DSC01644Het doel van de Airport Library is om Nederlandse kunst en cultuur te promoten. Dat doen we met behulp van boeken, filmpjes, muziek, fototentoonstellingen en ook met “gewone” tentoonstellingen. Er staan twee vitrines in de bibliotheek waar we externe partijen voor zoeken die daar een toepasselijke tentoonstelling willen maken. Zo heeft de bibliotheek van het Van Gogh Museum vorig jaar de vitrines ingericht met uitgaven van de brieven van Van Gogh, in een aantal verschillende vertalingen. Inclusief facsimile’s van een paar brieven.

DSC01643

Omdat ik het tijd vond voor something completely different hebben we nu een tentoonstelling over Dick Bruna en Nijntje. De vitrines zijn ingericht door Mercis (als je hun website bezoekt moet je (heel) even je geluid aanzetten, en let op je cursor die in een konijnenpootje verandert…) met boekjes van Nijntje in verschillende talen in de ene vitrine en informatie over Dick Bruna en zijn Zwarte Beertjes in de andere. Nijntje heet in het buitenland Miffy en het is een van de meest vertaalde Nederlandse kinderboeken.  Ik probeer er daarom voor te zorgen dat er altijd wel een paar Nijntje boekjes in de collectie zitten. De vitrines zien er vrolijk uit en ze trekken de aandacht, niet alleen van het publiek, maar ze hebben ook Radio Noord-Holland al gehaald.

Dit filmpje zat al in de collectie, van Nederlands design promoter Dutch DFA:  

De Floriade

30 juli 2012

De Floriade associeer ik met aangeharkte bloemenperken, glanzende tentoonstellingen en bejaarden. Maar die associaties kloppen totaal niet in het geval van deze editie van de Floriade. Het begint al bij de fietsenstalling, waar de bermen ingezaaid zijn met een vrolijk bermmengsel en er een oplaadpunt is voor electrische fietsen. Ok, dat is wel iets voor bejaarden…

Voordat je het park binnen bent heb je behalve veel groen ook al een kunstwerk en een genomineerde brug gezien en met een beetje geluk ben je al ontvangen met muziek of theater. Want kunst is een essentieel onderdeel van de Floriade en ze nemen hun motto Beleef het theater van de natuur heel serieus. Ze hebben niet voor niks een artistiek directeur. Er is een cultureel programma, niet alleen in de weekenden, maar elke dag. In het grote theater worden regelmatig concerten gegeven en op andere plekken op het terrein zijn dagelijks optreden. Veel wereldmuziek maar ook klassieke muziek en popmuziek. En elke dag is er een fanfare of harmonie die tussen 16 en 18 uur de bezoekers uitgeleide doet. Omdat fanfare en harmonieën zo Limburgs zijn. Maar ook omdat het gewoon leuk is natuurlijk.

Er is veel aandacht voor beeldende kunst, het meest opvallende is de Willowman, die op het terrein zijn bouwsels maakt en kinderen bewustzijn voor de natuur probeert bij te brengen.

Wat ik zelf eigenlijk het allerleukste vind is dat ze gebruik hebben gemaakt van wat er op het terrein aanwezig was. Een oude boerderij, een kapelletje dat nog steeds gebruikt wordt maar vooral een groot bos. Mooie oude bomen waar ze alleen indien nodig ruimte hebben gemaakt voor het park. Er staan dus ook veel brandnetels tussen de bomen als dat toevallig zo uitkomt. Voordat ik nou de indruk wek dat het een losgeslagen bende is: er zijn ook heel veel bloemen, in keurige perken. En fruitbomen en educatieve programma’s over groenten en fruit. Voor de liefhebber.

Maar interessant dus, dat een landbouwtentoonstelling kunst en cultuur zo serieus neemt en er ook zoveel werk van maakt. Misschien nog een leerpuntje voor bibliotheken?

