De Liquor Library

17 november 2012

Op het vliegveld van Las Vegas is vorige week de Liquor Library geopend. Geen bibliotheek, maar een winkel. Een slijterij met een bibliotheekthema.

Het thema zit ‘m vooral in de inrichting: houten vloeren, houten kasten en rollende bibliotheektrappen. De verkoopsters dragen librarian-inspired uniforms, zo te zien zijn dat witte overhemden en dragen ze daaronder nou een kokerrok? In dit nieuwsitem krijg je iets meer beeld de winkel en hoe daarop gereageerd wordt.  Daar roemen ze vooral het feit dat dit de eerste Amerikaanse liquor store op een vliegveld is die vóór de gates ligt.

De Liquor Library gaat regelmatig proeverijen organiseren, zou dat ook bij het thema horen? Op twitter werd er enthousiast op deze nieuwe winkel gereageerd. Mooi toch, zo’n positieve kijk op de bibliotheek?

Koffie in een bibliotheek

10 oktober 2012

Er is al veel geschreven over koffie en bibliotheken, het blijft een populaire en voor de hand liggende combinatie. Dat vindt ook Japans ontwerper Nendo. Hij ontwierp deze pop-up store voor Starbucks in Tokyo, de Starbucks Espresso Journey.

 De ruimte is ingericht als bibliotheek, met boekenplanken gevuld met boeken. Klanten halen een boek uit de kast en ruilen dat bij de kassa om voor koffie. De omslag van het boek mogen ze houden, daarop kunnen ze meer lezen over de koffie die ze

besteld hebben. Die boekomslag kan tevens gebruikt worden als houder voor de koffiebeker.

The ‘library’ invites visitors to choose an espresso drink as they would a book, and verse themselves in espresso drinks as though quietly entering into a fictional world. Books and coffee are both important parts of everyday life, so we created a link between favorite books and favorite coffees. Aldus Nendo

Er zijn negen verschillende kleuren boeken, corresponderend met de verschillende soorten koffie.

Mooi bedacht. Vooral het fysiek omruilen van een boek voor koffie is een vonds, dat versterkt het bibliotheekgevoel. Probeer dat maar eens met een e-boek… Mocht je binnenkort naar Tokyo gaan en op bezoek willen: de pop-up store was alleen open in september.

Nog een souvenir uit Londen: deze slogan staat op de zakjes van Whole Foods Market, een biologische supermarktketen die we met onze excursie bezocht hebben in het kader van de authenticiteit.

Over zelfverzekerdheid gesproken…  Mooie slogan vind ik. Mooi uitgangspunt ook.

 Street Lab is een organisatie in Boston die programma’s bedenkt voor openbare ruimtes. In 2009 maakten ze in een leegstaande winkel in Chinatown (Boston) een tijdelijke bibliotheek.

Daarmee sloegen ze meerdere vliegen in één klap: er was na meer dan 50 jaar eindelijk weer een bibliotheek in de wijk, de straat knapte er van op want er stond weer één winkel minder leeg en de buurt knapte er van op want er werd van alles georganiseerd in de bibliotheek. Ze schakelden studenten van Harvard in om meubels te ontwerpen dus het had een dubbel educatief doel. De collectie (ongeveer 4000 banden) bestond uit giften en de bibliotheek werd voornamelijk gerund door vrijwilligers en stagiaires. Er was gratis internet, er werd voorgelezen, er waren conversatiecursussen en veel activiteiten. Heel veel activiteiten, zeker als je bedenkt dat de bibliotheek maar drie maanden open was. De activiteiten varieerden van schrijfcursussen en tekenlessen tot workshops over de Opera. De Chinese Opera uiteraard.

De bibliotheek richtte zich op aan de wijk gebonden mensen: ouderen en volwassenen met jonge kinderen. (zoals ook in Nederland de kleine kernen bibliotheken doen)  Het mooie van dit project is dat de bibliotheek hier niet het doel is, maar een middel. Een manier om iets toe te voegen aan de maatschappij, een middel om de omgeving te verbeteren. Ze hebben niet zomaar even wat boeken in een lege winkel gezet maar hebben veel energie gestoken in het creëren van draagvlak en ze proberen aan te sluiten bij de behoefte van de buurt. De Boston Public Library was wel betrokken bij dit project, maar in een adviesrol, de leiding lag bij de mensen van Street Lab. Niks ingewikkelde catalogus maar gewoon alles in LibraryThing. En toen de bezoekers in de eerste week vroegen of ze de boeken ook mee naar huis konden nemen werd er snel een uitleensysteem in elkaar gefietst.

