Twitteren of bloggen?

20 april, 2009

 

anp-portier1Nu alle bibliotheekbloggers die ik volg tegelijkertijd in een soort van existentiële crisis lijken te zitten omdat ze niet kunnen kiezen tussen twitteren of bloggen voel ik me gedwongen om ook iets te zeggen. Want ook ik blog de laatste tijd iets minder frequent dan daarvoor maar dat komt volgens mij niet omdat ik sinds een week of 6 twitter.  

Over Twitter hoorde ik twee jaar geleden voor het eerst, toen was het iets heel nieuws en geheimzinnigs dat voornamelijk werd gedaan door jongeren. En in dat hoekje is het voor mij ook heel lang blijven zitten: wéér zo’n hype, wéér zoiets voor kinderen, wéér iets waar ik me niks van hoef aan te trekken want dat is toch niks voor mij. Maar het laatste half jaar  hoorde ik steeds vaker uit min of meer onverdachte hoek over Twitter. Het was dus blijkbaar niet zoiets als Hyves, dat ik nog steeds tamelijk kinderachtig vind maar dat vooroordeel komt vast door de pubers in mijn omgeving die zo’n beetje léven op Hyves. Het keerpunt voor mij was de rel die ontstond toen bleek dat Maxime Verhagen een foto van de Trêveszaal via Twitter had verspreid.  Dat had iets kwajongensachtigs maar toch ook weer niet kinderachtig, blijkbaar ging het soms toch wel ergens over. En toen ik in steeds meer bibliotheekblogs verwijzingen naar Twitter las moest het er toch maar eens van komen.

En ja, het is leuk. En dan niet in de zin van gierend van de lach maar in de zin van voldoening gevend, grappig, nuttig. Geloof niet dat ik er een beter mens van word maar wel een beter geïnformeerd mens. Het heeft wel een paar weken geduurd voordat ik erachter was hoe het voor mij het beste werkte want je moet wel even je weg zoeken (en je moet het dus ook even de tijd geven). Wie is interessant om te volgen, wat is er allemaal te doen? Heel toevallig ging Bibliotheek 2.o op Twitter toen ik 3 dagen aan het twitteren was en twee weken later verzamelde de NL biblioblogs ook nog eens een heel stel twitteraars dus dat vergemakkelijkte de boel wel. Verder is het zoeken en vooral actief (en in mijn geval selectief) zijn. Ik heb er heel bewust voor gekozen om mensen te volgen die iets te vertellen hebben dat mij interesseert, over bibliotheken, literatuur en theater. En die ook voornamelijk daarover twitteren. Dus niet over jonge hondjes, wat ze vanavond eten of over de kinderen. Die onderwerpen komen af en toe heus wel eens voorbij maar dan als een detail, om ”het verhaal” gaande te houden. 

Op Culturehacking las ik een boeiend stuk over Twitter. Ik ben het alleen niet eens met zijn punt over tweets van anderen lezen. Hij zegt daarover:  Tuurlijk volg je andere twitteraars om hun berichten te lezen, maar denk niet dat de gemiddelde gebruiker na in te loggen terug in de tijd bladert om alles te lezen. Ikzelf lees natuurlijk wel mijn replies, maar duik vooral in de gesprekken die op dat moment aan de gang zijn. Stel je Twitter voor als een grote virtuele gespreksruimte bevolkt door enkel mensen die jij interessant vindt, waar je je op elk moment van de dag in kunt mengen. Dat geld niet voor mij. Omdat ik alleen mensen volg die iets interessants te melden hebben wil ik daar natuurlijk niks van missen. Dus ik blader wél terug om oude tweets te lezen. Omdat ik maar 28 twitteraars volg is dat prima te doen. Die grote gespreksruimte die hij beschrijft benauwd mij eerlijk gezegd nogal. Maar ja, ieder z’n meug. En dat is nou net zo leuk aan Twitter.

Wat het me oplevert? Dat ik in de pauze van de allereerste voorstelling in de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg op Twitter lees dat de akoestiek zo goed is, dat ik vanavond lees dat de bibliotheek van Zeeuws-Vlaanderen een nieuwe directeur heeft of dat opeens de vraag van Andrew Keen voorbij komt wie er mee gaat eten in Amsterdam. Ik zou heel goed kunnen leven zonder al deze dingen te weten, maar ze wel weten is gewoon leuk.   

