Het geld voor de bibliotheek
22 augustus 2010
De branche ontkomt niet aan bezuinigingen, dat heeft het onderzoek van het SIOB wel duidelijk gemaakt.
Achter de bezuinigen op het bibliotheekwerk zit meestal geen bewuste keuze maar het is puur pragmatisch: als een gemeente minder geld krijgt (uit bv. het gemeentefonds) kan ze ook minder uitgeven. En dat is natuurlijk ook zo. Maar waarom betekent dat in veel gevallen bezuinigingen op cultuur?
Nou wil niet elke gemeente beleidsarm bezuinigen en juist wel beleid maken, maar het is wel heel eendimensionaal om op bibliotheekwerk te gaan bezuinigen omdat het zo’n relatief grote post op de begroting is. Wat mij vooral dwars zit is dat de connectie hoeveelheid geld gemeente versus geld voor bibliotheken blijkbaar alleen gemaakt wordt als het geld minder wordt. Want we hebben de afgelopen jaren een economische bloei meegemaakt maar hoeveel bibliotheken hebben toen substantieel meer geld gekregen van hun gemeente? En dan bedoel ik puur geld omdat het er is, niet omdat vanwege fusies of certificering de gemeentelijke bijdrage omhoog moest. En dan bedoel ik ook niet een nieuw gebouw, hoeveel geld daar ook mee gemoeid is, want een nieuwe bibliotheek is in het algemeen geen cadeautje van de gemeente maar een eis van de projectontwikkelaar die nog vierkante meters overheeft waar een openbare bestemming voor dient te komen. Nee, ik heb het over een structurele budgetverhoging omdat een gemeente inziet dat een goed geoutilleerde bibliotheek een basisvoorziening is die het dienstverleningsniveau binnen de gemeente kan versterken. Als ze echt dicht bij haar burgers wil staan en streeft naar een stabiel bestuur zou het voor de hand liggen om de drukst bezochte voorziening binnen de gemeentegrenzen te omarmen en te stimuleren. Maar ik ken eigenlijk geen enkel voorbeeld waar dat gebeurd. Dat is ongetwijfeld mijn eigen gebrek aan kennis, want ze zijn er vast. Maar ik ken ze niet. Ik hoor graag over de uitzonderingen.
Het beeld dat ik nu heb van de afgelopen jaren is dat van gemeentes die een zuinig mondje trekken als het over méér geld uitgeven gaat, hoe belangrijk ze ook zeggen dat ze het bibliotheekwerk vinden. Ik herinner me de wethouder van een kleine gemeente die me een jaar of vijf geleden uitlegde dat we op dit moment in een economisch goede tijd leven maar dat het altijd even duurt voordat zoiets effect heeft op de financiële situatie van een gemeente. Dus hij kon me nu geen extra geld voor de bibliobussen toezeggen maar hij wist zeker dat dat in de toekomst wel zou gebeuren. Zijn opvolger heeft die uitspraak helaas nooit kunnen waarmaken omdat het besluit om de bussen op te heffen inmiddels genomen was.
Hoe komt het dat bibliotheken nauwelijks hebben geprofiteerd van de economische bloei?En dan heb ik het over het lokale bibliotheekwerk, want op landelijk niveau mogen we de laatste jaren natuurlijk niet klagen met al dat geld voor bibliotheekvernieuwing. Kunnen we zo slecht duidelijk maken wat we voorstellen? Hebben we überhaupt geprobeerd om meer geld te krijgen? Zijn we te bescheiden? Kennen we het politieke spel niet of hebben we een imagoprobleem? Of hebben alle wethouders in Nederland dezelfde hersenkronkel als die wethouder uit de Achterhoek in het item uit het RTL4 nieuws?
Er is niet goed gegaan met het binnenhalen van de buit, dat is wel duidelijk, maar ik weet (nog) niet wat. Iemand een idee?
