Libraries cater for the middle classes, not the deprived, schreef een Brits parlementslid op zijn blog en die constatering is voor hem reden om te pleiten voor een herschikking van het aantal openbare bibliotheken in het land.

Op het eerste gezicht heeft John Redwood daar best een punt: in de gemiddelde openbare bibliotheek is de collectie gericht op een dwarsdoorsnee van de plaatselijke leners en dat zijn in de praktijk meestal “middenklassers”. (*ik zet het woord tussen haakjes omdat het zo’n lelijk woord is en omdat dat in het Nederlands toch heel anders klinkt dan in het Engels maar dat moet maar even). De collectie van de bibliotheek is gericht op een gemiddelde inwoner van een gemeente, want het gaat om gemeenschapsgeld dat je aan een zo groot mogelijk publiek ten goede wil laten komen. Dat wil niet zeggen dat je er niet óók bent voor “de achtergestelden”  (zie *), beter gezegd: dat je er júist bent voor die achtergestelden.

Het ingewikkelde aan dat verhaal is dat de definitie van wie achtergesteld is en wie niet, niet zo helder is vast te stellen. Laaggeletterden, allochtonen, inwoners van een achterstandwijk? Niet iedereen die in een achterstandswijk woont is laaggeletterd.  Als je opgroeit in een villawijk met een taalachterstand omdat je Filippijnse au-pair slecht Nederlands spreekt, ben je dan achtergesteld of niet? Om het nog ingewikkelder te maken zijn “de” achtergestelden ook nog eens niet zo eenduidig te bereiken. Wat zou het handig zijn als je ergens een gebouwtje kon neerzetten met een bordje: “achtergestelden hier melden” en dat ze dan allemaal in grote getale uit zichzelf zouden komen toestromen. Maar zo werkt het nou eenmaal niet.

Daarom probeert de bibliotheek aan de ene kant een zo groot mogelijk publiek te bereiken en aan de andere kant in te spelen op de lokale problematiek en een specifieke doelgroep te bereiken. Die doelgroep kan overal anders zijn: in de ene gemeente zijn dat inburgeraars, in de andere gemeente taalzwakke autochtonen. Dat is een nogal genuanceerd verhaal dat bibliotheken niet altijd even helder vertellen, maar waar politici de laatste tijd ook niet erg gevoelig voor zijn. Want politici houden van eenduidigheid, van doen wat je zegt en zeggen wat je doet en van een rechte rug en vooral geen nuances want dat lijkt te veel op draaien, en dat is blijkbaar het foutste wat je als politicus kunt doen.

Wat me nog het meeste stoort is dat politici zich zo slecht kunnen verplaatsen in een ander. Het Britse parlementslid hierboven vertelt bijvoorbeeld hoe hij als eindexamenscholier naar de bibliotheek ging maar daar (toen al..) niks van zijn gading vond. Gelukkig hielp zijn school hem aan een pasje voor de universiteitsbibliotheek waar hij wel aan zijn trekken kwam. En dus kan de openbare bibliotheek wel weg want het was toen niks en het is nog steeds niks. Maar ik ga er van uit de Britse openbare bibliotheken zich niet richten op uitblinkende studenten, maar juist op die leerlingen die níet naar Oxford gaan en die (daarom) géén parlementslid worden.

Het is dezelfde kortzichtigheid als van die gemeente die opeens besluit dat ze geen gebouw subsidieert maar een functie en dat iedereen de bibliotheeksubsidie mag claimen die die functie kan uitoefenen. Ongetwijfeld geïnspireerd door de notitie die zij samen met adviesbureau BMC en nog negen andere plattelandsgemeentes heeft geproduceerd met als titel: Zomer in Nederland, Open oog voor toekomst-bestendig platteland, appèl aan bestuurlijk lef  Een ronkend boekje vol modellen en kwadranten en beleidscycli waarmee de lokale bestuurders kunnen laten zien dat zij wél bestuurlijk lef hebben. Om zich op die manier tegen hun voorgangers af te zetten.

Dit zijn politici die zich verschuilen achter het feit dat in geen enkele wet staat dat een gemeente verplicht is om een openbare bibliotheek te hebben. En die via de VNG ook flink lobbyen om dat vooral zo te houden. Die maar weinig sociaal gevoel hebben en die de samenleving zien als een project, dat je dus ook als zodanig moet managen. Die denken dat je alles kunt regelen met modellen en afspraken en risicoanalyses. En als het mis gaat gooi je er gewoon nog meer afspraken en modellen tegenaan. Als het dan nog niet goed is verklaar je het project mislukt, sluit je het af en begin je aan een nieuw project. Met een beter model en betere afspraken. Alleen werkt het in de samenleving niet zo, daar heb je te maken met echte mensen, niet met projectmedewerkers. En in de echte wereld heeft het ook echte gevolgen als iets wordt opgeheven. Misschien niet financieel, maar wel op ander gebied. Gevolgen die niet direct zichtbaar zijn maar waar een volgende generatie bestuurders voor mag opdraaien.

