sprauve library 

Was gisteren op een klanten-bijeenkomst van Randstad ProBiblio met als thema: Google-generatie nog behoefte aan informatie-bemidde-ling? Een intrigerende vraag waarop je het antwoord ”nee, natuurlijk niet” verwacht. Maar het antwoord was veel verrassender dan dat.

Sprekers waren Henk Blanken,  journalist en Han Belt, hoofd van de Walaeus Bibliotheek, de centrale medische bibliotheek van het Leids Universitair Medisch Centrum. Blanken, schrijver van het boek Mediamores,  voorspelde dat de media minder massa zullen worden. Kranten werden vroeger alleen door een elite gelezen, pas in de 20e eeuw werden ze een massamedium.  Maar de laatste jaren daalt het aantal lezers van traditionele kranten heel snel, vanwege de opkomst van de gratis dagbladen maar ook door de grote rol die het internet is gaan spelen in de nieuws- en informatievoorziening. Het was een interessant betoog en Blanken is een vlotte spreker maar ik zag het bruggetje naar informatiebemiddeling niet zo heel goed. De stap van “Hebben jongeren nog wel behoefte aan nieuws?” naar “Internet maakt de informatiebemiddelaar overbodig” was me iets te groot, iets te zeer gebaseerd op veronderstellingen en gevoel.

Han Belt was het in het geheel niet met die laatste stelling eens en dat maakte hij zeer gepassioneerd duidelijk. Hij is er van overtuigd dat de informatiebemiddelaar niet zal verdwijnen omdat “wij” professionals zijn, net als artsen, die worden ook niet zo snel verdrongen. En ik denk dat hij gelijk heeft. Als het gaat om zijn eigen bibliotheek tenminste. Want de bibliotheek is een verplicht onderdeel binnen de opleiding aan het LUMC en literatuurstudie is een belangrijk element in de medische wetenschap. Het is een heel gespecialiseerd vakgebied waar een professional een hele belangrijke (wellicht onmisbare) bijdrage kan leveren. En het bestuur van het LUMC erkent nadrukkelijk het belang van de bibliotheek voor zowel artsen als studenten (” in het bestuur zitten godzijdank geen managers” vond ik wel de quote van de dag).

Niet elke bibliotheek zit in een omgeving als die van Han Belt en de informatievragen in een openbare bibliotheek zijn onvergelijkbaar met die in een wetenschappelijke omgeving zoals Edwin al betoogde. Dus volgens mij is het antwoord op de vraag op de Google-generatie nog behoefte heeft aan informatiebemiddeling: “ja, wel als de informatiebemiddelaar iets kan leveren dat de vrager niet zelf kan vinden”. Maar dan moet die vrager zich wel eerst realiseren welke mogelijkheden er zijn en dat de eerste drie treffers op Google niet perse het juiste antwoord bevatten. En daar komt Henk Blanken weer om de hoek kijken: want hij betoogde dat bibliotheken een rol moeten spelen in het mediawijs maken van het grote publiek.

Blanken had nog een andere interessante uitspraak: Internet schaalt op, maar de gemeenschap schaalt niet. En dat sluit weer aan bij mijn idee van de bibliotheek als Community, van de bibliotheek als plek. Omdat via internet de hele wereld bereikbaar wordt krijgen mensen ook weer behoefte aan ”real life” mensen, aan gesprekken waarbij je je partner rechtstreeks in de ogen kunt kijken en niet via een beeldscherm. Daar zouden openbare bibliotheken veel meer aan moeten doen.

Het was dus een zeer interessante bijeenkomst, ook al omdat er een heel divers publiek in de zaal zat. Het was een mengeling van afdelingshoofden van bedrijfsbibliotheken, bibliotheken uit het hoger onderwijs en openbare bibliotheken. Je merkte dat er meteen een heel ander soort discussie op gang kwam. Moeten we vaker doen zoiets.

Twitteren of bloggen?

