Wil de bibliotheek de Aldi zijn?
22 november, 2009
Een paar dagen geleden was ik in Zwolle, voor Museum De Fundatie. Mooie tentoonstelling gezien, leuke stadswandeling gemaakt, kopje thee gedronken, heel gezellig allemaal. Maar ik vond dat een bezoek aan Zwolle niet compleet was zonder een bezoekje aan filiaal Zwolle-zuid, vrije dag of niet. Ik was erg nieuwsgierig, want het idee om bibliotheken op een aantrekkelijkere manier in te richten juich ik zeer toe, maar de foto’s die ik er tot nu toe van gezien heb riepen een ondefinieerbaar onbehagen in me op. ProBiblio is betrokken bij de landelijke retail-pilot dus er was ook nog eens sprake van beroepsmatige belangstelling.
Ik was die dag op stap met een architect annex projectontwikkelaar en die is gelukkig gemakkelijk te overreden om nog een gebouw te bekijken dus togen wij opgewekt naar Zwolle-Zuid. De bibliotheek was makkelijk te herkennen in het winkelcentrum, alleen al omdat er boekenkasten voor de ramen stonden zodat je tegen de binnenkant van aan aantal boeken aankeek. Herkenbaar maar niet aantrekkelijk. Eenmaal binnen was hij herkenbaar omdat ik de meeste onderdelen kende van de vele foto’s in de vakpers.
Mijn eerste indruk was druk. Druk in de zin van veel indrukken tegelijkertijd, veel verschillende vormen, kleuren en beweging en weinig overzicht. Daarnaast was het ook druk qua mensen. We zijn 20 minuten binnen geweest en ik schat dat er in die tijd zeker 60 mensen in de bibliotheek zijn geweest en dat is veel voor zo’n klein filiaal. Dus wat voor kritiek ik ook heb op de inrichting, het publiek laat zich er niet door afschrikken, integendeel.
Mijn tweede indruk was weer dat gemengde gevoel van “goh wat leuk verzonnen” dat elke keer weer werd overstemd door “is dit alles?”. Meteen bij de ingang (in de sectie beleving) stond een display vol met glimmend nieuwe reisgidsen. Heel aantrekkelijk opgesteld, zeer uitnodigend en vrolijk maar ik vroeg me af hoe snel je daar de ANWBgids voor de Ardeche tussen vindt. Dat is een hele ouderwetse bibliothecarissen-vraag, daar ben ik me van bewust, maar ik stelde hem mezelf toch maar. Veel planken met frontale opstelling en daarop lagen de titels twee- of driedubbel zodat er weinig kans op lege planken is en mensen verrast worden door verse titels. Slim.
Terwijl ik daar zo rondliep werd mijn gevoel van onbehagen alsmaar groter en ik kon er maar geen vinger opleggen waar dat nou aan lag. Later, in de auto vroeg ik aan mijn vriend wat hij er van vond en hij oordeelde genadeloos: “Veel te goedkoop!” oordeelde hij. Ik probeerde nog uit te leggen dat “we” echt wel professionals hadden ingeschakeld bij de inrichting maar hij bleef erbij dat hij vond dat er voor een veel te goedkope uitstraling was gekozen. Volgens hem is dit een concept zoals dat ook voor een Zeeman of een Aldi gebruikt wordt. ”Dit is een hele laagwaardige materialisatie, een eenvoudig vloertje en dat samen met die goedkope formica blokken’. Die blokken waren inderdaad nu (twee maanden na de opening) al op sommige plekken beschadigd. Het opvallendst was volgens hem het lichtplan: het licht is overal in de bibliotheek hetzelfde: ”het heeft een te hoog verlichtingsniveau, zo doen ze dat bij de Zeeman of de Aldi ook, die willen dat je van buiten ziet dat de spullen goedkoop zijn. De Bijenkorf pakt dat heel anders aan. Ik begrijp het concept maar de uitvoering is te laagwaardig. Dit is een bibliotheek waar je even snel in en uit vliegt en ik heb bij een bibliotheek een ander idee. Dat deden ze in Leidschenveen veel beter.”
