Waarom de gevestigde orde niet meedoet met 1825 dagen
10 januari 2013
Gisteravond stapte ik vanuit de cocon die ziekbed heet weer even in de wereld van Twitter en stuitte daar op de opmerking van een van de initiatiefnemers van 1825 dagen dat de gevestigde orde het project negeert. Mensen verbaasden zich er over dat de VOB, het SIOB en BNL nog geen bijdrage hadden geleverd aan het project.
Toen ik later weer in bed lag bedacht ik me dat dat nogal logisch is: daar zijn die instanties niet voor, daar hebben we ze niet voor ingehuurd. De VOB dat zijn we zelf, dat zijn alle bibliotheekdirecteuren van Nederland gezamenlijk. Die bepalen de koers van de Vereniging in de ledenvergadering. Als het goed is tenminste. En bij het sectorinstituut en BNL ondersteunen ze de branche, die coördineren en die voeren uit.
Het zou zelfs een beetje vreemd zijn als er vanuit die instanties zomaar opeens een visionair voorstel zou komen. De wereld zou te klein zijn: hoe ze het in hun hoofd zouden halen om zomaar opeens met iets nieuws te komen zonder overleg met de achterban! Er is tot nu toe nog geen enkele bijdrage gedaan namens een officiële instantie (bibliotheek of PSO) maar alleen nog maar op persoonlijke titel. Die van mij is dat in elk geval wel: mijn stuk bevat mijn eigen mening, niet die van de Bibliotheek Bollenstreek of van de Airport Library. Je zou dus hoogstens de werknemers van die instanties kunnen verwijten dat ze niet willen meedoen, niet de organisaties zelf. En blijkbaar hebben die werknemers het te druk met andere dingen. Of ze weten er niet van. Of ze hebben geen visie. Wie zal het zeggen?
Misschien heb ik het allemaal wel helemaal verkeerd begrepen al die jaren, of schrijf ik het wat ongelukkig op, laten we dat dan maar wijten aan de koorts, ik ben nog steeds een beetje ziek. Maar volgens mij is de kracht van dit project nou juist dat het buiten de gebaande paden gaat en van onderop komt. En dat is de beste manier om aan innovatie te doen lijkt me.
Hoe het was op de #idd12
12 december 2012

Jan Klerk heeft op zijn blog al uit de losse pols verslag gedaan van de Innovatie Doe Dag. Ondanks dat hij maar een klein deel van de dag meemaakte heeft hij de grote lijn wel te pakken.
Het was een leuke dag en een nuttige dag. Maar wel een dag die last had van botsende concepten. Er werd geprobeerd om een unconference te combineren met een productinnovatiesessie : het ene is gericht op het proces en het andere op resultaat. En dat wringt.
Zoals Jan al beschreef: vrolijke discussies werden gehinderd door de gedachte “maar wat gaan we straks tijdens de presentatie vertellen?” en het wisselen van groepjes vertraagde het innovatieproces soms weer omdat de nieuwe mensen eerst bijgepraat moesten worden. Een teken aan de wand was de vraag van een van de deelnemers tijdens de uitleg van het business model canvas “of je alle vakjes moet invullen”. Een dodelijke vraag voor een unconference.
Naar aanleiding van de discussie in de speciale Linkedin groep en de opmerkingen tijdens het voorstelrondje waren er 5 thema’s vastgesteld waar over gepraat en aan gewerkt zou worden: Missie en visie, Techniek, Gebruiker en personeel, Sociale innovatie en Grassroot/guerilla. Om het praktisch denken te stimuleren was er bij de sessies voor knutselmateriaal en/of lego gezorgd. Kan me voorstellen dat dat werkt bij een innovatiesessie, het leidde nu eigenlijk alleen maar af. Ik heb in elk geval delen van de discussie gemist omdat ik op zoek was naar oranje blokjes voor mijn huisje.

Was het dan een mislukking deze dag? Nee, allesbehalve! Er zijn twee concrete dingen uit voortgekomen: een project dat bibliotheekbezoekers wil verrassen met bijzondere informatie door (open) data en Esther Valent heeft concrete hulp aangeboden gekregen bij haar @debibliotheek project. Ze kan overigens elke vorm van ondersteuning gebruiken (niet alleen vraagbeantwoorders maar ook ambassadeurs en morele steun) dus laat vooral iedereen zich bij haar melden.