Het stoort me mateloos dat wij daar als branche zo weinig weerwoord op hebben. Ik snap heel goed dat je als plaatselijk bibliotheekdirecteur je eigen wethouder niet kortzichtig noemt. Tenminste niet in zijn gezicht. Want je wil de schade zoveel mogelijk beperkt houden en binnenkort moet je toch weer met die man om tafel. Maar op provinciaal en landelijk niveau zie ik ook weinig gebeuren. Misschien wordt er koortsachtig overlegd in achterkamertjes en fors gelobbyd in wandelgangen, maar ik ben bang van niet. Daar zal dat eigenbelang net zo’n rol bij spelen, maar af en toe bekruipt me toch ook wel het gevoel dat de branche zichzelf een beetje opgegeven heeft. Dat bij sommige mensen op het bovenlokale niveau het gevoel van urgentie plaats gemaakt heeft voor pragmatisme. Waarom wordt er nou nooit eens iemand woedend? Waarom zegt er nooit iemand dat ie zijn buik vol heeft van platitudes als “doel en middel niet verwarren? Waarom zijn we afhankelijk van Abdelkader Benali om een charmante actie te organiseren voor het behoud van de bibliotheek?

Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik extra blij was met die ondernemer die zich aanbood bij een van onze gemeentes om mee te denken over mogelijkheden om de sluiting van een bibliotheekvesting te voorkomen. ”Want ik vind het een kwestie van beschaving om als gemeente een bibliotheek te hebben”. Kijk, daar heb je iets aan….

Op de blogs van Ton de Kruyff en Edwin werd vorige week een interessante discussie gevoerd over de dreigende bezuinigingen op de bibliotheek. Die discussie ging via het al dan niet actie voeren tegen bezuinigingen over in een discussie over de toekomst van de branche. In beide discussies is men het erover eens dat de bibliotheek zich moet vernieuwen en dat ”het digitale” daar een belangrijke rol in moet spelen maar tot echte concrete voorstellen komt het niet.

Volgens mij worden er twee dingen door elkaar gehaald: middel en doel. Het digitale is een middel, net zoals de collectie een middel is en het gebouw. Het doel van de bibliotheek is volgens mij nog steeds volksverheffing, al noemen we dat tegenwoordig anders. 

Het uitlenen van boeken en het beantwoorden van (al dan niet digitale) vragen is een manier om dat doel te bereiken, maar educatieve programma’s voor de jeugd of internetcursussen voor senioren zijn dat ook. Zijn dat eigenlijk nog veel meer. Het lijkt wel alsof daar veel minder tijd en energie  in wordt gestopt door bibliotheken. Daar wordt op sommige plekken zelfs op ingekrompen “omdat het niks oplevert”.

Terwijl bibliotheken zich daar juist op zouden moeten profileren, op die activiteiten. Dat is de meest concrete vorm van volksverheffing, daarmee voldoen we het duidelijkst aan het doel waarvoor we ooit zijn opgericht. De bibliotheek moet niet proberen om een slap aftreksel van een boekhandel te worden, daar wil een wethouder (terecht) geen subsidie aan geven. Door de nadruk te leggen op het uitlenen van boeken zet de bibliotheek zich in het lijstje van hobby’s. In dezelfde hoek als de voetbalclub en de zangvereniging. Want lezen is een hobby, net als voetballen en zingen. Lezen is goed voor je, maar dat is bewegen ook. En als we moeten gaan bezuinigen dan beginnen we met de hobby’s. Dat is een hele logische reflex. ”Kan dat lidmaatschap van de bibliotheek niet omhoog? Om lid te worden van de voetbalclub moet je ook betalen, en dat is veel meer dan 30 euro, dus die contributie kan wel wat hoger.” Tegen die redenatie is niks in te brengen. Behalve dan dat het uitgangspunt niet klopt. Want de bibliotheek hoort niet vergeleken te worden met de voetbalclub, maar met het onderwijs. Het belangrijkste doel van de bibliotheek is niet om een hobby te faciliteren, maar om aan alle mogelijke vormen van educatie te doen. Dat mensen de bibliotheek ook gebruiken om aan hun hobby invulling te geven is mooi meegenomen, maar daar gaat het niet om. Daar zou het althans niet om móeten gaan.