20 april, 2009

 

anp-portier1Nu alle bibliotheekbloggers die ik volg tegelijkertijd in een soort van existentiële crisis lijken te zitten omdat ze niet kunnen kiezen tussen twitteren of bloggen voel ik me gedwongen om ook iets te zeggen. Want ook ik blog de laatste tijd iets minder frequent dan daarvoor maar dat komt volgens mij niet omdat ik sinds een week of 6 twitter.  

Over Twitter hoorde ik twee jaar geleden voor het eerst, toen was het iets heel nieuws en geheimzinnigs dat voornamelijk werd gedaan door jongeren. En in dat hoekje is het voor mij ook heel lang blijven zitten: wéér zo’n hype, wéér zoiets voor kinderen, wéér iets waar ik me niks van hoef aan te trekken want dat is toch niks voor mij. Maar het laatste half jaar  hoorde ik steeds vaker uit min of meer onverdachte hoek over Twitter. Het was dus blijkbaar niet zoiets als Hyves, dat ik nog steeds tamelijk kinderachtig vind maar dat vooroordeel komt vast door de pubers in mijn omgeving die zo’n beetje léven op Hyves. Het keerpunt voor mij was de rel die ontstond toen bleek dat Maxime Verhagen een foto van de Trêveszaal via Twitter had verspreid.  Dat had iets kwajongensachtigs maar toch ook weer niet kinderachtig, blijkbaar ging het soms toch wel ergens over. En toen ik in steeds meer bibliotheekblogs verwijzingen naar Twitter las moest het er toch maar eens van komen.

En ja, het is leuk. En dan niet in de zin van gierend van de lach maar in de zin van voldoening gevend, grappig, nuttig. Geloof niet dat ik er een beter mens van word maar wel een beter geïnformeerd mens. Het heeft wel een paar weken geduurd voordat ik erachter was hoe het voor mij het beste werkte want je moet wel even je weg zoeken (en je moet het dus ook even de tijd geven). Wie is interessant om te volgen, wat is er allemaal te doen? Heel toevallig ging Bibliotheek 2.o op Twitter toen ik 3 dagen aan het twitteren was en twee weken later verzamelde de NL biblioblogs ook nog eens een heel stel twitteraars dus dat vergemakkelijkte de boel wel. Verder is het zoeken en vooral actief (en in mijn geval selectief) zijn. Ik heb er heel bewust voor gekozen om mensen te volgen die iets te vertellen hebben dat mij interesseert, over bibliotheken, literatuur en theater. En die ook voornamelijk daarover twitteren. Dus niet over jonge hondjes, wat ze vanavond eten of over de kinderen. Die onderwerpen komen af en toe heus wel eens voorbij maar dan als een detail, om ”het verhaal” gaande te houden. 

Op Culturehacking las ik een boeiend stuk over Twitter. Ik ben het alleen niet eens met zijn punt over tweets van anderen lezen. Hij zegt daarover:  Tuurlijk volg je andere twitteraars om hun berichten te lezen, maar denk niet dat de gemiddelde gebruiker na in te loggen terug in de tijd bladert om alles te lezen. Ikzelf lees natuurlijk wel mijn replies, maar duik vooral in de gesprekken die op dat moment aan de gang zijn. Stel je Twitter voor als een grote virtuele gespreksruimte bevolkt door enkel mensen die jij interessant vindt, waar je je op elk moment van de dag in kunt mengen. Dat geld niet voor mij. Omdat ik alleen mensen volg die iets interessants te melden hebben wil ik daar natuurlijk niks van missen. Dus ik blader wél terug om oude tweets te lezen. Omdat ik maar 28 twitteraars volg is dat prima te doen. Die grote gespreksruimte die hij beschrijft benauwd mij eerlijk gezegd nogal. Maar ja, ieder z’n meug. En dat is nou net zo leuk aan Twitter.

Wat het me oplevert? Dat ik in de pauze van de allereerste voorstelling in de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg op Twitter lees dat de akoestiek zo goed is, dat ik vanavond lees dat de bibliotheek van Zeeuws-Vlaanderen een nieuwe directeur heeft of dat opeens de vraag van Andrew Keen voorbij komt wie er mee gaat eten in Amsterdam. Ik zou heel goed kunnen leven zonder al deze dingen te weten, maar ze wel weten is gewoon leuk.   