Voor mij was deze dag gisteravond al geslaagd. Want gisteravond verzamelden alle deelnemers zich in een cafe om op een informele manier kennis te maken. En dat werkte wonderwel: er werden daar al ervaringen gedeeld en verhalen vertelt en daar gingen we vanochtend bij het ontbijt vrolijk mee verder. Dus zo’n Innovatie Doe Dag is zeker voor herhaling vatbaar. Met wat duidelijkere keuzes misschien voor een werkwijze. En met een warmere lokatie, want je zult mij (als architectuurhistoricus) niet snel horen klagen als ik in zo’n historisch gebouw mag rondlopen, maar hier was het wel heel erg koud.
Marlies, Jeroen, Rob en Johan: heel erg bedankt voor de organisatie. Ik ben er een volgende keer graag weer bij!
Hoera, we gaan innoveren! #idd12
10 december 2012
Een paar maanden geleden kreeg ik een uitnodiging om als een van de 20 movers en shakers uit de branche aanwezig te zijn op de InnovatieDoedag op 12 december a.s. Met het verzoek om dat nog even “onder de pet” te houden totdat de communicatie daarover officieel van start zou gaan.
Inmiddels heeft Johan Stapel een stukje op Bibliotheek2.0 over deze dag geschreven en begint op Twitter ook al het een en ander los te komen. Voor iedereen die dat gemist heeft hierbij wat achtergrondinformatie: De InnovatieDoeDag is geen inspiratiedag, geen kennisdeeldag, maar een doedag, een innovatie-doedag, waarin creatieve doeners vrij baan krijgen om hun innovatieve ideeën om te zetten in praktisch uitvoerbare plannen.We starten de dag met een “unconference”, wat inhoudt dat de deelnemers aan het begin van de bijeenkomst met elkaar beslissen wat het programma zal zijn (naar het voorbeeld van LibCampNL). ’s Middags gaan we met deze gezamenlijk gekozen onderwerpen in groepen aan de slag onder begeleiding van ervaren facilitators van Waag Society.
Voor zover ik weet is dit het enige dat er concreet bekend is over deze dag. Via een besloten Linkedin groep hebben de meeste deelnemers zichzelf inmiddels voorgesteld. Op de vraag “wat kom je brengen en wat kom je halen” was dit daar mijn antwoord: Ik heb de uitnodiging voor deze dag graag aangenomen omdat ik vind dat de bibliotheekwereld veel te veel verkokerd is en veel teveel draait om dezelfde personen. Het is dan wel geen “old boys network” omdat er ook veel vrouwen in zitten, maar het zijn wel altijd dezelfde vrouwen die je overal ziet. Daarom doe ik graag mee aan iets dat buiten alle structuren om gaat.
Wat ik kom brengen is ervaring met een Unconference, als een van de initiatiefnemers van LibCampNL, en een flinke dosis strijdlust. Want ik vind dat bibliothecarissen veel te weinig voor zichzelf en hun eigen vak opkomen. Waarmee ik niks ten nadele van mensen van buiten het vak wil zeggen, maar iedereen heeft nou eenmaal zo zijn stokpaardjes.
Het wordt zo te zien een heel gemengd gezelschap wat daar aanstaande woensdag bij elkaar zit: oude rotten, jonge honden, veel mannen en een paar vrouwen (foei!), twee Vlamingen, één bibliotheekdirecteur, veel mensen uit openbare bibliotheken, mensen van PSO’s, hogescholen, de KB, ZZP-ers en een hoogleraar. Zo te zien ken ik maar een stuk of 12 mensen persoonlijk, een ander deel ken ik van naam en sommige mensen ken ik helemaal niet. Zeker niet de usual suspects en dat lijkt me heel verfrissend. In totaal gaat het om 45 mensen, want elke genodigde mocht een gast meenemen.
De technische mannen zijn goed vertegenwoordigd dus digitale innovatie zal zeker een gespreksonderwerp zijn maar ik ga er van uit dat de agenda breder wordt dan dat. Dat hebben we immers zelf in de hand… Ik heb er zin in!
(en voor alle duidelijkheid: de titel van deze post is ironisch bedoeld. Want innovatie is een doorgaand proces, etc. etc.)
De supermarkt komt naar je toe…
10 augustus 2011
Mooie actie. De Britse supermarktketen Tesco wilde een groter bereik op de Zuid-Koreaanse markt en verzon een innovatieve manier om het publiek op te zoeken. Ze bouwden virtuele winkels die aansloten bij het winkelgedrag van de Koreanen.