 

Sinds kort hebben we twee vitrines in de Airport Library waar we een kleine expositie in kunnen maken. Het doel van de Airport Library is om een beeld te geven van Nederlandse kunst en cultuur, dat doen we door middel van boeken, filmpjes en geluid maar dat kan natuurlijk ook op een andere manier. Tijdens mijn gesprekken met musea wiens hulp ik in de voorbereidende fase had ingeroepen bij het samenstellen van de collectie kreeg ik steevast de vraag of er ook vitrines waren die ze konden inrichten. Tot nu toe moest ik steeds nee zeggen, maar sinds een paar dagen hoeft dat dus niet meer.

Als eerste “inrichter” heb ik het Anne Frankhuis gevraagd. Dat past mooi in deze mei-periode en het dagboek van Anne Frank is een van de meest vertaalde boeken uit de Nederlandse literatuur dus het is extra toepasselijk. De ene vitrine is ingericht met foto’s van Anne Frank en het interieur van het Anne Frankhuis, in de andere vitrine staan 12 vertalingen van het dagboek.

 Uiteraard hebben we in de collectie van de Airport Library het dagboek ook, in diverse talen. En andere boeken over Anne Frank, inclusief de graphic novel over haar leven. “Spuuglelijk” volgens de mannen van Stripwinkel Lambiek, die mij adviseren over de stripcollectie. Maar wel interessant, en daar gaat het hier om. Iemand een idee voor een volgende tentoonstelling?

Overigens was ik vandaag rond 20 uur op Schiphol. Om één minuut voor acht werd alle achtergrondmuziek uitgezet en klonk de Last Post door de luidsprekers en om twee minuten over acht werd het Wilhelmus gespeeld. Dat was vantevoren aangekondigd, maar het was toch erg indrukwekkend.

Voor iedereen die de komende maanden niet op Schiphol komt is hier een filmpje over de tentoonstelling te zien.

…. en daar zag ik pratende katten, een zwaard in een pilaar en een skelet aan een gedekte tafel. Ik zag woorden, heel veel woorden. Lieve woordjes, lange woorden, grapjes, vloeken en gedichten. Ik zag het dagboek van Maren Stoffels, tekeningen van Sieb Posthuma en heel veel boeken. Ze hadden er zelfs muren van boeken.

Papiria is het nieuwe Kinderboekenmuseum in Den Haag en dat werd vanmiddag geopend. Door Aad Meinderts, de directeur van het Letterkundig Museum en door Laura van der Eijk, de kinderdirecteur van Papiria.

Papira is een wereld waarin gestreden moet worden tegen de Inktvraat, een monster dat verhalen vernietigd. Alle kinderen krijgen bij binnenkomst een Slurper, waarmee ze opdrachten kunnen doen om de Inktvraat te verslaan. Zoals overal is ook hier de aanval de beste verdediging, want kinderen worden ook opgeroepen om nieuwe verhalen te verzinnen tegen de Inktvraat.

Ik vond het prachtig. Niet alleen vanwege de schitterende vormgeving maar ook vanwege de liefde en het plezier die de hele tentoonstelling uitstraalde. Liefde voor het boek, voor het verhaal en voor de fantasie. Ook erg leuk waren de half verborgen plankjes met boeken. Mooie nieuwe boeken die je kunt lezen als je zin hebt. Of niet. Zonder bijbedoelingen.

Alleen wel jammer van die oudere heren op de opening die (als een soort Statler en Waldorf) achterin de zaal stonden en zich hardop afvroegen “wie die man was die nu aan het woord is” (over Jacques Vriens die ceremoniemeester was), “waarom het bestuur niet bedankt wordt” en die de kinderdirecteur maar onzin vonden. Gelukkig liepen ze later redelijk opgetogen tussen alle gillende kinderen door.

De volgende keer neem ik een kind mee. Ik wil ook zo’n slurper…

 En dan bedoel ik een “echte” brief, op papier. Een rare vraag misschien, want tot de komst van email schreef ik regelmatig brieven en ik vind het altijd leuk om een kaartje te krijgen. Zeker als er meer tekst op staat dan “hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag”. Maar die vraag kwam in me op toen ik op Museum2.0 een stuk las over het succes van tentoonstellingen waarbij mensen brieven kunnen schrijven als onderdeel van of reactie op de tentoonstelling.