Ben ik minder gaan bloggen omdat ik twitter? Nee, volgens mij niet. Het is een heel andere tak van sport, op Twitter zet ik berichtjes waar ik nooit over zou bloggen omdat ze daar te klein voor zijn of omdat ze niet in het kader van dit blog thuis horen. Op Twitter zet je mededelingen, in mijn blog staan meningen (of visies). Zoveel tijd kost Twitter mij niet, vanwege de beperking in het aantal volgers die ik heb aangebracht. Ik blog de laatste weken iets minder omdat er niet zo veel is om me over op te winden dan voorheen. Neem aan dat dat wel weer bijtrekt. Maar twitteren en bloggen vullen elkaar volgens mij aan, ze sluiten elkaar zeker niet uit.

Dit is overigens een foto uit 1932 van de portier van de Stadsschouwburg in Amsterdam.

Radical Militant Librarian  Originally uploaded by Andrea Mercado

Vandaag precies een jaar geleden schreef ik mijn eerste postDit weblog is ontstaan in het kader van de 23 dingen maar ik bedacht al bij het maken van het blog dat ik hier misschien wel meer mee zou gaan doen dan alleen die 23 dingen. Ik wist nog niet precies wat maar een veelzeggende naam leek me wel belangrijk. Dit is wat ik toen over die naam zei: ik heb voor een strijdlustige naam gekozen omdat ik vind dat bibliothecarissen zich veel te vaak in een hoek laten drukken en zich veel te bang laten maken. Nergens voor nodig want bibliotheken zullen er altijd zijn en bibliothecarissen zullen altijd nodig zijn. En zelfs als je daar als bibliothecaris aan twijfelt moet je dat niet hardop zeggen, want als wij al niet in onszelf geloven zullen anderen dat al helemaal niet doen 

Ik had zo’n vaag idee om allerlei opruiende stukjes te gaan schrijven, om die ingekakte bibliothecarissen eens wakker te schudden maar ook om ze een hart onder de riem te steken. Dat is er niet echt van gekomen helaas.

Mijn zwerftochten over het web hebben me geleerd dat er al een aantal van die blogs bestaan, in de Verenigde Staten vooral. Daar heeft het vak van bibliothecaris een heel andere status. Een heel andere achtergrond ook. Een van de blogs die ik onlangs ontdekt heb is die van de Library Avenger, laat je niet misleiden door de trouwfoto die op dit moment op de voorpagina staat. Hier maakt ze wat mij betreft het ultieme statement, ik wou dat ik dat verzonnen had (waarom bibliothecarissen aanbeden zouden moeten worden). En hier legt ze ook heel mooi het verschil uit tussen bibliothecarissen en bibliothecarissen, tussen een diploma hebben en heel goed zijn in je werk. Vooral interessant voor Schrijverdezes die zich nogal eens zorgen maakt of ze wel een bibliothecaris is. Jaloersmakend. Scherp geformuleerd, heel herkenbaar en opwindend wat mij betreft.

Ze is niet de enige met dit soort blogs, de Lipstick Librarian is iets meliger maar soms ook heel leuk en via Naughty Kitty vind je nog eens een leuk plaatje. Dat soort blogs mis ik zo in Nederland. Dat zelfbewuste, die volle overtuiging van het nut van het werk, die humor. Ik wou dat ik het kon. Misschien, als ik heel veel oefen, kan ik beetje in de buurt komen…

*Voor Schrijverdezes

Wat voor omroep dan?

20 januari, 2009

Batgirl was a librarian Originally uploaded by library_mistress

Na al die enthousiaste reacties op een stukje dat ik vorige week schreef omdat ik niet kon slapen kan ik natuurlijk niet meer gewoon doorbloggen over interessante onderwerpen die ik in de krant (of ergens anders) lees. Heb even de tijd genomen om na te denken over hoe we hiermee verder kunnen, ik ben er alleen nog niet helemaal uit. Ik schrijf dit blog op persoonlijke titel maar dit lijkt me iets dat ik het beste vanuit mijn werk (bij ProBiblio) kan oppakken. Ik zit nu nog steeds thuis (laatste week van mijn vakantie) maar volgende week zal ik eens informeren wat de baas hiervan vindt.