Het gezicht van de bibliotheek
9 juni 2010
“People don’t care how much you know until they know how much you care.” - Mark Twain
Wat is de rol van de bibliothecaris nu we Google hebben? HET antwoord heb ik (nog) niet, maar ik denk dat Mark Twain hierboven wel een punt heeft. Persoonlijke en oprechte aandacht wordt een zeldzaam goed dat een bibliotheek zou kunnen bieden aan zijn lezers. Naast zijn rol als Digitale Curator denk ik dat persoonlijke aandacht van een bibliothecaris een onvergelijkbare meerwaarde voor de bibliotheek levert. Al is het maar omdat Google en Bibliotheek.nl dat niet hebben. Want gepersonaliseerde pagina’s zijn leuk en handig maar soms wil je gewoon een aardige mevrouw die met je meeloopt naar de kast in plaats van je alleen een plaatsingscode te geven. Of een vriendelijke meneer die je naar aanleiding van je plastic tasje van de Stripwinkel ook nog even wijst op de tentoonstelling van striptekeningen op de bovenste etage.
Maar de kans dat je zo iemand tegen komt in de bibliotheek wordt de laatste jaren steeds kleiner vanwege de diverse hervormingen. Scheiding tussen front- en backoffice was de eerste stap. In de backoffice zouden bibliothecarissen zich met “inhoudelijke zaken” moeten gaan bezig houden, waarmee de lezers en de uitlening impliciet tot niet inhoudelijk werden bestempeld. Ook goed bedoeld maar qua klantvriendelijkheid verkeerd uitgepakt is stap twee: de zelfbediening. Prima bedacht vanuit Arbo-oogpunt: een einde aan geestdodend en fysiek belastend werk. Maar het resultaat is dat op de gemiddelde bibliotheekvloer nu een stuk minder mensen rondlopen dan voorheen. Fijn voor de boekhouder want dat spaart een heleboel salaris uit, maar niet voor de argeloze klant die op zoek is naar contact.
“We zijn geen buurthuis” was het antwoord altijd als ik commentaar leverde op de inzet van personeel. “Koffie drinken doen de mensen maar ergens anders”. Met hetzelfde soort drogredenen verving de NS de stationsloketten door kaartjesautomaten. “We sluiten loketten zodat we meer service kunnen leveren door de loketmensen anders in te zetten”. Nou heb ik bij de NS niet zozeer behoefte aan menselijk contact, behalve als ik weer eens sta te tieren bij een kaartjesautomaat die mijn pinpas steeds uitspuugt dus die vergelijking gaat niet helemaal op. Maar het idee is wel hetzelfde. Vanuit efficiency oogpunt worden er maatregelen getroffen waarbij alleen op de bedrijfsvoering wordt gelet en waarbij de klant uit het oog wordt verloren. Je kunt als bezoeker een uur in een bibliotheek verblijven, boeken uitlenen en aanvragen zonder een personeelslid te spreken. Vaak moet je zelfs veel moeite doen om überhaupt iemand te pakken te krijgen.
En ja ik weet dat er steeds minder vragen gesteld worden in de bibliotheek maar dat is een kwestie van opvoeden. Als niet duidelijk is waar je met je vraag terecht kunt omdat het o-zo-oubollige inlichtingenbureau is opgeheven dan stel je vanzelf minder vragen. Of als je van die medewerker geen bevredigend antwoord krijgt maar met een half antwoord wordt weggebonjourd. Maar als je merkt dat de mensen die in de bibliotheek werken je kennen en zich voor je interesseren dan kom je vaker. Iedereen heeft toch wel zo’n verhaal over die ene meester of die ene tante die je als kind op het spoor van een verhaal zette dat een enorme indruk heeft gemaakt? Dat lijkt me bij uitstek een rol voor de bibliothecaris. In kleine vestigingen gebeurt dat nog want in een kleinere kern vult de bibliotheek zijn sociale rol op een hele particuliere manier in. Daar is de bibliothecaris vaak het gezicht van de bibliotheek, herkenbaar en aanspreekbaar, en zo zou dat vaker moeten gebeuren.
