Over ijzeren vooroordelen gesproken
17 april 2013
Paul Schnabel heeft een heel helder beeld van wat een openbare bibliotheek is: een uitleenfabriek voor papieren boeken. En het papieren boek is aan het verdwijnen dus kan de openbare bibliotheek ook wel weg. Niks moeilijks aan.
En als hij een interview geeft aan het Bibliotheekblad dan legt hij dat gewoon nog een keer uit, dat die bibliotheken een aflopende zaak zijn. Dan kan die interviewer wel met allerlei voorbeelden komen die iets anders zeggen maar dat is natuurlijk onzin. Want jij hebt een mening en daar ga je dan natuurlijk niet van afwijken.
Zelden zo’n vooringenomen interview gelezen als dat met Schnabel in het laatste nummer van Bibliotheekblad (nr. 4). Jakkes, wat een nare man is dat zeg. In dat interview althans, ik ken hem niet persoonlijk. Het is misschien een reuze aimabele man met een zeer genuanceerde mening die voor alles open staat, maar dan even niet op het moment dat hij met Bert Ummelen sprak. Die laatste doet zijn best en komt met argumenten die laten zien dat bibliotheken op dit moment een zinvolle rol in de samenleving vervullen maar hij veegt al die argumenten van tafel: die zijn onwaarschijnlijk, niet waar of niet belangrijk.
Hij is niet alleen lomp, maar hij laat ook zien dat hij geen realistisch beeld van de maatschappij heeft: hij vindt het onwaarschijnlijk dat er mensen zijn die geen internet hebben want “wat kost internet helemaal?”. En helemaal mooi is: “Zelf heb ik thuis een grote bibliotheek. Ik betrap mezelf erop dat als ik zit te werken en even iets wil weten ik niet meer naar boeken grijp maar op mijn pc zoek.” Dit is de klassieker ik gebruik het niet meer dus kan het wel weg. Nee stomme zak: niet iedereen is zo hoog opgeleid en kan over zoveel voorzieningen beschikken als jij. En voor de mensen die dat niet kunnen, daar is de bibliotheek voor. En dat zijn er veel meer dan jij denkt in je ivoren toren.
En ja, het is best een legitieme vraag of bibliotheken buurt- en clubhuiswerk moeten gaan doen. Maar het is je blijkbaar ontgaan dat er de laatste tijd flink gesneden is in het buurt- en clubhuiswerk. Dat dat op sommige plekken al is opgeheven, of in elk geval heel erg is geslonken. Bibliotheken vullen het gat op dat daardoor is ontstaan. En ja: “het ontwikkelingsniveau van een gemiddeld iemand is de laatste veertig, vijftig jaar veel hoger geworden”. Maar de maatschappij is de laatste veertig, vijftig jaar ook heel erg veel ingewikkelder geworden, dus dat ontwikkelingsniveau moest ook wel omhoog, alleen al om bij te blijven. Dat zegt dus niks.
Dit interview is het eerste deel uit een serie Buitenstaanders van Bibliotheekblad. Goed idee, zo’n serie. Maar dan ben ik meer geïnteresseerd in de mening van een buitenstaander met een echt idee over bibliotheken. Mag best een slecht idee zijn, als het maar wel doordacht is. Niet zo’n hoop flauwekul uit de losse pols. Want dit soort clichés horen we al genoeg.
Wat de bedoeling is van de Airport Library
11 januari 2013
Omdat ik merk dat het niet voor iedereen duidelijk is wat precies de bedoeling is van de Airport Library leg ik het hier graag nog een keer uit:
Ons belangrijkste doel is het promoten van Nederlandse kunst en cultuur. Dat is de reden waarom we subsidie krijgen van het Ministerie van OCW en daarom zitten we op de Holland Boulevard en daarom zitten we naast het Rijksmuseum. Omdat we hele logische partners zijn. Daarom werken we ook samen met Nederlandse musea en culturele instellingen, om zo de Nederlandse cultuur onder buitenlandse bezoekers die wel op Schiphol, maar niet in Nederland zijn te promoten.