Het project was van begin af aan bedoeld als een tijdelijk iets dus na drie maanden werd de hele boel weer opgeheven. De hier opgedane ervaring wordt nu ingezet in andere projecten voor de verbetering van de openbare ruimte. Een van die projecten is het Uni project: een flexibele, draagbare plek. It brings books to public space. It adapts lectures, classes, workshops, after-school programs, and films for street level and puts them in public space. The Uni gives us a place to gather in public and contribute to our neighborhood and city. Dat klinkt mooi. Lijkt me alleen minder praktisch dan die lege winkel.

Mooie actie. De Britse supermarktketen Tesco wilde een groter bereik op de Zuid-Koreaanse markt en verzon een innovatieve manier om het publiek op te zoeken. Ze bouwden virtuele winkels die aansloten bij het winkelgedrag van de Koreanen.

Een beetje zoals de Stationsbibliotheek :-) , maar dan anders.

Een grote boek-handelsketen in de Verenigde Staten sluit zijn deuren en een bijzondere boekwinkel opent binnenkort in Amsterdam. We spiegelen ons als branche zo aan de boekwinkels, dus wat voor les kunnen wij hier uit leren? Is dit het einde van de boekwinkel of niet?

Het zal de trouwe lezer van dit blog niet verbazen dat ik me niet zo bang laat maken door het faillisement van Borders. In het artikel in het NRC staat met zoveel woorden dat zij het geloof in zichzelf zijn verloren: Het geloof in boekenverkoop is bij Borders al geruime tijd op zijn retour. Het bedrijf ging ook speelgoed verkopen, en muziek, films en spelletjes. Borders heeft zo weinig vertrouwen meer over in de reden van zijn bestaan dat de zaak zich als ervaring is gaan presenteren.

Een megastore die geen duidelijke identiteit en geen vertrouwen in zijn eigen product meer heeft. Daar lopen de klanten blijkbaar weg. Klinkt niet onlogisch. Daarom gaat Taschen dat heel anders aanpakken. De uitgever van koffietafelboeken opent deze zomer een winkel in de PC Hooftstraat,  een snoeptrommel voor de boekenliefhebber volgens het Parool. Heel bewust in de PC Hooftstraat, want ze gaan er vooral luxe en dure boeken verkopen. Daar hebben ze ervaring mee bij Taschen, want al hun winkels zitten op A-locaties in o.a. Londen, Beverly Hills en Berlijn.

Taschen gelooft dus wél in zijn product, ze bouwen er hele mooie winkels voor met een duidelijk herkenbaar smoel. En dat is volgens mij wat je hier uit kunt leren: heb vertrouwen in je eigen product en doe je werk met overtuiging. Want anders ben je ten dode opgeschreven. Als je gaat zwalken in je beleid of je eigen formule gaat afzwakken laat je merken dat je niet in je eigen product gelooft. En hoe kun je dan verwachten dat het publiek wel in je gelooft?

Voor wie in de Taschen-formule gelooft: ze zoeken nog een store-manager voor de winkel in de PC Hooftstraat…..

Boekhandel Architectura & Natura leerde ik kennen tijdens mijn studie kunstgeschiedenis, eerst als een soort van curiosum, later als een geheime grot vol kennis. Zeker nadat hij door een medestudent werd overgenomen en de moderne tijd werd binnen geleid.

Het is een boekhandel die (zoals de naam doet vermoeden) is gespecialiseerd in boeken over architectuur en over natuur. Een winkel vol stapels, met medewerkers die op zachte toon vragen wat ze voor je kunnen doen en feilloos het juiste boek uit de kast trekken als je vraagt naar ”dat ene boek over Jo Coenen”.

Op de een of andere manier dacht ik altijd dat de winkel uit de 19e eeuw stamde, maar ik lees net dat hij pas (of al) 70 jaar oud is. In bovenstaand filmpje vertellen 3 klanten wat ze zo bijzonder aan de winkel vinden. Of eigenlijk vertellen ze dat juist niet: ze vertellen waarom boeken zo belangrijk voor ze zijn en ze vinden het zo normaal dat ze die boeken nou net in deze winkel kopen dat ze dat vergeten erbij te vertellen… De mooiste opmerking komt van architect Marc Koehler: volgens hem is de boekhandelaar zijn persoonlijke spamfilter, want er komen zoveel boeken uit over architectuur en daar zit zoveel pulp tussen dat hij de boekhandelaar nodig heeft om er uit te pikken wat interessant voor hem is.

