Tenaanval doet een suggestie
28 augustus 2011
Maakte ik me vorige week nog druk over bibliothecarissen die zonder veel benul over de toekomst van het vak praten, nu pieker ik al een paar dagen over de uitkomsten van de sessie die het SIOB heeft georgani- seerd over het hoger doel van de bibliotheek.
Toen ik me daar op Twitter over verbaasde reageerde een niet-bibliothecaris met de opmerking dat de aanwezigen volgens hem toch wel redelijk door hadden wat er aan de hand was. Maar dat is volgens mij nou net het probleem. Hier is weer eens keurig op een rijtje gezet wat er zoal speelt in de branche, niks nieuws. Dat was ook niet de bedoeling van deze sessie, dat was te komen tot een geactualiseerde formulering van de legitimering van de openbare bibliotheek. Die moet niet te ver afstaan van de huidige; wel moet ze herijkt worden, zodat ze beter past bij deze tijd. Da’s geen erg ambitieuze doelstelling, hier spreekt niet echt een “sense of urgency” uit. Het SIOB ziet de toekomst van de bibliotheek blijkbaar helemaal niet somber in. Dat is waarschijnlijk de reden dat ze voor deze sessie mensen hebben uitgenodigd die allemaal zijdelings met de Nederlandse Openbare Bibliotheken te maken hebben. Voor het niet uitnodigen van mensen uit de praktijk is wel iets te zeggen, want als je een visie wil ontwikkelen kan het handig zijn om enige afstand te hebben. Maar dit is een nogal halfslachtige oplossing. Want deze mensen schurken allemaal tegen de praktijk aan maar hebben geen ervaring uit de eerste hand. Waarmee ik niks ten nadele van deze mensen wil zeggen, maar een verrassende, aansprekende, vernieuwende visie hebben ze niet.
Waarom geen mensen uitgenodigd die niet uit de bibliotheekpraktijk komen maar die wel ervaring hebben met de gebruikers van de bibliotheek? Of mensen die misschien vanuit een andere positie iets interessant te zeggen hebben over de bibliotheek van de toekomst? Hierbij een paar suggesties:
Kluun: schrijver, een van onze grote leveranciers, goed voor onze uitleencijfers en vernieuwer van het schrijversvak. Ook nog eens reclamejongen en nooit te beroerd om een knuppel in een hoenderhok te gooien.
Franska Stuy: hoofdredacteur van Libelle, heeft verstand van wat onze grootste doelgroep doet en wil. Trekt ieder jaar duizenden mensen naar de Libelle Zomerweek en heeft van Libelle een multimedia tijdschrift gemaakt (inclusief boekenclub).
Peter Vandermeersch: hoofdredacteur van de NRC, heeft de krant flink vernieuwd en een forse slag geslagen met zijn interneteditie . Was ooit van plan om zich in de bibliotheek van Den Haag te vestigen en zei toen aardige dingen over de bibliotheek.
Nico Dijkshoorn: schrijver, heeft uitgesproken ideeën over het instituut (gebaseerd op eigen ervaring) en heeft daar al eens een mooie column over geschreven. King of Twitter.
Francine Houben: architect van o.a. de bibliotheek van de TU Delft en is nu bezig met de nieuwe bibliotheek van Birmingham. Kan goed verwoorden hoe ze een bibliotheek ziet.
Gerard Marlet: directeur van onderzoeksbureau Atlas voor Gemeenten. Deed onderzoek naar en publiceerde over de economische waarde van cultuur.
Abdelkader Benali: schrijver en liefhebber van de bibliotheek. Startte de actie De bibliotheek is van mij waarin ervaringen van bibliotheekgebruikers worden verzameld.
Ik ben benieuwd wat de uitkomst van een sessie zou zijn met deze mensen, wat voor antwoord zij zouden geven op de vraag wat er zou gebeuren als de bibliotheek niet meer zou bestaan, welke maatschappelijke nood er zou ontstaan. Ik durf geen voorspelling over het soort antwoord te doen, maar ik weet zeker dat het origineler zou zijn dan het antwoord van deze commissie. Misschien zou het een heel onpraktisch antwoord zijn, maar dat kunnen we zelf bijstellen. Het zou ons misschien in een nieuwe richting kunnen sturen of ons op nieuwe ideeën kunnen brengen.