“They may forget what you said, but they will never forget how you made them feel.” – Carl W. Buechner
Dit stukje had ik bijna af toen ik bovenstaande Britse kinderen tegenkwam. Ze zijn boos omdat de bibliotheek aan het reorganiseren is en de plaatselijke jeugdbibliothecaris een andere functie heeft gekregen. Ze willen Paula niet kwijt en voeren daarom actie. Kijk, dan ben je iemand….
Waarom heeft de bibliotheek zo weinig lef?
19 maart 2010
Gedurende twee weken maakt de Franse Ikea reclame op 4 metrostations in Parijs door echte bankjes en schemer-lampen op de perrons te plaatsen. Leuke actie. En dan vraag ik me onwillekeurig toch af waarom bibliothe-ken vaak zo moeilijk doen over dit soort acties. En nou zal ik niet wéér over de strand-bibliotheek beginnen, want dat was wel zo’n beetje de uitzondering die de regel bevestigde. Daar hebben we bewezen dat je boeken (soms) best kunt uitlenen zonder beveiligings- of registratiesysteem. Want ze komen gewoon terug, en met het zand tussen de bladzijdes valt het ook wel mee.
Maar buiten het strand is er nog weinig ruimte voor “iets geks”. Het is vaak niet eens een kwestie van geld, maar van instelling en van keuzes maken, van iets willen, van lef hebben. “Daar hebben we geen personeel voor, het is al zo lastig om de roosters rond te krijgen tijdens de vakanties, wat levert het eigenlijk op, het past niet in ons programma”. Klinkt allemaal niet onredelijk, maar het zijn allemaal drogredenen, smoesjes om niet je nek uit te steken en eens iets anders te proberen. Want voor iets leuks is het vaak niet zo’n probleem om personeel te vinden, maar dan moet je het wel eerst vragen. En als je echt wil kun je iets zo presenteren dat het toch in een programma past, maar dat vergt wel enige creativiteit en goede wil. En als je elke activiteit alléén maar afrekent op het aantal bezoekers dat komt opdraven of het aantal nieuwe leden dat het bonnetje invult dan bouw je de mislukking wel in.
Maar daarmee maak je dus nooit een knaller. Doe eens gek, droom eens en neem eens risico. En ja, het is belastinggeld en daar moet je goed mee om gaan. Maar denk eens wat verder: wat doet zoiets voor je imago, wat voor imago wil je hebben richting de politiek en de gemeente? En een goed imago zorgt ook weer voor ledenbehoud, en hoe bereken je dat dan? Kom op, niet zo bekrompen. Kijk eens verder dan je eigen bureau en je eigen kantoortje, wees eens creatief!
Klanten van je vervreemden
6 november 2009
Ik was waarschijnlijk de 30 al gepasseerd toen ik voor het eerst iets bij Maison de Bonnete-rie kocht. Toen pas liet ik me niet meer intimideren door de chique uitstraling van de winkel en toen had ik ook pas genoeg geld om er iets te kunnen kopen. Het was het begin van een genoeglijke relatie.
Ik vond het er geweldig: schitterende 19e eeuwse architectuur, mooie spullen en ontzettend aardig personeel. Met name bij de schoenen en het woontextiel kon ik me uitleven, in de eerste jaren vooral tijdens de uitverkoop. (voor alle duidelijkheid: Tenaanval is een meisje)
De winkel was af en toe een beetje oubollig maar dat was onderdeel van zijn charme. Ik werd een trouwe klant (met klantenkaart) en ik kwam niet alleen meer op de begane grond maar ook op de bovenste etages bij de damesmode en in het restaurant waar je koffie kon drinken met geweldig uitzicht op het Rokin. Langzamerhand veranderde het assortiment: ik vond het jammer dat een aantal dingen verdwenen (nooit meer zulke mooie dekbedhoezen gevonden als bij De Bonneterie) maar ach ja: stilstand is achteruitgang en ze moeten natuurlijk mee met hun tijd. Dat snap ik wel. Maar een paar maanden geleden heeft de jongste generatie in het familiebedrijf het roer radicaal omgegooid. De winkel is flink verbouwd en de formule is radicaal verandert. Over de verbouwing zul je mij niet horen: allemaal prima en verantwoord, maar die nieuwe formule vind ik niks. De winkel is nu namelijk ingedeeld volgens de Shop-in-shop formule. Dus in plaats van dat de kleding op kleur of op type en uitstraling bij elkaar hangt, is de winkel nu ingedeeld op merk. Dat betekent dat je je niet meer kunt beperken tot een bepaalde hoek van de winkel omdat je weet dat zich daar jouw smaak bevindt maar dat je per merk op zoek moet naar iets van je gading. Een groot aantal merken zijn uit het assortiment gegooid en vervangen door nieuwe merken uit het hogere segment.