Het gaat om de functie van de bibliotheek. En dan bedoel ik dat niet zoals in al die servicepunten die overal onder die noemer uit de grond schieten want daarin ligt de nadruk toch gewoon op de collectie. Alleen is die collectie dan zo uitgekleed dat er bijna niks meer van over is waardoor de leners alsnog teleurgesteld afhaken. Daar is de collectie weer het doel, terwijl die het middel is. Een middel om aan leesbevordering bij kinderen of aan het activeren van ouderen te doen. Dat kan misschien ook met ander materiaal, maar wij hebben op dit moment toevallig heel veel boeken. Het gaat om wat je er mee doet. Dáár ligt de functie van de bibliotheek. Niet in het passief ter beschikking stellen van materiaal (fysiek of digitaal) maar in het actief bemiddelen tussen materiaal en gebruiker. Daar moeten we de modernste middelen voor inzetten maar daar hebben we vooral het beste personeel voor nodig.

Hou op met afwachten tot alle landelijke digitale ontwikkelingen afgerond zijn. Denk na over hoe je in jouw werkgebied de functie van de bibliotheek kunt invullen. Want waar zou je je wethouder het meeste plezier doen: met een app voor je catalogus of met leesclub voor eenzame senioren?

Boos op de verkeerde

28 oktober 2010

Jetta Klijnsma legt nog eens uit  waarom het nieuwe kabinet niet mag gaan bezuinigen op de bibliotheek. Da’s heel aardig van d’r, maar het klopt alleen niet helemaal. Wat zeg ik: het klopt helemaal niet. Want in het regeerakkoord staat nou juist: De uitgaven aan behoud en beheer van cultureel erfgoed, bibliotheken en het Nationaal Archief worden zoveel mogelijk ontzien. Dat 93% van de bibliotheken moet gaan bezuinigen komt niet door het kabinet maar omdat gemeentes gaan bezuinigen.

De branche is te lam geslagen door zoveel onrecht om actie te gaan voeren. Dat is wellicht stof voor een volgende blogpost, maar als we verontwaardigd gaan doen moet dat wel vanwege de juiste redenen zijn. 

Hoe leuk ik Jetta Klijnsma ook vind, dit is wel een beetje een goedkoop trucje van de PvdA. Aan de andere kant: alles is geoorloofd in liefde en oorlog, en je weet maar nooit of die kamervragen nog wat gaan opleveren. En zij doet tenminst wat, dat is meer dan we als branche kunnen zeggen.

Wat leest Halbe Zijlstra?

18 oktober 2010

Naar aanleiding van de column in het NRC waarin gemeld wordt dat het laatste boek dat de nieuwe staatssecretaris van cultuur gelezen heeft van Tom Clancy is, wees Ingmar mij op deze site: What is Stephen Harper Reading? 

De site hoort bij een initiatief van de schrijver Yann Martel (ja, die van Life of Pi). Stephen Harper is de minister-president van Canada en Martell stuurt hem sinds april 2007 elke twee weken een boek. Een door hem gesigneerd boek, met daarbij een brief waarin hij uitlegt waarom hij dit betreffende boek stuurt. Hij begon deze actie omdat hij Harper ooit ontmoette en geen hoogte van hem kon krijgen. Who is this man? What makes him tick? Hij leek niet erg geïnteresseerd in de aanwezige kunstenaars. But he must have moments of stillness. And so this is what I propose to do: not to educate—that would be arrogant, less than that—to make suggestions to his stillness. De titels en de brieven publiceert hij op deze website. Hij is inmiddels toe aan boek 92. De lijst met titels is zeer gevarieerd: Tolstoi, Agatha Christie, Voltaire, Sagan, Shakespeare en Coetzee maar ook De kleine prins en Max en de Maximonsters. Heel interessant om te zien. Martel krijgt heel af en toe een reactie, al is die zelden inhoudelijk, maar hij houdt vol. Er is zelfs een boek uitgegeven met zijn eerste 50 brieven aan Harper.

Zou zoiets ook voor Halbe Zijlstra te maken zijn? Want we kunnen wel misprijzend zeggen dat Clancy geen cultuur is, maar hij leest dus wel. Volgens eigen zeggen is lezen zijn hobby, naast luisteren naar Heavy Metal muziek. Nu is het zaak om hem duidelijk te maken dat lezen meer is dan een hobby: dat lezen je leven verrijkt, dat het je wereld groter kan maken, dat het leerzaam is en soms voor een welkome vlucht uit de werkelijkheid kan zorgen. 