Ben ik minder gaan bloggen omdat ik twitter? Nee, volgens mij niet. Het is een heel andere tak van sport, op Twitter zet ik berichtjes waar ik nooit over zou bloggen omdat ze daar te klein voor zijn of omdat ze niet in het kader van dit blog thuis horen. Op Twitter zet je mededelingen, in mijn blog staan meningen (of visies). Zoveel tijd kost Twitter mij niet, vanwege de beperking in het aantal volgers die ik heb aangebracht. Ik blog de laatste weken iets minder omdat er niet zo veel is om me over op te winden dan voorheen. Neem aan dat dat wel weer bijtrekt. Maar twitteren en bloggen vullen elkaar volgens mij aan, ze sluiten elkaar zeker niet uit.

Dit is overigens een foto uit 1932 van de portier van de Stadsschouwburg in Amsterdam.

Nu echt geschiedenis

19 december, 2008

nypl-bookmobileVandaag rijden onze bibliobussen voor het allerlaatst. Vanaf morgen zijn onze groen met blauwe bussen geschiedenis geworden, net als deze New Yorkse bus.

Schrijverdezes heeft al een mooi verhaal geschreven over hoe hard de klap aankwam binnen ProBiblio toen het bekend werd gemaakt. We hebben er sinds 26 februari naar toe gewerkt  maar toch voelt het nog steeds waardeloos.

Het afscheid van de lezers is vaak erg emotioneel, Anna en haar muizen schreven er al over. Want een bibliobus is niet zomaar een rijdende boekenkast die je naar believen kunt vervangen door iets anders, bij een bibliobus horen mensen die je kent, en die jou kennen. Die weten wat je leest: die zorgen voor een min of meer constante aanvoer van je favoriete genre, die rekening houden met je artrose en je daarom geen dikke boeken meegeven, die ervoor zorgen dat er steeds weer nieuwe boeken over graafmachines zijn voor dat ene jongetje en die in de gaten houden dat je op tijd naar huis gaat omdat je anders van je vader niet meer naar de bus mag.

Dat verdwijnt dus ook allemaal. En het komt nooit meer terug.

De foto komt uit de Digital Gallery van de New York Public Library. Hij staat (nog) niet op hun Flickr pagina, maar ik vond hem zo mooi.

LibelleIk sleep Bibliotheekblad nr. 21 nou al een paar weken met me mee vanwege het artikel van Evert Jan Groeskamp over de arbeidsproblematiek in openbare bibliotheken. Onder de titel Help, de bibliothecaris verzuipt! legt Groeskamp nog één keer uit wat de bibliotheken fout gedaan hebben op het gebied van functie innovatie en ik kan het alleen maar hartgrondig met hem eens zijn.

Alleen die mededeling is een beetje saai voor een post (dat is de categorie “instemmend gebrom”) maar er beginnen inmiddels een aantal dingen bij elkaar te komen. Zo schreef Jan een paar weken geleden vrij uitvoerig over zijn bedenkingen bij het innovatief vermogen van bibliothecarissen naar aanleiding van de worsteling van de NVB-ob om het hoofd boven water te houden en het voorstel tijdens de ledenraadpleging om de afdeling maar op te heffen.

Daarnaast hoor ik in de wandelgangen af en toe verhalen over hoe sommige bibliotheekdirecteuren tegen (of over) hun medewerkers praten en daar word ik niet echt blij van. Als je dan in Focus, het nieuwe kwartaalblad van het NRC (over economie, strategie en leiderschap) leest over hoe belangrijk het is om je medewerkers serieus te nemen is dat wel heel erg wrang.