We hebben nu dus zowel de VOB als drie mensen met omroepervaring aan boord en volgens mij voldoende draagvlak want dit is de post met de meeste reacties van mijn hele blog. En de best gelezen post ook.

Voordat we echt actie gaan ondernemen moeten we wel eerst helder hebben wat voor soort omroep we willen worden. Of liever gezegd: wat wordt onze doelgroep? Gaan we uit van onze kernfuncties en proberen we dan voor elk wat wils te bieden? Gaan we ons richten op laaggeletterden? Of op een andere bibliotheekdoelgroep? Gaan we alleen programma’s over boeken en lezen maken of richten we ons op een breder cultureel gebied? En informatieve programma’s? Maken we die ook? Worden we dan een educatieve omroep? Of worden we juist iets voor een heel breed publiek en gaan we lekker op onze hurken zitten?

Hebben we wel een eigen gezicht? Want er bestaat natuurlijk al zoiets als de RVU voor educatie, de VPRO voor cultuur en de Tros voor op de hurken. Bij wijze van dan… Of zullen we gewoon uitgaan van wat we zelf leuk en belangrijk vinden? Worden we gewoon een soort Llink. Maar ja, die verliezen al die leden weer snel lijkt het.

Kortom: de vraag waar de branche al heel lang mee worstelt: wie zijn we eigenlijk? En dat is nog maar de eerste vraag die beantwoord moet worden.

De krant en de bibliotheek?

23 november, 2008

afbeelding hier gevonden

 

 

 

Onlangs verscheen het boek De krant moet kiezen van Warna Oosterbaan (redacteur NRC Handelsblad en bijzonder hoogleraar Journalistiek en Samenleving aan de Erasmus Universiteit) en Hans Wansink (redacteur Volkskrant). Het is een vurig pleidooi voor de terugkeer van diepgang bij de kranten. Ze keren zich tegen het marktdenken dat op dit moment bij veel kranten heerst en laten zien dat de krantenlezer behoefte heeft aan achtergrondinformatie en duiding. Ik heb het boek zelf nog niet gelezen maar het essay (uit 2006!) waar dit boek op gebaseerd is wel.

Oosterbaan en Wansink beschrijven hoe in de periode 1975-2000 de krant koning was: onafhankelijke, hoogopgeleide journalisten bepaalden de inhoud van de krant en uitgevers werden slapend rijk van alle adverteerders. Dat veranderde met de komst van de nieuwe media: die zorgden ervoor dat adverteerders hun publiek op andere manieren konden bereiken en de lezers op andere manieren aan hun nieuws konden komen. Leegloop aan twee kanten dus. Daarbij kwam ook nog dat de interesse van het grote publiek begon te verschuiven: er kwam meer belangstelling voor lifestyle en glamour en minder voor politiek en maatschappij. De reactie van de kranten daarop was om mee te gaan in de behoefte van het grote publiek. Iets wat mij persoonlijk altijd erg geïrriteerd heeft: op het moment dat Albert Verlinde een column in het NRC kreeg heb ik mijn abonnement opgezegd. Niet omdat ik iets tegen Verlinde heb, want ik vond hem erg leuk bij RTL Boulevard, maar omdat ik vond dat het niet bij het NRC paste. Als ik Albert Verlinde wil zien kijk ik naar de tv, een kwaliteitskrant lees ik omdat ik behoefte heb aan iets anders.

Volgens Oosterbaan en Wansink is het nu tijd om keuzes te maken: de pogingen van kranten om lezers te behouden door mee te gaan in de verplatting hebben de daling van de krantenverkoop niet kunnen stoppen dus pleiten zij voor versmalling van de redactionele formules. Er moeten volgens hen weer kranten komen die zich concentreren op de kerntaken nieuws en achtergronden met daarbij drie zwaartepunten: politiek, economie en cultuur. Zo zullen volgens de auteurs kranten ontstaan die alles bevatten wat een burger moet weten en die zo compact zijn dat de kans dat ze gelezen worden ook toeneemt. Klinkt allemaal als muziek in mijn oren, waar kan ik een abonnement nemen?