Daarnaast wil de Airport Library een plek van rust zijn, een toevluchtsoord, zoals elke bibliotheek dat in zekere mate is. Een oase in die commerciële wereld van het vliegveld. Een plek waar je niks moet, waar je niks hoeft te kopen, niks hoeft te consumeren, maar waar je gewoon mag zitten en waar je dan net iets beter zit dan op die honderden andere wachtstoeltjes op Schiphol want wij hebben een tafel en leeslampjes en stopcontacten. En informatie over Nederland.
En de Airport Library wil ook alle voorbijgangers laten zien dat een bibliotheek meer is dan alleen een boekenkast en dat een bibliotheek overal kan zijn, op de meest onverwachte plekken, dus ook op een vliegveld.
Sommige mensen lijken te denken dat we zo maar iets doen daar op Schiphol, maar we hebben heel goed nagedacht over zowel het concept als de uitvoering. Daarom is het ook zo’n succes. En daarom heb ik alle vertrouwen in de toekomst van de bibliotheek.
Verhalen uit de Airport Library #10 de bibliotheek als USP
7 januari 2013
Hoelang de Airport Library nog blijft bestaan is onduidelijk, want de subsidieperiode van het Ministerie van OCW loopt dit jaar af. Projectleider Dick van Tol schrijft er op zijn blog uitgebreid over.
Schiphol is in elk geval nog steeds erg blij met ons. Dat zei Hans Nijhuis, de directeur van Schiphol in zijn toespraak bij het 10-jarig jubileum van het Rijksmuseum. En de Social Media-afdeling vind ons ook nog steeds leuk, getuige een reactie op Twitter. Hun antwoord op de vraag van Rianne naar twee unique selling points van Schiphol was:
Dag Rianne, wat dacht je van meer dan 300 bestemmingen en de Airport Library.
En nou maar hopen dat die mensen van de Social Media afdeling nog ergens invloed hebben…
Mijn bijdrage voor #1825 dagen
5 januari 2013
In de nasleep van de Innovatie Doe Dag in Middelburg ontstond bij een aantal deelnemers het idee om de verschillende innovatieve ideeën die her en der leven te bundelen in een boek onder de titel 1825 dagen. Hoe zou de bibliotheek er over vijf jaar uit kunnen zien? Hier kun je lezen wat de bedoeling is. Inzendingen zijn nog steeds welkom, dit is mijn bijdrage:
De bibliotheek van de persoonlijke aandacht
Een trend die volgens mij een rol moet gaan spelen in de toekomst van de bibliotheek is de behoefte aan persoonlijke aandacht en lokale gebondenheid. In een wereld van internationalisering en automatisering zie je mensen steeds vaker en steeds meer terug verlangen naar aandacht en persoonlijk contact en zoeken ze steeds vaker het kleine en het lokale op.
Een bibliotheek zou geworteld moeten zijn in de lokale gemeenschap, maar in alle fusieprocessen en professionalisering- en efficiencyslagen van de afgelopen jaren is die lokale link vaak flink verwaterd. Terwijl zo ooit openbare bibliotheken zijn ontstaan: particulieren die vanuit een persoonlijke betrokkenheid een openbare leeszaal oprichtten om kennis en literatuur ter beschikking te stellen aan degenen die daar niet zelf over beschikten, aangepast aan de plaatselijke behoefte.
Om een begin te maken met meer persoonlijke aandacht en lokale gebondenheid hoef je als bibliotheek niet eens zo heel erg veel te doen: een praatje maken kost niks. Het is vooral een kwestie van loslaten denk ik: minder nadruk op hoe snel de boeken weer in de kast staan, minder energie stoppen in cijfers en structuren en meer energie stoppen in het stimuleren van medewerkers. Meer aandacht voor de verhalen van mensen (ook die over de kleinkinderen, het hoeft helemaal niet bibliotheek gerelateerd te zijn) en meer energie in het zoeken naar wat er leeft en waar de bibliotheek bij kan aansluiten.