Dit filmpje is een deel uit een langere film (7.48 min.) over de geschiedenis van de winkel. Ook de langere film is de moeite waard, maar ik vind vooral het enthousiasme van de lezers zo aanstekelijk, vandaar dit fragment.

Een paar dagen geleden was ik in Zwolle, voor Museum De Fundatie. Mooie tentoonstelling gezien, leuke stadswandeling gemaakt, kopje thee gedronken, heel gezellig allemaal. Maar ik vond dat een bezoek aan Zwolle niet compleet was zonder een bezoekje aan filiaal Zwolle-zuid, vrije dag of niet. Ik was erg nieuwsgierig, want het idee om bibliotheken op een aantrekkelijkere manier in te richten juich ik zeer toe, maar de foto’s die ik er tot nu toe van gezien heb riepen een ondefinieerbaar onbehagen in me op. ProBiblio is betrokken bij de landelijke retail-pilot dus er was ook nog eens sprake van beroepsmatige belangstelling.

Ik was die dag op stap met een architect annex projectontwikkelaar en die is gelukkig gemakkelijk te overreden om nog een gebouw te bekijken dus togen wij opgewekt naar Zwolle-Zuid.  De bibliotheek was makkelijk te herkennen in het winkelcentrum, alleen al omdat er boekenkasten voor de ramen stonden zodat je tegen de binnenkant van aan aantal boeken aankeek. Herkenbaar maar niet aantrekkelijk. Eenmaal binnen was hij herkenbaar omdat ik de meeste onderdelen kende van de vele foto’s in de vakpers.

Mijn eerste indruk was druk. Druk in de zin van veel indrukken tegelijkertijd, veel verschillende vormen, kleuren en beweging en weinig overzicht. Daarnaast was het ook druk qua mensen. We zijn 20 minuten binnen geweest en ik schat dat er in die tijd zeker 60 mensen in de bibliotheek zijn geweest en dat is veel voor zo’n klein filiaal. Dus wat voor kritiek ik ook heb op de inrichting, het publiek laat zich er niet door afschrikken, integendeel. 

Mijn tweede indruk was weer dat gemengde gevoel van “goh wat leuk verzonnen” dat elke keer weer werd overstemd door “is dit alles?”. Meteen bij de ingang (in de sectie beleving)  stond een display vol met glimmend nieuwe reisgidsen. Heel aantrekkelijk opgesteld, zeer uitnodigend en vrolijk maar ik vroeg me af hoe snel je daar de ANWBgids voor de Ardeche tussen vindt. Dat is een hele ouderwetse bibliothecarissen-vraag, daar ben ik me van bewust, maar ik stelde hem mezelf toch maar. Veel planken met frontale opstelling en daarop lagen de titels twee- of driedubbel zodat er weinig kans op lege planken is en mensen verrast worden door verse titels. Slim.

Terwijl ik daar zo rondliep werd mijn gevoel van onbehagen alsmaar groter en ik kon er maar geen vinger opleggen waar dat nou aan lag.  Later, in de auto vroeg ik aan mijn vriend wat hij er van vond en hij oordeelde genadeloos: “Veel te goedkoop!” oordeelde hij. Ik probeerde nog uit te leggen dat “we” echt wel professionals hadden ingeschakeld bij de inrichting maar hij bleef erbij dat hij vond dat er voor een veel te goedkope uitstraling was gekozen. Volgens hem is dit een concept zoals dat ook voor een Zeeman of een Aldi gebruikt wordt.  ”Dit is een hele laagwaardige materialisatie, een eenvoudig vloertje en dat samen met die goedkope formica blokken’. Die blokken waren inderdaad nu (twee maanden na de opening) al op sommige plekken beschadigd. Het opvallendst was volgens hem het lichtplan: het licht is overal in de bibliotheek hetzelfde:  ”het heeft een te hoog verlichtingsniveau, zo doen ze dat bij de Zeeman of de Aldi ook, die willen dat je van buiten ziet dat de spullen goedkoop zijn. De Bijenkorf pakt dat heel anders aan. Ik begrijp het concept maar de uitvoering is te laagwaardig. Dit is een bibliotheek waar je even snel in en uit vliegt en ik heb bij een bibliotheek een ander idee. Dat deden ze in Leidschenveen veel beter.”

