Antwoord van de Minister-president
12 juli, 2009
Drie weken geleden schreef ik nogal spontaan een open brief aan de Minister-president. Spontaan omdat ik meestal een dag of twee loop te broeden op een stukje en het pas als ik me kwaad genoeg heb gemaakt, van me afschrijf. Maar nu las ik iets en daar ging mijn fantasie zo mee op de loop dat ik er meteen over schreef. De reactie op mijn brief (zowel hier als op Twitter) waren zo enthousiast dat ik de brief heb uitgeprint en met een begeleidend briefje heb opgestuurd naar Den Haag. Vorige week heb ik een antwoord gekregen op mijn brief, maar niet echt een bevredigend antwoord. Dit was mijn begeleidende brief :
Hierbij stuur ik u een papieren afschrift van een open brief aan u zoals ik die gepubliceerd heb op mijn weblog. Dit weblog is gewijd aan bibliotheken, leesbevordering en kunst en in deze brief doe ik een beroep op u om uw betrokkenheid hierbij tot uitdrukking te laten komen. Los van hoe de portefeuilles verdeeld zijn binnen het kabinet want ik weet dat genoemde onderwerpen tot het takenpakket van de minister van OCW behoren. Ik doe een beroep op u als mens en als symbool voor de Nederlandse samenleving.
Deze oproep doe ik op persoonlijke titel, maar ik ben er van overtuigd (ook gezien de vele reacties die ik op deze brief krijg) dat alle openbare bibliotheken in Nederland hieraan hun medewerking zouden willen verlenen mocht dat nodig zijn. Op het weblog vindt u in de diverse links in het artikel meer informatie.
Zoals ik in onderstaande brief ook al zeg: het lijkt me geweldig als u de handschoen op zou nemen en het initiatief neemt om een bijeenkomst in het Catshuis te organiseren met schrijvers en dichters. Ik wil u daar graag bij helpen als u dat nodig mocht vinden.
En dit is het antwoord van de MP:
Hartelijk dank voor uw brief. U vraagt hierin mijn aandacht voor een aan mij gerichte open brief die u tevens hebt gepubliceerd op uw weblog. U schrijft hierin over de door president Obama georganiseerde “Poetry Jam” en vraagt aan mij of ik een soortgelijke literatuuravond wil organiseren. Ik heb de inhoud van uw schrijven kennisgenomen en kan u meedelen dat ik uw enthousiasme waardeer.
Zoals u echter zelf in uw brief stelt ben als minister-president binnen het kabinet niet de eerstverantwoordelijke voor een dergelijk initiatief. Ik geef u daarom in overweging om uw verzoek te richten aan de minster van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de heer Plasterk.
Ik dank u evenwel voor de moeite die u hebt genomen mij van uw idee op de hoogte te brengen.
Met vriendelijke groet,
DE MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,
Dat mijn idee niet met open armen ontvangen wordt begrijp ik wel, maar ik vind dit wel zo’n niksige afwijzing. Het lijkt wel of de secretaris die deze brief heeft opgesteld mijn brief niet eens goed gelezen heeft, of in elk geval niet gesnapt heeft wat ik ermee wilde zeggen. Als ze mijn brief serieus genomen hadden waren er volgens mij een aantal reacties mogelijk geweest:
- ik ben het niet met u eens: ik heb een andere opvatting van wat de taak van een Minister-president is en daar hoort leesbevordering niet bij.
- leuk idee maar mijn drukke agenda laat een dergelijk initiatief niet toe
- ik ben het niet met u eens want ik vind leesbevordering niet nodig (geen erg politiek-correct antwoord maar dat was ook wel eens verfrissend geweest)
- leuk idee maar ik ga daar niet over. Ik heb uw brief daarom doorgestuurd naar collega Plasterk.
Een extra bevestiging dat ik niet serieus genomen wordt is de zinsnede kan u meedelen dat ik uw enthousiasme waardeer. Hij deelt mijn enthousiasme dus niet maar hij waardeert het wel. Vreselijk kleinerend: leuk gedaan meisje, mooie tekening heb jij gemaakt. Aai over het bolletje en weer verder. Bah. Maar mijn brief is binnen de gestelde termijn van drie tot zes weken beantwoord dus het ministerie heeft keurig voldaan aan de voorschriften om de burger serieus te nemen. Blijkbaar staat in de voorschriften niet dat ook serieus op de inhoud van een brief moet worden ingegaan. Of is mijn vraag zo bizar dat ik in de categorie “niet serieus te nemen” val?
