maar dat was onderdeel van zijn charme. Ik werd een trouwe klant (met klantenkaart) en ik kwam niet alleen meer op de begane grond maar ook op de bovenste etages bij de damesmode en in het restaurant waar je koffie kon drinken met geweldig uitzicht op het Rokin. Langzamerhand veranderde het assortiment: ik vond het jammer dat een aantal dingen verdwenen (nooit meer zulke mooie dekbedhoezen gevonden als bij De Bonneterie) maar ach ja: stilstand is achteruitgang en ze moeten natuurlijk mee met hun tijd. Dat snap ik wel. Maar een paar maanden geleden heeft de jongste generatie in het familiebedrijf het roer radicaal omgegooid. De winkel is flink verbouwd en de formule is radicaal verandert. Over de verbouwing zul je mij niet horen: allemaal prima en verantwoord, maar die nieuwe formule vind ik niks. De winkel is nu namelijk ingedeeld volgens de Shop-in-shop formule. Dus in plaats van dat de kleding op kleur of op type en uitstraling bij elkaar hangt, is de winkel nu ingedeeld op merk. Dat betekent dat je je niet meer kunt beperken tot een bepaalde hoek van de winkel omdat je weet dat zich daar jouw smaak bevindt maar dat je per merk op zoek moet naar iets van je gading. Een groot aantal merken zijn uit het assortiment gegooid en vervangen door nieuwe merken uit het hogere segment.

Ter gelegenheid van de opening kreeg ik, als vaste klant, een prachtig krantje in de bus dus ik was erg nieuwsgierig naar de vernieuwde winkel. Maar dat viel tegen. De winkel zag er mooier uit dan ooit, maar het assortiment was veel kleiner geworden en ik vond niets van mijn gading. De bekende merken waren vervangen door dure, prestigieuze merken als Versace en  Karl Lagerfeld en het was op alle etages akelig rustig. 

Het afgelopen weekend ben ik nog eens terug gegaan. De Bonneterie hield uitverkoop en daarom was het gelukkig een stuk drukker in de winkel. Vooral met het traditionele Bonneterie publiek dat wanhopig op zoek was naar iets herkenbaars. Tijdens de verbouwing zijn een groot aantal kleedkamers en kassa’s gesneuveld dus bij die ene kassa vormde zich een lange rij. De dame die nu in haar eentje de kassa bemande bleef zich elke keer maar verontschuldigen dat het allemaal zo lang duurde. De shop-in-shop mensen mogen namelijk niet aan de kassa komen en daarom is er te weinig personeel. In elk hoekje staat nu een medewerker die niet mag bijspringen bij de kassa en ook niks weet van de kleding die niet uit zijn shop komt. Dat leggen ze allemaal reuze vriendelijk uit, maar daar heb je als klant niks aan. Allerlei dames werden een beetje wanhopig van het kastje-naar-de-muur gestuur maar bleven keurig staan wachten tot de juiste verkoopster beschikbaar was. Ik vraag me alleen af of ze snel zullen terugkomen. 

Volgens de commercieel directeur is deze wijziging ingegeven door de roep van het publiek maar ik geloof er niks van. Het lijkt er meer op dat de nieuwe directie zijn eigen klanten te oubollig vond en op zoek is naar een nieuw publiek. En naar een flitsendere organisatie. Bij de Bonneterie heten inkopers tegenwoordig namelijk accountmanager. Het resultaat is dat de Bonneterie aan identiteit heeft ingeboet, want men heeft zich overgeleverd aan externe partijen. Het duidelijk gezicht verdwijnt hiermee en er komt geen nieuw eenduidig gezicht voor terug.

Dat doen wij als branche dan toch beter: niet iedereen was blij met de uitkomsten van De klant is koningin maar we nemen het wel als een gegeven: dít zijn onze klanten, hoe kunnen we hén van dienst zijn. En hoe kunnen we nieuwe leden werven met behoud van de oude. En dat laatste lijken ze bij De Bonneterie een beetje te vergeten.

De nieuwe bibliothecaris?

6 november, 2009

Een bibliothecaris die een ode brengt aan Michael Jackson. Klinkt een beetje suf maar het is een geweldig filmpje. Ik word er in elk geval heel vrolijk van.

Ik weet niet of het om een echte bibliothecaris gaat (hij is wel hééél jong..) en ik weet ook niet of het in scene is gezet, maar het heeft in elk geval effect. Ik weet zeker dat iedereen die op dat moment in de bibliotheek van Limoges  was de hele dag een goed humeur heeft gehad.