Zo organiseerde de National Library of Scotland een tentoonstelling over de 19e eeuwse uitgever John Murray waarin brieven een grote rol speelden. Bezoekers kregen de mogelijkheid om een brief aan Murray te schrijven en daar werd massaal gebruik van gemaakt. Tot verrassing van de samenstellers overigens, want die hadden beloofd dat iedereen een reactie terug zou krijgen.

 Deze foto is afkomstig van een tentoonstelling over Jack Kerouac in het Lowell National Park waar bezoekers op een typemachine (van Kerouac zelf) een reactie konden achterlaten. Dat leverde in een half jaar 12.000 reacties op en die gingen meestal verder dan alleen “awesome book”.

De schrijver van dit stuk vraagt zich af hoe het komt dat dit zo aanslaat. Ze heeft er zelf een aantal verklaringen voor: het dwingt mensen om even rust te nemen, het z0rgt voor meer aandacht en verbinding met de tentoonstelling en het brengt een (imaginair) gesprek op gang. 

Ik weet niet of dit nou zulke harde conclusies zijn want ze baseert het op maar drie voorbeelden maar ik vind het een mooi verhaal.  En ik probeer iets te bedenken waarin bibliotheken dit kunnen toepassen want al die redenen sluiten zo prachtig aan bij waar we ons mee bezig houden. Ontmoeting en verdieping en verhalen. Dit lijkt me een mooie manier om mensen verhalen te laten vertellen. En dan niet door ergens een bureautje met een pen neer te zetten, maar die les leren we hier ook: het moet er wel mooi uitzien en onderdeel zijn van een grotere ervaring. Maar dan krijg je ook wat.

Marta Herford

Net terug van een paar dagen Duitsland om een aantal bijzondere musea te bezoeken die al langer op mijn lijstje stonden.

Afgelopen dinsdag was ik in Herford, in het Museum Marta, gevestigd in een spectaculair gebouw van architect Frank Gehry. Midden in de aula achter de entree stonden drie vitrines vol met schaalmodellen van kevers (de auto) zoals je dat ook vaak in bibliotheken ziet. En inderdaad, ook hier mochten mensen uit de omgeving hun privé verzameling tonen. Maar het museum pakte dat een stuk professioneler aan dan de meeste bibliotheken. Om te beginnen werd heel duidelijk gemaakt waarom ze het deden: niet ter decoratie maar om de link te leggen tussen de locale gemeenschap en de lopende tentoonstelling in het museum. Die tentoonstelling bevat een keuze uit de eigen verzameling van het museum en onder de noemer Herforder Leidenschaften stelt het museum tijdens de zomerperiode daarom zijn vitrines beschikbaar voor andere verzamelingen om zo de passie en de verzamelwoede in de regio te laten zien. Het museum wil hiermee andere “schatten” dan alleen kunstschatten voor het voetlicht brengen en de discussie rondom kunst op gang brengen. De verzameling staat er een week: van dinsdag tot en met zondag en elke tentoonstelling wordt geopend met een gesprek met de verzamelaar, geleid door iemand van museum. 

De verzameling kevers bleek van Dr. med. Dieter Bartmann te zijn, een plaatselijke huisarts die zijn autootjes ook al tentoonstelt in zijn wachtkamer.  Om 5 uur stroomde de aula vol, er werden in allerijl stoeltjes bijgeschoven en in totaal zo’n 80 mensen luisterden vol interesse naar de dokter die vertelde waar zijn passie voor VW kevers vandaan kwam. Dr. Bartmann herkende een aantal patiënten in de zaal maar ik kreeg toch stellig de indruk dat er ook veel mensen kwamen uit interesse voor het onderwerp en niet alleen uit nieuwsgierigheid naar “de dokter”. Ik weet niet of de curatoren van het museum een strenge selectie hebben toegepast of dat ze iedereen hebben toegelaten die zich heeft aangemeld maar de verzamelingen variëren van telefoontoestellen tot citruspapiertjes en badkamers uit poppenhuizen.