Hij is wel echt ondertekend door Balkenende, dat valt dan weer mee. En die typefout in de eerste alinea zullen we maar wijten aan de post-vakantie stress. Ik ga er tenminste vanuit dat hij VAN de inhoud van mijn brief heeft kennisgenomen…
Open brief aan de Minister-president
18 juni, 2009
U heeft de afgelopen maanden ettelijke malen te kennen gegeven onder de indruk te zijn van de Amerikaanse President Obama, met name van zijn verbindende kracht. Daarom wil ik u graag wijzen op een aantal initiatieven die de president heeft genomen op het gebied van de kunsten. Zo bezocht hij met zijn vrouw een theatervoorstelling op Broadway, niet omdat hij daarvoor was uitgenodigd en de eregast was, maar vanuit zijn persoonlijke interesse. Ook heeft hij (of wellicht zijn vrouw) een zgn. Poetry Jam georganiseerd in het Witte Huis. Bij deze gelegenheid waren een aantal bekende dichters en schrijvers uitgenodigd om voor te lezen aan een publiek van o.a. studenten.
Hij deed dit om te laten zien hoe belangrijk kunst in het leven is. Of in zijn eigen woorden: We’re here tonight not just to enjoy the works of these artists, but also to highlight the importance of the arts in our life and in our nation — in our nation’s history. We’re here to celebrate the power of words and music to help us appreciate beauty, but also to understand pain; to inspire us to action, and to spur us on when we start to lose hope; to lift us up out of our daily existence — even if it’s just for a few moments — and return us with hearts that are a little bit bigger and fuller than they were before.
Prachtig gezegd, vindt u ook niet? Zou het daarom niet mooi zijn als u ook een soortgelijk initiatief zou nemen? Want wat voor Amerikanen geldt, geldt natuurlijk net zo goed voor Nederlanders. En zoals u zelf zei: “terug naar de tijd van de VOC”, naar de hoogtijdagen van de Hollandse cultuur, naar de Gouden Eeuw waarin kunstenaars ook actief waren in de politiek (denk aan Rubens en Huygens). Ik begrijp dat u het in deze tijden van economische crisis druk heeft met hele andere zaken maar dat lijkt me júist een reden om eens aandacht aan de kunst te besteden (om uw hart te laten vervullen, om Obama te citeren).
U beschikt natuurlijk over een uitstekende staf om zoiets te organiseren, maar ik doe u hierbij graag een aantal suggesties. De winnaars van zowel de Librisprijs als de Gouden Uil zijn misschien niet helemaal uw smaak maar de laatste winnaar van de AKO literatuurprijs kan u wellicht wel bekoren? Als u niet van Doeschka Meijsing houdt vragen we gewoon Jan Siebelink, winnaar van een aantal jaren geleden. Of misschien liever K. Schippers of Arthur Japin, om in de prijzensfeer te blijven? Een paar dichters moeten toch ook snel gevonden zijn: de dichter des vaderlands mag natuurlijk niet ontbreken en misschien bent u ook wel te porren voor de gedichten van Ilja Leonard Pfeiffer, of houdt u meer van iemand als Tjitske Jansen? Speciaal voor uw dochter (Malia en Sasha waren er ook bij) komt Sjoerd Kuyper iets voorlezen, die vinden de grote mensen ook leuk. En als afsluiting vragen we of Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma een paar fragmenten van Shakespeare komen doen.
Lijkt me fantastisch, zo’n avond. Wat een positieve boodschap zou zoiets overbrengen! Niet alleen aan de gasten maar aan de hele samenleving: “kijk, je kunt op een heleboel verschillende manieren genieten van kunst en dat is belangrijk. Kunst is goed voor je. Kunst is iets positiefs, het verenigt mensen in plaats van ze tegen elkaar op te zetten”. Dat zou een positieve impuls betekenen voor onze maatschappij waarin veel mensen in verwarring lijken te zijn.