Zoek aansluiting bij je dorp, je wijk, je gemeente. Kijk wat er leeft, maak contact en kijk waar mensen mee bezig zijn. Vraag wat mensen willen. Vraag niet wat ze willen van de bibliotheek want dan zullen ze meer boeken willen, dat is de associatie die mensen hebben bij een bibliotheek. Vraag wat ze willen. Punt. En bedenk dan of en hoe je daar als bibliotheek een bijdrage aan kunt leveren.
Wees flexibel. Als mensen dingen vragen die niet passen binnen de huidige structuur van je organisatie, kijk dan of je de organisatie kunt aanpassen. Zoeken mensen een plek om te vergaderen op dinsdagochtend maar is de bibliotheek dan gesloten? Maak een uitzondering, pas een rooster aan zodat er toch iemand de deur kan komen open maken en je tegemoet kunt komen aan een bestaande vraag.
Oordeel niet te snel. Een vraag is een vraag en domme vragen bestaan niet. Dus ook een vraag vanuit de gemeenschap is een vraag. Misschien zou jij als bibliotheekmedewerker die vraag helemaal niet stellen, of op een hele andere plek maar ze stellen hem nu en ze stellen hem aan jou. Dus probeer er serieus op in te gaan. Misschien zijn er wel heel veel plekken in het dorp waar je kunt vergaderen, maar deze mensen willen graag in de bieb zitten. Mag dat? Ik zou zeggen, ja graag. Moet je dan maar overal blind op in gaan? Dat ook weer niet, maar de praktijk is nu vaak dat initiatieven stranden op regels en structuren. En daardoor worden mooi initiatieven in de kiem gesmoord.
Niet te benauwd. Doe eens gek. Probeer eens wat. Misschien mislukt het, maar misschien lukt het ook wel. Van je mislukkingen kun je leren en je weet maar nooit of daar nog eens iets anders moois uit voort komt. Begin eens ergens aan voordat je alle voor- en nadelen 26 keer overwogen hebt, maar gewoon omdat je iets een goed idee vindt. Of omdat het leuk is.
Dan wordt de bibliotheek weer een levend onderdeel van de gemeenschap, en worden we (weer) relevant. Dan gaan we er weer toe doen. Daar ben ik van overtuigd.
31 december 2012
Ben Hammersley is mijn held
16 april 2012
Voor iedereen die vorige week Ben Hammersley niet heeft horen spreken op Bibliotheekplaza en ook voor iedereen die hem wel heeft gehoord hierbij zijn interview in This Week in Libraries.
Ben heeft een interessant verhaal en hij praat gemakkelijk dus ga er even voor zitten want het is zeer de moeite waard. Hij heeft het over hoe internet onze hele samenleving heeft verandert, over hoe nieuw het internet is (only 500 weekends old) en dat het daarom een hele kwetsbare cultuur is waar we voorzichtig mee om moeten gaan. Over ondoorzichtige businessmodellen. Over zijn sterke geloof in bibliotheken, over hoe bibliotheken een graadmeter zijn van de kwaliteit van leven in een land (de bibliotheek als canary in a coalmine) en over zijn bedenkingen bij alternatieve financieringsmodellen voor bibliotheken. Als je geen 28 minuten kunt vrijmaken voor het hele filmpje: vanaf minuut 13 gaat het gesprek over bibliotheken.
En voor alle duidelijkheid: hij is geen bibliothecaris maar een journalist en de UK Prime Minister’s Ambassador to TechCity.
Fijn iemand met zo’n rotsvast vertrouwen in de bibliotheek. Heeft ie al een fanclub?