Ik heb al eens een open brief aan de Minister-President geschreven, dus een brief naar de staatssecretaris moet zeker kunnen. Maar alleen een brief is dit keer niet voldoende, juist het actief toesturen van boeken vind ik zo’n mooi gebaar. Ik denk dat leestips van een militante bibliothecaris niet erg serieus genomen worden op het ministerie, daar hoort meer statuur bij. Maar hoe dan? Een schrijver met het kaliber, de toon en de gedrevenheid van Martell zie ik in Nederland niet zo snel. Maar misschien kunnen de gezamelijke openbare bibliotheken een poging wagen? Iets voor het SIOB? Of gewoon als “wilde’” actie? Heeft iemand tips? Qua actie maar ook qua titels?

Het NRC had vorige week al een leeslijst voor Marc Rutte, van onmisbare non-fictie boeken, als branche met leesbevordering zo hoog in het vaandel vind ik dat we een literaire lijst moeten maken. Wat vinden jullie?  Ik coördineer het een en ander graag…

Waarom kunst belangrijk is #2

27 september 2010

Toen ik ruim twee jaar geleden mijn eerste stukje onder deze titel schreef was dat naar aanleiding van mijn eigen irritatie over mensen die geringschattend deden over kunst. De term linkse hobby bestond nog niet en de economische crisis was “iets van banken”.

Inmiddels is duidelijk dat er financieel zware tijden gaan komen voor de kunsten: gemeentes en provincies zijn al begonnen met bezuinigen en van het nieuwe kabinet wordt het ergste verwacht. We hadden al de actie Zet cultuur op de kaart naar aanleiding van de uitkomst van de verkiezingen en nu hebben we Stop culturele kaalslag, waar deels dezelfde organisaties bij betrokken zijn maar zo te zien ligt de nadruk nu op uitvoerend kunstenaars.

De actie is vrijdag jl. gestart met een kick-off in De Balie; daar werd een manifest gepresenteerd dat de komende dagen voorafgaand aan voorstellingen moet worden voorgelezen en een petitie. Niks mis met een manifest, maar ik had van kunstenaars wel iets originelers verwacht. Ik denk niet dat de kabinetsformateurs hier van zullen schrikken, laat staan dat ze van gedachten zullen veranderen. Dit lijkt wel een reflex: blijf van ons geld af. Het bevestigt het vooroordeel over subsidieverslaafden alleen maar.

Waarom maken de actievoerders niet duidelijk waaróm ze subsidie nodig hebben, waar kunst goed voor is, waarom kunst belangrijk is? Want als je iemand wil overtuigen heb je argumenten nodig, alleen maar lawaai maken helpt niet.

Kunst is noodzakelijk, het is belangrijk voor het geestelijk welzijn van een land en het brengt mensen samen. Dat zijn de argumenten die ik eerder, uit de losse pols, gebruikte. Maar er zijn natuurlijk veel meer redenen waarom kunst belangrijk is.  Gerard Lemos, directeur van de British Council noemde er een paar in de Groene Amsterdammer: Cultuur is bij uitstek geschikt om verschillen hanteerbaar te maken. Het geeft je iets om serieus over te praten. In het Verenigd Koninkrijk praat je niet over zwarte mensen, dat doe je niet. Maar je praat wel over Steve McQueen of over Chris Ofili. 

Kunst is een soort veiligheidsklep, het biedt een kaart van de verwarring, het geeft je een gevoel en een idee van de wereld. Als je daar cultuur niet voor inzet, zul je toch echt een andere manier moeten vinden om er achter te komen wat er eigenlijk gebeurt op plekken waar je nooit komt.

Joan Nederlof stelt in haar Staat van het theater-rede dat het voor theatermakers belangrijk is dat we met zoveel mogelijk onderscheidingsvermogen naar de wereld kijken en verslag doen van wat we dan waarnemen. Theatermakers zouden waarheidszoekers moeten zijn, nieterkende wetgevers van de wereld.

Haar lezing is een gepassioneerd roep om zingeving en dat mis ik nogal in de Culturele kaalslag actie. In Groot-Brittannië kampen ze ook met bezuinigingen en de Britse kunstenaars voeren op een heel andere manier actie: ze gebruiken hun kunst om hun boodschap over te brengen. Elke week maakt een andere kunstenaar een statement via Save the Arts. David Shrigley trapte af met bovenstaand filmpje waarin meteen een heleboel argumenten de revue passeren.