Een pittig oordeel, maar ik geloof dat hij wel gelijk heeft. Volgens mij verwoordt hij hiermee mijn gevoel van onbehagen beter dan ik het zelf zou kunnen doen. Interessante poging maar voordat ”we” dit landelijk gaan uitrollen moeten we toch nog maar eens kritisch naar het kwaliteitsniveau kijken, wat mij betreft. En ons afvragen wat we als bibliotheek willen zijn. Ik kan me voorstellen dat je soms, of op sommige plekken, best een Aldi wil zijn maar dat die uitstraling niet past bij de bibliotheek als instituut. Dat vind ik tenminste niet.
Personeel een remmende factor?
9 september, 2009
In het zomernummer van Bibliotheekblad (nr. 16/17) staat een opiniestuk van Willem Huberts over bibliotheek-vernieuwing en personeel. Zo op het eerste gezicht een aardig artikeltje over de personeelsproblemen waar onze sector mee kampt, maar hoe langer ik het stuk op me laat inwerken hoe geïrriteerder ik raak.
Om te beginnen ziet voor Huberts de bibliotheekwereld er wel erg eenvoudig uit: je hebt bibliotheekvernieuwing aan de ene kant, dat is abstract en theoretisch en goed en je hebt medewerkers aan de andere kant en dat is praktisch en moeilijk en daarom slecht. Eerst beschrijft hij een aantal reële problemen waar de sector mee kampt: vergrijzing, gebrek aan allochtonen en een overschot aan vrouwen (dat laatste vind ik overigens een vreemd probleem maar dat laat ik nu buiten beschouwing). Huberts voegt daar nog twee problemen aan toe: hij vindt dat medewerkers niet mobiel genoeg zijn en dat ze niet veranderingsgezind genoeg zijn. Dat lijkt mij twee keer hetzelfde probleem want als medewerkers mobiel zijn (dwz regelmatig van baan veranderen) zijn ze automatisch ook veranderingsgezind.
Over het vermeende gebrek aan veranderingszin heb ik al vaker geblogd, dat hangt ook samen met de bestaande (gedeeltelijk correcte) stereotypen die er over bibliotheekmensen bestaan. Maar ik vind het echt te simpel om alle schuld bij medewerkers te leggen: Huberts geeft hiermee een brevet van onvermogen af, hij profileert zich als een een falende leider: “ze doen niet wat ik wil en dat ligt aan hen”. Dit type manager komt in onze branche erg veel voor: een directeur (over het algemeen) laat zich meeslepen door een aantal mooie vergezichten en gaat ver voor de troepen uithollen. En door hard te roepen dat iedereen mee moet denkt hij (of zij) dat mensen vanzelf wel zullen volgen. Maar zo werkt dat nou eenmaal niet. Een goede leider weet zijn mensen te motiveren en aan zich te binden, de kern van succesvol leiderschap is (vlgs. Schouten & Nelissen) het inzicht dat je als leidinggevende afhankelijk bent van je mensen. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je wat voor doen als manager, dat kost tijd en moeite en veel energie. Hardop roepen dat “ze” niet willen lijkt me niet de meest motiverende manier om mensen in beweging te krijgen.
Huberts sluit het artikel af door te zeggen dat hij tegenwoordig expres mensen aanneemt die afwijken van het bestaande team om voor variëteit te zorgen. Ik hoop voor hem dat hij dat wel in overleg met het betreffende team doet want anders lijkt me dat erg sneu voor zowel de nieuwe medewerkers als de bestaande teams. Dat raakt een ander punt dat hij niet expliciet noemt maar dat wel in een ander artikel in hetzelfde nummer van Bibliotheekblad wordt genoemd: namelijk het nadrukkelijk werven buiten het vakgebied. Daar is op zich niet zo veel mis mee (leve de diversiteit) maar ik krijg soms de indruk dat mensen juist vanwége hun gebrek aan ervaring worden aangenomen. Want we zijn zo lekker open als branche….. In elke andere branche wordt juist heel nadrukkelijk gekeken naar het netwerk dat een kandidaat heeft waarvan je als werkgever in de toekomst zou willen profiteren. Wij zien dat netwerk juist als ballast. Heel vreemd.