Het lijkt me geweldig als u deze handschoen op zou nemen. En als de hierboven genoemde schrijvers u niet aanstaan dan zoeken we gewoon anderen. we hebben er genoeg in Nederland. Wij (van de openbare bibliotheek) helpen u graag op ideeën. In Den Haag of in Capelle of waar u maar wil.
Met vriendelijke groet,
Tenaanval
Lezen als politieke daad
12 april, 2009

In Frankrijk is een literaire rel ontstaan omdat president Sarkozy zich tot twee keer toe in het openbaar heeft afgevraagd waarom er in het toelatingsexamen voor een baan bij de overheid vragen worden gesteld over het boek La Princesse de Clèves. Waarom is ervaring als vrijwilliger niet net zo belangrijk als dit boek uit je hoofd kennen? De Papieren man schreef er al eerder over.
Op zich natuurlijk helemaal niet zo’n rare vraag maar vanwege het politieke en culturele klimaat in Frankrijk is het lezen van La Princesse de Clèves inmiddels een daad van verzet. De verkoopcijfers van deze 17e eeuwse liefdesroman zijn sterk gestegen, er worden openbare lezingen van het boek georganiseerd en op de Salon du Livre vorige maand waren buttons met de tekst “Je lis La Princesse de Clèves” niet aan te slepen.
Ik smul van dit soort verhalen, vooral omdat het zo ontzettend onvoorstelbaar is dat dit in Nederland zou gebeuren. Ik probeer me graag voor te stellen dat het wél zou kunnen. Als we er even van uit gaan dat er in Nederland ook zo’n staatsexamen zou bestaan dan zou Belle van Zuylen vast de plaats van Madame de la Fayette innemen. Maar ik kan me met geen mogelijkheid voorstellen dat Balkenende iets vergelijkbaars zou doen. Hij zou er waarschijnlijk een paar ontzettend flauwe grapjes over maken maar verder niet. Geert Wilders daarentegen zie ik daar wel een enorm nummer van maken. Hij zou waarschijnlijk weer goedkoop scoren met opmerkingen in de categorie “bezopen” of “van de zotte” en daar zou de rest van de politiek hem mee laten wegkomen.
Is onze premier daarmee opeens een intellectueel? Dacht het niet. Maar het zegt wel iets over het verschil in cultuur. Misschien moeten we zo’n examen alsnog invoeren, lijkt me geen slecht idee als rijksambtenaren verplicht cultuur opsnuiven. Als ze weten dat Belle van Zuylen nog steeds in binnen- en buitenland gelezen wordt.
In dit land vragen verslaggevers zich op tv hardop af waarom de Koningin nou alwéér naar de opera gaat en niet naar een leuke musical. Dus het lijkt me geweldig als een klassieke roman onderdeel wordt van een politiek debat, als het lezen van een boek een politieke daad wordt.
Het debat
26 maart, 2009

Vanmiddag was natuurlijk het grote bezuinigingsdebat in de Tweede Kamer maar vanochtend was er een voor onze branche belangrijk overleg tussen de minister en de Tweede Kamer. Zoals ik al eerder schreef waren er een aantal mensen bang dat het gereserveerde vernieuwingsgeld zou sneuvelen in de bezuinigingen.
Het debat was live te volgen via de site en via Twitter hielden collega’s ons op de hoogte van de highlights. De conclusie was dat het vooral erg saai was. Dat blijkt ook wel uit de conclusie die de VOB getrokken heeft: er zijn blijkbaar weer heel wat cliche’s de revue gepasseerd. Ik hoorde dat alle fracties de bibliobus heel belangrijk vinden, of de minister de bus niet onder zijn hoede kon nemen? Hoezo obligaat?
Wel opvallend is dat de PvdA wil dat die 19 miljoen snel wordt uitgegeven aan de digitale bibliotheek in het kader van de crisismaatregelen. Ben ik het helemaal mee eens, ik vind alleen wel dat ik het veel eloquenter verwoord dan John Leerdam. Of misschien ligt het wel aan degene die het persbericht in elkaar heeft geprutst.
Dit is een gedeelte uit het persbericht: Jongeren hebben vaak moeite om feiten van meningen te onderscheiden. Ze moeten daarom geholpen worden om de grote hoeveelheid aan beschikbare informatie in de juiste context te plaatsen. Leerlingen en docenten moeten actiever informatie en mediavaardigheden aangeleerd worden. Wij roepen de minister dan ook op om daar voor te zorgen. De PvdA-fractie steunt het voorstel van minister Plasterk om het leeuwendeel van de beschikbare financile middelen te besteden aan de ontwikkeling van de digitale bibliotheek.