De bibliotheek heeft wél toekomst
29 december 2011
Richard Watson maakte in 2007 voor zijn blog over trends een overzicht van zaken die tussen 1950 en 2050 zijn verdwenen of nog zullen verdwijnen. Volgens dat overzicht zouden bibliotheken in 2019 uitgestorven zijn. Die voorspelling is in het verleden vaak aangehaald, tot mijn verbazing werd hij ook gretig geciteerd door vakgenoten.
Inmiddels heeft Watson zich bedacht: zijn laatste blogpost is juist een pleidooi voor bibliotheken en vooral voor bibliothecarissen. Hij begint met een Mea-culpa voor zijn eerdere voorspelling: it is a big mistake, in my view, to confuse the future of books or publishing with the future of public libraries. They are not the same thing.
Hij ziet in dat bibliotheken meer zijn dan alleen boeken en informatie: A good local library is not just about borrowing books or storing physical artefacts. It is where individuals become card-carrying members of a local community. They are places where people give as well as receive. Public libraries are keystones delivering the building blocks of social cohesion, especially for the very young and the very old. They are where individuals come to sit quietly and think, free from the distractions of our digital age. They are where people come to ask for help in finding things, especially themselves. And the fact that they largely do this for nothing is nothing short of a miracle.
Wel ziet hij de rol van de bibliothecaris veranderen: minder faciliteren, minder uitlenen en meer curator, meer wegwijzen. In a world cluttered with too much instant opinion we need good librarians more than ever. Not just to find a popular book, but to recommend an obscure or original one. Not only to find events but to invent them. The internet can do this too, of course, but it can’t look you in the eye and smile gently whilst it does it. And in a world that’s becoming faster, noisier, more virtual and more connected, I think we need the slowness, quietness, physical presence and disconnection that libraries provide, even if all we end up doing in one is using a free computer. Het gebouw is dus zeker belangrijk in zijn ogen. Wat mij betreft een effectief antwoord op al die mensen die roepen dat het om de functie gaat en niet om het gebouw en dat dat gebouw dus wel weg kan.
Het belangrijkste in een bibliotheek zijn niet de boeken maar de mensen: we should accept that a library without books would still be a library because it would continue to be an important community resource – a neutral public space – where serendipitous encounters with people and ideas take place.
Ik kan me hier wel in vinden, in dit beeld. Ik ga het stuk nog een paar keer lezen en er dan eens goed over nadenken. En kunnen we dit idee dan net zo fanatiek verspreiden als dat schemaatje waarin de bibliotheek tot uitsterven gedoemd was?
Möring heeft best een punt
27 november 2011
Het artikel Gamen doe je maar thuis van Marcel Möring in De Groene Amsterdammer van deze week heeft voor enige opwinding gezorgd, vooral in de bibliotwitter sfeer. Daarbij geholpen door Stories Guy die op zijn blog onder de titel Spelen doe je JUIST in de bibliotheek in gaat op het artikel.
Wat mij opvalt is dat iedereen vooral op de nogal provocerende titels reageert, van zowel Möring als Stories Guy en ik vraag me af hoeveel mensen het oorspronkelijke artikel eigenlijk gelezen hebben. De Groene heeft het achter een slotje staan, maar ik hoop dat je het via deze link toch kunt lezen. Ik kan iedereen aanraden om dat vooral te doen want ik vind dat Möring best een punt heeft.
Zo zegt hij: Het bibliotheekwezen is in verwarring. Aan de ene kant komt dat door toenemende bezuinigingen en de druk om de doelgroepen du jour te bedienen, aan de andere kant omdat er geen duidelijk beeld bestaat van wat een openbare bibliotheek in deze tijd kan en moet zijn. En dus wordt met merkbare wanhoop de ene gekkigheid na de andere bedacht, en zonder veel resultaat.
(…)
Maar de bibliotheek lijdt niet alleen onder de effecten van populistische politiek en culturele gelijkschakeling. Het achterliggende idee is verworden tot een moeras van willekeur en goedbedoelde onzin. Er worden taken uitgevoerd die niets hebben te maken met het wezen van ‘de bibliotheek’ en groepen bediend die daar niets te zoeken hebben. De bibliotheek is bezig te smoren in haar eigen irrelevantie. Terwijl het idee van de bibliotheek zeer relevant is. De vraag is ook niet of de bibliotheek moet overleven, maar hoe.