Kunnen we een voorbeeld aan nemen: ik heb bij bibliotheken toch vaak de indruk dat die vitrines er staan als goedkope decoratie en als een gemakkelijke invulling van het kunstzinnige aspect van de bibliotheek.  

PS. Op de foto zie je de kever van de dokter geparkeerd staan voor de ingang van het museum.

Nog meer censuur

19 september 2008

 

 

 

 

 In het Persmuseum in Amsterdam is nu een tentoonstelling over censuur, in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad. Met het Sarah Palin verhaal nog in mijn achterhoofd kijk ik daar toch opeens heel anders naar.

De tentoonstelling heb ik nog niet gezien maar er hoort een mooie webexpositie bij. Daar zijn voorbeelden te zien van censuur in Nederland vanaf 1600. Interessant om te zien wat zoal verboden werd en ook hoe geprobeerd werd om de censuur te ontlopen. Heb gefascineerd zitten kijken naar de Tarnschriften, dat zijn clandestiene brochures tegen het nationaalsocialisme met een onschuldige omslag. Verbazingwekkend hoe lullig die kaftjes zijn, ik vraag me af of het gewerkt heeft.

Het deel over de periode vanaf 2000 gaat over censuur en zelfcensuur. Daar zijn behalve de geijkte cartoons ook twee omslagen van de Telegraaf te zien: de ene uit 2002 waarop je een dode Pim Fortuyn ziet liggen in het Mediapark en de andere uit 2004 waarop je Theo van Gogh ziet liggen op de Middenweg terwijl het mes nog in zijn borst steekt. Ik had verwacht dat het daarbij zou gaan over zelfcensuur of over goede smaak versus smakeloosheid. Want ik vind dat je dat soort foto’s niet hoort te publiceren, al is het maar uit respect met de nabestaanden. Maar bij de ene foto staat een stoer verslag van hoe de fotograaf de foto maakte, bij de andere iets over hoe deze moord ervoor zorgde dat sommige columnisten op hun woorden gingen letten. Gemiste kans vind ik. Want de vraag of goede smaak en persvrijheid elkaar bijten is toch best interessant.

Noem je het eigenlijk ook censuur als het andersom is? Ik hoorde laatst dat Smulweb de toegang tot de site vanuit de OBA heeft geblokkeerd. Ze vonden dat een van hun leden verbaal te agressief was op het forum en die werkte (onder verschillende namen) vanuit de OBA. Dat is natuurlijk geen censuur, dat is je eigen clubje beschermen, maar ik zag opeens een link die er misschien niet is.

 

 

 

 

In het NRC van zaterdag stond een bericht over een tentoonstelling van de fotograaf Hans Aarsman met als titel Liever een foto van een espressoapparaat dan een kopje koffie.

Intrigerende titel maar een nog intrigerendere tentoonstelling. Aarsman heeft bedacht dat een foto een prima vervanging kan zijn van een voorwerp waar je een herinnering aan hebt, en die neemt nog minder ruimte in beslag ook. Hij fotografeert iets (bijvoorbeeld een oud knutselwerkje uit zijn jeugd) en gooit het origineel vervolgens weg. Op de tentoonstelling zijn niet alleen foto’s te zien van spullen die hij heeft weggegeven of weggegooid maar ook van dingen die hij graag zou willen hebben. Volgens hem neemt consumptiedrift af door gewilde artikelen te fotograferen.

Vraag me af of het zo simpel is maar het is wel een interessante gedachte. En een die regelrecht indruist tegen die van de belevenis en de beleveniseconomie. Zou je die denktrant ook kunnen doortrekken naar lezen? Zoiets als “lezen over iets bespaart een heleboel tijd en energie” maar ja, dat is natuurlijk het aloude lezen is reizen in je luie stoel. En dat klinkt toch meteen weer een stuk truttiger.