Een beetje zoals de Stationsbibliotheek
, maar dan anders.
Een bijna onbemande bibliotheek en samenwerking
1 juni 2011
Je hebt enthousiasme nodig en zelfvertrouwen en een flinke dosis soepelheid, maar dan heb je ook wat. De bibliotheek van Muiderberg is maar klein, maar wel een voorbeeld van innovatief bibliotheekwerk en kansen grijpen die zich voordoen.
Gisteren was de Kenniscirkel Kleine Kernen van ProBiblio te gast in het Servicepunt van Muiderberg, onderdeel van De Bibliotheek (o.a. Weesp en Muiden). Muiderberg is een kern van ruim 3000 inwoners waar tot ieders tevredenheid wekelijks een bibliobus kwam. Toen duidelijk werd dat de bibliobussen van ProBiblio zouden worden opgeheven is de bibliotheek in samenwerking met de gemeente serieus op zoek gegaan naar een alternatief. Dat werd gevonden in het nieuw te bouwen Multifunctionele gebouw in het dorp. In dit gebouw werd naast de bar door de architect een plekje vrijgemaakt voor een servicepunt van de bibliotheek. De bar wordt beheerd door cliënten van de Stichting Philadelphia. Behalve het beheren van de bar verrichten de (zwakbegaafde) medewerkers van Philadelphia klusjes voor de gebruikers van het pand en ze houden een oogje in het zeil bij de bibliotheek.
Eén keer per week is er een bibliotheekmedewerker aanwezig, op alle andere dagen ruimen de medewerkers van Philadelphia de boeken op. ‘s Avonds wordt de bar gebruikt door de diverse verenigingen die het gebouw gebruiken. Die verenigingen runnen zelf de bar en houden dan ook een oogje in het zeil bij de bibliotheek. Dit heeft tot gevolg dat de bibliotheek in theorie bijna 50 uur per week geopend is, in de praktijk is dat nog veel vaker. Het servicepunt wordt zeer goed gebruikt en bij de nieuwe leden zitten opvallend veel mannen. Die zoeken, voordat ze ’s avonds gaan sporten in de sporthal nog snel even een boek uit in de bibliotheek. 
Net zoals de ouders die hun kind afzetten bij de Buiten- schoolse opvang in het gebouw, of die moeten wachten totdat hun kind klaar is met kinder- gymnastiek. Iedereen blij: de bibliotheek heeft Muiderberg wat te bieden, de inwoners hebben een mooie voorziening en de cliënten van Philadelphia doen nuttig werk.
Om zoiets voor elkaar te krijgen moet je dus niet te bang zijn: de kans bestaat namelijk dat het een rommeltje wordt in de bibliotheek als er geen permanent toezicht is. Dat is overigens nog niet gebeurd. Je moet ook enthousiast zijn, zodat je alle betrokken partijen van het nut en de noodzaak van de bibliotheek kunt overtuigen. En je moet soepel zijn: een keer per jaar moet de bibliotheek plaats maken voor de Vogelshow van de plaatselijke vogelvereniging. Al het meubilair van de bibliotheek wordt dan in de sporthal geschoven zodat de bibliotheek toch gewoon open kan blijven. En als een van de cliënten van Philadelphia persé boeken wil opruimen, maar eigenlijk het alfabet niet goed genoeg kent dan moet je soepel genoeg zijn om daar ook een mouw aan te kunnen passen.
Want een dergelijk concept staat of valt met een goede samenwerking met de diverse gebruikers van het pand. Als je star blijft vasthouden aan je eigen eisen en je eigen regeltjes is het gedoemd te mislukken. Net zo belangrijk is het bieden van kwaliteit: de collectie in Muiderberg ziet er goed uit en wordt mooi gepresenteerd. Als het alleen een kastje met oude, vieze boeken zou zijn dan zou niemand er gebruik van maken, al was de samenwerking nog zo fijn. Dat doen ze goed daar, in Muiderberg.
Verkeerd soort innovatie
16 november 2010
Ja hoor, vanochtend gebeurde het weer. Een heel bevlogen bibliothecaris die vertelt dat ze nou zoiets geweldigs bedacht hadden! Dat ze bezig waren met het ontwikkelen van een heel nieuw concept om boeken uit te lenen. Dat ze al in gesprek zijn met een leverancier die hun idee vorm zou kunnen geven en dat ze ook al om tafel zitten met de automatiseerder. Zo leuk!
Interessant. Waar gaan jullie dat apparaat neerzetten? Dat weten we nog niet precies. Misschien hier of daar, of zus of zo.