Daarmee kun je de massa’s mobiliseren lijkt me…..

De branche ontkomt niet aan bezuinigingen, dat heeft het onderzoek van het SIOB wel duidelijk gemaakt. 

Achter de bezuinigen op het bibliotheekwerk zit meestal geen bewuste keuze maar het is puur pragmatisch: als een gemeente minder geld krijgt (uit bv. het gemeentefonds) kan ze ook minder uitgeven. En dat is natuurlijk ook zo. Maar waarom betekent dat in veel gevallen bezuinigingen op cultuur?

Nou wil niet elke gemeente  beleidsarm bezuinigen en juist wel beleid maken, maar het is wel heel eendimensionaal om op bibliotheekwerk te gaan bezuinigen omdat het zo’n relatief grote post op de begroting is. Wat mij vooral dwars zit is dat de connectie hoeveelheid geld gemeente versus geld voor bibliotheken blijkbaar alleen gemaakt wordt als het geld minder wordt. Want we  hebben de afgelopen jaren een economische bloei meegemaakt maar hoeveel bibliotheken hebben toen substantieel meer geld gekregen van hun gemeente? En dan bedoel ik puur geld omdat het er is, niet omdat vanwege fusies of certificering de gemeentelijke bijdrage omhoog moest. En dan bedoel ik ook niet een nieuw gebouw, hoeveel geld daar ook mee gemoeid is, want een nieuwe bibliotheek is in het algemeen geen cadeautje van de gemeente maar een eis van de projectontwikkelaar die nog vierkante meters overheeft waar een openbare bestemming voor dient te komen. Nee, ik heb het over een structurele budgetverhoging omdat een gemeente inziet dat een goed geoutilleerde  bibliotheek een basisvoorziening is die het dienstverleningsniveau binnen de gemeente kan versterken. Als ze echt dicht bij haar burgers wil staan en streeft naar een stabiel bestuur zou het voor de hand liggen om de drukst bezochte voorziening binnen de gemeentegrenzen te omarmen en te stimuleren. Maar ik ken eigenlijk geen enkel voorbeeld waar dat gebeurd. Dat is ongetwijfeld mijn eigen gebrek aan kennis, want ze zijn er vast. Maar ik ken ze niet. Ik hoor graag over de uitzonderingen.

Het beeld dat ik nu heb van de afgelopen jaren is dat van gemeentes die een zuinig mondje trekken als het over méér geld uitgeven gaat, hoe belangrijk ze ook zeggen dat ze het bibliotheekwerk vinden. Ik herinner me de wethouder van een kleine gemeente die me een jaar of vijf geleden uitlegde dat we op dit moment in een economisch goede tijd leven maar dat het altijd even duurt voordat zoiets effect heeft op de financiële situatie van een gemeente. Dus hij kon me nu geen extra geld voor de bibliobussen toezeggen maar hij wist zeker dat dat in de toekomst wel zou gebeuren. Zijn opvolger heeft die uitspraak helaas nooit kunnen waarmaken omdat het besluit om de bussen op te heffen inmiddels genomen was.

Hoe komt het dat bibliotheken nauwelijks hebben geprofiteerd van de economische bloei?En dan heb ik het over het lokale bibliotheekwerk, want op landelijk niveau mogen we de laatste jaren natuurlijk niet klagen met al dat geld voor bibliotheekvernieuwing. Kunnen we zo slecht duidelijk maken wat we voorstellen? Hebben we überhaupt geprobeerd om meer geld te krijgen? Zijn we te bescheiden?  Kennen we het politieke spel niet of hebben we een imagoprobleem? Of hebben alle wethouders in Nederland dezelfde hersenkronkel als die wethouder uit de Achterhoek in het item uit het RTL4 nieuws?

Er is niet goed gegaan met het binnenhalen van de buit, dat is wel duidelijk, maar ik weet  (nog) niet wat. Iemand een idee?

Er breken zware financiële tijden aan. Her en der worden  bezuinigingen aangekondigd vanwege de economische crisis of omdat er een nieuwe politieke wind waait. De bibliotheek staat nog niet in het rijtje linkse hobby’s en dat zal ook wel niet zo snel gebeuren maar waakzaamheid is geboden.

Hier in Amsterdam wordt het nieuwe college binnenkort geïnstalleerd. Het heeft een bezuiniging van 210 miljoen aangekondigd, maar aan de andere kant ook onderwijs tot prioriteit benoemd met de daarbij behorende extra investeringen.