Het enige waar ik het in bovenstaande citaten niet mee eens ben is zijn opmerking over groepen die niets te zoeken hebben in de bibliotheek, verder heeft hij groot gelijk. Die bibliotheek IS zeer relevant maar we hebben geen duidelijk beeld van wat een openbare bibliotheek kan en moet zijn. Er bestaat geen branchebreed, eenduidig beeld dat we gezamenlijk en krachtig met zijn allen uitdragen.
Möring wil ons een handje helpen door een suggestie te doen voor een mogelijke toekomst, daarom begint zijn volgende alinea ook met IK DENK, kapitalen van Möring. In die alinea doet hij een aantal prima suggesties (bibliotheek als studiehuis, meer internettoegang, langer open) en daarin zegt hij inderdaad ook dat computergames niet thuishoren in de collectie van de bibliotheek, net als dvd’s van populaire tv-series en top 40 muziek. Daar kun je het niet mee eens zijn, maar om op basis van die ene opmerking het artikel van Möring maar af te serveren vind ik nogal flauw.
Voor alle duidelijkheid: Stories Guy gaat heel serieus op het artikel in en schiet een paar flinke gaten in Mörings betoog waar ik het alleen maar mee eens kan zijn. Maar ik vind het vreemd dat we een schrijver die zo nadrukkelijk vóór de bibliotheek pleit afserveren omdat hij vraagtekens zet bij het uitlenen van games. We zouden hem juist moeten omarmen en moeten inschakelen bij onze strijd om het voortbestaan.
De bibliotheek heeft nog altijd nauwelijks vrienden op de juiste plaatsen is een ander citaat uit dat artikel. Op deze manier maken we nooit vrienden.
De exclusieve boekwinkel
10 oktober 2011
Uitgeverij Taschen is bezig met het opzetten van een serie exclusieve boekhandels, ik schreef er al eerder over. Twee weken geleden opende de Nederlandse Taschenwinkel dan eindelijk, in de PC Hooftstraat in Amsterdam. Dit weekend ben ik eens gaan kijken of het echt zo bijzonder is.
Eerste indruk: ja het is echt wel bijzonder. De gevel maakt niet zo heel veel indruk maar dat kan ook komen door de bouwcontainer van de buren die het zicht gedeeltelijk blokkeert. Van binnen is het een hele mooie winkel waar de boeken gepresenteerd worden alsof het juwelen zijn. Er zijn wel stapels, maar hele kleintjes. Alles straalt vooral uit dat het bijzonder is: de kasten, de verlichting en de medewerkers die nog net niet fluisteren.
En werkt dat ook? Ja dat werkt. Ik was in de stad met een vriend die zuchtte “moeten we alweer naar een tassenwinkel?”. “Nee, naar de winkel van Taschen. Je kent die boeken toch wel?” “O, die boeken waarvan je op het eerste gezicht denkt dat ze geweldig zijn maar waar bij nader inzien eigenlijk niks in staat en waarvan je altijd spijt hebt dat je ze gekocht hebt. He get, moet dat echt?” Die vriend stond vervolgens ruim een kwartier voor dezelfde kast “ik wist niet dat ze dit soort boeken ook hadden”.
Het bijzonderst vond ik de kelder.
Daar was de uitstraling nog deftiger: daar hingen originele foto’s uit de boeken en daar lagen de exclusieve uitgaves, alles te koop uiteraard. Vanaf 600 euro. Boeken in cassettes of in exclusieve dozen, met extra gadgets of gelimiteerde uitgaves, gesigneerd door de fotograaf.