Ter gelegenheid van de opening kreeg ik, als vaste klant, een prachtig krantje in de bus dus ik was erg nieuwsgierig naar de vernieuwde winkel. Maar dat viel tegen. De winkel zag er mooier uit dan ooit, maar het assortiment was veel kleiner geworden en ik vond niets van mijn gading. De bekende merken waren vervangen door dure, prestigieuze merken als Versace en Karl Lagerfeld en het was op alle etages akelig rustig.
Het afgelopen weekend ben ik nog eens terug gegaan. De Bonneterie hield uitverkoop en daarom was het gelukkig een stuk drukker in de winkel. Vooral met het traditionele Bonneterie publiek dat wanhopig op zoek was naar iets herkenbaars. Tijdens de verbouwing zijn een groot aantal kleedkamers en kassa’s gesneuveld dus bij die ene kassa vormde zich een lange rij. De dame die nu in haar eentje de kassa bemande bleef zich elke keer maar verontschuldigen dat het allemaal zo lang duurde. De shop-in-shop mensen mogen namelijk niet aan de kassa komen en daarom is er te weinig personeel. In elk hoekje staat nu een medewerker die niet mag bijspringen bij de kassa en ook niks weet van de kleding die niet uit zijn shop komt. Dat leggen ze allemaal reuze vriendelijk uit, maar daar heb je als klant niks aan. Allerlei dames werden een beetje wanhopig van het kastje-naar-de-muur gestuur maar bleven keurig staan wachten tot de juiste verkoopster beschikbaar was. Ik vraag me alleen af of ze snel zullen terugkomen.
Volgens de commercieel directeur is deze wijziging ingegeven door de roep van het publiek maar ik geloof er niks van. Het lijkt er meer op dat de nieuwe directie zijn eigen klanten te oubollig vond en op zoek is naar een nieuw publiek. En naar een flitsendere organisatie. Bij de Bonneterie heten inkopers tegenwoordig namelijk accountmanager. Het resultaat is dat de Bonneterie aan identiteit heeft ingeboet, want men heeft zich overgeleverd aan externe partijen. Het duidelijk gezicht verdwijnt hiermee en er komt geen nieuw eenduidig gezicht voor terug.
Dat doen wij als branche dan toch beter: niet iedereen was blij met de uitkomsten van De klant is koningin maar we nemen het wel als een gegeven: dít zijn onze klanten, hoe kunnen we hén van dienst zijn. En hoe kunnen we nieuwe leden werven met behoud van de oude. En dat laatste lijken ze bij De Bonneterie een beetje te vergeten.
De nieuwe bibliothecaris?
6 november 2009
Een bibliothecaris die een ode brengt aan Michael Jackson. Klinkt een beetje suf maar het is een geweldig filmpje. Ik word er in elk geval heel vrolijk van.
Ik weet niet of het om een echte bibliothecaris gaat (hij is wel hééél jong..) en ik weet ook niet of het in scene is gezet, maar het heeft in elk geval effect. Ik weet zeker dat iedereen die op dat moment in de bibliotheek van Limoges was de hele dag een goed humeur heeft gehad.
Bedankt Caro..
Wat voor bibliotheek?