Ik neem aan dat Amsterdam niet de enige gemeente is waar niet bezuinigd wordt op onderwijs. En ik vraag me af hoeveel bibliotheekdirecteuren daar bij aanhaken in het kennismakings gesprek met hun nieuwe wethouder. Die uitleggen hoe sterk bibliotheken al samenwerken met het onderwijs en hoeveel ze al doen voor de scholen. En dat daar eventueel best nog wel een schepje bovenop kan als de gemeente dat belangrijk vindt. Dat er al heel veel expertise op het gebied van educatie en leesbevordering aanwezig is in de bibliotheek en dat daarvan nog beter gebruik zou kunnen worden gemaakt.

Of zou de wethouder blijer worden van een mooi verhaal over bibliotheek.nl of over retail? Dat is wel een stuk sexier dan zo iets voor de hand liggends als jeugdbibliothecarissen en onderwijs. Veel nieuwer ook en nieuw is altijd beter, zeker in de politiek. Veel directeuren worden daar in elk geval opgewondener van. Maar misschien ben ik te wantrouwend? Ik vraag me in elk geval af of alle directeuren proberen om “hun” wethouder blij te maken en aansluiting zoeken bij het (wellicht veranderde) lokale beleid. De directeur die ooit zei: “de gemeente moet me gewoon geld geven om mijn werk te doen en verder zijn mond houden” is in elk geval al een klein beetje bijgedraaid, maar ik vraag me af hoeveel mensen er stiekem nog steeds zo over denken.

Zeven lessen voor gemeentes, afkomstig van ICMA, een internationale organisatie die zich richt op het versterken van het lokale overheids-management. Hoe kan het potentieel van de bibliotheek zo goed mogelijk gebruikt worden in de lokale gemeenschap?

The role public libraries play in communities is expanding. As the recession has forced us to do more with less, some local governments are leveraging the potential of public libraries to provide services in such nontraditional areas as Internet connectivity, public safety, economic development, and sustainability. A strong partnership between the office of the city, county, or town manager and the public library makes these efforts possible. 

Op basis van pilotprojecten zijn er een aantal ”lessons learned“ geformuleerd. Het zijn een paar open deuren en soms is het erg amerikaans maar ik vind het toch de moeite waard om de lessen over te nemen. Al is het maar omdat ik het zo verfrissend vind al die positieve geluiden over de bibliotheek te horen. Draai het eens om: praat eens over wat de bibliotheek kan bijdragen aan de gemeenschap in plaats van te kissebissen over wat de bibliotheek allemaal wel niet kost.

Be at the Table. Bibliotheken horen “aan tafel” samen met andere gemeentelijke beslissers, en moeten betrokken worden bij het verbeteren van de plaatselijke dienstverlening

Share your Mission. Bibliotheken hebben vaak vergelijkbare doelen dan andere organisaties binnen de gemeente. Zoek naar overeenkomsten en naar manieren om geld en moeite te delen. Het is tijd voor lef en innovatie.

Build Partnerships. Samenwerkingsverbanden versterken programma’s. Zowel bestaande als nieuwe verbanden. Effectieve samenwerkingsverbanden kosten tijd en moeite om op te bouwen, maar ze zijn de moeite waard.

Appreciate Diversity. Verschillen in normen en waarden (zowel binnen de organisatie als binnen de gemeenschap) dienen gerespecteerd te worden en de programma’s dienen desgewenst hierop aangepast te worden. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen zijn kernwoorden voor alle betrokkenen in samenwerkingsverbanden.

Communicate, Communicate, Communicate! Communicatie met partners, aandeelhouders en de gemeenschap is belangrijk. Gebruik communicatiemiddelen die passen bij jouw situatie en bij de gemeenschap.

Support Champions. Champions and advocates (ik ga dit echt niet vertalen met kampioenen en advocaten) zijn onmisbaar om elk programma succesvol en duurzaam te maken. Het zijn individuen en groepen die begrijpen wat bibliotheken doen en welke rol ze spelen in de gemeenschap. Ze ondersteunen op verschillende manieren: met tijd, geld, invloed, diensten en goederen.

Embrace Innovation. Versterk de rol die bibliotheken spelen in het leven van mensen. Erken dat ze een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van het leven van mensen, vooral in economisch slechte tijden wanneer plaatselijke overheden voortdurend hun werkwijze moeten aanpassen. Als de bibliotheek wordt gezien als een motor voor innovatie in een gemeenschap ontstaat een win-win situatie.

Op Youtube zijn een aantal filmpjes te vinden  waarop door verschillende managers gepraat wordt over het belang van de bibliotheek voor de lokale gemeenschap. Ook interessant.