Overigens vind ik het een gotspe dat het Bibliotheekblad dit artikel van Huberts plaatst zonder enige verwijzing naar de bestuurlijke crisis waarin de Bibliotheek Gelderland Zuid zich bevindt, juist rondom dit thema, waarin Huberts een belangrijke rol heeft gespeeld. Voor alle duidelijkheid: ik ken Willem Huberts niet persoonlijk, noch iemand in de bibliotheek Gelderland Zuid dus dit is geen persoonlijke afrekening. Dit is alleen mijn visie op leidinggeven aan verandering, met name bij bibliotheekmensen.
Naschrift: het artikel van Huberts is inmiddels online te lezen, met dank aan L.A.R.S. voor de doorverwijzing.
De bibliotheek als facilitair bedrijf
27 juli, 2009
Het lijkt wel of bibliotheken zich steeds meer ontwikkelen tot een facilitair bedrijf met als doel om zo efficiënt mogelijk zoveel mogelijk boeken uit te lenen en eventueel om zoveel mogelijk internetverbindingen weg te zetten. Alle automatiserings-, digitaliserings- en marketingacties hebben een kwantitatieve insteek: zoveel mogelijk gebruikers erbij, zo min mogelijk leden verliezen etc.
Dat is begrijpelijk want daar zijn we goed in, in logistiek en in praktische dingen. Maar dat is niet waarom de bibliotheken ooit zijn opgericht en waarom we volgens de Unesco zo belangrijk zijn. Het is ook niet waarom de jongens uit Delft internationaal zo bewonderd worden. Onlangs nog op het ALA congres in Chicago. Hun motto is Make Stories, Tell stories, Keep stories en volgens mij is hun boodschap dat het in een bibliotheek niet gaat om boeken maar om verhalen en dat het niet uitmaakt hoe die verhalen gebracht worden: op papier, digitaal of in een game. Een actieve houding is daarbij vereist. Maar bibliotheken zitten nu nog teveel op het passieve Keep-gedeelte van de boodschap.
Edwin blogde vorige week naar aanleiding van een stuk over het doel van de bibliotheek in de Christian Science Monitor en de reacties daarop bij de ALA en in de krant. De meeste reacties gaan in op de nogal boude uitspraken die de schrijver doet over het gebruik van internet en games in de bibliotheek en over de veranderde rol van de bibliothecaris. Veel interessanter vind ik wat hij schrijft over de koffieochtenden die hij in zijn schoolbibliotheek organiseert. Elke maandag ochtend “lokt” hij leraren en studenten met gratis koffie en probeert hij een gesprek op gang te brengen. It is through that humane, humorous connection that we are trying to win back hearts and young minds to the library. At the coffee center, I am able to meet and talk with students about, oh, maybe Plato or Japanese Noh theater or the paintings of Jasper Johns. And that is exactly one of the blessings of a library. Before librarians put themselves out of business one printout at a time, libraries must explore similar creative ways to engage the community without dumbing down their mission. There is a way for libraries to uphold their noble purpose. They must carefully balance wants and needs of the community – they must stop being one-stop shopping centers.
Het klinkt een beetje sukkelig (hoeveel scholieren zouden zin hebben in een gesprek over Japans Noh theater) maar het principe lijkt me heel lovenswaardig. Share stories. Als de bibliotheek echt een One-stop shopping center wordt gaan klanten zó naar een ander winkelcentrum als dat betere service levert. Want als het gaat om efficiency en kwaliteit zullen we de strijd altijd verliezen van Bruna, Bol.com of Google, daarom moeten we ons veel sterker richten op waar onze kracht zit (nog wel) en dat is persoonlijk contact en toegevoegde waarde. Verbindingen leggen (letterlijk en figuurlijk) en balanceren tussen wat het publiek vraagt en wat wij belangrijk vinden. Tussen volksverheffing en entertainment. Tussen het grote verhaal en het kleine leed.
Share stories. Zoek de relevantie voor de gemeenschap. Zo hou je de bibliotheek levendig en relevant. Lijkt me een schitterende uitdaging. Wie gaat hem aan?