Een gemiste kans wat mij betreft. Maar ze zijn nog maar net begonnen bij het SIOB met hun visie ontwikkeling, dus misschien een tip voor een volgende sessie? Of een suggestie voor de gastenlijst van de Bibliotheek Tweedaagse?
De vijanden van de bibliotheek
22 augustus 2011
The enemies of libraries is the twin dilemma posed by anti-intellectuals on one hand, and the small thinking hipster on the other, twitterde LISNews deze week. Het bleek een uitspraak te zijn van David Lankes, de Amerikaanse hoogleraar waar ik eerder over schreef.
And the superiority of the IT person, who ignores Libraries and Librarians completely werd daar op Twitter op gereageerd. Die laatste uitspraak zou ik niet voor mijn rekening willen nemen maar die eerste opmerking is wat mij betreft een hele treffende samenvatting van een van de belangrijkste bedreigingen van de bibliotheek: mensen die vanuit hun eigen vooroordelen over de bibliotheek oordelen. Hier in Nederland hebben we volgens mij niet zoveel last van anti-intellectuelen (die richten zich liever op de kunsten) maar des te meer van kleindenkende hipsters. En dan zeker ook van de kleindenkers binnen onze eigen branche. Over wethouders met weinig benul en adviseurs van buiten is al vaker geschreven maar zeker zo gevaarlijk zijn de bibliothecarissen die vanachter hun bureau dingen roepen, zonder veel besef van de realiteit.
Kunnen we daarom afspreken dat bibliotheekmensen pas iets over de toekomst van het vak mogen zeggen als ze minimaal twee ochtenden groepsbezoeken hebben gedraaid in hun eigen bibliotheek? Of een dagje op pad zijn geweest met de bibliobus? Of zorginstellingen hebben bezocht of laaggeletterden hebben ontvangen? En dan bedoel ik niet die ene stage tijdens de opleiding in 1981 en dat je zelf vijftien jaar geleden nog in de uitlening stond telt ook niet. Da’s te lang geleden: morgen terug naar de praktijk. Want die is inderdaad veranderd, maar op een andere manier dan een heleboel mensen schijnen te denken.
Ja er worden minder papieren boeken uitgeleend en dat zullen er in de toekomst vast nóg minder worden. En ja het is best een goed idee om te investeren in een digitale infrastructuur en we moeten zeker het ebook omarmen. Maar dat betekent niet dat het gebouw en de bibliothecarissen wel weg kunnen. Want er is nog steeds behoefte aan een gebouw, aan een plek en aan aardige mensen met kennis van zaken. En die behoefte zal niet veranderen. Wat mensen op die plek willen doen is door de jaren heen veranderd en dat zal in de toekomst ook wel weer veranderen, maar de behoefte aan een plek zal blijven. En of die plek nou altijd een prestigieus gebouw moet zijn is een interessante discussie, en ook of dat één heel groot gebouw in het centrum moet zijn of een heleboel kleine gebouwtjes kan per gemeente verschillen. Maar de behoefte aan een plek, die blijft. En iedereen die het tegendeel beweert heeft al heel lang niet meer met open ogen in een bibliotheek rondgelopen.
“The Librarian Militant, The Librarian Triumphant”, een lezing
1 augustus 2011
Een lezing die David Lankes vorig jaar in Canada gaf op een symposium over de toekomst van de bibliotheek.
Dit is een verhaal waar ik heel erg vrolijk van wordt en niet alleen omdat Lankes veel humor heeft. Zijn belangrijkste punt is dat de bibliotheek bestaat bij de gratie van de bibliothecaris: “What do you call a room stuffed with books? It’s a closet! What do you call an empty room with a librarian? It’s a library! They named the building after us!”
Over hoe bibliothecarissen de samenleving kunnen verbeteren: The mission of librarians is to improve society trough facilitating knowledge creation in their communities. Dat is ook de strekking van zijn The Atlas of New Librarianship. De titel van de lezing verwijst naar een uitspraak van Dewey: The librarian must be the librarian militant before he can be the librarian triumphant. Dat militante he, dat spreekt mij natuurlijk aan
.