23 oktober 2009
In de Van Baerlestraat in Amsterdam zit (tegenover het Stedelijk Museum) al sinds jaar en dag een kledingzaak. Geen erg opvallende zaak: keurige kleding, erg keurig want dit is Amsterdam Oud-Zuid.
Sinds een klein jaar profileert Linhard zich met zijn T-shirt bibliotheek. Toen ik dat voor het eerst ergens las leek het niet erg serieus: in de winkel verzamelden ze T-shirts en dat was interessant want elk T-shirt vertelde een verhaal. Op hun website las ik er later meer over maar het bleef nog steeds erg vaag: een bibliotheek was natuurlijk ook duurzaam en zo, maar het leek meer een gimmick dan iets anders.
Laatst zag ik vanuit de tram dat ze hun bibliotheek nu echt in de winkel presenteren: tijd voor een fotootje en een blogje. Maar inmiddels is hun site aangepast: de bibliotheek staat er prominent op maar er wordt geen toelichting meer gegeven. Zag wel dat ze hun eigen Hyves hebben, maar die lijkt te zijn gemaakt rondom de heropening van de winkel.
Dus nou weet ik nog steeds niet wat ze nou precies bedoelen met een T-shirt bibliotheek. Ze profileren zich er wel mee want het staat nu op hun etalages maar ze leggen niet uit wat het is. Zouden ze de afdeling waar ze T-shirts verkopen gewoon een andere naam hebben gegeven? Want ik neem aan dat ze de T-shirts niet uitlenen, maar gewoon verkopen. En gebruiken ze de term bibliotheek dan alleen om de winkel een beetje op te leuken?
Of zouden ze daar oude t-shirts verzamelen en bewaren? Gedocumen-teerd en gecatalogiseerd en bewaard voor de eeuwigheid? En welke T-shirts dan? Kan iedereen daar een oud T-shirt naar toe brengen of mag je alleen iets inleveren als je er ook iets koopt? En krijg je korting als je een T-shirt inlevert? Als ze echt de verhalen willen bewaren die bij de T-shirts horen, hoe doen ze dat dan? En worden die verhalen dan ook ergens beschikbaar gesteld?
Of is het toch meer een zaak van duurzaamheid? Maar hoezo dan duurzaam? Worden ze toch uitgeleend? Of worden ze hergebruikt? Maar hoe dan? Gaan ze retour naar de textielindustrie? Of naar de kringloopwinkel? Vast niet, want dan zouden ze zich geen bibliotheek noemen.
Veel vragen maar geen antwoorden. Hoe langer ik erover nadenk hoe intrigerender het wordt. Wat ik nog het interessantst vindt is dat een commercieel bedrijf de term bibliotheek zo interessant vindt dat ze zich eraan verbinden. Dus met ons imago valt het misschien nog wel mee.
Naschrift: Schrijverdezes wees me op een artikel in Het Parool waarin wordt uitgelegd dat ze geen T-shirts uitlenen en waar het volgende wordt gezegd: Maar het idee van bibliotheek uit zich meer in de oneindige keuze: die heb je in een bieb ook. Wij hebben oneindig veel kleuren, modellen, materialen. Ze willen ook een stukje geschiedenis in de winkel brengen met boeken en tijdschriften die over geschiedenis gaan. Ja, ja…
Drs. P en de Biebmiep
24 augustus 2009
Vandaag wordt Drs. P 90 jaar. Vanwege dat jubileum is er de afgelopen dagen al veel aandacht van de media voor hem geweest maar ik doe graag nog een duit in het zakje.
Ik dacht dat ik wel aardig bekend was met zijn oeuvre maar drie weken geleden heb ik tijdens een weekendje zeilen kennis gemaakt met de “best of” Drs. P en toen bleek mijn kennis toch erg beperkt te zijn. Hierbij zijn geniale demonstratie van hoeveel woorden er op Winschoter Diep rijmen, te beginnen met Miep en bieb. Uit het Avro-pogramma Andermans veren dus even de inleiding (35 sec.) uitzitten.
Wel of geen stereotypes?