Het was niet super druk in de winkel maar er werden zo te zien wel goede zaken gedaan. Op een oppervlakte die kleiner was dan het kleinste filiaal van mijn eigen bibliotheek werkten vijf personeelsleden (minimaal, dat was het aantal dat aan het werk was toen ik er was) en daarvan stond alleen de jongen bij de kassa af en toe te wachten totdat er een klant kwam. Alle klanten kregen veel persoonlijk aandacht, ook de klanten die alleen een boekje van 9,95 afrekenden. Ben benieuwd hoe het verder gaat met deze winkel.
Tenaanval doet een suggestie
28 augustus 2011
Maakte ik me vorige week nog druk over bibliothecarissen die zonder veel benul over de toekomst van het vak praten, nu pieker ik al een paar dagen over de uitkomsten van de sessie die het SIOB heeft georgani- seerd over het hoger doel van de bibliotheek.
Toen ik me daar op Twitter over verbaasde reageerde een niet-bibliothecaris met de opmerking dat de aanwezigen volgens hem toch wel redelijk door hadden wat er aan de hand was. Maar dat is volgens mij nou net het probleem. Hier is weer eens keurig op een rijtje gezet wat er zoal speelt in de branche, niks nieuws. Dat was ook niet de bedoeling van deze sessie, dat was te komen tot een geactualiseerde formulering van de legitimering van de openbare bibliotheek. Die moet niet te ver afstaan van de huidige; wel moet ze herijkt worden, zodat ze beter past bij deze tijd. Da’s geen erg ambitieuze doelstelling, hier spreekt niet echt een “sense of urgency” uit. Het SIOB ziet de toekomst van de bibliotheek blijkbaar helemaal niet somber in. Dat is waarschijnlijk de reden dat ze voor deze sessie mensen hebben uitgenodigd die allemaal zijdelings met de Nederlandse Openbare Bibliotheken te maken hebben. Voor het niet uitnodigen van mensen uit de praktijk is wel iets te zeggen, want als je een visie wil ontwikkelen kan het handig zijn om enige afstand te hebben. Maar dit is een nogal halfslachtige oplossing. Want deze mensen schurken allemaal tegen de praktijk aan maar hebben geen ervaring uit de eerste hand. Waarmee ik niks ten nadele van deze mensen wil zeggen, maar een verrassende, aansprekende, vernieuwende visie hebben ze niet.
Waarom geen mensen uitgenodigd die niet uit de bibliotheekpraktijk komen maar die wel ervaring hebben met de gebruikers van de bibliotheek? Of mensen die misschien vanuit een andere positie iets interessant te zeggen hebben over de bibliotheek van de toekomst? Hierbij een paar suggesties:
Kluun: schrijver, een van onze grote leveranciers, goed voor onze uitleencijfers en vernieuwer van het schrijversvak. Ook nog eens reclamejongen en nooit te beroerd om een knuppel in een hoenderhok te gooien.
Franska Stuy: hoofdredacteur van Libelle, heeft verstand van wat onze grootste doelgroep doet en wil. Trekt ieder jaar duizenden mensen naar de Libelle Zomerweek en heeft van Libelle een multimedia tijdschrift gemaakt (inclusief boekenclub).
Peter Vandermeersch: hoofdredacteur van de NRC, heeft de krant flink vernieuwd en een forse slag geslagen met zijn interneteditie . Was ooit van plan om zich in de bibliotheek van Den Haag te vestigen en zei toen aardige dingen over de bibliotheek.
Nico Dijkshoorn: schrijver, heeft uitgesproken ideeën over het instituut (gebaseerd op eigen ervaring) en heeft daar al eens een mooie column over geschreven. King of Twitter.
Francine Houben: architect van o.a. de bibliotheek van de TU Delft en is nu bezig met de nieuwe bibliotheek van Birmingham. Kan goed verwoorden hoe ze een bibliotheek ziet.
Gerard Marlet: directeur van onderzoeksbureau Atlas voor Gemeenten. Deed onderzoek naar en publiceerde over de economische waarde van cultuur.