Dit is een audioweergave met slides van de lezing. Het duurt een uur maar dat is zeer de moeite waard: enthousiast verhaal, losjes vertelt en inspirerend. Als je geen uur de tijd hebt, luister dan alleen het eerste kwartiertje of zo om een idee te krijgen van de strekking.
Aan zijn blog te zien heeft hij deze lezing vaker gegeven, misschien een ideetje voor de volgende Bibliotheektweedaagse?
De bibliotheek van het mededogen
30 juli 2011
De openbare bibliotheek is op zoek naar legitimering. Er komen minder mensen naar de bibliotheek en vanuit onze financiers komt steeds vaker de vraag naar “waarom daar eigenlijk belastinggeld naar toe moet”. Voor dat “daar” kun je van alles lezen: waarom moeten jullie zo nodig lezingen organiseren, waarom zijn kinderen gratis lid of waarom kopen jullie nog zoveel boeken want alles gaat tegenwoordig toch digitaal? Blijkbaar is het onze opdrachtgevers niet duidelijk waar een bibliotheek voor is en dat is niet zo gek want we hebben er zelf moeite mee, met waar we nou eigenlijk voor dienen.
We zijn ooit (eind 19e, begin 20e eeuw) opgericht vanuit een ideaal, om een positieve bijdrage aan de samenleving te leveren. De maatschappij is sinds die tijd sterk verandert: een veel grotere groep mensen heeft toegang tot heel veel meer informatie dan honderd jaar geleden. Maar volgens mij betekent dat niet dat we die oorspronkelijke gedachte moeten loslaten, ik denk dat we er nog steeds moeten zijn voor de mensen die het minder goed getroffen hebben. Da’s een andere groep dan toen maar dat maakt ze niet minder belangrijk.
Ik pleit voor een bibliotheek van het mededogen. Voor een bibliotheek die mensen helpt die moeite hebben met hun weg te vinden in de samenleving, door omstandigheden of omdat ze zo geboren zijn. Waarbij het belangrijkste woord Helpen is en niet Leveren. Een bibliotheek die zich richt op laaggeletterden, gehandicapten of andere zwakke groepen. Die meer doet dan alleen maar passief boeken uitlenen maar actief hulp verleent, die kwetsbare groepen opzoekt en die ondersteunt.
Daarmee zeg ik niet dat we moeten ophouden met het uitlenen van boeken of ons moeten afkeren van onze traditionele doelgroepen. En ik wil ook niet alle hoogopgeleide 40-ers wegsturen maar ik denk wel dat de “digital natives” onze hulp niet zo erg nodig hebben, in tegenstelling tot andere groepen. En ik denk dat we ons in de geest van het Unesco-manifest op die zwakkeren zouden moeten focussen. De bibliotheek zou een plaats moeten zijn van mededogen, waar mensen sterker uitkomen, waar ze geholpen worden of op zijn minst in zichzelf bevestigd worden. Vanuit de oude verheffingsgedachte, maar dan aangepast aan de moderne tijd.
We doen natuurlijk al van alles voor kinderen en zwakke lezers maar we zouden veel meer moeten doen voor meer doelgroepen. In het buitenland zijn mooie voorbeelden te over. Dat mededogen, daar zie ik een mooie opdracht in.
Afscheid van het vak
26 mei 2011
Nee, ik neem geen afscheid. Dit keer niet. Vandaag was het de beurt aan vier mensen die vergroeid zijn met het bibliotheekwerk, in Noord- en Zuid-Holland en daarbuiten. Len van Twisk, Rammy Speyer, Theo de Ruiter en Gerard Alders namen vandaag afscheid van ProBiblio. Samen zaten ze 152 jaar in het vak en nu gaan ze weg.
Met alle vier heb ik de afgelopen jaren samengewerkt, in verschillende hoedanigheden en op verschillende manieren. Len, Theo, Gerard en Rammy vertegenwoordigen elk een ander aspect van het bibliotheekwerk: Kwaliteitszorg, Leesbevordering, Cultuur, Financiën, Management en Innovatie. Van alle vier heb ik dingen geleerd, ervaringen afgekeken en ik heb vooral heel veel lol met ze gehad.