Een pittig oordeel, maar ik geloof dat hij wel gelijk heeft. Volgens mij verwoordt hij hiermee mijn gevoel van onbehagen beter dan ik het zelf zou kunnen doen. Interessante poging maar voordat ”we” dit landelijk gaan uitrollen moeten we toch nog maar eens kritisch naar het kwaliteitsniveau kijken, wat mij betreft. En ons afvragen wat we als bibliotheek willen zijn. Ik kan me voorstellen dat je soms, of op sommige plekken, best een Aldi wil zijn maar dat die uitstraling niet past bij de bibliotheek als instituut. Dat vind ik tenminste niet.

Klanten van je vervreemden

6 november 2009

Bonneterie

Ik was waarschijnlijk de 30 al gepasseerd toen ik voor het eerst iets bij Maison de Bonnete-rie kocht. Toen pas liet ik me niet meer intimideren door de chique uitstraling van de winkel en toen had ik ook pas genoeg geld om er iets te kunnen kopen. Het was het begin van een genoeglijke relatie.

Ik vond het er geweldig: schitterende 19e eeuwse architectuur, mooie spullen en ontzettend aardig personeel.  Met name bij de schoenen en het woontextiel kon ik me uitleven, in de eerste jaren vooral tijdens de uitverkoop. (voor alle duidelijkheid: Tenaanval is een meisje)

De winkel was af en toe een beetje oubollig maar dat was onderdeel van zijn charme. Ik werd een trouwe klant (met klantenkaart) en ik kwam niet alleen meer op de begane grond maar ook op de bovenste etages bij de damesmode en in het restaurant waar je koffie kon drinken met geweldig uitzicht op het Rokin. Langzamerhand veranderde het assortiment: ik vond het jammer dat een aantal dingen verdwenen (nooit meer zulke mooie dekbedhoezen gevonden als bij De Bonneterie) maar ach ja: stilstand is achteruitgang en ze moeten natuurlijk mee met hun tijd. Dat snap ik wel. Maar een paar maanden geleden heeft de jongste generatie in het familiebedrijf het roer radicaal omgegooid. De winkel is flink verbouwd en de formule is radicaal verandert. Over de verbouwing zul je mij niet horen: allemaal prima en verantwoord, maar die nieuwe formule vind ik niks. De winkel is nu namelijk ingedeeld volgens de Shop-in-shop formule. Dus in plaats van dat de kleding op kleur of op type en uitstraling bij elkaar hangt, is de winkel nu ingedeeld op merk. Dat betekent dat je je niet meer kunt beperken tot een bepaalde hoek van de winkel omdat je weet dat zich daar jouw smaak bevindt maar dat je per merk op zoek moet naar iets van je gading. Een groot aantal merken zijn uit het assortiment gegooid en vervangen door nieuwe merken uit het hogere segment.

Ter gelegenheid van de opening kreeg ik, als vaste klant, een prachtig krantje in de bus dus ik was erg nieuwsgierig naar de vernieuwde winkel. Maar dat viel tegen. De winkel zag er mooier uit dan ooit, maar het assortiment was veel kleiner geworden en ik vond niets van mijn gading. De bekende merken waren vervangen door dure, prestigieuze merken als Versace en  Karl Lagerfeld en het was op alle etages akelig rustig. 

Het afgelopen weekend ben ik nog eens terug gegaan. De Bonneterie hield uitverkoop en daarom was het gelukkig een stuk drukker in de winkel. Vooral met het traditionele Bonneterie publiek dat wanhopig op zoek was naar iets herkenbaars. Tijdens de verbouwing zijn een groot aantal kleedkamers en kassa’s gesneuveld dus bij die ene kassa vormde zich een lange rij. De dame die nu in haar eentje de kassa bemande bleef zich elke keer maar verontschuldigen dat het allemaal zo lang duurde. De shop-in-shop mensen mogen namelijk niet aan de kassa komen en daarom is er te weinig personeel. In elk hoekje staat nu een medewerker die niet mag bijspringen bij de kassa en ook niks weet van de kleding die niet uit zijn shop komt. Dat leggen ze allemaal reuze vriendelijk uit, maar daar heb je als klant niks aan. Allerlei dames werden een beetje wanhopig van het kastje-naar-de-muur gestuur maar bleven keurig staan wachten tot de juiste verkoopster beschikbaar was. Ik vraag me alleen af of ze snel zullen terugkomen. 

