Open brief aan de Minister-president
18 juni, 2009
U heeft de afgelopen maanden ettelijke malen te kennen gegeven onder de indruk te zijn van de Amerikaanse President Obama, met name van zijn verbindende kracht. Daarom wil ik u graag wijzen op een aantal initiatieven die de president heeft genomen op het gebied van de kunsten. Zo bezocht hij met zijn vrouw een theatervoorstelling op Broadway, niet omdat hij daarvoor was uitgenodigd en de eregast was, maar vanuit zijn persoonlijke interesse. Ook heeft hij (of wellicht zijn vrouw) een zgn. Poetry Jam georganiseerd in het Witte Huis. Bij deze gelegenheid waren een aantal bekende dichters en schrijvers uitgenodigd om voor te lezen aan een publiek van o.a. studenten.
Hij deed dit om te laten zien hoe belangrijk kunst in het leven is. Of in zijn eigen woorden: We’re here tonight not just to enjoy the works of these artists, but also to highlight the importance of the arts in our life and in our nation — in our nation’s history. We’re here to celebrate the power of words and music to help us appreciate beauty, but also to understand pain; to inspire us to action, and to spur us on when we start to lose hope; to lift us up out of our daily existence — even if it’s just for a few moments — and return us with hearts that are a little bit bigger and fuller than they were before.
Prachtig gezegd, vindt u ook niet? Zou het daarom niet mooi zijn als u ook een soortgelijk initiatief zou nemen? Want wat voor Amerikanen geldt, geldt natuurlijk net zo goed voor Nederlanders. En zoals u zelf zei: “terug naar de tijd van de VOC”, naar de hoogtijdagen van de Hollandse cultuur, naar de Gouden Eeuw waarin kunstenaars ook actief waren in de politiek (denk aan Rubens en Huygens). Ik begrijp dat u het in deze tijden van economische crisis druk heeft met hele andere zaken maar dat lijkt me júist een reden om eens aandacht aan de kunst te besteden (om uw hart te laten vervullen, om Obama te citeren).
U beschikt natuurlijk over een uitstekende staf om zoiets te organiseren, maar ik doe u hierbij graag een aantal suggesties. De winnaars van zowel de Librisprijs als de Gouden Uil zijn misschien niet helemaal uw smaak maar de laatste winnaar van de AKO literatuurprijs kan u wellicht wel bekoren? Als u niet van Doeschka Meijsing houdt vragen we gewoon Jan Siebelink, winnaar van een aantal jaren geleden. Of misschien liever K. Schippers of Arthur Japin, om in de prijzensfeer te blijven? Een paar dichters moeten toch ook snel gevonden zijn: de dichter des vaderlands mag natuurlijk niet ontbreken en misschien bent u ook wel te porren voor de gedichten van Ilja Leonard Pfeiffer, of houdt u meer van iemand als Tjitske Jansen? Speciaal voor uw dochter (Malia en Sasha waren er ook bij) komt Sjoerd Kuyper iets voorlezen, die vinden de grote mensen ook leuk. En als afsluiting vragen we of Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma een paar fragmenten van Shakespeare komen doen.
Lijkt me fantastisch, zo’n avond. Wat een positieve boodschap zou zoiets overbrengen! Niet alleen aan de gasten maar aan de hele samenleving: “kijk, je kunt op een heleboel verschillende manieren genieten van kunst en dat is belangrijk. Kunst is goed voor je. Kunst is iets positiefs, het verenigt mensen in plaats van ze tegen elkaar op te zetten”. Dat zou een positieve impuls betekenen voor onze maatschappij waarin veel mensen in verwarring lijken te zijn.
Het lijkt me geweldig als u deze handschoen op zou nemen. En als de hierboven genoemde schrijvers u niet aanstaan dan zoeken we gewoon anderen. we hebben er genoeg in Nederland. Wij (van de openbare bibliotheek) helpen u graag op ideeën. In Den Haag of in Capelle of waar u maar wil.
Met vriendelijke groet,
Tenaanval
Kunst voor het personeel
21 september, 2008
In 1960 nodigde Alexander Orlow, directeur van de Turmac sigarettenfabriek in Zevenaar, dertien kunstenaars uit om een kunstwerk te maken voor de productieruimtes van zijn fabriek. Zijn idee was dat kunst een beroep doet op de verbeeldingskracht en ruimte vrij maakt voor emotie. ’Leef terwijl je werkt’ was zijn credo, daarom was het thema van de eerste werken “Levensvreugde”. De medewerkers moesten even wennen maar raakten al snel erg gehecht aan de kunstwerken. Proef geslaagd zou je zeggen, stelling bewezen. Fijn.
Met dit initiatief trok hij wereldwijd de aandacht: hij bouwde een mooie collectie op die internationaal gewaardeerd werd. Behalve de werkomstandigheden van zijn personeel bevorderde hij zo ook het imago van zijn bedrijf, de collectie werd de Peter Stuyvesantcollectie genoemd, naar het bekendste sigarettenmerk dat Turmac produceerde. Slim.
Maar tijden veranderen: de regels rondom sponsoring door de tabaksindustrie zijn verandert waardoor de naam van de collectie niet meer gebruikt mocht worden en Turmac is inmiddels overgenomen door een ander bedrijf. De fabriek in Zevenaar wordt gesloten en de nieuwe eigenaar wil de collectie verkopen. Jammer, maar zo gaan die dingen.