Goh, voor wie is dat geweldige nieuwe concept dan bedoeld? Nou ja, we denken dat jonge mensen dit leuk gaan vinden. Of misschien ook wel de iets oudere mensen. Of mensen in een winkelstraat of in het openbaar vervoer of zo. Het wordt waarschijnlijk ook heel betaalbaar. En het is zo leuk! En zo nieuw!
Nee. Stop. Zo werkt dat dus niet. Je doet aan innovatie omdat je een probleem hebt. Of een vraag. Of omdat je ontevreden bent over de bestaande voorziening, of omdat je klanten daar ontevreden over zijn. NIET alleen omdat je zelf een leuk idee hebt. En zeker NIET omdat het technisch zo’n mooie uitdaging is. Uitgangspunt bij bibliotheekvernieuwing moet toch echt de klant zijn. Wat voor probleem los je met deze nieuwe vinding op? En vindt de klant dat ook een probleem of denk jij dat alleen maar omdat je dat wel goed uitkomt? Je gaat niet eerst iets ontwikkelen en er daarna een doelgroep bij zoeken. Als je het nodig vindt om iets te maken voor jonge mensen dan verdiep je je in hun bezigheden en behoeftes en dan vraag je je af waar je jonge mensen blij mee kunt maken. Heb je een probleem in een winkelstraat dan zoek je uit waar dat probleem vandaan komt en hoe je daar iets aan kunt doen. Je gaat niet eerst een apparaat maken en er daarna pas een publiek voor zoeken.
En toch gebeurt zoiets vaker in bibliotheekland. Hoe kan dat? Waarom laten sommige mensen zich zo meeslepen door hun eigen idee dat ze de realiteit uit het oog verliezen? Dat ze maar door blijven gaan met iets waarvan de haalbaarheid door de buitenwereld al heel snel betwijfeld wordt? Waarom is er zo weinig aandacht voor kritsche vragen? Komt dat omdat bibliothecarissen zo pragmatisch zijn? Zo ontzettend doenerig? Dat we daardoor niet of nauwelijks stil staan en ons afvragen of we wel op de juiste weg zitten? Er is een probleem, we zien een oplossing en hup: aan de slag. Lekker praktisch. Niet te lang nadenken of dit wel de goede oplossing is: het is een oplossing, dus aan de slag. Of willen sommige bibliothecarissen te graag spelen met de nieuwe techniek? Willen ze hun nieuwe speelgoedjes niet opgeven?
Ik weet het niet. Maar ik word er soms wel erg moe van. Al die energie die in die projecten wordt gestopt, al die mooie verhalen, die glanzende brochures en die trotse directeuren. En de doodse stilte na de opening. En de ontwijkende antwoorden op de vraag “hoe het loopt”.
For the record: natuurlijk zijn er veel projecten die wel goed lopen, die een echt succes zijn. Maar naar mijn gevoel zijn er zeker zoveel die een stille dood sterven, die soms al doodgeboren worden, en daar hoor je nooit iets over. Jammer.
De Airport Library is open!
25 augustus 2010
Er is de afgelopen maanden heel heel hard aan gewerkt en we hebben er wéken naar toe geleefd maar vanmiddag is de Airport Library dan toch echt geopend.
De opening was een groot succes, al ben ik natuurlijk wel bevooroordeeld.
De openingshandeling van Prinses Laurentien bestond er uit dat ze een paar boeken toevoegde aan de collectie. Het eerste was het boek The Dutch seaborne empire 1600-1800 van C.R. Boxer, een klassieker als het gaat over de maritieme geschiedenis (volgens de prinses) en gelukkig had ik die nog niet in de collectie. Uiteraard was er ook aandacht voor taalontwikkeling want daarna kregen we de drie doe- luister- en voelboekjes die ze samen met de Vereniging van Leesgehandicapten en uitgeverij Rubinstein heeft gemaakt. Met daarbij de toelichting dat deze boeken voor iedereen toegankelijk zijn: ook als je (nog) niet kunt lezen.
Na de officiële openingshandeling had ik het voorrecht om haar rond te leiden door de bibliotheek. Achtervolgd door een batterij fotografen heb ik haar zoveel mogelijk laten zien van de bibliotheek en ze werd alsmaar enthousiaster. Ze was erg geïnteresseerd en oprecht enthousiast, niet alleen over alle boeken die er stonden maar ook over het feit dat de bibliotheek zich op zo’n innovatieve manier presenteert.