16 augustus 2009
Naar aanleiding van de oproep van de Avro over bibliothe-caressen voor in een kwisje is al een heleboel verontwaardig getwitterd en geblogd maar omdat over bibliothecarissen wat mij betreft niet genoeg gepraat kan worden doe ik ook nog maar een duit in het zakje.
Wat mij opvalt is dat de verontwaardiging zich richt op twee dingen: het feit dat ze alleen vrouwen (liefst 35+) zoeken en het feit dat ”we” weer in een hokje gestopt worden, en we ZIJN toch helemaal niet stereotiep? Maar lieve mensen: daar gaat die quiz toch over? Over stereotypes en over het ontkrachten daar van? Er zijn ook een heleboel jongens die hockeyen en er zitten vast een heleboel meisjes op hockey die geen blond haar, een stevige kont en een veel te harde stem hebben, maar bij het woord hockeymeisjes denk ik daar wel meteen aan. En ik weet zeker dat er bij de Nederlandse Hockeybond niemand is die aanstoot heeft genomen aan de oproep van de Avro. Waarom doen wij dat als beroepsgroep dan wel?
We vervallen zelf steeds in het stereotype van de brillen en de knotjes, ik denk niet dat er nog veel mensen in het wild rondlopen die dat beeld hebben. Maar ga een gemiddelde openbare bibliotheek binnen en kijk eens hoe het personeel dat daar rondloopt er uit ziet: over het algemeen heeft dat een vrij ingetogen uitstraling. Dat wil nog niet zeggen dat iedereen die in een bibliotheek werkt ingetogen is maar dat is wel wat het publiek ziet. En om eerlijk te zijn: als ik in Hoofddorp het station uitloop pik ik de mensen die op weg zijn naar ProBiblio voor een cursus of een vergadering er moeiteloos uit.
En wat zou dat? Kapsters hebben ook vaak haar dat er in mijn ogen nogal over the top uitziet maar dat is nou eenmaal hun vak. Smaken verschillen en zo. Mensen die in een bibliotheek werken lijken in het algemeen nou eenmaal op elkaar. En dan kunnen wij wel gaan roepen dat niet iedereen die in een bibliotheek werkt ook bibliothecaris is en dat er ook vlotte en geestige bibliothecarissen bestaan maar daar hebben stereotypes geen boodschap aan.
Wat is dat toch met ons? Schamen we ons voor onszelf, hadden we eigenlijk liever een avontuurlijker vak gekozen? Reageren we daarom zo gepikeerd? Kom op zeg, mag het wat zelfbewuster? We weten zelf toch hoe het zit? En we hebben dit vak toch zelf gekozen? En stereotypes bestaan toch gewoon? Zoek op Flickr maar eens op librarian en je vindt voornamelijk parodieën op de stereotypes. Laten we om onszelf lachen in plaats van overal zo serieus (en daarmee rolbevestigend) te reageren.
Ik heb me voornamelijk verbaasd over de luiheid van de programmamakers. Het concept lijkt nogal bij elkaar gejat (beetje Een tegen 100, beetje Vijf tegen vijf, beetje IQ test) en die stereotypes zijn wel heel makkelijk bij elkaar gezocht. En dan de arrogantie om te denken dat je met één mailtje binnen vijf dagen de kandidaten voor het uitzoeken hebt. Ik weet niet of het programma van de grond komt maar ik vermoed zonder de categorie bibliothecaressen.
Dacht overigens altijd dat het bibliothecaresseS was maar het groene boekje geeft de Avro gelijk. Lees meer over stereotypes bij Edwin (over You don’t look like a librarian) en grinnik met de Librarian’s guide to Etiquette.
Bloggen of televisie?
10 februari 2009
Nou ken ik Nico nog uit de tijd dat hij kon schrijven zonder bril en ik weet zeker dat hij hoogstens in café De Zwart komt om in het bier van A.F.Th. van der Heijden te spugen. Maar het is interessant om te zien waarom Weijts zich zo opwindt. Volgens hem was Nico’s werk dichten twee-punt-nul, online, live en interactief, de nieuwe-media-variant van de troubadour die gelegenheidsverzen uit zijn mouw schudt op dorpspleinen en in kroegen. Dit is dichten waar pretentie noch papier aan te pas komt.