Bedankt Caro..

Wat voor bibliotheek?

23 oktober, 2009

T-shirt bibliotheek

 

In de Van Baerlestraat in Amsterdam zit (tegenover het Stedelijk Museum) al sinds jaar en dag een kledingzaak. Geen erg opvallende zaak: keurige kleding, erg keurig want dit is Amsterdam Oud-Zuid.

Sinds een klein jaar profileert Linhard zich met zijn T-shirt bibliotheek. Toen ik dat voor het eerst ergens las leek het niet erg serieus: in de winkel verzamelden ze T-shirts en dat was interessant want elk T-shirt vertelde een verhaal. Op hun website las ik er later meer over maar het bleef nog steeds erg vaag: een bibliotheek was natuurlijk ook duurzaam en zo, maar het leek meer een gimmick dan iets anders.

Laatst zag ik vanuit de tram dat ze hun bibliotheek nu echt in de winkel presenteren: tijd voor een fotootje en een blogje. Maar inmiddels is hun site aangepast: de bibliotheek staat er prominent op maar er wordt geen toelichting meer gegeven. Zag wel dat ze hun eigen Hyves hebben, maar die lijkt te zijn gemaakt rondom de heropening van de winkel.

Dus nou weet ik nog steeds niet wat ze nou precies bedoelen met een T-shirt bibliotheek. Ze profileren zich er wel mee want het staat nu op hun etalages maar ze leggen niet uit wat het is. Zouden ze de afdeling waar ze T-shirts verkopen gewoon een andere naam hebben gegeven? Want ik neem aan dat ze de T-shirts niet uitlenen, maar gewoon verkopen. En gebruiken ze de term bibliotheek dan alleen om de winkel een beetje op te leuken?

Of zouden ze daar oude t-shirts verzamelen en bewaren? Gedocumen-teerd en gecatalogiseerd en bewaard voor de eeuwigheid? En welke T-shirts dan? Kan iedereen daar een oud T-shirt naar toe brengen of mag je alleen iets inleveren als je er ook iets koopt? En krijg je korting als je een T-shirt inlevert? Als ze echt de verhalen willen bewaren die bij de T-shirts horen, hoe doen ze dat dan? En worden die verhalen dan ook ergens beschikbaar gesteld?

Of is het toch meer een zaak van duurzaamheid? Maar hoezo dan duurzaam? Worden ze toch uitgeleend? Of worden ze hergebruikt? Maar hoe dan? Gaan ze retour naar de textielindustrie? Of naar de kringloopwinkel? Vast niet, want dan zouden ze zich geen bibliotheek noemen.

Veel vragen maar geen antwoorden. Hoe langer ik erover nadenk hoe intrigerender het wordt. Wat ik nog het interessantst vindt is dat een commercieel bedrijf de term bibliotheek zo interessant vindt dat ze zich eraan verbinden. Dus met ons imago valt het misschien nog wel mee.

 

Naschrift: Schrijverdezes wees me op een artikel in Het Parool waarin wordt uitgelegd dat ze geen T-shirts uitlenen en waar het volgende wordt gezegd: Maar het idee van bibliotheek uit zich meer in de oneindige keuze: die heb je in een bieb ook. Wij hebben oneindig veel kleuren, modellen, materialen. Ze willen ook een stukje geschiedenis in de winkel brengen met boeken en tijdschriften die over geschiedenis gaan. Ja, ja…

Drs. P en de Biebmiep

24 augustus, 2009

Vandaag wordt Drs. P 90 jaar. Vanwege dat jubileum is er de afgelopen dagen al veel aandacht van de media voor hem geweest maar ik doe graag nog een duit in het zakje.

Ik dacht dat ik wel aardig bekend was met zijn oeuvre maar drie weken geleden heb ik tijdens een weekendje zeilen kennis gemaakt met de “best of” Drs. P en toen bleek mijn kennis toch erg beperkt te zijn. Hierbij zijn geniale demonstratie van hoeveel woorden er op Winschoter Diep rijmen, te beginnen met Miep en bieb. Uit het Avro-pogramma Andermans veren dus even de inleiding (35 sec.) uitzitten.

Wel of geen stereotypes?

16 augustus, 2009

bibliothecaresses geheugen van nederland Naar aanleiding van de oproep van de Avro over bibliothe-caressen voor in een kwisje is al een heleboel verontwaardig getwitterd en geblogd maar omdat over bibliothecarissen wat mij betreft niet genoeg gepraat kan worden doe ik ook nog maar een duit in het zakje.