Ik denk dat het daar mis gaat: medewerkers worden vaak niet serieus genoeg genomen en (een aantal) directeuren zien zichzelf als de maatstaf der dingen. Natuurlijk zijn er in de branche mensen die echt niet willen veranderen, maar ik denk dat het merendeel dat best wil, zie hoe de 23 dingen overal worden opgepakt. Medewerkers weten vaak alleen niet hoe en ze zijn bang, vooral om iets verkeerd te doen. Maar dan helpt het niet om heel hard tegen die mensen te roepen dat het bangeschijterts zijn want daarvan kruipen ze alleen nog maar meer in hun schulp. Het is veel beter om ze serieus te nemen: ze te erkennen in hun vakmanschap en ze het vertrouwen te schenken dat ze meekunnen in de vlucht naar voren.  

Directeuren zijn meestal zeer doordrongen van de noodzaak tot innovatie maar weten er vaak net niet genoeg vanaf om daar met verstand van zaken over te kunnen oordelen. Maar in plaats van met elkaar te onderzoeken hoe je samen aan de slag kunt wordt er op basis van een halfbakken mening een project opgestart: dwz van bovenaf de organisatie ingedonderd. Of er worden externe deskundigen ingehuurd die aan de hand van een standaard draaiboek er in een noodtempo een vernieuwingstraject doorheen jagen zonder input van onderop. Vervolgens zijn ze teleurgesteld over de uitkomst van zo’n traject, zien ze het als een bevestiging: “zie je wel, dat personeel van mij dat wil ook niks”. Maar met dat personeel moet je het wel doen als directeur, dus je kunt je maar beter in de mensen verdiepen. En dat bedoel ik letterlijk: dat jezelf als directeur moeite moet doen om achter de beweegredenen van je mensen te komen en je niet moet verschuilen achter procedures of cursussen of managers. Wat dat is de enige manier om erachter te komen waar de kracht van de mensen zit en daar moet je bij aanhaken. Laat mensen doen wat ze graag doen of wat ze echt belangrijk vinden. En dat er een gat kan zitten tussen wat de medewerkers belangrijk vinden en wat een directeur belangrijk vindt snap ik ook wel, maar kijk waar de raakvlakken zitten in plaats van je alleen maar boos te maken over hoe groot dat gat is. 

En natúúrlijk hebben medewerkers zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om bijblijven in je vak en je moet als medewerker ook je mond opentrekken als je ziet dat het binnen je eigen organisatie een hele verkeerde kant opgaat in plaats van passief te mopperen langs de zijlijn. Maar ik weet ook dat het binnen sommige organisaties heel moeilijk is om serieus genomen te worden. Daarom vind ik het zo flauw dat mensen vaak de mond gesnoerd wordt met de vraag “en wat heb je er zelf al aan gedaan om dat te veranderen?”.  

Kijk hoe dat hele functie-innovatietraject een paar jaar geleden verliep: iets wat in theorie misschien nog wel aardig was wordt door de branche omarmd en vervolgens zo hardhandig doorgevoerd dat het een averechts effect heeft. Groeskamp heeft het over de “rigiditeit van Al-Qaida fanaten” als het om uitvoering gaat. Lichtelijk overdreven maar wel geestig en heel duidelijk.

En het is óók zo dat de categorie mutsen oververtegenwoordigd is in ons vak, maar dat is nou eenmaal de realiteit, daar moeten we iets mee. En dan graag meer dan alleen maar roepen dat het suffe biebmiepen zijn. Het lijkt wel alsof de voorlopers in onze branche zo trots zijn dat ze geen muts zijn (of niet méér zijn?) dat ze zich hardhandig afzetten tegen iedereen die dat wel is. Dat is volgens mij niet de manier om tot wederzijds begrip te komen. Want dat heb je nodig als je wil dat anderen je volgen op het innovatiepad. Anders blijf je in je eentje, weliswaar voorop lopend maar wel alleen. 

Neem elkaar serieus (tel desnoods even tot 10 bij de zoveelste vraag naar de bekende weg), ga het gesprek aan en durf je mening bij te stellen. Volgens mij is dat het begin. Op Bibliotheek 2.0 is een discussie gestart over het artikel van Groeskamp, helaas kan ik daar geen reddingsmiddelen aanreiken. Geen praktische althans.

Overigens: waarom is het Bibliotheekblad niet online te lezen? Bepaald geen goed voorbeeld voor een branche organisatie die moet innoveren, Eimer…