Volgens de commercieel directeur is deze wijziging ingegeven door de roep van het publiek maar ik geloof er niks van. Het lijkt er meer op dat de nieuwe directie zijn eigen klanten te oubollig vond en op zoek is naar een nieuw publiek. En naar een flitsendere organisatie. Bij de Bonneterie heten inkopers tegenwoordig namelijk accountmanager. Het resultaat is dat de Bonneterie aan identiteit heeft ingeboet, want men heeft zich overgeleverd aan externe partijen. Het duidelijk gezicht verdwijnt hiermee en er komt geen nieuw eenduidig gezicht voor terug.

Dat doen wij als branche dan toch beter: niet iedereen was blij met de uitkomsten van De klant is koningin maar we nemen het wel als een gegeven: dít zijn onze klanten, hoe kunnen we hén van dienst zijn. En hoe kunnen we nieuwe leden werven met behoud van de oude. En dat laatste lijken ze bij De Bonneterie een beetje te vergeten.

Wat voor bibliotheek?

23 oktober 2009

T-shirt bibliotheek

 

In de Van Baerlestraat in Amsterdam zit (tegenover het Stedelijk Museum) al sinds jaar en dag een kledingzaak. Geen erg opvallende zaak: keurige kleding, erg keurig want dit is Amsterdam Oud-Zuid.

Sinds een klein jaar profileert Linhard zich met zijn T-shirt bibliotheek. Toen ik dat voor het eerst ergens las leek het niet erg serieus: in de winkel verzamelden ze T-shirts en dat was interessant want elk T-shirt vertelde een verhaal. Op hun website las ik er later meer over maar het bleef nog steeds erg vaag: een bibliotheek was natuurlijk ook duurzaam en zo, maar het leek meer een gimmick dan iets anders.

Laatst zag ik vanuit de tram dat ze hun bibliotheek nu echt in de winkel presenteren: tijd voor een fotootje en een blogje. Maar inmiddels is hun site aangepast: de bibliotheek staat er prominent op maar er wordt geen toelichting meer gegeven. Zag wel dat ze hun eigen Hyves hebben, maar die lijkt te zijn gemaakt rondom de heropening van de winkel.

Dus nou weet ik nog steeds niet wat ze nou precies bedoelen met een T-shirt bibliotheek. Ze profileren zich er wel mee want het staat nu op hun etalages maar ze leggen niet uit wat het is. Zouden ze de afdeling waar ze T-shirts verkopen gewoon een andere naam hebben gegeven? Want ik neem aan dat ze de T-shirts niet uitlenen, maar gewoon verkopen. En gebruiken ze de term bibliotheek dan alleen om de winkel een beetje op te leuken?

Of zouden ze daar oude t-shirts verzamelen en bewaren? Gedocumen-teerd en gecatalogiseerd en bewaard voor de eeuwigheid? En welke T-shirts dan? Kan iedereen daar een oud T-shirt naar toe brengen of mag je alleen iets inleveren als je er ook iets koopt? En krijg je korting als je een T-shirt inlevert? Als ze echt de verhalen willen bewaren die bij de T-shirts horen, hoe doen ze dat dan? En worden die verhalen dan ook ergens beschikbaar gesteld?

Of is het toch meer een zaak van duurzaamheid? Maar hoezo dan duurzaam? Worden ze toch uitgeleend? Of worden ze hergebruikt? Maar hoe dan? Gaan ze retour naar de textielindustrie? Of naar de kringloopwinkel? Vast niet, want dan zouden ze zich geen bibliotheek noemen.

Veel vragen maar geen antwoorden. Hoe langer ik erover nadenk hoe intrigerender het wordt. Wat ik nog het interessantst vindt is dat een commercieel bedrijf de term bibliotheek zo interessant vindt dat ze zich eraan verbinden. Dus met ons imago valt het misschien nog wel mee.

 

Naschrift: Schrijverdezes wees me op een artikel in Het Parool waarin wordt uitgelegd dat ze geen T-shirts uitlenen en waar het volgende wordt gezegd: Maar het idee van bibliotheek uit zich meer in de oneindige keuze: die heb je in een bieb ook. Wij hebben oneindig veel kleuren, modellen, materialen. Ze willen ook een stukje geschiedenis in de winkel brengen met boeken en tijdschriften die over geschiedenis gaan. Ja, ja…