Wat mij opvalt is dat de verontwaardiging zich richt op twee dingen: het feit dat ze alleen vrouwen (liefst 35+) zoeken en het feit dat ”we” weer in een hokje gestopt worden, en we ZIJN toch helemaal niet stereotiep?  Maar lieve mensen: daar gaat die quiz toch over?  Over stereotypes en over het ontkrachten daar van? Er zijn ook een heleboel jongens die hockeyen en er zitten vast een heleboel meisjes op hockey die geen blond haar, een stevige kont en een veel te harde stem hebben, maar bij het woord hockeymeisjes denk ik daar wel meteen aan. En ik weet zeker dat er bij de Nederlandse Hockeybond niemand is die aanstoot heeft genomen aan de oproep van de Avro. Waarom doen wij dat als beroepsgroep dan wel?

We vervallen zelf steeds in het stereotype van de brillen en de knotjes, ik denk niet dat er nog veel mensen in het wild rondlopen die dat beeld hebben. Maar ga een gemiddelde openbare bibliotheek binnen en kijk eens hoe het personeel dat daar rondloopt er uit ziet: over het algemeen heeft dat een vrij ingetogen uitstraling. Dat wil nog niet zeggen dat iedereen die in een bibliotheek werkt ingetogen is maar dat is wel wat het publiek ziet. En om eerlijk te zijn: als ik in Hoofddorp het station uitloop pik ik de mensen die op weg zijn naar ProBiblio voor een cursus of een vergadering er moeiteloos uit.

En wat zou dat? Kapsters hebben ook vaak haar dat er in mijn ogen nogal over the top uitziet maar dat is nou eenmaal hun vak. Smaken verschillen en zo. Mensen die in een bibliotheek werken lijken in het algemeen nou eenmaal op elkaar. En dan kunnen wij wel gaan roepen dat  niet iedereen die in een bibliotheek werkt ook bibliothecaris is en dat er ook vlotte en geestige bibliothecarissen bestaan maar daar hebben stereotypes geen boodschap aan.

Wat is dat toch met ons? Schamen we ons voor onszelf, hadden we eigenlijk liever een avontuurlijker vak gekozen? Reageren we daarom zo gepikeerd? Kom op zeg, mag het wat zelfbewuster? We weten zelf toch hoe het zit? En we hebben dit vak toch zelf gekozen? En stereotypes bestaan toch gewoon? Zoek op Flickr maar eens op librarian en je vindt voornamelijk parodieën op de stereotypes. Laten we om onszelf lachen in plaats van overal zo serieus (en daarmee rolbevestigend) te reageren.

Ik heb me voornamelijk verbaasd over de luiheid van de programmamakers. Het concept lijkt nogal bij elkaar gejat (beetje Een tegen 100, beetje Vijf tegen vijf, beetje IQ test) en die stereotypes zijn wel heel makkelijk bij elkaar gezocht. En dan de arrogantie om te denken dat je met één mailtje binnen vijf dagen de kandidaten voor het uitzoeken hebt. Ik weet niet of het programma van de grond komt maar ik vermoed zonder de categorie bibliothecaressen.

Dacht overigens altijd dat het bibliothecaresseS was maar het groene boekje geeft de Avro gelijk. Lees meer over stereotypes bij Edwin (over You don’t look like a librarian) en grinnik met de Librarian’s guide to Etiquette.

Bloggen of televisie?

10 februari, 2009

Een paar weken geleden maakte Christiaan Weijts zich in de Groene Amsterdammer boos over het feit dat Nico Dijkshoorn niet meer alleen dicht op internet maar ook wekelijks  in het tv-programma De wereld draait door. Volgens Weijts gooit hij hiermee zijn cultstatus te grabbel en is het een kwestie van tijd voordat Nico ook deel gaat uitmaken van de literaire kliek in café De Zwart.

Nou ken ik Nico nog uit de tijd dat hij kon schrijven zonder bril en ik weet zeker dat hij hoogstens in café De Zwart komt om in het bier van A.F.Th. van der Heijden te spugen. Maar het is interessant om te zien waarom Weijts zich zo opwindt. Volgens hem was Nico’s werk dichten twee-punt-nul, online, live en interactief, de nieuwe-media-variant van de troubadour die gelegenheidsverzen uit zijn mouw schudt op dorpspleinen en in kroegen. Dit is dichten waar pretentie noch papier aan te pas komt. 