De Partij van de Arbeid benadrukt ook dat de digitale content en dienstverlening maatschappelijke meerwaarde moet hebben. Leerdam: Mijn plan om de beschikbare 19 miljoen euro snel uit te geven past ook in het kader van de crisismaatregelen. Het mes snijdt aan twee kanten: de modernisering van bibliotheken is goed voor veel ouderen en nieuwe Nederlanders en we helpen de beste ICT-krachten van Nederland aan extra werk.
Wat is het nou? Voor wie is die digitale bibliotheek nou belangrijk? Voor leerlingen en leraren of voor ouderen en allochtonen? Het goede antwoord is natuurlijk: voor allebei, maar dat staat er niet. En wie bedoelen ze met “de beste ICT-krachten van Nederland”? Zijn dat de bibliothecarissen? Of al die dure bureaus die worden ingevlogen om websites te bouwen?
Hebben we hier nou met zoveel spanning naar uitgekeken?
PS. de typefout is van de PvdA, niet van mij.
Investeren natuurlijk!
21 maart, 2009
For Greater Knowledge Originally uploaded by marklarson
Bezuinigen of investeren: het kabinet is er nog niet uit. De invloed van elk besluit dat daarover genomen wordt zal op de bibliotheeksector onontkoombaar zijn. Ik heb begrepen dat er nu al gevreesd wordt voor die 17 miljoen euro (of was het toch 20?) die gereserveerd is door Plasterk. En dat begrijp ik niet zo goed.
Want als er over investeren gesproken wordt dan gaat het bijna altijd over investeren in infrastructuur en in kennis. De TU Eindhoven heeft een voorstel ingediend van 50 miljoen euro om onderzoeksbanen te behouden en het NWO wil 325 miljoen hebben om onderzoeksprojecten mee te doen die “uitstekend van kwaliteit zijn”. (rare formulering vind ik dat, doen ze normaal gesproken geen uitstekend onderzoek dan?)
En op de openbare bibliotheken zou dan bezuinigd worden? Wie was er nou ook alweer de best bezochte culturele instelling van het land? Wie heeft er ook alweer 2,5 miljoen leden? Hoe zat het ook alweer met het voorkomen van laaggeletterdheid? Met het stimuleren van de ontluikende geletterdheid en wie speelde er ook alweer zo’n positieve rol bij de integratie en emancipatie van allochtone meisjes? En daar gaan we dan op bezuinigen? Zodat middelbare scholieren met een nog grotere achterstand naar de universiteit gaan? Zodat de zesjes-cultuur een nog hogere vlucht kan nemen? Moeten we over een paar jaar weer kapitalen gaan investeren in alfabetiseringscursussen en bijspijkerklassen?
Ik schreef al eerder over het rapport Making cities stronger van de ULC waarin uitvoerig beschreven wordt wat de waarde van bibliotheken voor de economie is, misschien moeten we dat eens naar OCW sturen. Maar alles is op dit moment natuurlijk gevoelig, met die hele ontvlechting van de VOB. Dus doet de branche niks. We gaan laag liggen en hopen dat het vanzelf wel goed komt. Terwijl me dit bij uitstek de tijd lijkt om in de aanval te gaan. En niet alleen bij het kabinet maar ook op lokaal niveau. Librarylingo suggereerde vier weken geleden al dat gemeenten zo een gebaar zouden kunnen maken naar hun inwoners: Kijk ons als gemeenten eens iets doen tegen de crisis, bouwprojecten voor de bouwvakkers en een structurele subsidiestroom voor de Voedselbank voor de Geest, vh de bieb.
Maar dan moet je er wel op uit als bibliotheek. Dan moet je je nek uitsteken, ophouden met gekissebis over taakverdeling en verantwoordelijkheden. Dan moet je wat gaan doen: het gesprek aangaan met de politiek en al je overtuigingskracht gebruiken om je punt te maken.
“Call me a cynic”, maar dat zie ik nog niet gebeuren. We laten het allemaal over ons heen komen en achteraf gaan we piepen en vinden we onszelf reuze zielig. Stom.