In het NRC van vrijdag stond een artikel over de verkoop: een aantal mensen in de kunstbranche maakt zich boos dat BAT (de nieuwe eigenaar) geen gebaar maakt naar de museumwereld omdat ze bij het samenstellen van de collectie veel hulp hebben gekregen van de branche en tegen museumkorting hebben mogen inkopen. Niet erg chic van BAT inderdaad, maak een gebaar(tje) zou je zeggen. Kunnen ze gemakkelijk doen, er is genoeg.
Maar mijn broek zakt af als ik in hetzelfde artikel lees dat de collectie op kantoor ook zal verdwijnen, want “kunst aan de muur past niet meer bij het bedrijf zoals het nu is. Het leidt volgens het nieuwe management af van waar onze focus moet liggen: sigaretten verkopen.” Terwijl op de website van BATART nog volop gesproken wordt over kunst naar de mensen toe brengen ziet het management kunst dus als afleiding. Hoe stom kun je zijn? Dat ze er niet meer in willen investeren snap ik, dat ze verkopen waar ze geen plek voor hebben en geen rondleidingen meer willen geven snap ik ook, maar dat ze zelfs de kunst op kantoor afstoten snap ik niet. Die collectie hebben ze toch al? Wat gaan ze daarna doen? Alle medewerkers een ingelijste poster geven voor aan de muur? Of mogen er alleen nog maar planborden en productieschema’s hangen?
Bah, wat kortzichtig. De kunstcollectie verkopen (dat verkopen waar de medewerkers trots op zijn) en vervolgens het personeel op cursus sturen om de companypride te verhogen zeker. Jakkes.
Waarom kunst belangrijk is
15 maart, 2008
Vorige week schreef ik dat kunst vaak als iets “voor erbij” wordt gezien in plaats van iets dat belangrijk is. Omdat ik heb gemerkt dat niet iedereen begrijpt wat ik daarmee bedoel hierbij een voorbeeld.
De verhalen over mensen in concentratiekampen die gedichten aan elkaar declameerden om aan de ellende te ontsnappen zijn bekend. Dit is een soortgelijk voorbeeld. Over vrouwen in een Jappenkamp die elkaar recepten vertelden. Ze praatten met elkaar over eten, ze bedachten wat ze zouden gaan maken als ze uit deze ellende verlost zouden zijn. Door in hun herinnering te duiken, door hun fantasie te gebruiken konden ze zichzelf op de been houden. Daardoor herinnerden ze elkaar aan betere tijden en dat maakte hen sterker. Ze bevestigden elkaar in hun eigen waardigheid, die ze in dat kamp in rap tempo verloren waren. Die recepten werden in het kamp opgeschreven in agenda’s, schetsboekjes of andere stukjes papier waar ze de hand op wisten te leggen en vorig jaar is er van al die recepten met hun verhalen een kookboek gemaakt: De smaak van verlangen. Dat boek krijgt binnenkort zijn 3e druk.
Fascinerend om te zien hoe vrouwen in een Jappenkamp fantaseerden over lauwwarme melk waar gist in moest worden opgelost of over kreeftenboter en cake.
Nou weet ik wel dat een kookboek geen kunst is, maar het bewijst wel dat mensen fantasie nodig hebben om te overleven. Net zoals eten en drinken. En daarom is kunst belangrijk.
Overigens werd ik op dit verhaal geattendeerd door Mondo Leone die daar een prachtig verhaal over heeft in een van zijn programma’s.
Cultuur en Geert Mak
8 maart, 2008
HAMBURG (ANP) – In Nederland worden ,,culturele waarden als kennis van geschiedenis en literatuur noch gewaardeerd noch beschermd”. Dit zegt journalist Geert Mak in de nieuwste editie van het Duitse weekblad Die Zeit. ,,Bij ons kunt u zien wat er gebeurt als iedereen en alles volgens de waarde in geld wordt berekend en op de markt gegooid”, aldus Mak. ,,Dan regeert de terreur van de barbaarse koopman.”
Ik ben het erg met Mak eens: kunst en cultuur wordt in Nederland vaak gezien als iets dat leuk is voor erbij, een leuke hobby, een versiersel maar het mag vooral niet teveel kosten en het mag zeker geen grote mond hebben. In plaats van een noodzakelijkheid, iets dat belangrijk is voor het geestelijk welzijn en dat mensen samen kan brengen. Van dat koopmansdenken hebben ook de bibliotheken soms last, bijvoorbeeld als een gemeenteraad nog wat mogelijkheden voor bezuinigingen ziet. Maar in plaats van hun omgeving ervan te overtuigen dat ze het gewoon niet goed snappen want dat cultuur echt heel erg belangrijk is laten bibliotheken zich in een hoek zetten. En gaan ze zelfs mee in dat denken en proberen ze aan te tonen dat ze echt wel een economische bijdrage leveren aan de samenleving. Maar daarmee bevestigen ze de critici natuurlijk alleen maar in hun mening dat dat het belangrijkste is. Misschien waarderen bibliotheken zelf culturele waarden ook niet genoeg?