Weijts ziet het als een soort verraad dat Nico nu op tv komt, volgens hem zoekt hij (als representant van de nieuwe media) erkenning bij de oude media. De route naar roem loopt van blogger naar boekcontract, van YouTube naar MTV en van reaguurder naar De wereld draait door. Nieuwe media blijken allerminst een nieuw epicentrum te zijn vol users en producers die nooit meer een voet buiten de virtuele realiteit zetten; ze bewijzen juist hun status van cultuur in de marge, waaruit van tijd tot tijd iemand kan bovendrijven.

Daar zou Weijts best wel eens gelijk in kunnen hebben , en wat is daar mis mee? Een dichter (schrijver, kunstenaar) woont misschien in sprookjes op een lekkend zolderkamertje en wordt door niemand begrepen maar volgens mij wil iedereen toch het liefst gehoord worden. Je wil erkenning, liefst van een zo groot mogelijk publiek. Dus het lijkt me heel logisch dat als zo’n publiek zich aandient, je die kans grijpt.

Weijts vertolkt de stem van de teleurgestelde 2.0-er: internet zou ooit de oude media wegvagen maar in plaats daarvan slokken de oude media de nieuwe op. Waar blijft die nieuwe wereld? Volgens mij is dat niet zo simpel: zoals ik denk dat het boek zal blijven bestaan, ondanks de opkomst van internet, zullen de oude media ook blijven bestaan. Er wordt minder gelezen, minder tv gekeken en meer op het internet gedaan. Het bestaat wat mij betreft allemaal naast elkaar en beïnvloedt elkaar. De term cultuur in de marge klinkt nogal sneu,maar hij klopt feitelijk wel. Dat er wekelijks tientallen mensen op woensdagavond achter hun pc zaten te wachten zodat ze als eerste de gedichten van P. Kouwes konden lezen is natuurlijk fantastisch, maar als hij ze op tv voorleest zien 1 miljoen mensen dat. Dan lijkt de keuze me niet zo moeilijk. Het verandert weinig aan de inhoud, alleen de vorm is anders.

De troubadour staat niet meer op één dorpsplein maar op een heleboel dorpspleinen tegelijkertijd, volgens mij zijn de verhalen nog hetzelfde.

The librarian

27 januari, 2009

Vaste lezers van dit blog verwachtten het misschien al maar ik heb vanavond de film The librarian: quest for the spear  gekeken op RTL 7. Toen die film in 2004 uit kwam was er enige opwinding vanwege Noah Wyle (in sommige kringen als erkend hunk beschouwd) die zoiets onspectaculairs als een bibliothecaris speelde maar het werd tamelijk stil nadat hij uit was. Nu ik de film gezien heb snap ik dat wel.

Het is een tamelijk middelmatige B-film waarin een hele slimme, hoogopgeleide, beetje onhandige jongen opeens bibliothecaris wordt van een bibliotheek waarin allerlei mythische en mythologische voorwerpen bewaard worden. Op zijn eerste werkdag wordt hij al op pad gestuurd om de speer van Longinus (zo heet hij in de ondertiteling, volgens mij beter bekend als de Heilige Speer) te zoeken. Heel stoer allemaal: hij springt uit een vliegtuig, steekt via een touwbrug een ravijn over, zakt een waterval af en beklimt de Himalaya. Het leukst is dat hij een hele mooie vrouwelijke assistente heeft die hem meerdere malen uit de penarie haalt.

Heel erg NIET rolbevestigend dus. Ook erg goed tegen de vooroordelen. Zouden we er meer van moeten hebben, van dit soort films. In het kader van de actie de bibliotheek is niet saai.

Bovenstaand filmpje is het slot van de film.

Onderstaand filmpje is het begin. Ook leuk.

Boekenrobot

31 augustus, 2008

 

 

In de zaterdagse bijlage van Het Parool staat elke week de rubriek “Mijn Amsterdam”, daar mogen onbekende amsterdammers hun favoriete plekjes in Amsterdam bejubelen. Deze zaterdag noemt de manager van de Uitmarkt de bibliotheek op het Oosterdokseiland zijn favoriete gebouw.

Het is het toppunt van beschaving dat je zomaar al die boeken kunt lezen. Ook fijn is de boekenrobot, die je niet verwijtend aankijkt als je je boeken te laat inlevert.