Het was een leuk feestje. Wat zeg ik: het was een héél leuk feestje. Vanwege het vrolijke programma (met als hoogtepunt het hilarische verhaal van André Brouwer die in een soort van cirkelredenering de feestvarkens fijntjes typeerde) maar vooral vanwege de aanwezigen. Er was niet bezuinigd op het uitnodigingenbeleid met als gevolg dat het één groot weerzien was. Eén grote reunie, niet alleen van mensen die in het verleden bij ProBiblio gewerkt hebben maar ook van mensen uit bibliotheken en van aanverwante organisaties. Er werd veel gepraat: over wat iedereen zo al deed, waar iedereen zo al zat en vooral ook over het vak. Het was gezellig en inspirerend maar ook wel een beetje pijnlijk.
Want er was ook een aantal mensen niet aanwezig. De mensen die binnenkort hun baan gaan verliezen waren bepaald niet in de stemming voor een feestje. Heel begrijpelijk. En wrang. Want terwijl op het feestje werd getreurd over het verlies van 152 jaar bibliotheekervaring verlaat straks nog eens zoveel jaar aan ervaring via de achterdeur het pand.
Jammer. Jammer voor de organisatie en jammer voor het vak. Zonde dat mensen met een bibliotheekhart het vak verlaten. Het is de pensionado’s natuurlijk van harte gegund en ik hoop dat ze nog een lang en gelukkig leven zullen hebben maar ik vraag me wel af wie die gaten gaat opvullen. Waar vinden we nog mensen met zoveel vakmanschap en zoveel passie? Met zo’n visie op het vak en zo’n duidelijk idee over wat de bibliotheek kan betekenen? Ik heb er een hard hoofd in. Maar ik blijf geloven in een toekomst, ook zonder deze kanjers.
12 redenen waarom bibliotheken goed zijn voor het land
22 december 2010
Het blad American Libraries (vakblad van de American Library Association) publiceerde deze week 12 redenen waarom bibliotheken goed zijn voor het land.
1. Libraries sustain democracy
2. Libraries break down boundaries.
3. Libraries level the playing field.
4. Libraries value the individual.
5. Libraries nourish creativity.
6. Libraries open young minds.
7. Libraries return high dividends.
8. Libraries build communities.
9. Libraries support families.
10. Libraries build technology skills.
11. Libraries offer sanctuary.
12. Libraries preserve the past.
Grote woorden? Ja. Open deuren? Wel een paar. Pathetisch? Misschien, maar ‘t is wel een helder signaal. Geen valse bescheidenheid of kneuterig gedoe, maar duidelijk maken waar je voor staat. Iemand moet ‘t doen en dan kunnen we het maar beter zelf doen.
Tip voor de VOB om hier een Nederlandse versie van te maken? Een manifest dat bibliotheken vervolgens aan al hun wethouders kunnen sturen. Op levensgrote posters kunnen zetten en daar de stad mee vol hangen. Op handgeschept papier kunnen afdrukken en aan al hun leden geven. Om maar vooral aan iedereen duidelijk te maken dat een bibliotheek meer is dan een uitleenfabriek.
In het artikel worden de 12 redenen uitgebreid toegelicht. It will take all of us, in a spirit of pride and freedom, to maintain libraries as a living reality in a free nation through the 21st century. Mooie kerstgedachte.
Was gisteren op een klanten-bijeenkomst van Randstad ProBiblio met als thema: Google-generatie nog behoefte aan informatie-bemidde-ling? Een intrigerende vraag waarop je het antwoord ”nee, natuurlijk niet” verwacht. Maar het antwoord was veel verrassender dan dat.
Sprekers waren Henk Blanken, journalist en Han Belt, hoofd van de Walaeus Bibliotheek, de centrale medische bibliotheek van het Leids Universitair Medisch Centrum. Blanken, schrijver van het boek Mediamores, voorspelde dat de media minder massa zullen worden. Kranten werden vroeger alleen door een elite gelezen, pas in de 20e eeuw werden ze een massamedium. Maar de laatste jaren daalt het aantal lezers van traditionele kranten heel snel, vanwege de opkomst van de gratis dagbladen maar ook door de grote rol die het internet is gaan spelen in de nieuws- en informatievoorziening. Het was een interessant betoog en Blanken is een vlotte spreker maar ik zag het bruggetje naar informatiebemiddeling niet zo heel goed. De stap van “Hebben jongeren nog wel behoefte aan nieuws?” naar “Internet maakt de informatiebemiddelaar overbodig” was me iets te groot, iets te zeer gebaseerd op veronderstellingen en gevoel.