Hun pleidooi klinkt bekend voor bibliotheken: wij zijn ook bezig met keuzes maken, en we vergelijken onszelf steeds met de krantenwereld omdat we ons in ongeveer dezelfde situatie bevinden. Maar ik heb het gevoel dat bibliotheken er veel pragmatischer in staan, minder idealistisch dan deze auteurs. Veel bibliotheekdirecteuren zitten nog in de fase van het marktdenken: ze denken meer aan hoeveel bezoekers iets oplevert dan aan hoeveel het bijdraagt aan de missie van de bibliotheek. Terwijl wij toch van de informatie en de verdieping zijn lijkt me. Ik denk dat bibliotheken hier een wijze les uit kunnen leren: minder verplatting, minder workshops over kerstkaarten maken van theezakjes en meer actualiteit en diepgang. In de Intermediair van deze week staat een artikel (helaas niet in de ditale versie, hoe ironisch) over hoe succesvol wetenschappers tegenwoordig zijn bij het opzoeken van een groot publiek. En waar worden die succesvolle bijeenkomsten dan georganiseerd? In theaters en cafés, en ze worden georganiseerd door speciale bureaus. De opkomst is onverminderd groot, bij de Lowland University stonden mensen soms in drommen buiten omdat de tent vol was. Op een popfestival! ’sOchtends! Maar de bibliotheken blijven wat rommelen in de marge. De agenda voor de toekomst zal bibliotheken dwingen om keuzes te maken, ik hoop dat verdieping en inhoud daarbij een rol zullen spelen.

Overigens doet het mij zeer deugd om in de recensie die Jan Blokker van dit boek schreef in het NRC de volgende zin te lezen: Het inmiddels al weer achterhaalde bakerpraatje van de ‘ontlezing’ bijvoorbeeld, dat nog dagelijks ontkracht wordt door de leeshonger die de boekhandelaar ervaart wanneer hij Arnon Grunberg, Jeroen Smit, Carlos Ruiz Zafón en Cees Fasseur als warme broodjes over z’n toonbank ziet gaan.  Maar dat terzijde.

Bibliotheek op lokatie

31 juli, 2008

 

 

 

 

Het reizend Noord-Hollandse theaterfestival Karavaan kent sinds vorig jaar een festivalhart. Naast voorstellingen op locatie wordt er nu van donderdag tot en met zondag een kampement opgeslagen op steeds een andere locatie.

Sinds dit jaar is er in het festivalhart ook een bibliotheek. ProBiblio heeft een karretje laten maken dat als mobiele bibliotheek dient en waar de bibliotheken van Heiloo, Alkmaar, Hoorn en Schagen zich presenteren. Overdag wordt er door kinderen gelezen, getekend en verslag gedaan van wat ze gezien en gedaan hebben op een weblog.

’sAvonds organiseren de bibliotheken activiteiten voor volwassenen: er komen schrijvers op bezoek en er worden theatermakers geinterviewd. Het aantal bezoekers is nog beperkt, maar de reacties zijn enthousiast.

Er zijn nog puntjes die op I-en moeten en zo, maar ik ben heel tevreden, het begin is er wat mij betreft.

 

 

 

 

 

 Sonsbeek 2008 (de vijfjaarlijkse kunstmanifestatie in Arnhem) heeft dit jaar als thema Grandeur. De nieuwe directeur Anna Tilroe vindt dit een urgent thema, volgens haar gaat deze tentoonstelling over de fundamentele menselijke drang om beter en grootster te worden dan we zijn. Ze heeft een mooi verhaal over het verdwijnen van de grote ideologieën en het daarmee veranderende mensbeeld, voor meer informatie lees hier het interview met haar in de Groene Amsterdammer.