In het NRC van zaterdag staat een paginagroot artikel over gemeentes en hun rol als subsidiënt van de kunsten. In het kader van de gemeente raadsverkiezingen, omdat gemeentes (behalve voor de beeldende kunsten) de belangrijkste subsidieverstrekkers op het gebied van cultuur zijn.

Het is een interessant artikel waarin heel aannemelijk wordt gemaakt dat kunst belangrijk is. Er wordt nauwelijks gesproken over de intrinsieke waarde van kunst maar de nadruk ligt op de niet onaanzienlijke bijdrage die kunst levert aan de economie van een gemeente. Heel verrassend, want dat is in tegenspraak met het gemakkelijke cliché dat kunst niks oplevert en alleen maar geld kost. Onderzoeker Gerard Marlet legt uit dat gemeentelijke bestuurders cultuur niet moeten zien als slagroom op de taart of als speeltje voor de elite. Hij sprak eerder op het Symposium Gemeentelijke Cultuurpolitiek en daar legde hij uit dat de aanwezigheid van cultuur een gunstig effect heeft op de plaatselijke economie omdat het hoog opgeleide bewoners aantrekt die hun geld ook weer in hun eigen gemeente besteden. Daar geeft hij harde cijfers bij: Muziekcentrum Vredenburg kost elke inwoner van Utrecht 25 euro per jaar, maar het levert gemiddeld 250 euro per inwoner op. Dat klinkt heel stoer en als een hard gegeven maar helemaal snappen doe ik het niet. Ik ga toch eens op zoek naar zijn boek want ik vind het fascinerende informatie. 

Dat soort argumenten zijn geweldige munitie in de strijd tegen kortzichtige politici die kunstsubsidies “stelen van de armen en schenken aan de rijken” vinden zoals Han ten Broeke of die vinden dat de prijs van een entreekaartje wel omhoog kan want “ik zie bezoekers van het Residentieorkest eerst voor 200 euro eten en vervolgens 20 euro voor een kaartje betalen” aldus (wethouder!) Sander Dekker. Nog afgezien van dat dat volgens mij alleen al praktisch onmogelijk is (een concert begint om half 9 en als je voor 200 euro wil eten zit je toch al gauw een uurtje of 2 á 3 in een restaurant, maar misschien is dat anders in Den Haag) moet je die 200 euro voor dat diner dus zien als een investering in de stad. Lijkt me nog lastig om die boodschap tussen de oren van onwillende politici te krijgen.

In het krantenartikel wordt geschetst hoe verschillend er binnen gemeentes gereageerd wordt op dreigende bezuinigingen. In Leeuwarden verstuurden de culturele instellingen heel voorspelbaar een brandbrief waarin ze hun nood klaagden en de reactie van de politiek daarop was even voorspelbaar: er moeten nou eenmaal keuzes gemaakt worden etc. etc. Beide partijen betrekken hun stellingen en ik schat zo in dat ze er in Leeuwarden voorlopig nog niet uit zijn. De reactie van de directeuren van de Haagse instellingen vond ik veel verstandiger. Die zijn ook niet erg blij denk ik, maar de directeur van het Gemeentemuseum proeft strijdbaarheid, omdat ze weer eens de gelegenheid krijgen om uit te leggen waarom ze subsidie ontvangen.

Kritiek is toch een kans? Dat wordt ons toch altijd voorgehouden? Nou, grijp die kans zou ik zeggen.

Overigens is het artikel verlucht met een aantal fijne diagrammetjes (het artikel is niet digitaal maar Ingmar heeft ze overgenomen in zijn blog) waarop duidelijk wordt gemaakt dat bibliotheken een groot deel van alle kunstsubsidies ontvangen. Is dat een bedreiging of een compliment?

Er is voor zover ik weet nog geen sprake van massale bezuinigingen op het openbare bibliotheekwerk. Af en toe komt er wel een dreigende bezuiniging voorbij en veel directeuren vrezen de toekomst, maar echt concreet is het allemaal nog niet. Er blijft altijd reden voor bezorgdheid maar laten we vooral optimistisch en strijdbaar blijven. De PVV wil bezuinigen op alle culturele instellingen, behalve op bibliotheken, dus van die kant komt de bedreiging niet. En nou de VOB ook nog filmpjes heeft gemaakt om te gebruiken voor nieuwe politici moet dat toch helemaal goed komen?