Han Belt was het in het geheel niet met die laatste stelling eens en dat maakte hij zeer gepassioneerd duidelijk. Hij is er van overtuigd dat de informatiebemiddelaar niet zal verdwijnen omdat “wij” professionals zijn, net als artsen, die worden ook niet zo snel verdrongen. En ik denk dat hij gelijk heeft. Als het gaat om zijn eigen bibliotheek tenminste. Want de bibliotheek is een verplicht onderdeel binnen de opleiding aan het LUMC en literatuurstudie is een belangrijk element in de medische wetenschap. Het is een heel gespecialiseerd vakgebied waar een professional een hele belangrijke (wellicht onmisbare) bijdrage kan leveren. En het bestuur van het LUMC erkent nadrukkelijk het belang van de bibliotheek voor zowel artsen als studenten (” in het bestuur zitten godzijdank geen managers” vond ik wel de quote van de dag).
Niet elke bibliotheek zit in een omgeving als die van Han Belt en de informatievragen in een openbare bibliotheek zijn onvergelijkbaar met die in een wetenschappelijke omgeving zoals Edwin al betoogde. Dus volgens mij is het antwoord op de vraag op de Google-generatie nog behoefte heeft aan informatiebemiddeling: “ja, wel als de informatiebemiddelaar iets kan leveren dat de vrager niet zelf kan vinden”. Maar dan moet die vrager zich wel eerst realiseren welke mogelijkheden er zijn en dat de eerste drie treffers op Google niet perse het juiste antwoord bevatten. En daar komt Henk Blanken weer om de hoek kijken: want hij betoogde dat bibliotheken een rol moeten spelen in het mediawijs maken van het grote publiek.
Blanken had nog een andere interessante uitspraak: Internet schaalt op, maar de gemeenschap schaalt niet. En dat sluit weer aan bij mijn idee van de bibliotheek als Community, van de bibliotheek als plek. Omdat via internet de hele wereld bereikbaar wordt krijgen mensen ook weer behoefte aan ”real life” mensen, aan gesprekken waarbij je je partner rechtstreeks in de ogen kunt kijken en niet via een beeldscherm. Daar zouden openbare bibliotheken veel meer aan moeten doen.
Het was dus een zeer interessante bijeenkomst, ook al omdat er een heel divers publiek in de zaal zat. Het was een mengeling van afdelingshoofden van bedrijfsbibliotheken, bibliotheken uit het hoger onderwijs en openbare bibliotheken. Je merkte dat er meteen een heel ander soort discussie op gang kwam. Moeten we vaker doen zoiets.
Twitteren of bloggen?
20 april 2009
Nu alle bibliotheekbloggers die ik volg tegelijkertijd in een soort van existentiële crisis lijken te zitten omdat ze niet kunnen kiezen tussen twitteren of bloggen voel ik me gedwongen om ook iets te zeggen. Want ook ik blog de laatste tijd iets minder frequent dan daarvoor maar dat komt volgens mij niet omdat ik sinds een week of 6 twitter.
Over Twitter hoorde ik twee jaar geleden voor het eerst, toen was het iets heel nieuws en geheimzinnigs dat voornamelijk werd gedaan door jongeren. En in dat hoekje is het voor mij ook heel lang blijven zitten: wéér zo’n hype, wéér zoiets voor kinderen, wéér iets waar ik me niks van hoef aan te trekken want dat is toch niks voor mij. Maar het laatste half jaar hoorde ik steeds vaker uit min of meer onverdachte hoek over Twitter. Het was dus blijkbaar niet zoiets als Hyves, dat ik nog steeds tamelijk kinderachtig vind maar dat vooroordeel komt vast door de pubers in mijn omgeving die zo’n beetje léven op Hyves. Het keerpunt voor mij was de rel die ontstond toen bleek dat Maxime Verhagen een foto van de Trêveszaal via Twitter had verspreid. Dat had iets kwajongensachtigs maar toch ook weer niet kinderachtig, blijkbaar ging het soms toch wel ergens over. En toen ik in steeds meer bibliotheekblogs verwijzingen naar Twitter las moest het er toch maar eens van komen.