Weijts ziet het als een soort verraad dat Nico nu op tv komt, volgens hem zoekt hij (als representant van de nieuwe media) erkenning bij de oude media. De route naar roem loopt van blogger naar boekcontract, van YouTube naar MTV en van reaguurder naar De wereld draait door. Nieuwe media blijken allerminst een nieuw epicentrum te zijn vol users en producers die nooit meer een voet buiten de virtuele realiteit zetten; ze bewijzen juist hun status van cultuur in de marge, waaruit van tijd tot tijd iemand kan bovendrijven.
Daar zou Weijts best wel eens gelijk in kunnen hebben , en wat is daar mis mee? Een dichter (schrijver, kunstenaar) woont misschien in sprookjes op een lekkend zolderkamertje en wordt door niemand begrepen maar volgens mij wil iedereen toch het liefst gehoord worden. Je wil erkenning, liefst van een zo groot mogelijk publiek. Dus het lijkt me heel logisch dat als zo’n publiek zich aandient, je die kans grijpt.
Weijts vertolkt de stem van de teleurgestelde 2.0-er: internet zou ooit de oude media wegvagen maar in plaats daarvan slokken de oude media de nieuwe op. Waar blijft die nieuwe wereld? Volgens mij is dat niet zo simpel: zoals ik denk dat het boek zal blijven bestaan, ondanks de opkomst van internet, zullen de oude media ook blijven bestaan. Er wordt minder gelezen, minder tv gekeken en meer op het internet gedaan. Het bestaat wat mij betreft allemaal naast elkaar en beïnvloedt elkaar. De term cultuur in de marge klinkt nogal sneu,maar hij klopt feitelijk wel. Dat er wekelijks tientallen mensen op woensdagavond achter hun pc zaten te wachten zodat ze als eerste de gedichten van P. Kouwes konden lezen is natuurlijk fantastisch, maar als hij ze op tv voorleest zien 1 miljoen mensen dat. Dan lijkt de keuze me niet zo moeilijk. Het verandert weinig aan de inhoud, alleen de vorm is anders.
De troubadour staat niet meer op één dorpsplein maar op een heleboel dorpspleinen tegelijkertijd, volgens mij zijn de verhalen nog hetzelfde.
The librarian
27 januari 2009
Vaste lezers van dit blog verwachtten het misschien al maar ik heb vanavond de film The librarian: quest for the spear gekeken op RTL 7. Toen die film in 2004 uit kwam was er enige opwinding vanwege Noah Wyle (in sommige kringen als erkend hunk beschouwd) die zoiets onspectaculairs als een bibliothecaris speelde maar het werd tamelijk stil nadat hij uit was. Nu ik de film gezien heb snap ik dat wel.
Het is een tamelijk middelmatige B-film waarin een hele slimme, hoogopgeleide, beetje onhandige jongen opeens bibliothecaris wordt van een bibliotheek waarin allerlei mythische en mythologische voorwerpen bewaard worden. Op zijn eerste werkdag wordt hij al op pad gestuurd om de speer van Longinus (zo heet hij in de ondertiteling, volgens mij beter bekend als de Heilige Speer) te zoeken. Heel stoer allemaal: hij springt uit een vliegtuig, steekt via een touwbrug een ravijn over, zakt een waterval af en beklimt de Himalaya. Het leukst is dat hij een hele mooie vrouwelijke assistente heeft die hem meerdere malen uit de penarie haalt.
Heel erg NIET rolbevestigend dus. Ook erg goed tegen de vooroordelen. Zouden we er meer van moeten hebben, van dit soort films. In het kader van de actie de bibliotheek is niet saai.
Bovenstaand filmpje is het slot van de film.
Onderstaand filmpje is het begin. Ook leuk.