foto MPDrie weken geleden schreef ik nogal spontaan een open brief aan de Minister-president. Spontaan omdat ik meestal een dag of twee loop te broeden op een stukje en het pas als ik me kwaad genoeg heb gemaakt, van me afschrijf. Maar nu las ik iets en daar ging mijn fantasie zo mee op de loop dat ik er meteen over schreef. De reactie op mijn brief (zowel hier als op Twitter) waren zo enthousiast dat ik de brief heb uitgeprint en met een begeleidend briefje heb opgestuurd naar Den Haag. Vorige week heb ik een antwoord gekregen op mijn brief, maar niet echt een bevredigend antwoord. Dit was mijn begeleidende brief :

Hierbij stuur ik u een papieren afschrift van een open brief aan u zoals ik die gepubliceerd heb op mijn weblog. Dit weblog is gewijd aan bibliotheken, leesbevordering en kunst en in deze brief doe ik een beroep op u om uw betrokkenheid hierbij tot uitdrukking te laten komen. Los van hoe de portefeuilles verdeeld zijn binnen het kabinet want ik weet dat genoemde onderwerpen tot het takenpakket van de minister van OCW behoren.  Ik doe een beroep op u als mens en als symbool voor de Nederlandse samenleving.

 Deze oproep doe ik op persoonlijke titel, maar ik ben er van overtuigd (ook gezien de vele reacties die ik op deze brief krijg) dat alle openbare bibliotheken in Nederland hieraan hun medewerking zouden willen verlenen mocht dat nodig zijn. Op het weblog vindt u in de diverse links in het artikel meer informatie.

Zoals ik in onderstaande brief ook al zeg: het lijkt me geweldig als u de handschoen op zou nemen en het initiatief neemt om een bijeenkomst  in het Catshuis te organiseren met schrijvers en dichters. Ik wil u daar graag bij helpen als u dat nodig mocht vinden.

En dit is het antwoord van de MP:

Hartelijk dank voor uw brief. U vraagt hierin mijn aandacht voor een aan mij gerichte open brief  die u tevens hebt gepubliceerd op uw weblog. U schrijft hierin over de door president Obama georganiseerde “Poetry Jam” en vraagt aan mij of ik een soortgelijke literatuuravond wil organiseren. Ik heb de inhoud van uw schrijven kennisgenomen en kan u meedelen dat ik uw enthousiasme waardeer.

Zoals u echter zelf in uw brief stelt ben als minister-president binnen het kabinet niet de eerstverantwoordelijke voor een dergelijk initiatief. Ik geef u daarom in overweging om uw verzoek te richten aan de minster van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de heer Plasterk.

Ik dank u evenwel voor de moeite die u hebt genomen mij van uw idee op de hoogte te brengen.

Met vriendelijke groet,

DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,

Dat mijn idee niet met open armen ontvangen wordt begrijp ik wel, maar ik vind dit wel zo’n niksige afwijzing. Het lijkt wel of de secretaris die deze brief heeft opgesteld mijn brief niet eens goed gelezen heeft, of in elk geval niet gesnapt heeft wat ik ermee wilde zeggen. Als ze mijn brief serieus genomen hadden waren er volgens mij een aantal reacties mogelijk geweest:

- ik ben het niet met u eens: ik heb een andere opvatting van wat de taak van een Minister-president is en daar hoort leesbevordering niet bij.

- leuk idee maar mijn drukke agenda laat een dergelijk initiatief niet toe

- ik ben het niet met u eens want ik vind leesbevordering niet nodig (geen erg politiek-correct antwoord maar dat was ook wel eens verfrissend geweest)

- leuk idee maar ik ga daar niet over. Ik heb uw brief daarom doorgestuurd naar collega Plasterk.

Een extra bevestiging dat ik niet serieus genomen wordt is de zinsnede  kan u meedelen dat ik uw enthousiasme waardeer. Hij deelt mijn enthousiasme dus niet maar hij waardeert het wel. Vreselijk kleinerend: leuk gedaan meisje, mooie tekening heb jij gemaakt. Aai over het bolletje en weer verder. Bah. Maar mijn brief is binnen de gestelde termijn van drie tot zes weken beantwoord dus het ministerie heeft  keurig voldaan aan de voorschriften om de burger serieus te nemen. Blijkbaar staat in de voorschriften niet dat ook serieus op de inhoud van een brief moet worden ingegaan. Of is mijn vraag zo bizar dat ik in de categorie “niet serieus te nemen” val?

Hij is wel echt ondertekend door Balkenende, dat valt dan weer mee. En die typefout in de eerste alinea zullen we maar wijten aan de post-vakantie stress. Ik ga er tenminste vanuit dat hij VAN de inhoud van mijn brief heeft kennisgenomen…