Waarom ik Sonsbeek het vermelden waard vind is de openingsmanifestatie die Tilroe georganiseerd heeft. De laatste twee tentoonstellingen waren ondanks de grote namen die als curator werden aangetrokken geen succes en behoorden tot de slechtst bezochtste uit de vijftigjarige geschiedenis van het evenement. Tilroe trok de wijken in en overtuigde de Arnhemmers er van dat de kunst in een processie door de stad gedragen zou moeten worden. Haar verhaal was blijkbaar zo overtuigend dat zich bijna duizend mensen hebben aangemeld om mee te lopen in die processie om de zesentwintig kunstwerken door de stad te dragen. De mensen werden gegroepeerd in gilden, en dat waren heel verschillende gildes. Niet alleen van groepen waarvan je dat kunt verwachten zoals kunstenaars en architecten maar ook van Rode Kruisvrijwilligers en bewoners uit probleemwijken en daklozen. De bibliotheek deed ook mee, in een gilde gecombineerd met lezers van de Gelderlander. De verschillende gildes hebben wekenlang geoefend onder leiding van een choreograaf van de Arnhemse groep Introdans.

Ik vind dit een geweldig initiatief, dit is letterlijk de kunst naar de mensen toe brengen, die de kunst vervolgens op handen dragen (sorry, die woordspeling lag té voor de hand om hem niet te gebruiken). Blijkbaar heeft Tilroe hiermee een gevoelige snaar geraakt want na twee weken had ze al meer dan twintigduizend bezoekers gehad, dat is al net zoveel als de vorige manifestatie in de hele periode (ruim drie maanden) heeft gehad. Zeer verdiend, dat succes.

Dat bewijst mijn stelling dat kunstinstellingen (en daar reken ik de bibliotheek gemakshalve ook maar even bij) naar buiten moet, de mensen moet opzoeken. Je hoeft daarbij niet op je hurken te gaan zitten en Jip en Janneke taal te gebruiken (al heeft dat sinds Kader Abdolah een veel positievere klank gekregen) maar je moet mensen serieus nemen en ze enthousiast maken voor wat je te bieden hebt. En je moet zorgen dat je ook echt iets goeds te bieden hebt.

Ik was al van plan om dit jaar naar Sonsbeek te gaan maar nu helemaal. Ben heel benieuwd.

Ding 23 : Evalueer

9 juni, 2008

Capt. Rostron & under officers of CARPATHIA [ship] (LOC) Originally uploaded by The Library of Congress


Klaar!! Wat heb ik geleerd? Nou, een heleboel. Ik had bij een heleboel dingen vantevoren het klepel-en-de-klok gevoel. Wist wel wat Flickr/RSS/Librarything (om maar wat te noemen) was maar niet hoe je het kon gebruiken. Heb nu ontdekt dat ik een aantal dingen heel bruikbaar vindt. Niet alles, maar dat weet ik nou tenminste en nu heb ik niet meer dat onbestemde idee dat ik me daar eigenlijk eens in moet verdiepen.

De ontdekkingstocht was leuk, ook de niet leuke dingen bleken vaak mee te vallen. Ik zal het maar toegeven: ik gebruik LastFM nu vaker; ik heb het nog een kans gegeven nadat ik mijn post gemaakt had en nu begin ik het langzaam aardig te vinden.

Ik heb me verdiept in het hele 2.0 gebeuren en ik heb gemerkt dat er een hele wereld is waar wij als branche nog maar nauwelijks mee bezig zijn. En dat moet wel. En snel ook. Het was ook heel noodzakelijk dat wij als ProBiblianen getraind werden: bibliotheken verwachten van ons dat we voorop lopen, of in elk geval actueel zijn. Dit is weer een stapje de goede kant op.

En nu? Ik word toch maar lid van de Ning Bibliotheek 2.0. Maar dat moet dan wel onder mijn eigen naam en daar moet ik nog even aan wennen. Dus geef me nog even de tijd.

Ik blijf doorgaan met mijn blog, ik vind het veel te leuk. Ik zal helaas nog maar weinig lezers hebben nu de 23dingenfeed niet meer aanlevert want het schrijven is prettig maar het wordt leuker als je ook gelezen wordt. En de reacties zijn het allerleukst. Maar zonder lezers blijf ik me ook nog even opwinden over zaken in de Bibliotheekbranche. Dat deed ik altijd al maar het helpt als je schrijft. Dat dwingt je om je gedachten te ordenen en goed na te denken over wat je echt vindt.