Heb ik echt nog nóóit gedaan in mijn tijd achter de balie: iemand verwijtend aankijken die zijn boeken te laat inlevert. Maar dit is de categorie de bibliotheek is een mevrouw . En al die boeken zijn van die mevrouw dus zal ze wel boos zijn dat ze te laat worden teruggebracht. Iedere bibliothecaris kent de verbazing bij de klant als je bekent dat je niet alle boeken in de bibliotheek gelezen hebt. 

Het gezicht van de bibliotheek is het gezicht van die mevrouw (ach ja, en van die enkele meneer) die in de bibliotheek rondloopt en die je al dan niet vriendelijk en al dan niet deskundig helpt. En je komt ook voor dat gezicht van de bibliotheek, of je blijft soms expres weg als het gezicht je niet aanstaat.

Gelukkig mag dat tegenwoordig weer, die persoonlijke aandacht. In de discussie rondom functie-innovatie van een jaar of 10 geleden heette dat onprofessioneel. Dat hoorde niet. Ik heb nooit begrepen waarom niet. Maar ik werd altijd erg in een hoek gezet als ik zei dat daar juist de kracht van het vak zat.  Ik begrijp wel dat de keerzijde van dat persoonlijke gezicht die verwijtende blik is als je je boeken te laat terug brengt maar als je daarvan uit gaat dan ga je uit van het negatieve neveneffect en dat kan niet de bedoeling zijn, toch?

Overigens vergeef ik die manager van de Uitmarkt graag dat hij het over een boekenrobot heeft in plaats van over een innamerobot. Klinkt veel leuker.

Lezen voor je imago

14 april, 2008

Via de startpagina van WordPress kom ik af en toe op andere interessante WordPressblogs, zo kwam ik vorige week op dit blog: stuffwhitepeoplelike. En daar werd wel een heel urgent probleem aangesneden: namelijk wat doe je als je nieuwe liefde niet de juiste of zelfs (nog erger) de verkeerde boeken heeft gelezen? In de VS is dat een regelrechte ramp. In elk geval volgens de makers van dit blog.

Ik geloof niet dat het in Nederland ook zo’n probleem is. Tenminste niet in de kringen waar ik me begeef.
En niet in die mate zoals hier beschreven wordt: dat je je verkering uitmaakt omdat je nieuwe vriendje zegt dat ie de Da Vinci code zo boeiend vond. Al is dat wel een boek dat iedereen gelezen heeft maar waar heel veel mensen toch een beetje lacherig over doen, alsof ze zich er inderdaad voor schamen. Vraag me wel af wat de Nederlandse versie van ”the Pushkin problem” is. Welk literair grapje moet je snappen om niet door de mand te vallen?

Ik bedenk me opeens dat ik zo’n blog tegenkomen heel leuk vind omdat dat iets is waarvan ik niet wist dat het bestond. En dat heb je natuurlijk niet met Netvibes of Del.ici.ous want dan krijg je meer van hetzelfde binnen. Is ook interessant maar ik wil liever verrast worden.

Imago

17 februari, 2008

ShakespeareIk heb bij ding 2 aangekondigd dat ik wilde schrijven over de verkeerde houding die bibliothecarissen aannemen, dit wordt een stukje dat daar zijdelings mee te maken heeft. Ik wil namelijk iets zeggen over het imago van bibliotheken. In het NRC van vrijdag jl. wordt het woord bibliotheek gebruikt in een artikel over Shakespeare. Regisseur Theu Boermans zegt daarin dat in het Nederlands theater “een bibliotheek” mist. “Er is geen referentie. In de postmoderne dramaturgie is alles mogelijk”. En dan volgt er een heel verhaal over opvoeringstradities van Shakespeare. Waar het mij om gaat is dat Boermans hier expliciet het woord Bibliotheek gebruikt. Hij bedoelt daarmee waarschijnlijk dat er geen geschiedenis is, niks om  terug te vallen. Blijkbaar associeert hij het woord bibliotheek met iets heel belangrijks, iets onaantastbaars, iets met kennis van zaken, iets met statuur en  iets waar je waarde aan hecht.

Maar ik weet bijna zeker dat Boermans geen lid is van de Openbare Bibliotheek en dat hij er ook nooit komt. Hoe kan dat? En nou wil ik geen antwoord met het woord marketing er in, of ledenwerfcampagne want daar zit het hem natuurlijk niet in.

Bibliothecarissen hebben zichzelf en hun bibliotheek in een heel verkeerd hoekje laten drukken. Misschien moeten we gewoon wat arroganter worden en weer wat drempels opwerpen. Wat meer exclusiviteit uitstralen. Misschien dat we dan weer wat populairder worden.