Abdelkader Benali: schrijver en liefhebber van de bibliotheek. Startte de actie De bibliotheek is van mij waarin ervaringen van bibliotheekgebruikers worden verzameld.
Ik ben benieuwd wat de uitkomst van een sessie zou zijn met deze mensen, wat voor antwoord zij zouden geven op de vraag wat er zou gebeuren als de bibliotheek niet meer zou bestaan, welke maatschappelijke nood er zou ontstaan. Ik durf geen voorspelling over het soort antwoord te doen, maar ik weet zeker dat het origineler zou zijn dan het antwoord van deze commissie. Misschien zou het een heel onpraktisch antwoord zijn, maar dat kunnen we zelf bijstellen. Het zou ons misschien in een nieuwe richting kunnen sturen of ons op nieuwe ideeën kunnen brengen.
Een gemiste kans wat mij betreft. Maar ze zijn nog maar net begonnen bij het SIOB met hun visie ontwikkeling, dus misschien een tip voor een volgende sessie? Of een suggestie voor de gastenlijst van de Bibliotheek Tweedaagse?
De vijanden van de bibliotheek
22 augustus 2011
The enemies of libraries is the twin dilemma posed by anti-intellectuals on one hand, and the small thinking hipster on the other, twitterde LISNews deze week. Het bleek een uitspraak te zijn van David Lankes, de Amerikaanse hoogleraar waar ik eerder over schreef.
And the superiority of the IT person, who ignores Libraries and Librarians completely werd daar op Twitter op gereageerd. Die laatste uitspraak zou ik niet voor mijn rekening willen nemen maar die eerste opmerking is wat mij betreft een hele treffende samenvatting van een van de belangrijkste bedreigingen van de bibliotheek: mensen die vanuit hun eigen vooroordelen over de bibliotheek oordelen. Hier in Nederland hebben we volgens mij niet zoveel last van anti-intellectuelen (die richten zich liever op de kunsten) maar des te meer van kleindenkende hipsters. En dan zeker ook van de kleindenkers binnen onze eigen branche. Over wethouders met weinig benul en adviseurs van buiten is al vaker geschreven maar zeker zo gevaarlijk zijn de bibliothecarissen die vanachter hun bureau dingen roepen, zonder veel besef van de realiteit.
Kunnen we daarom afspreken dat bibliotheekmensen pas iets over de toekomst van het vak mogen zeggen als ze minimaal twee ochtenden groepsbezoeken hebben gedraaid in hun eigen bibliotheek? Of een dagje op pad zijn geweest met de bibliobus? Of zorginstellingen hebben bezocht of laaggeletterden hebben ontvangen? En dan bedoel ik niet die ene stage tijdens de opleiding in 1981 en dat je zelf vijftien jaar geleden nog in de uitlening stond telt ook niet. Da’s te lang geleden: morgen terug naar de praktijk. Want die is inderdaad veranderd, maar op een andere manier dan een heleboel mensen schijnen te denken.
Ja er worden minder papieren boeken uitgeleend en dat zullen er in de toekomst vast nóg minder worden. En ja het is best een goed idee om te investeren in een digitale infrastructuur en we moeten zeker het ebook omarmen. Maar dat betekent niet dat het gebouw en de bibliothecarissen wel weg kunnen. Want er is nog steeds behoefte aan een gebouw, aan een plek en aan aardige mensen met kennis van zaken. En die behoefte zal niet veranderen. Wat mensen op die plek willen doen is door de jaren heen veranderd en dat zal in de toekomst ook wel weer veranderen, maar de behoefte aan een plek zal blijven. En of die plek nou altijd een prestigieus gebouw moet zijn is een interessante discussie, en ook of dat één heel groot gebouw in het centrum moet zijn of een heleboel kleine gebouwtjes kan per gemeente verschillen. Maar de behoefte aan een plek, die blijft. En iedereen die het tegendeel beweert heeft al heel lang niet meer met open ogen in een bibliotheek rondgelopen.