Ik ben helaas niet aanwezig bij de afsluiting omdat ik vakantie heb. Dank zij die vakantie heb ik de laatste dingen kunnen doen, ik heb er nu tijd voor. Maar wel jammer dat ik er niet bij kan zijn want ik vind dat er te weinig interactie is geweest tussen alle bloggers.

Maar dit einde is geen einde. Tot ziens, misschien?

 

Zie ik het nou goed dat de nieuwsbrief van de OCLC waar deze oefening naar verwijst al uit 2006 is? Lopen wij zo achter? Als Nederlandse branche bedoel ik dan. Want hoelang leeft dit onderwerp nou helemaal bij ons? 

Ik heb een paar van de aanbevolen artikelen gelezen en ik voel me het meest aangesproken door dat van Rick Anderson. Maar dat komt misschien ook omdat ik daar bij mezelf kan denken dat we daar wel al mee bezig zijn (kortom: zo erg zijn we niet…).

Met alle provinciale collectieplannen die overal gemaakt worden komen we volgens mij een aardig eind tegemoet aan zijn bezwaar tegen de “just in case collection”. Een leuke uitdrukking overigens, ga ik ook gebruiken.

Zijn andere opmerkingen snijden helaas wel nog hout. Ik heb al eens eerder geschreven dat ik het jammer vind dat Nederlandse bibliotheken niet die brede maatschappelijke functie en basis hebben zoals die in Amerika. En ik weet wel dat dat komt omdat een heleboel dingen hier anders geregeld zijn dan daar maar toch.

En ik denk dat dat nou net de moeilijkheid wordt bij Bibliotheek 2.0. Want ik vraag me af of de gebruikers die dit willen en kunnen en nodig hebben niet allang andere kanalen hebben gevonden om hun informatie te delen. Als ik zo wat rondkijk bij WordPress kom ik al allerlei 2.0 toepassingen tegen: van mensen die recepten delen en oude foto’s die gebruikt mogen worden om ansichtkaarten mee te knutselen. Allemaal verloren voor een bibliotheekcommunitie.

Maar dat mag ons er niet van weerhouden om toch als een gek aan een inhaalslag te beginnen. Ten Aanval!

   Bibliobus                                Originally uploaded by bibliobussen 

In het kader van munitie leveren voor het gevecht hierbij een paar redenen waarom een bibliobus zo’n prima voorziening kan zijn, niet alleen voor een kleine kern.

Een bibliobus is mobiel en flexibel. Lijkt een open deur maar dat is wel zijn kracht. Gaat de school die zo intensief gebruikt maakt van de bus verhuizen? De bus verhuist gewoon mee. Openen ze een dependance? Dan gaat de bus daar ook gewoon een uurtje naar toe. Wil de gemeente een extra dienstverlening voor ouderen? Dan gaat de bus toch voor de bejaardensoos staan? Maar je moet wel goed nadenken over hoe en waar je hem inzet.

De bus is kleinschalig en levert een dienstverlening op maat. De medewerkers van de bus kennen hun klanten heel goed en kunnen daarom veel persoonlijke aandacht besteden aan de lezers. Dat doen ze zonder daar een ingewikkeld businessplan of communicatieschema voor gemaakt te hebben maar omdat ze dat belangrijk vinden en liefde voor hun vak hebben.

Ondanks die kleinschaligheid heeft de bibliobus een groot aanbod. De collectie in de bus is niet statisch maar constant in beweging: er wordt veel uitgeleend (en dus ook veel teruggebracht) en omdat ze onderdeel van een groter geheel is is de collectie ook groot en actueel.

Soms is de bibliobus de enige openbare voorziening in een kern of wijk en dus de enige plek waar het mogelijk is om elkaar op “neutraal terrein” te ontmoeten. Daarmee vervult de bibliobus ook een ontmoetingsfunctie en biedt ze ruimte aan de gemeenschap.

Zo, dat mocht ook wel eens gezegd worden…