En ja, het is leuk. En dan niet in de zin van gierend van de lach maar in de zin van voldoening gevend, grappig, nuttig. Geloof niet dat ik er een beter mens van word maar wel een beter geïnformeerd mens. Het heeft wel een paar weken geduurd voordat ik erachter was hoe het voor mij het beste werkte want je moet wel even je weg zoeken (en je moet het dus ook even de tijd geven). Wie is interessant om te volgen, wat is er allemaal te doen? Heel toevallig ging Bibliotheek 2.o op Twitter toen ik 3 dagen aan het twitteren was en twee weken later verzamelde de NL biblioblogs ook nog eens een heel stel twitteraars dus dat vergemakkelijkte de boel wel. Verder is het zoeken en vooral actief (en in mijn geval selectief) zijn. Ik heb er heel bewust voor gekozen om mensen te volgen die iets te vertellen hebben dat mij interesseert, over bibliotheken, literatuur en theater. En die ook voornamelijk daarover twitteren. Dus niet over jonge hondjes, wat ze vanavond eten of over de kinderen. Die onderwerpen komen af en toe heus wel eens voorbij maar dan als een detail, om ”het verhaal” gaande te houden.
Op Culturehacking las ik een boeiend stuk over Twitter. Ik ben het alleen niet eens met zijn punt over tweets van anderen lezen. Hij zegt daarover: Tuurlijk volg je andere twitteraars om hun berichten te lezen, maar denk niet dat de gemiddelde gebruiker na in te loggen terug in de tijd bladert om alles te lezen. Ikzelf lees natuurlijk wel mijn replies, maar duik vooral in de gesprekken die op dat moment aan de gang zijn. Stel je Twitter voor als een grote virtuele gespreksruimte bevolkt door enkel mensen die jij interessant vindt, waar je je op elk moment van de dag in kunt mengen. Dat geld niet voor mij. Omdat ik alleen mensen volg die iets interessants te melden hebben wil ik daar natuurlijk niks van missen. Dus ik blader wél terug om oude tweets te lezen. Omdat ik maar 28 twitteraars volg is dat prima te doen. Die grote gespreksruimte die hij beschrijft benauwd mij eerlijk gezegd nogal. Maar ja, ieder z’n meug. En dat is nou net zo leuk aan Twitter.
Wat het me oplevert? Dat ik in de pauze van de allereerste voorstelling in de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg op Twitter lees dat de akoestiek zo goed is, dat ik vanavond lees dat de bibliotheek van Zeeuws-Vlaanderen een nieuwe directeur heeft of dat opeens de vraag van Andrew Keen voorbij komt wie er mee gaat eten in Amsterdam. Ik zou heel goed kunnen leven zonder al deze dingen te weten, maar ze wel weten is gewoon leuk.
Ben ik minder gaan bloggen omdat ik twitter? Nee, volgens mij niet. Het is een heel andere tak van sport, op Twitter zet ik berichtjes waar ik nooit over zou bloggen omdat ze daar te klein voor zijn of omdat ze niet in het kader van dit blog thuis horen. Op Twitter zet je mededelingen, in mijn blog staan meningen (of visies). Zoveel tijd kost Twitter mij niet, vanwege de beperking in het aantal volgers die ik heb aangebracht. Ik blog de laatste weken iets minder omdat er niet zo veel is om me over op te winden dan voorheen. Neem aan dat dat wel weer bijtrekt. Maar twitteren en bloggen vullen elkaar volgens mij aan, ze sluiten elkaar zeker niet uit.
Dit is overigens een foto uit 1932 van de portier van de Stadsschouwburg in Amsterdam.