We kunnen met zijn allen (ook Schiphol) terugkijken op een zeer geslaagde dag. Nu moeten we dit enthousiasme vasthouden en de bibliotheek gaan uitbouwen. En alvast gaan nadenken over expansie. JFK in New York vind ik wel een leuke plek voor de volgende vestiging van onze Airport Library.
Het boek van Boxer is gesigneerd door HKH Prinses Laurentien, en zelfs hier kan ze het niet laten om toch een opmerking over laaggeletterdheid te maken….
Musea hebben het ook niet makkelijk…
19 september 2009
Het artikel van Willem Huberts in het bibliotheekblad heeft de branche niet echt op zijn grondvesten doen schudden. Er is hier en daar wat over geschreven en dat is het wel, ook in de wandelgangen blijft het stil, op wat meewarig hoofdschudden na. Zijn we zo zelfverzekerd dat we ons van deze collectieve belediging niks aantrekken of komen we inderdaad moeilijk in beweging?
Eén troost: in de museumwereld is het volgens mij niet veel beter gesteld. In het NRC van vorige week stond al een beetje een knorrig artikel waarin vier museumdirecteuren roepen dat het allemaal anders moet maar ze wekken niet de indruk zelf precies te weten hoe dan. Ik vond het eigenlijk wel geruststellend om te lezen want op de een of andere manier dacht ik dat ze daar veel verder waren. Maar ook in de museumwereld zijn ze op zoek naar wie hun doelgroep is (citaat Wim Pijbes: “ik heb maar één doelgroep, dat zijn mensen van alle leeftijden”), naar hoe ze hun collectie beter toegankelijk kunnen maken en naar hoe ze invulling moeten geven aan hun cultureel ondernemerschap.
Waarschijnlijk ben ik op het verkeerde been gezet omdat veel musea van die geweldige websites hebben. Maar het web 2.0 maakt nog niet echt deel uit van het collectieve bewustzijn van museummedewerkers. Daarom is de branche nu bezig met een eigen 23-dingen project, ontwikkeld door o.a. Marie-José Klaver. Het lijkt erg op “onze” dingen, maar dan net even anders. En vorige week vond in de Hermitage het Symposium Kom je ook? plaats, een Bijeenkomst over innovatie en participatie in kunst, cultuur en erfgoed, georganiseerd door Mediamatic. Als je naar het verslag kijkt ziet het er allemaal erg gelikt en hip uit, maar als je de verslagen van de sprekers leest worstelt de branche met de bekende vragen en lopen de medewerkers tegen dezelfde dingen aan als wij. ”Ik wil wel, maar mijn collega’s niet”, “ik wil wel maar ik heb geen tijd om al die dingen bij te houden”,”verkwanselen we onszelf niet op deze manier?” en “daar zijn wij toch niet voor?”.
Kortom: ook daar zijn ze er nog lang niet en die worsteling klinkt veel zwaarder dan die van ons. Ook wel eens lekker om te zien dat we niet de enige zijn. Met dank overigens aan Babette voor de attendering.
Kunnen bibliothecarissen zichzelf innoveren?
30 november 2008
Ik sleep Bibliotheekblad nr. 21 nou al een paar weken met me mee vanwege het artikel van Evert Jan Groeskamp over de arbeidsproblematiek in openbare bibliotheken. Onder de titel Help, de bibliothecaris verzuipt! legt Groeskamp nog één keer uit wat de bibliotheken fout gedaan hebben op het gebied van functie innovatie en ik kan het alleen maar hartgrondig met hem eens zijn.
Alleen die mededeling is een beetje saai voor een post (dat is de categorie “instemmend gebrom”) maar er beginnen inmiddels een aantal dingen bij elkaar te komen. Zo schreef Jan een paar weken geleden vrij uitvoerig over zijn bedenkingen bij het innovatief vermogen van bibliothecarissen naar aanleiding van de worsteling van de NVB-ob om het hoofd boven water te houden en het voorstel tijdens de ledenraadpleging om de afdeling maar op te heffen.
Daarnaast hoor ik in de wandelgangen af en toe verhalen over hoe sommige bibliotheekdirecteuren tegen (of over) hun medewerkers praten en daar word ik niet echt blij van. Als je dan in Focus, het nieuwe kwartaalblad van het NRC (over economie, strategie en leiderschap) leest over hoe belangrijk het is om je medewerkers serieus te nemen is dat wel heel erg wrang.