Waarom bibliothecarissen aanbeden zouden moeten worden*
22 januari 2009
Radical Militant Librarian Originally uploaded by Andrea Mercado
Vandaag precies een jaar geleden schreef ik mijn eerste post. Dit weblog is ontstaan in het kader van de 23 dingen maar ik bedacht al bij het maken van het blog dat ik hier misschien wel meer mee zou gaan doen dan alleen die 23 dingen. Ik wist nog niet precies wat maar een veelzeggende naam leek me wel belangrijk. Dit is wat ik toen over die naam zei: ik heb voor een strijdlustige naam gekozen omdat ik vind dat bibliothecarissen zich veel te vaak in een hoek laten drukken en zich veel te bang laten maken. Nergens voor nodig want bibliotheken zullen er altijd zijn en bibliothecarissen zullen altijd nodig zijn. En zelfs als je daar als bibliothecaris aan twijfelt moet je dat niet hardop zeggen, want als wij al niet in onszelf geloven zullen anderen dat al helemaal niet doen
Ik had zo’n vaag idee om allerlei opruiende stukjes te gaan schrijven, om die ingekakte bibliothecarissen eens wakker te schudden maar ook om ze een hart onder de riem te steken. Dat is er niet echt van gekomen helaas.
Mijn zwerftochten over het web hebben me geleerd dat er al een aantal van die blogs bestaan, in de Verenigde Staten vooral. Daar heeft het vak van bibliothecaris een heel andere status. Een heel andere achtergrond ook. Een van de blogs die ik onlangs ontdekt heb is die van de Library Avenger, laat je niet misleiden door de trouwfoto die op dit moment op de voorpagina staat. Hier maakt ze wat mij betreft het ultieme statement, ik wou dat ik dat verzonnen had (waarom bibliothecarissen aanbeden zouden moeten worden). En hier legt ze ook heel mooi het verschil uit tussen bibliothecarissen en bibliothecarissen, tussen een diploma hebben en heel goed zijn in je werk. Vooral interessant voor Schrijverdezes die zich nogal eens zorgen maakt of ze wel een bibliothecaris is. Jaloersmakend. Scherp geformuleerd, heel herkenbaar en opwindend wat mij betreft.
Ze is niet de enige met dit soort blogs, de Lipstick Librarian is iets meliger maar soms ook heel leuk en via Naughty Kitty vind je nog eens een leuk plaatje. Dat soort blogs mis ik zo in Nederland. Dat zelfbewuste, die volle overtuiging van het nut van het werk, die humor. Ik wou dat ik het kon. Misschien, als ik heel veel oefen, kan ik beetje in de buurt komen…
*Voor Schrijverdezes
Wat voor omroep dan?
20 januari 2009
Batgirl was a librarian Originally uploaded by library_mistress
Na al die enthousiaste reacties op een stukje dat ik vorige week schreef omdat ik niet kon slapen kan ik natuurlijk niet meer gewoon doorbloggen over interessante onderwerpen die ik in de krant (of ergens anders) lees. Heb even de tijd genomen om na te denken over hoe we hiermee verder kunnen, ik ben er alleen nog niet helemaal uit. Ik schrijf dit blog op persoonlijke titel maar dit lijkt me iets dat ik het beste vanuit mijn werk (bij ProBiblio) kan oppakken. Ik zit nu nog steeds thuis (laatste week van mijn vakantie) maar volgende week zal ik eens informeren wat de baas hiervan vindt.
We hebben nu dus zowel de VOB als drie mensen met omroepervaring aan boord en volgens mij voldoende draagvlak want dit is de post met de meeste reacties van mijn hele blog. En de best gelezen post ook.
Voordat we echt actie gaan ondernemen moeten we wel eerst helder hebben wat voor soort omroep we willen worden. Of liever gezegd: wat wordt onze doelgroep? Gaan we uit van onze kernfuncties en proberen we dan voor elk wat wils te bieden? Gaan we ons richten op laaggeletterden? Of op een andere bibliotheekdoelgroep? Gaan we alleen programma’s over boeken en lezen maken of richten we ons op een breder cultureel gebied? En informatieve programma’s? Maken we die ook? Worden we dan een educatieve omroep? Of worden we juist iets voor een heel breed publiek en gaan we lekker op onze hurken zitten?
Hebben we wel een eigen gezicht? Want er bestaat natuurlijk al zoiets als de RVU voor educatie, de VPRO voor cultuur en de Tros voor op de hurken. Bij wijze van dan… Of zullen we gewoon uitgaan van wat we zelf leuk en belangrijk vinden? Worden we gewoon een soort Llink. Maar ja, die verliezen al die leden weer snel lijkt het.
Kortom: de vraag waar de branche al heel lang mee worstelt: wie zijn we eigenlijk? En dat is nog maar de eerste vraag die beantwoord moet worden.