Ik denk dat het daar mis gaat: medewerkers worden vaak niet serieus genoeg genomen en (een aantal) directeuren zien zichzelf als de maatstaf der dingen. Natuurlijk zijn er in de branche mensen die echt niet willen veranderen, maar ik denk dat het merendeel dat best wil, zie hoe de 23 dingen overal worden opgepakt. Medewerkers weten vaak alleen niet hoe en ze zijn bang, vooral om iets verkeerd te doen. Maar dan helpt het niet om heel hard tegen die mensen te roepen dat het bangeschijterts zijn want daarvan kruipen ze alleen nog maar meer in hun schulp. Het is veel beter om ze serieus te nemen: ze te erkennen in hun vakmanschap en ze het vertrouwen te schenken dat ze meekunnen in de vlucht naar voren.
Directeuren zijn meestal zeer doordrongen van de noodzaak tot innovatie maar weten er vaak net niet genoeg vanaf om daar met verstand van zaken over te kunnen oordelen. Maar in plaats van met elkaar te onderzoeken hoe je samen aan de slag kunt wordt er op basis van een halfbakken mening een project opgestart: dwz van bovenaf de organisatie ingedonderd. Of er worden externe deskundigen ingehuurd die aan de hand van een standaard draaiboek er in een noodtempo een vernieuwingstraject doorheen jagen zonder input van onderop. Vervolgens zijn ze teleurgesteld over de uitkomst van zo’n traject, zien ze het als een bevestiging: “zie je wel, dat personeel van mij dat wil ook niks”. Maar met dat personeel moet je het wel doen als directeur, dus je kunt je maar beter in de mensen verdiepen. En dat bedoel ik letterlijk: dat jezelf als directeur moeite moet doen om achter de beweegredenen van je mensen te komen en je niet moet verschuilen achter procedures of cursussen of managers. Wat dat is de enige manier om erachter te komen waar de kracht van de mensen zit en daar moet je bij aanhaken. Laat mensen doen wat ze graag doen of wat ze echt belangrijk vinden. En dat er een gat kan zitten tussen wat de medewerkers belangrijk vinden en wat een directeur belangrijk vindt snap ik ook wel, maar kijk waar de raakvlakken zitten in plaats van je alleen maar boos te maken over hoe groot dat gat is.
En natúúrlijk hebben medewerkers zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om bijblijven in je vak en je moet als medewerker ook je mond opentrekken als je ziet dat het binnen je eigen organisatie een hele verkeerde kant opgaat in plaats van passief te mopperen langs de zijlijn. Maar ik weet ook dat het binnen sommige organisaties heel moeilijk is om serieus genomen te worden. Daarom vind ik het zo flauw dat mensen vaak de mond gesnoerd wordt met de vraag “en wat heb je er zelf al aan gedaan om dat te veranderen?”.
Kijk hoe dat hele functie-innovatietraject een paar jaar geleden verliep: iets wat in theorie misschien nog wel aardig was wordt door de branche omarmd en vervolgens zo hardhandig doorgevoerd dat het een averechts effect heeft. Groeskamp heeft het over de “rigiditeit van Al-Qaida fanaten” als het om uitvoering gaat. Lichtelijk overdreven maar wel geestig en heel duidelijk.
En het is óók zo dat de categorie mutsen oververtegenwoordigd is in ons vak, maar dat is nou eenmaal de realiteit, daar moeten we iets mee. En dan graag meer dan alleen maar roepen dat het suffe biebmiepen zijn. Het lijkt wel alsof de voorlopers in onze branche zo trots zijn dat ze geen muts zijn (of niet méér zijn?) dat ze zich hardhandig afzetten tegen iedereen die dat wel is. Dat is volgens mij niet de manier om tot wederzijds begrip te komen. Want dat heb je nodig als je wil dat anderen je volgen op het innovatiepad. Anders blijf je in je eentje, weliswaar voorop lopend maar wel alleen.
Neem elkaar serieus (tel desnoods even tot 10 bij de zoveelste vraag naar de bekende weg), ga het gesprek aan en durf je mening bij te stellen. Volgens mij is dat het begin. Op Bibliotheek 2.0 is een discussie gestart over het artikel van Groeskamp, helaas kan ik daar geen reddingsmiddelen aanreiken. Geen praktische althans.
Overigens: waarom is het Bibliotheekblad niet online te lezen? Bepaald geen goed voorbeeld voor een branche organisatie die moet innoveren, Eimer…




